Wilt u een abonnement afsluiten, nieuws doorgeven, een advertentie plaatsen of online adverteren in Visserijnieuws? Klik dan hier.
Historicus Frits Loomeijer:

Visserij moet maritieme vrienden maken

LAUWERSOOG/ROTTERDAM – De visserijsector doet er zeer verstandig aan vrienden te zoeken in de maritieme wereld, adviseert historicus Frits Loomeijer. De sector moet er voor oppassen niet op een eiland te komen staan. Samen sta je altijd sterker.

‘And the sun is shining down on me’. Onder die klanken draaide in de jaren zeventig in de bioscopen een commercial van Drum, een van de meest verkochte soorten shag in Nederland, destijds nog van het merk Douwe Egberts. Intussen verschenen nostalgische zwart-wit beelden van Katwijker Noordzeekotters op het grote doek.

De wereld is veranderd. Reclame maken voor tabak is not done. En ook het imago van de visserij is niet meer wat het was, misschien zelfs wel gekanteld. Nederlanders spiegelen zich niet meer aan de stoere en avontuurlijke visserijwereld, zoals dat in tijden van de Drum-commercial nog wel het geval was.

Frits Loomeijer reflecteerde op uitnodiging tijdens de jaarvergadering van vissersvereniging Hulp in Nood aan de haven van Lauwersoog over het zelfbeeld van de visserij, de actualiteit en de toekomst. De historicus is afkomstig uit Groningen, voer ooit enkele jaren als opstapper op een Urker kotter, was jarenlang directeur van het (toen nog) Visserijmuseum Vlaardingen en het Maritiem Museum Rotterdam en woont alweer jarenlang op een woonboot in de Maasstad. Hij werkt momenteel aan een dikke pil over de Nederlandse visserijgeschiedenis vanaf de mechanisering eind 19de eeuw tot de Brexit.

 

Negatief

Er is de afgelopen decennia wel wat gebeurd! , houdt Loomeijer zijn gehoor voor. Als je vandaag de dag googelt op het woord visserij dan krijg je een zee aan vooral negatieve berichten uit de media onder ogen, niet iets om vrolijk van te worden. Loomeijer haalde de krantenkoppen in de zaal van restaurette Schierzicht even tevoorschijn. De maatschappelijke druk op de visserijsector is toegenomen.

Intussen zetten klimaatveranderingen, havenuitbreidingen, natuurbescherming en industrieel gebruik van de Noordzee ook druk op de visserij. Denk bijvoorbeeld aan de recente discussie in de Europese Unie over een verbod op bodemberoerende visserij. Loomeijer voorspelt dat dit niet bij theorie blijft. Intussen beroeren ook de energiemarkt en bemanningsproblemen de sector. Loomeijer maakte afgelopen zomer een foto van tientallen Filipijnse visserlui op de haven van Harlingen, een beeld dat rond de eeuwwisseling niet voor te stellen was.

Was voorheen dan alles beter? Was die goeie ouwe tijd echt goed? Nostalgische beelden doen het goed, maar die medaille kent ook een andere kant. Een zwarte kant van armoede. Zoutkamp kende ooit een trawlervloot, maar een succes kon dat bepaald niet genoemd worden, noemde Loomeijer als voorbeeld.

 

Visprijzen

Die andere kant heeft ook te maken met de markt. Vis was tot eind jaren vijftig/begin jaren zestig letterlijk geen stuiver waard. Met grafieken liet Loomeijer zien dat pas in de jaren zeventig de gulden door de kilo heen ging, met andere woorden: dat vis gemiddeld pakweg een halve euro opbracht. De prijsstijging zette door en de grafiek schiet tot de jaren negentig als een raket omhoog. Vis werd van armeluisvoedsel bijkans een luxe product, ondanks een toenemende aanvoer door de (boomkor)vloot. Vissers verdienden een dikke boterham. Die prijsstijging had volgens Loomeijer alles te maken met de vrije export dankzij oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (EEG) in 1957, de voorloper van de Europese Unie. Dankzij die EEG kon er toen naar Frankrijk, Italië, Duitsland en later ook Spanje worden geëxporteerd.

Met het goed verdiende geld en daarbovenop overheidspremies kwam een enorme schaalvergroting in de boomkorvloot op gang. Werven en motorenleveranciers profiteerden. Tot de grens van 4.000 pk werd overschreden. Dat kon niet goed blijven gaan, zeker bij stijgende olieprijzen. De wal keerde het schip. Saneringsregelingen volgden.

 

Oudste rechten?

Loomeijer toonde twee portretten: die van Riekelt Brands in 1952 (voorzitter van de Nederlandse Vissersbond) en Jaap Zwartveld in 1987 (toen directeur van de visafslag Lauwersoog). Mensen van hun tijd. Brands zat in de commissie Tinbergen, die adviseerde om de maaswijdte te verhogen van 7 naar 8 centimeter. De Urker bestuurder tekende er niet voor, uit vrees voor een faillissementsgolf in de visserij. Zwartveld werd aangehouden in verband met dubbele boekhoudingen. Visserij werd landelijk bekend vanwege quota-overschrijdingen en grijze markten.

De wereld draait door, ook de visserijwereld. Vissers beroepen zich erop dat ze de oudste gebruikers van de Noordzee zijn, maar met elkaar overschreeuwen koop je daar geen rechten voor. En met alle respect voor EMK; ook met (vriendelijke) demonstraties tegen groene leugens kom je volgens Loomeijer niet veel verder. Met een zakje Fisherman’s Friends in handen vraagt Loomeijer zich oprecht af: ,,Hoeveel vrienden heeft de visserij echt?’’

De trein rijdt verder, ook als vissers niet aan tafel zitten. Het Parijse (klimaat)akkoord en de Green Deal van de Europese Commissie zetten een blijvend stempel, ook op de Noordzee als eeuwenoud jachtterrein voor de visserij. De belangen zijn groot, een strijd daartegen gaat de visserij van z’n levensdagen niet winnen, verzekert Loomeijer. De tijd dat op de lagere school nog verteld werd over haringvisserij als Hollands glorie en eerlijke hardwerkende vissers helden waren die de bevolking voorzien van het zilver uit de zee is voorbij.

 

Klein geworden

De visserij is klein geworden. Zijn er nog duizend Nederlandse vissers op de Nederlandse kottervloot? Het aantal fietsenmakers is vele malen groter, ook in economisch opzicht. Maar Calimerogedrag van de visserij die zich als klein eendje tekort gedaan voelt zal de sector niet baten. De visserij moet zich herpositioneren, is de boodschap. Want er komen meer windmolens op zee. En niet alleen op de Noordzee, ook in Het Kanaal, waar Franse vissers tevergeefs protesteren tegen Van Oord.

Loomeijer wil helder zijn, niet pessimistisch. Ondanks alle bedreigingen – die op de keeper beschouwd ook niet allemaal nieuw zijn, vroeger klaagden vissers ook – wil Loomeijer met een hart voor de visserij ook hoop bieden. Zo biedt de markt vissers blijvend kansen, afzetkanalen blijven groeien. Loomeijer zelf haalt tegenwoordig een lekker harinkje bij de Aldi; daar moest hij tien jaar geleden niet aan denken.

 

Toekomst

Het advies van Loomeijer is om vijandbeelden los te laten. Om te kijken waar je samen met de offshore en aquacultuur een weg en toekomst weet te vinden. Als voorbeeld wordt Noorwegen met zijn enorme fishfarms steeds verder weg op zee genoemd. Windmolenparken op zee kunnen ook drijvend aangelegd worden. Er komen straks energie-eilanden in zee. De visserij moet in gesprek om daar winst uit zien te halen.

 

Recent was Loomeijer in gesprek met jongerenorganisaties uit de offshore (IRO) en maritiem Nederland (NMT). Die hebben volgens Loomeijer niets meer met visserij omdat de sector naar hun zeggen overal op tegen is. Dat is dus hun beeld. Diezelfde jongens en meisjes zijn wel de toekomst waarin blijvend gewerkt wordt aan maritieme oplossingen waarin Nederland wereldfaam heeft opgebouwd. 

,,Kortom, hoogste tijd om te praten. Vrienden maken en coalities smeden, juist met de maritieme sector. Van Oord en Orsted willen wel, reken maar! Dat de zon nog lang mag schijnen over de visserijwereld.''

Modern beeld in de Nederlandse visserij. Filipijnse bemanningsleden op de haven van Harlingen. (Foto: Frits Loomeijer) (Foto: Frits Loomeijer)