
Nieuwjaarsboodschap Vissersbondvoorzitter Johan Nooitgedagt: een oproep om verder te komen en niet op te geven
Voorwaarts met de beroepsvisserij
LEMMER - Het is tijd om vooruit te kijken. Een paar voorspellingen durf ik wel aan: ook in 2026 zullen de visvangsten meeschommelen met de seizoenen, kosten zullen stijgen en we zullen onze posities wederom moeten verdedigen met strategie, tact en goed ondernemerschap. Dat zal niet makkelijk zijn, want dat is het nog nooit geweest. Voor niets en niemand.
Ik ga hier geen overzicht geven van alle veranderingen voor de beroepsvisserij inzake wet- en regelgeving. Deze veranderingen zijn van kracht geworden per 1 januari, en ik ben het geheel met u eens: dat is een studie op zich, maar de visserijorganisaties weten hun weg daarin. De lijntjes met het ministerie LVVN en de RVO zijn kort én sterk.
KIMO
Dankzij de inzet van de visserijsector in samenwerking met de havens is het project Fishing for Litter al 25 jaar een groot succes. Er is afgelopen jaar door de deelnemende beroepsvissers 9.000 ton bodemvuil opgevist om in de haven af te leveren in de desbetreffende ‘big bags’. Dat is 9 miljoen kilogram minder vuil op de zeebodem. In 2026 gaan onze beroepsvissers daar, naar ik hoop gezond en wel, mee verder! Het is bewonderingswaardig hoe onze vissers zich inzetten om de zee schoon te krijgen van deze rotzooi die door anderen overboord is gegooid of via rivieren is afgezakt. Helaas zijn de zeeën en oceanen voor veel landen op de wereld nog steeds de meest goedkope vuilnisbelt. Dat krijgt veel te weinig aandacht. Wat de vissers hieraan doen is hartstikke positief.
Strandschoonmaak
Uiteraard dien ik hier ook te vermelden de activiteit van de Stichting De Noordzee met het organiseren van de Boskalis Beach Cleanup Tour. Deze bestaat iets korter, maar toch ook alweer 13 jaar. Een heel handige zet van Boskalis om haar naam te verbinden aan zo’n schoonmaak. 2.100 deelnemers verzamelden 4,6 ton afval, waarvan 51.863 sigarettenpeuken. Dat is dan afkomstig van een slordige hoeveelheid van 2.500 pakjes sigaretten.
De beroepsvisserij moet, uit een natuurlijk gegeven, juist samenwerken met Stichting De Noordzee en andere ngo’s?
Waarom kan dat niet of waarom lukt dat niet? Daarbij roep ik in herinnering dat de Waddenvereniging ooit samen met vissers is opgericht en Greenpeace in de beginjaren werd ondersteund door de visserijsector. Waar is het misgegaan? Ik merk dat er steeds meer en ook nadrukkelijker door natuur- en milieuorganisaties wordt geroepen dat het zo verschrikkelijk slecht gaat met de natuur, in dit geval op het zoute water. Dat is zo langzamerhand een ‘repeterende breuk’ geworden waar geen einde aan komt. Het lijkt ook een soort ‘verdienmodel’ te zijn geworden van de organisaties die daar een heel groot belang bij hebben. Het zo nadrukkelijk blijven roepen genereert geld en nog grotere bedragen. Een doorlopende ‘crowdfunding’ voor allerlei projecten die iets met de bescherming van de natuur van doen hebben. Stelling: draai het eens om! Stel dat het goed gaat met de natuur, dan kun je de betreffende organisatie afschalen, eventueel opheffen of op zijn minst consolideren. Tevens zal de forse geldstroom richting de natuurorganisaties, na verloop van tijd, opdrogen.
Voorop gesteld ben ik absoluut niet tegen mooie en gezonde natuur, maar wat stoort is het extreem benadrukken dat het zo slecht gaat en dit als ‘marketing-tool’ te gebruiken. In het bijzonder wanneer de visserij altijd in verband wordt gebracht (als veroorzaker) met de slechte staat van de natuur.
Waar waren de natuur- en milieuorganisaties toen wij in conclaaf waren met het ministerie van LVVN om maatregelen te nemen omtrent de stikstof-uitstoot. Letterlijk is aan tafel gezegd: ,,Dat interesseert ons helemaal niet, daar maken wij ons géén zorgen over.’’
Waar zijn de natuur- en milieuorganisaties wanneer wij strijden tegen de veroorzakers van PFAS in onze Westerschelde? We procederen tegen deze veroorzakers totdat we een ons wegen, maar we ontvangen geen enkele support van de natuurbeschermers. Hoe kan dat nou, of moeten we daarvoor op de knieën?
Waar waren de natuur- en milieuorganisaties om de perfect functionerende pulsvisserij te behouden? Deze innovatieve methode was notabene gepaard gegaan met wetenschappelijke onderbouwingen. We hebben het ze gevraagd, maar toen het kalf verdronken was kwam er pas een flutbriefje waarvan ik me de inhoud al niet eens meer kan herinneren. Een nietszeggend stukje proza naar een ontvanger die er niets meer mee kon. Veel te laat dus!
Ik kan zo nog wel even doorgaan, maar ik wil ook het hele verhaal vertellen.
Garnalenvergunning in de
gerechtelijke procedure
Het jaar 2026 zal betekenis moeten geven over de garnalenvergunning die een geldigheid moet krijgen van maar liefst 20 jaar. Alléén het feit dat een langjarige vergunning is uitgegeven was aanleiding voor de natuur- en milieuorganisaties om niet akkoord te gaan. Daarom is er beroep ingesteld en de rechter moet nu oordelen. Dat is in principe een laffe streek!
Waarom zeg ik dat? Omdat in de stukken van de natuur- en milieuorganisaties nu alles uit de kast wordt gehaald voor de beroepsprocedure. Elke mug wordt platgeslagen. Op elke slak wordt nu zout gelegd. Waar we samen met de natuur- en milieuorganisaties, de beide betrokken ministeries, de wetenschappers en de organisaties van de garnalenvisserij hebben opgetrokken, wordt nu een streep gehaald door alles wat eerder wel goed of goed genoeg werd bevonden.
Er was immers constructief overleg. Ook over de duur van de vergunning werd al veel langer gezegd dat we de garnalenvissers perspectief moeten kunnen bieden. De bewindvoerder van LVVN zei al veel langer: ,,Ik denk aan een vergunbaarheid voor een veel langere periode dan de huidige zes jaar opdat de vissers weten waar ze aan toe zijn, maar wel met tussentijdse momenten om de voortgang te toetsen.’’
Om de lezer even scherp te houden: ook de stikstofkwestie voor de garnalenvissers is nu voor de natuur- en milieuorganisaties opeens een belangrijk onderdeel van de beroepsprocedure. Daar waar het hen eerder geen snars kon schelen. De garnalenvisserij heeft op dit dossier vanaf dag één altijd keurig binnen de lijntjes gekleurd.
Dat de natuur- en milieuorganisaties blijkbaar voldoende geld overhouden om dit soort beroepsprocedures te kunnen voeren moet iets te maken hebben met het eerdergenoemde ‘verdienmodel’. Is een sanering van meer dan vijftig garnalenschepen dan onvoldoende een teken aan de wand dat de garnalensector wel héél fors reduceert? Een derde van de garnalenvloot gaat dus gewoon naar de schroothoop en de overblijvers mogen blijkbaar ook niet meer bestaan. Waar hebben we het over?
Geld overhouden om te kunnen procederen?
Rond de jaarwisseling hebben we gezien dat er mensen blij worden gemaakt met een lot uit de loterij. In dit geval de Postcodeloterij. Er zit echter ook een andere kant van het verhaal bij en dat is de verdeling van de overgebleven gelden voor de zogenaamde ‘goede doelen’. Dit zijn gewoon ‘openbare gegevens’. Het is niet mijn bedoeling deze organisaties aan de schandpaal te nagelen. Me dunkt dat je geld over kunt houden voor het voeren van beroepsprocedures wanneer dit soort bedragen op je lopende rekening worden bijgeschreven. Natuurlijk kloppen die boekhoudingen allemaal keurig, daar zal géén misverstand over zijn. Dit gaat alléén over de openbare feiten. Ik sluit niet uit dat er ook beroepsvissers zijn die meedoen aan de Postcodeloterij.
Focus houden
De Nederlandse samenleving wordt (deels) door de natuur- en milieuorganisaties categorisch op het verkeerde been gezet. In plaats van campagne voeren voor ‘voedsel van dichtbij’ is de kritiek niet van het schoolbord af te krijgen. De casus over het makreelquotum van de afgelopen Visserijraad is een schoolvoorbeeld hoe er door hen over gecommuniceerd wordt. In essentie is de sector het erover eens dat er iets totaal niet goed zit bij het ‘internationaal beheer’. Maar dan wordt er gecommuniceerd alsof de EU-Visserij aan overbevissing doet. Is het te moeilijk, is één van beide dom, of vertikken we het gewoon om open en eerlijk met elkaar te communiceren voordat we naar buiten treden? Wie speelt hier elke keer verstoppertje? Waar liggen de werkelijke prioriteiten om de natuur te beschermen en dat we dat samen kunnen doen? Waar zitten de vereende krachten om doelen te bereiken?
Kunnen we niet samen een agenda maken opdat een visserij die duurzaam is ook werkelijk lonend is om duurzaam te blijven? Het is veel ingewikkelder dan een buitenstaander denkt. Neem een voorbeeld aan HAK van de ‘groenten achter glas’:
‘HAK moet ervoor kiezen om haar biologische ambitie aan te passen. De reden hiervoor is de aanhoudende kostendruk. Het loont absoluut nog niet voldoende. HAK wil wel verder verduurzamen, maar de producten ook betaalbaar houden en stelt daarom haar bio ambitie bij. De fabrikant kiest nu voor een andere aanpak, waarbij de focus wel ligt op verdere verduurzaming van de lokale teelt. De afgelopen jaren heeft HAK de meerkosten voor biologische teelt zelf gedragen om extra prijsstijgingen te voorkomen. Door hogere kosten is dat financieel niet langer haalbaar. Ook blijven belangrijke verwachtingen, zoals een grotere vraag naar biologische producten en meer schaalgrootte, uit. HAK kiest er nu als alternatief voor om 15% biologisch te telen. Telers worden daarbij gecompenseerd voor hun extra inspanningen om duurzamer te telen’.
Dit is zo verschrikkelijk herkenbaar voor beroepsvissers in onze EU-wateren. Héél triest, maar wel waar. Daar zouden de natuur- en milieuorganisaties een enorme versterking kunnen zijn door samen te werken en focus houden om elkaar te kunnen waarderen in plaats van een loopgravenoorlog voeren via de rechters of de Raad van State.
Wanneer ‘voedsel van dichtbij’ niet de positie krijgt die het verdient zal de visserij van heel ver weg (veelal zonder strikte regelgeving) het winnen en worden de Nederlandse vissers langzaam (in omvang) uit de markt gedrukt. Wanneer er in de Chinese Zee (en overige zeeën en oceanen) meer dan 10.000 schepen kunnen blijven varen, zonder dat er maar enig objectief toezicht is, zal vis van heel ver weg het blijven winnen. Hoe die productiemethode daar is boeit de natuur- en milieuorganisaties blijkbaar niet? Om het in een breder verband met ons te bespreken komt niet in hen op, ondanks pogingen die daarvoor diverse malen zijn gedaan. Dan duiken ze onder!!
Het gevoel
Ik spreek met beroepsvissers en stel hun vragen over hun werk, over hun beleving, over hun liefde voor het vak en over hun dieper achterliggende doelen van het ondernemerschap. Over de veranderingen die ze in de natuur aantreffen. Over wat goed gaat en over wat fout gaat. Het is heel belangrijk te weten dat heel veel mensen aan de wal over de zee praten, maar heel vaak wordt vergeten om de mensen die daar dagelijks werken erbij te betrekken. Wat vinden zij van bepaalde dingen. Het is toch ook hun belang om continuïteit te bewerkstelligen. De gemiddelde visserman wil héél graag dat zijn kinderen het bedrijf kunnen voortzetten. Mooier gevoel is er immers niet.
Steeds meer kom ik in deze gesprekken de vergelijkingen tegen van de Indianen die in Noord-Amerika moesten wijken voor de nieuwe bevolking. De nieuwe bevolking is dan de denkbeeldige steeds grotere invloed van natuur- en milieuorganisaties, naast de aanleg van windmolenparken (de industrialisatie van de Noordzee). Deze laatsten worden steeds verder uitgerold. De aanleg gaat gepaard met het maken van een nieuwe ‘gecultiveerde natuur' die goed kan gedijen op het harde substraat, wat in veel gevallen daar eerder nooit is geweest.
Slot
Niemand kan zeggen dat er géén uitdagingen zijn voor 2026. Natuurlijk, die zijn er elk jaar. Ik heb goede moed dat we eervol onze positie als beroepsvisserij moeten behouden. Dat gaat soms gepaard met confrontatie, maar zeker ook via een juiste dialoog. Elkaar respecteren is een voorwaarde, maar wel elke keer je vingers blijven natellen en hard zijn (en blijven) op de inhoud. Zonder wrijving géén glans. Ik heb er ook in 2026 zin in om samen met elkaar de rijen te sluiten. U ook?
Johan K. Nooitgedagt, voorzitter
Nederlandse Vissersbond
jknooitgedagt@vissersbond.nl

