Wilt u een abonnement afsluiten, nieuws doorgeven, een advertentie plaatsen of online adverteren in Visserijnieuws? Klik dan hier.
Kamervragen over onrust op kottervloot

Weinig discards aangeland en geregistreerd

DEN HAAG – Gedurende het eerste half jaar van 2016 is door Nederlandse vissers een kleine 2.000 ton discards aangeland dan wel geregistreerd. Het streven van Nederland blijft om de controle op de aanlandplicht voor alle vissers gelijk te maken, maar dit is nog geen gelopen race.

Dat onder meer antwoordt staatssecretaris Martijn van Dijn deze week op vragen van kamerleden van diverse fracties, gesteld tijdens het schriftelijk Overleg Landbouw- en Visserijraad van 12 juli. Volgens Van Dam hebben Nederlandse vissers in het eerste half jaar circa 1.520 ton ondermaatse vis aangeland van soorten waarvoor een aanlandplicht geldt. Dat is ongeveer 1,3 procent van de totale vangsten. Daarnaast is in diezelfde periode circa 400 ton vis (0,33 procent van de totale vangsten) geregistreerd als discards. Deze vis is teruggezet en niet aangeland.

In zijn brief van afgelopen dinsdag aan de Tweede Kamer beantwoordt Van Dam veel vragen over de stand van zaken met betrekking tot het toezicht. Van Dam daarover: ,,De lidstaten die vissen in de Noordzee en de Noordwestelijke wateren zijn het erover eens dat continue monitoring van naleving van de (pelagische) aanlandplicht het meest effectief is. De redenering hierachter is dat vissers een financiële prikkel hebben om vis overboord te gooien, de maatregel weinig draagvlak heeft en het risico op overtreding daarmee relatief groot is.’’

Voor die continue monitoring zijn twee controle-instrumenten in beeld: camera’s en observers. Omdat die laatste optie erg kostbaar is lijkt de invoering van cameratoezicht het meest effectieve en kostenefficiënte controle-instrument, aldus Van Dam. ,,Inhoudelijk zijn landen het over bovenstaande wel eens, maar het is vooral de manier waarop met de verkregen beelden/data wordt omgegaan wat gevoelig ligt. Sommige landen willen dat alleen de vlagstaat die data ontvangt, terwijl kuststaten die veel te maken hebben met de controle op buitenlandse visserijvaartuigen in hun wateren ook graag deze data ontvangen.’’

Het is nog niet gelukt om alle lidstaten op één lijn te krijgen. Van Dam zal zich hiervoor blijven inzetten. ,,In de tussentijd zal de controle op de aanlandplicht plaatsvinden met de inzet en middelen die reeds beschikbaar zijn, zoals controles op zee. Wat dat betreft zijn er overigens geen grote verschillen te zien tussen Nederland en andere lidstaten.’’

EMK

De VVD stelt vragen naar aanleiding van de onrust in de sector over ondermeer de discardban en het verlies van visgronden, feitelijk de totstandkoming van het actiecomité EMK dus. Van Dam benadrukt dat hij de sector betrekt bij het instellen van beschermde gebieden op zee en het vinden van nieuwe mogelijkheden binnen windmolenparken. Eind 2015 heeft het kabinet een besluit genomen om doorvaart en medegebruik toe te staan voor vaartuigen kleiner dan 24 meter. ,,Gestreefd wordt om in het voorjaar van 2017 de doorvaart van deze vaartuigen toe te staan, en daarnaast met pilots voor medegebruik binnen windmolenparken te starten. Alle belanghebbenden, dus ook de visserijsector, zijn bij de voorbereidingen van dit besluit betrokken en zullen dat blijven bij de monitoring van de activiteiten. De visserijsector wordt ook betrokken bij de evaluatie van de openstelling van windmolenparken in 2019.’’