Wilt u een abonnement afsluiten, nieuws doorgeven, een advertentie plaatsen of online adverteren in Visserijnieuws? Klik dan hier.

WMR over vangstadviezen 2018

NOORDZEESCHOL

Benchmark

In 2017 is voor schol een zogenaamde ‘benchmark’ uitgevoerd. Tijdens een benchmark evalueren experts alle data en bestaande en alternatieve methodes om een toestandsbeoordeling voor een bepaald bestand uit te voeren. Dit vindt plaats in een afzonderlijk proces waar ook belanghebbenden bij betrokken zijn. VisNed was namens de Nederlandse visserij aanwezig bij de benchmark voor schol. Het doel van de benchmark is om overeenstemming te krijgen over het model en data die voor toekomstige toestandsbeoordelingen gebruikt zullen worden. Gemiddeld vindt er voor ieder bestand iedere vier tot vijf jaar een benchmark plaats.

Op grond van de benchmark voor schol is besloten om het gehanteerde model (XSA) voor het uitvoeren van de toestandsbeoordeling te vervangen door een nieuw model dat ontwikkeld is door Geert Aarts en Jan Jaap Poos van WMR. De belangrijkste reden hiervoor is dat de onzekerheden in dit model geschat kunnen worden. Ook is er besloten om een groter deel van de voor de Noordzee aanwezige bestandsopnames te gebruiken: zo worden onder andere nu ook de gegevens uit de International Bottom Trawl Survey (IBTS) meegenomen.

Het beeld van het bestand is door het toepassen van dit nieuwe model niet heel sterk veranderd. De gegevens uit 2016 wijzen echter wel op een lagere paaibiomassa (SSB) en iets hogere visserijdruk (F) dan eerder werd geschat.

Referentiepunten voor Noordzeeschol zijn na de benchmark in 2017 aangepast

De benchmark heeft ook geleid tot de aanpassing van een aantal referentiepunten die in de toestandsbeoordeling en het advies worden gebruikt. De tabel laat de nieuwe en de oude waardes voor de referentiepunten voor de visserijsterfte (F) en volwassenenbestand (SSB) zien.

Het MSY-niveau voor de visserijdruk (FMSY) is verhoogd naar FMSY 0.21 (dit was 0.19). MSY staat voor ‘Maximum Sustainable Yield’ (Maximaal Duurzame Oogst). De MSY-benadering betekent dat de visserijdruk of visserijsterfte (F) op zo’n niveau wordt gehouden dat vissers op een continue basis de maximale vangst die veilig van een bestand kan worden afgeroomd, kunnen realiseren. Wanneer ICES adviseert volgens de MSY-benadering betekent dit dat een vangstadvies wordt afgegeven dat gekoppeld is aan het referentiepunt voor FMSY. Tegelijkertijd moet de paaibiomassa (SSB) boven veilige referentiepunten worden gehouden (het voorzorgsniveau, Bpa, en/of de MSYBtrigger).

Wat is de MSYBtrigger precies?

De MSYBtrigger is de ondergrens die gekoppeld is aan de bandbreedte die rond de maximum duurzame paaibiomassa (BMSY) zit. Het is de grens van het veilige biologische niveau. Voor bestanden waarvoor geen MSYBtrigger is vastgesteld, geldt dat de MSYBtrigger gelijk wordt gesteld aan het voorzorgsniveau (Bpa).

Zolang een visbestand boven MSYBtrigger is, adviseert ICES vangsten die overeenkomen met een visserijsterfte die gelijk is aan FMSY. Als een bestand op of onder de MSYBtrigger komt, dan adviseert ICES op grond van de MSY-benadering om verdere acties te nemen: het advies zal dan gebaseerd zijn op een visserijsterfte die lager is dan FMSY. Voor schol was tot dit jaar MSYBtrigger gelijk aan Bpa (230.000 ton).

Indien een bestand minimaal vijf achtereenvolgende jaren op FMSY-niveau wordt bevist, is de ICES-richtlijn dat er een herijking van het referentiepunt voor de MSYBtrigger plaatsvindt. Deze trigger is in eerste instantie gebaseerd op de verwachte minimale bestandsgrootte als de visserijsterfte gelijk is aan FMSY. Mocht de huidige bestandsgrootte onder die verwachte minimale bestandsgrootte liggen, dan wordt MSYBtrigger vastgesteld op 71% van de geschatte SSB op dat moment.

De aanpassing van het referentiepunt voor de MSYBtrigger is niet het gevolg van de benchmark, maar van het toepassen van een adviesregel die ICES hanteert voor bestanden die vijf achtereenvolgende jaren op of onder FMSY worden bevist.

ICES adviseert om de vangsten voor schol met 35% te verlagen. Dit terwijl het bestand nog verder gegroeid is en de visserijdruk (F) al jaren op het maximaal duurzame oogst (MSY) niveau zit. Hoe kan dat?

Op verzoek van de Europese Commissie is het advies van ICES voor Noordzeeschol voor 2018 opnieuw gebaseerd op de MSY-benadering en niet op basis van het bestaande langetermijnbeheerplan voor schol en tong in de Noordzee. Vorig jaar (advies voor 2017) werd het scholadvies voor de eerste keer op basis van de MSY-benadering gegeven.

Het advies voor 2018 betekent dat er in totaal 134.238 ton schol gevangen mag worden (maatse en ondermaatse schol) en dat er 94.866 ton aangeland mag worden (maatse schol). Het vangstadvies is een verlaging van 35% op basis van de MSY-benadering. De vangstoptie volgens het beheerplan is op verzoek van de Europese Commissie wél in de vangstoptietabel in het advies overgenomen en vertaalt zich in een verlaging van 11%.

De forse geadviseerde verlaging voor 2018 ligt niet aan een afname van het bestand (de SSB blijft ongeveer gelijk), niet aan te hoge visserijdruk en ook niet aan de bijstelling van de referentiepunten voor FMSY of de MSYBtrigger; het verschil wordt vooral verklaard door de 2016 gegevens.

De maximum toegestane vangsthoeveelheid (TAC, maatse vis) voor 2016 is vastgesteld op basis van het doel voor de visserijsterfte in het beheerplan. Het beheerplandoel is F = 0.3. In werkelijkheid lag de (waargenomen) visserijdruk in 2016 op ongeveer F = 0.2. De TAC is in 2016 niet opgevist. Het advies voor 2017 was op basis van de MSY-benadering een verlaging van 15%.

In het advies voor schol voor 2017 (wat in 2016 is afgegeven) zou F toenemen met ongeveer 11% (F ~0.17, FMSY was 0.19). Na de benchmark in 2017 is de FMSY bijgesteld naar 0.21. Deze FMSY 0.21 is de basis voor het advies voor 2018. De schatting van de F in het meest recente assessment jaar is echter naar boven bijgesteld, en is nu ongeveer 0.20. Dat betekent dat de vangstmogelijkheden in het advies minder mogen toenemen dan vorig jaar.

Uit een vergelijking van het TAC-advies in de vorm van aanlandingen (‘wanted catch’) met de daadwerkelijke aanlandingen in de afgelopen jaren is te zien dat deze min of meer met elkaar in lijn zijn: de vloot heeft gevist op ~F0.2 (welke resulteerde in de waargenomen gewenste vangst en ongewenste vangsten/discards). Het advies voor 2018 is nu ook om op ~F0.2 (FMSY 0.21) te vissen. De voorgaande jaren waren de vastgestelde TACs echter steeds gekoppeld aan een hogere visserijdruk. Dit kwam deels omdat het ICES-advies niet werd gevolgd en deels omdat vóór 2017 het beheerplan werd gevolgd dat een hogere F dan de huidige FMSY kende. Daarnaast is de aanwas van jonge vis in de laatste drie jaar niet zo hoog als in de drie jaren daarvoor. Het advies voor 2018 is gebaseerd op de ‘tussenjaar aanname’ (2017) van aanlandingen van 96.767 ton. De SSB voor 2018 is geschat op 959.446 ton.

Waarom ligt de MSYBtrigger nu 2.5 keer hoger dan de oude MSYBtrigger terwijl het bestand alleen maar groeit en de visserijdruk al jaren op FMSY zit?

ICES heeft een zogenaamde adviesregel die stelt dat als een bestand gedurende vijf achtereenvolgende jaren op FMSY-niveau is bevist, de MSYBtrigger moet worden aangepast. Het volgen van de ICES-adviesregel leidde tot een referentiewaarde voor de MSYBtrigger van 564.599 ton. In de eerdere toestandsbeoordelingen was er nog geen afzonderlijke MSYBtrigger vastgesteld en was deze daarmee gelijk aan het voorzorgsniveau voor de paaibiomassa (Bpa; oude waarde 230.000 ton).

Deze MSYBtrigger van bijna 565.000 ton ligt boven de bestandsgrootte die in de laatste 60 jaar waargenomen is. Het bestand zou in plaats van verder door te groeien wat kunnen afnemen als gevolg van verminderde groeisnelheid als gevolg van te hoge dichtheden schol. De platvisexperts van Wageningen Marine Research hebben daarom aan de expertgroep die belast is met de toestandsbeoordelingen voor de Noordzee (WGNSSK) voorgesteld om een lager niveau te kiezen. Dit alternatieve niveau is gebaseerd op een schatting van de biomassa over een periode met een veel lagere visserijsterfte en een hoge SSB: het jaar 1962. In dat geval zou de MSYBtrigger uitkomen op 481.500 ton. Deze alternatieve methode – die dus afwijkt van de gangbare aanpak binnen ICES volgens de richtlijnen - is na veel discussie overgenomen door de WGNSSK.

De groep die de adviezen voorbereid, heeft na uitvoerige discussie echter besloten om de ICES-richtlijnen te volgen en het alternatief van de WGNSSK niet te volgen. Tijdens de vergadering van het Advisory Committee (ACOM) is het punt nogmaals aan de orde gesteld door Nederland. Vervolgens is besloten dat voor nu de richtlijn wordt gevolgd, maar dat deze in de ACOM-vergadering eind november zal worden geëvalueerd.

Gezien de enorme omvang van het scholbestand en de lage visserijdruk is de verwachting niet dat het bestand plotseling zal kelderen naar dit MSYBtrigger-niveau (en dan aanvullende beheermaatregelen teweeg brengt). Het visserijadvies voor schol is niet beïnvloed door de nieuwe MSYBtrigger en zou hetzelfde zijn geweest met de oude waarde.

Maximum Sustainable Yield, MSY

MSY staat voor ‘Maximum Sustainable Yield’ (Maximaal Duurzame Oogst). MSY betekent dat de visserijdruk of visserijsterfte (F) op zo’n niveau wordt gehouden dat vissers op een continue basis de maximale vangst die veilig van een bestand kan worden afgeroomd, kunnen realiseren. Wanneer ICES adviseert volgens de MSY-benadering betekent dit dat een vangstadvies wordt afgegeven dat gekoppeld is aan het referentiepunt voor maximum duurzame visserijsterfte (FMSY). Tegelijkertijd moet de paaibiomassa (SBB) boven veilige referentiepunten worden gehouden (het voorzorgsniveau, Bpa, en/of de MSYBtrigger).

Is FMSY een vast punt? Nee. Onder andere door natuurlijke fluctuaties in de visbestanden is het niet mogelijk om een vast FMSY-punt vast te stellen. Er zit altijd een bandbreedte (‘range’) om de FMSY-waarde. ICES heeft op verzoek van de Europese Commissie voor een groot deel van de bestanden advies gegeven over de onder- en bovengrens van deze bandbreedte. Indien de visserijsterfte zich binnen de bandbreedte voor FMSY bevindt, is de visserijdruk op een duurzaam niveau.

Op verzoek van de Europese Commissie zijn de vangstadviezen die behoren bij de onder- en bovengrens van FMSY niet meegenomen in de tabel met vangstopties voor de adviezen voor de Noordzeevisbestanden. Dit zal pas plaatsvinden op het moment dat het nieuwe meerjaren beheerplan voor de gemengde Noordzeevisserij in werking is getreden.

De referentiewaardes voor FMSY worden periodiek geëvalueerd, meestal naar aanleiding van een zogenaamde ‘benchmark’.

TARBOT

Het advies voor tarbot zal pas in oktober worden afgegeven. Waarom kan er nu geen advies gegeven worden voor tarbot? Vorig jaar en de jaren daarvoor is er toch ook steeds advies gegeven. Wat is er veranderd?

Tarbot is een ‘data limited stock’: een bestand waarvoor weinig gegevens beschikbaar zijn. De bestandsschatting voor tarbot wordt gebruikt om een indruk te krijgen van de recente trend in biomassa (SSB). Deze bestandsschatting is ontwikkeld in 2015. Sinds 2015 laat deze bestandsschatting echter elk jaar een substantiële en structurele bijstelling zien, waarbij de SSB omhoog wordt bijgesteld. Deze afwijking kan mogelijk gecorrigeerd worden met behulp van een verbetering van het model, maar daarvoor is eerst een benchmark nodig waarin de verschillende model instellingen en gegevens worden gevalideerd met behulp van onafhankelijke experts. Deze benchmark vindt in de zomer van 2017 plaats. VisNed neemt namens de Nederlandse sector deel aan de benchmark.

Wat is er nodig om de toestandsbeoordeling voor tarbot te verbeteren?

Voor een deel zal dit blijken uit de benchmark die deze zomer wordt gehouden. Daarnaast adviseert ICES al enige jaren dat het uitvoeren van een gerichte survey voor tarbot en griet een belangrijke bijdrage zal leveren aan het verbeteren van de kwaliteit van de gegevens en daarmee de toestandsbeoordeling.


Referentiepunt Betekenis Nieuwe waarde (2017) Oude waarde (tot 2017)
FMSY De visserijdruk die op lange termijn de maximaal duurzame vangst geeft. 0.21 0.19
Fpa Voorzorgsniveau. De ondergrens van een veilige visserijdruk (boven dit niveau is er verhoogd risico op overbevissing). 0.369 0.45
Flim Boven dit niveau van visserijdruk is er sprake van overbevissing. 0.516 0.63
FMSYupper Bovengrens waarin de visserijdruk nog op duurzaam niveau zit (FMSY) 0.30 0.27
FMSYlower Ondergrens FMSY 0.146 0.13
MSYBtrigger Ondergrens bandbreedte rond maximaal duurzame paaibiomassa (BMSY). 564.599 ton Gelijk aan oude Bpa (230.000t)
Bpa Voorzorgsniveau paaibiomassa (SSB). Hieronder is er risico dat de voortplanting in gevaar komt. 290.203 ton 230.000 ton
Blim Niveau waaronder de voortplanting in gevaar is. 207.288 ton 160.000 ton