Wilt u een abonnement afsluiten, nieuws doorgeven, een advertentie plaatsen of online adverteren in Visserijnieuws? Klik dan hier.

Windenergie: Noordzeemilieu én vissers het kind van de rekening

DEN HELDER – Alle hens aan dek, want de Noordzee dreigt met roekeloze snelheid volgezet te worden met windmolens. Overheden en natuurorganisaties kraaien het uit van enthousiasme. Meer, meer en nog eens meer, als het aan de energiereuzen ligt. En daarbovenop tal van ‘stekker-eilanden’. Vadertje staat betaalt wel, maar via de portemonnee van de burger; bedrijven staan dus in de rij. Visserijorganisaties (in de volle breedte) zitten sinds januari wekelijks aan tafel met diezelfde overheid, milieuorganisaties, windenergie en heel veel andere Noordzee gebruikers om te komen tot een Nederlands Noordzee-akkoord.

In dat proces moet visserij gedwongen schipperen. Niet alleen het verlies van visgronden doet zeer, er is ook veel druk voor nog meer natuurgebieden op de Nederlandse Noordzee. En dat allemaal voor de redding van de biodiversiteit en het klimaat. En waar de visserij al decennia geremd wordt vanuit het voorzorgsbeginsel om de natuur te ontzien, blijkt toepassing van dit beginsel voor windmolenparken helemaal niet zo nodig te zijn. Niet zonder reden vrezen visserijorganisaties dat én het Noordzeemilieu én de vissers het kind van de rekening kunnen worden. Directeur Pim Visser van VisNed trekt aan de bel.

,,De omschakeling naar ’hernieuwbare energie’ gaat gepaard met de bouw van enorme aantallen windturbines. Een eerste aanzet van de bouw van enorme windparken is zichtbaar op de hele Noordzee, op zowel het Belgische, Britse, Duitse, Deense en Nederlandse continentaal plat. Maar wat de vissers er nu van merken is nog maar het allereerste beginnetje.

22.500

‘22.500 windmolens nodig op Noordzee’, aldus North Sea Wind Power Hub in De Telegraaf van 9 juli 2019. Het is logisch dat North Sea Wind Power Hub dit zegt. Deze club bestaat uit TenneT, Gasunie, Port of Rotterdam en Energinet, allemaal partijen die financiële belangen hebben bij de grootschalige uitrol van wind op zee. Zij pleiten niet alleen voor een nog snellere uitrol van wind op zee, maar ook voor een groot aantal knooppunten op zee in de vorm van eilanden, drijvende structuren of platforms. Die zijn nodig, want al die opgewekte stroom kan niet zomaar aan wal gebracht worden. Op grotere afstand van de kust moet wisselstroom van de turbine eerst omgezet worden in gelijkstroom voor ze zonder te grote verliezen richting kust kan komen. Al die stroom kan ook maar voor een heel beperkt deel via hoogspanningskabels bij de gebruikers, de industrie terecht komen. Er is simpelweg geen hoogspanningsnet wat voldoende vervoerscapaciteit heeft. Er is op zee dus plek nodig om  stroom om te zetten of om er (in de toekomst) waterstof van te maken die dan via pijpleidingen naar de kust gebracht kan worden.

Pim Visser.Pim Visser.

Het klinkt allemaal futuristisch en de ouderen onder ons kunnen zich er prachtige tekeningen van de gebroeders Robbert en Rudolf Das bij voorstellen. Die tekeningen die vooral voor vissers een schrikbeeld zijn, want als al die plannen door gaan, dan is zomaar 25 procent van de Noordzee volgebouwd met windparken en dus niet meer bevisbaar. Komt nog bij dat natuurgebieden en scheepvaartroutes ook nog eens niet bevisbaar zijn en het rampscenario voor de visserij ontvouwt zich voor onze ogen.

Verdienmodel

Offshore wind is een verdienmodel en geen filantropisch project om het klimaat te redden. De kosten zijn enorm, terwijl de rendabiliteit nog sterk ter discussie staat. ,,Structureel is de offshore windenergie geen rendabele markt’’, aldus de topman van Boskalis in maart 2019 in Het Financieele Dagblad.

22.500 windmolens. Dat is nogal wat! Op land hebben we het met de huidige plannen op het Nederlandse deel al over het volbouwen van Noord-Holland en Zuid-Holland, van Den Helder tot Rotterdam. Maar de kosten van wind op zee zijn groter dan de kosten die de burger meebetaalt aan de energietransitie, via allerlei subsidies aan de windboeren en netbeheerders.

Het ministerie van Economische Zaken & Klimaat en energiemaatschappij Vattenfall berichtten op 10 juli jl. euforisch dat het tweede ‘subsidieloze’ windpark gebouwd zal worden. De kosten voor benodigde kabels, transformatorstations en logistiek worden echter gedragen door TenneT, een bedrijf waarvan de Nederlandse overheid 100 procent aandeelhouder is. Die betaalt de burger dus Maar daar blijft het niet bij, want de overheid draagt ook alle extra kosten voor nautische veiligheid, voorbereidingskosten, onderzoeken en gevolgschade. Subsidie heet echter geen subsidie als je het geen subsidie noemt.

De kosten voor wind op zee zijn veel groter dan de ruimtelijke claim, die zorgt voor meer drukte en minder veiligheid op zee. De kosten zijn veel groter dan alleen het verlies aan visgronden, waar onze vissers op duurzame wijze de rente van supergezonde bestanden af vissen. De kosten zijn mogelijkerwijs dat wij ons ecosysteem om zeep helpen.

Voorzorgsbeginsel

Ieder gebruik van de Noordzee wordt zorgvuldig getoetst op ecologische en economische impact. Milieu effect rapportages, passende beoordelingen, impactstudies en noem maar op. Daarbij is het motto ‘bij twijfel niet inhalen’ leidend. Dat heet ‘het voorzorgsbeginsel’. Daar worden we als visserij keer op keer mee geconfronteerd. Ook als er bijvoorbeeld flink wat gegevens zijn over visbestanden, maar te weinig tijdseries, of geen voorspellingsmodellen, wordt om het hardst geroepen om voorzichtigheid te betrachten, meteen gevolgd door een oproep om quota te korten. Maar voor windparken op zee geldt dit niet, integendeel. Met euforisch ronkend enthousiasme wordt een duurzame toekomst gepredikt. Om meteen daarna een programma aan te prijzen wat de Wind op Zee-plannen met roekeloze snelheid uitrolt.

Vissersprotest vorig jaar zomer in de hoofdstad Amsterdam tegen de oprukkende windindustrie op zee. Waar is het voorzorgsbeginsel?Vissersprotest vorig jaar zomer in de hoofdstad Amsterdam tegen de oprukkende windindustrie op zee. Waar is het voorzorgsbeginsel?

Roekeloos, want in april van dit jaar bracht onderzoeksinstituut Deltares naar buiten dat de bouw van windmolens in zee grote (structurele) effecten kan hebben op de onderwaternatuur. Stromingen in het water en in de lucht, zoutgehaltes en algengroei worden beïnvloed. Stromingen die ook debet zijn aan het finaal mislukken van het experiment van natuurorganisaties om oesters uit te zetten in windparken, een bericht wat ook vorige week naar buiten kwam.

Weloverwogen

Alle alarmbellen zouden moeten af gaan. Maar nee, in plaats daarvan gaan de plannen door.  En wat als er straks geen vis meer in zee zwemt, alle vogels en vleermuizen uit de lucht gemept zijn en het ecosysteem van onderaf veranderd is? Is het dan ‘foutje bedankt’? Zijn degenen die nu verantwoordelijk dragen tegen die tijd gevlogen naar nieuwe posten in nieuwe sectoren?

We hebben geen ronkende persberichten over 22.500 windmolens nodig. Wat we wel nodig hebben zijn verantwoorde berekeningen, goed onderzoek en weloverwogen keuzes. In een tempo wat iedereen bij kan houden. Een ontwikkeling ‘met de hand aan de kraan’ Zodat er zo nodig op tijd bijgestuurd kan worden. Zodat we straks niet zitten met 22.500 windmolens en een lege en verwoeste Noordzee. Want van de wind alleen kan niemand leven.”