
Discussie voor de rechtbank over nut en juridische grondslag trainingen
Visserman wil normaal zijn brood verdienen
UTRECHT/URK – De rechtbank in Utrecht doet op 25 februari uitspraak of de overheid terecht vaarbevoegdheidsbewijzen zonder nieuwe trainingscertificaten voor gevorderden heeft geweigerd. Om hun functie en SW5-diploma te behouden zijn honderden vissers vanaf 2023 gedwongen peperdure trainingen te volgen zonder meerwaarde aan boord van kotters. De wettelijke grondslag daartoe ontbrak, zo bleek uit overheidscorrespondentie dat via een woo-verzoek boven water is gehaald door Fokko Snoek van Quality Sailing. Gediplomeerde vissers zijn de trainingen beu!
De zitting voor de meervoudige bestuurskamer van de rechtbank Midden-Nederland was woensdag 14 januari. Formeel waren twee bezwaarprocedures van PO-Urk/VisNed namens de ervaren vissers Jelle Romkes en Tromp Post aan de orde. Beiden hebben SW5-diploma’s. Toen zij in 2023 verlenging van hun vaarbevoegdheidsbewijs als schipper op vaartuigen tot 60 meter aanvroegen bij uitvoeringsorganisatie Kiwa werd dat geweigerd. Eerst moesten de trainingscertificaten Brandbestrijding voor gevorderden en Reddingsmiddelen worden overlegd.
Niet passend
Geert Meun en Jurie Romkes namens PO-Urk/VisNed waren samen met adviseur/consultant Fokko Snoek aanwezig op de zitting. Die kende een hoog juridisch-technisch gehalte met ellenlange discussies over inhoud, interpretatie en toepassing van artikelen uit (internationale) bemanningswetgeving. De drie rechters namen uitgebreid de tijd om alle feiten en omstandigheden in kaart te brengen.
,,De kern van de zaak is dat het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat bij verlenging van een bestaand vaarbevoegdheidsbewijs sinds 2019 nieuwe certificaten eist (Brandbestrijding voor gevorderden en Reddingsmiddelen), terwijl die vóór 2019 niet verplicht waren en tot 2023 door de dienst Kiwa ook niet gevraagd werden’’, vat Geert Meun nog eens samen. ,,Tijdens de zitting draaide de discussie om de geldigheid, noodzaak en impact van certificaten en vaardigheidsbewijzen voor vissers, met name rond de regelgeving die sinds 2019 geldt. Hierbij gaat het erom of er een wettelijke grondslag bestaat voor de verplichting dat bij vernieuwing van een vaarbevoegdheid deze certificaten overlegd moeten worden. Volgens het ministerie is dat sinds 2019 het geval, terwijl volgens ons deze verplichting alleen geldt bij een eerste aanvraag van het vaarbevoegdheidsbewijs. Daarnaast ervaart de sector deze trainingen – met bijvoorbeeld perslucht en reddingsboten – als te zwaar en niet passend voor kotters met vijf à zes bemanningsleden. Terwijl vissers de kosten van de cursussen en het inkomensverlies, doordat minimaal twee weken niet gevaren kan worden, zelf moeten dragen.’’
Besluit zeevarenden
Op de zitting speelden bepalingen uit het Besluit zeevarenden een rol. Gedebatteerd werd over de verschillen tussen eerste aanvragen en verlengingen, en over welke certificaten bij welke stap echt wettelijk vereist zijn. De rechtbank had hierover vooral een groot aantal vragen aan het ministerie.
Meun: ,,Duidelijk is dat er sprake is van complexe, gelaagde regelgeving en eerdere misinterpretaties binnen het ministerie, waardoor vissers soms met tegenstrijdige eisen werden geconfronteerd. Hoewel de regels in 2019 zouden zijn aangepast werden aanvragen zonder overlegging van de genoemde twee certificaten voor vaarbevoegdheid schipper tot in 2023 door de overheid probleemloos gehonoreerd. In de zitting werd door het ministerie betoogd dat dit ‘foutjes' betrof.''
Geen basis
Namens de vissers werd verwezen naar intern email-verkeer tussen ambtenaren van het ministerie waarin zij zelf zich ook afvragen en betwijfelen of er bij verlengingen wel een juridische basis is voor het eisen van de certificaten.
Van de zijde van het ministerie werd opgemerkt dat de trainingen het ook makkelijker maakten om op trawlers of buiten de visserij aan de slag te gaan. ,,Dat kan wel zo zijn’’, betoogde Meun. ,,Maar dat moet dan de eigen keuze zijn en rechtvaardigt totaal niet om alle ervaren kottervissers met SW5 daarmee op te zadelen.’’
Van de zijde van PO Urk/VisNed werd opgemerkt dat de onrechtmatig opgelegde verplichting voor de trainingen desastreuze gevolgen heeft gehad voor de kottervisserij. Meerdere vissers hebben mede hierdoor namelijk de visserij de rug toegekeerd of hebben gekozen voor een lagere vaarbevoegdheid, aldus Meun en Jurie Romkes.
Tromp Post
Namens Tromp Post werd nog een persoonlijk woord voorgelezen in de rechtbank: ,,Ik vraag uw rechtbank van harte: Zie deze extra certificaten als onredelijk voor een visserman zoals ik, die altijd met veel plezier heb gevaren. Wijs mijn bezwaar toe, zodat ik weer normaal ook op een grote kotter mijn brood kan verdienen.''
Post (38) is 21 jaar visserman, eerst in het familiebedrijf op de UK 177 en de afgelopen jaren schipper op de Z 187. In 2019 was zijn vaarbevoegdheidsbewijs zonder problemen verlengd. Daarna haalde hij zijn Medical Care en Medical First Aid en toen hij in januari 2024 weer verlenging van zijn vaarbevoegdheidsbewijs moest aanvragen werd die dus geweigerd. Eerst moest hij de trainingen Advanced Fire Fighting en Proficiency Survival Craft and Rescue Boats, Other Then Fast Rescue Boats volgen. In het gevecht met Kiwa daarover heeft Post uiteindelijk zijn diploma laten afwaarderen naar SW6, voldoende om te mogen schipperen op een Eurokotter.
,,Schrijf maar op dat het me heeft gesloopt’’, zegt Post na de zitting. ,,Los van de enorme bedragen – als visserman voel ik me gewoon een melkkoe geworden voor opleidingsinstanties - heb ik door de bemanningsproblematiek ook geen kans gezien om extra weken vrij te plannen voor de trainingen, want dan had de hele bemanning thuis moeten blijven. Als visserman voel ik me gewoon een melkkoe geworden voor opleidingsinstanties. Een cursus kost zomaar 1.500 euro per stuk, inkomstenderving komt daar nog bij op. Vergelijk dat eens met werknemers aan de wal. De Z 187 heeft vorig najaar een andere schipper kunnen krijgen, ik ben toen een vier weken overgestapt op de Z 189. Zoals het er nu naar uitziet maak ik deze maand voorlopig mijn laatste reis terug op de 187. Al dat papierwerk ben ik dermate beu, dat ik heb besloten als uitzendkracht te gaan te gaan werken voor een maritiem uitzendbureau. Twintig jaar geleden heb ik mijn groot vaarbewijs gehaald en dat blijkt voldoende te zijn.’’
