Wilt u een abonnement afsluiten, nieuws doorgeven, een advertentie plaatsen of online adverteren in Visserijnieuws? Klik dan hier.
Onderzoeksproject ‘Best Practices’ in kader van aanlandplicht

Wetenschappelijk stempel waardevol voor rek en ruimte

IJMUIDEN – Rek en ruimte in de aanlandplicht is gezocht en met uitzonderingen voorlopig ook gekregen. Dankzij heel veel inspanningen vanuit de sector en onderzoeksgeld van de overheid. Wat hebben we nu geleerd?

Vrijdagmiddag vond in Hotel Augusta in oud-IJmuiden de afsluitende bijeenkomst plaats van het (vervolg)project Best Practices II. In Best Practises zijn de consequenties van een onverkort handhaven van de aanlandplicht voor gequoteerde vissoorten onderzocht. Hoofdconclusie is dat zo’n aanlandplicht praktisch en financieel niet uitvoerbaar is voor de Nederlandse kottervloot en ook niet handhaafbaar zal blijken te zijn. ,,Die doembeelden hadden we vooraf ook. Maar nu staat er een wetenschappelijk onderbouwd stempeltje op. Meningen zijn feiten geworden die waarde hebben voor een geïnformeerde discussie in en met Brussel’’, zegt VisNed-directeur Pim Visser. VisNed is opdrachtgever van het grootschalige project.

Een handvol aanvullende onderzoeken met een zee aan informatie passeerde vrijdagmiddag de revue. Wouter van Broekhoven (VisNed) sprak over de praktische consequenties van de aanlandplicht aan boord, Jurgen Batsleer (WMR) over de gevolgen van het verlagen van de minimummaat van schol van 27 naar 25 centimeter, Thomas Brunel (WMR) over de spreiding in ruimte en tijd van discards, Ruben Verkempynck (WMR) over de invloed op bestandsschattingen en Geert Hoekstra en Katell Hamon (allebei Wageningen Economic Research) over de economische effecten van de aanlandplicht op de korte en lange termijn voor de kottervloot.

Maaswijdte en maat

Schippers en bemanningen hebben gedurende 13 zogenoemde discardreizen in de jaren 2016-2018 hun nek durven uitsteken. Met waarnemers aan boord en naderhand in de afslag zijn volledige vangsten doorgemeten. Giga-klussen bleken het te zijn. Soms was het zelf schrikken van de hoeveelheid discards. Feit 1: de hoeveelheid discards kan per trek sterk verschillen, er komen verschillen voor van 25 tot 500 kilo per trek. Feit 2: het overgrote deel van de discards bestaat uit schol, namelijk gemiddeld 62 procent. Rog en wijting maken elk gemiddeld 12 procent van de discards uit. Feit 3: om de werkdruk aan boord gelijk te houden zijn op platviskotters met 80 mm-maaswijdte 3,6 bemanningsleden extra nodig voor het verwerken van de discards. Daarbovenop zal verwerking van die discards aan de wal per reis gemiddeld 1.568 euro kosten.

Het schrappen van schar als gequoteerde vissoort heeft de problematiek van de aanlandplicht een stuk lichter gemaakt. Concreet is verder onderzocht wat het effect is op de hoeveelheid discards van het met 2 centimeter verlagen van de minimummaat voor schol. Om dit te onderzoeken zijn naast genoemde discardreizen middels selfsampling ook jarenlang aan boord monsters genomen. Het bleek dat 19-34 procent van de scholvangst tussen de 25 en 27 centimeter is. Hoofdconclusie: het verlagen van de minimummaat reduceert de hoeveelheid scholdiscards met 20-25 procent. Andersom: de hoeveelheid consumptieschol zou de afgelopen jaren gemiddeld circa 6.460 ton groter zijn geweest. De marktomstandigheden zijn volgens Pim Visser inmiddels zo dat de handel deze extra kleine schol ook best zou willen afnemen.

De discards zijn ook geanalyseerd op het niveau van de visbestekken en per kwartaal, waarbij gekeken is naar de invloed van de watertemperatuur, de waterdiepte, de bodemstructuur en de maanstand. In alle variatie blijken de patronen voor tong en schol vrij constant te zijn. Met andere woorden: er zijn geen bestekken waar gericht en rendabel gevist kan worden zonder noemenswaardige bijvangst van ondermaatse schol of tong. Met schar blijkt dat anders te zijn: de hoeveelheid discards verschilt nogal per seizoen. Tarbot en rog laten een stijgende trend in discards zien. En wijtingdiscards blijken nogal variabel te zijn, er zijn grote pieken te zien.

Ook het effect van het (puls) vissen met 80 danwel 90 millimeter is onderzocht. Wanneer met de wijdere maaswijdte wordt gevist dan verspeel je 14-25 procent van de maatse tongvangst, terwijl je hooguit 4-25 procent scholdiscards reduceert. Als je met het oog op het beschikbare quotum de vangst gelijk wil houden bij gebruik van een wijdere maaswijdte, dan moet je dus veel meer inspanning leveren, wat meer discards tot gevolg zal hebben. Conclusie Jurgen Batsleer voor de korte termijn: met 90 mm vissen is zowel economisch als ecologisch ongunstiger dan met 80 mm vissen. Op langere termijn zou de vangst van maatse tong wel iets kunnen toenemen, maar gaat dit gepaard met een stijging van de hoeveelheid scholdiscards.

Strikte implementatie van de aanlandplicht zal economisch gezien desastreuze gevolgen hebben voor met name de Eurokotters. Die duiken dan met een negatief resultaat van 220.000 euro diep in het rood. De grote kotters zouden de goede winsten van de afgelopen jaren zien verdampen. Wanneer beleidsmakers een maaswijde van 90 mm zouden verplichten, dan zouden ook de grote kotters rode cijfers gaan schrijven.

Wat nu, met deze stroom aan informatie? Pim Visser: ,,Wij willen naar een werkbare discardban inclusief registratie in plaats van een aanlandplicht. Met het aanstaande Fully Documented Fisheries- cameraproject geven we daarvoor een eerste aanzet.’’