Wilt u een abonnement afsluiten, nieuws doorgeven, een advertentie plaatsen of online adverteren in Visserijnieuws? Klik dan hier.
Forse reductie van tong en schol

Visbestanden oké, veel quota toch omlaag

DEN HAAG – Visserijorganisaties en ook maatschappelijke organisaties vinden de uitkomst van de Visserijraad deze week teleurstellend. Het ministerie van LNV benadrukt dat de commerciële visbestanden zich goed ontwikkelen. Feit is dat veel TAC’s omlaag gaan. Om ook in de toekomst duurzame visserij voort te zetten, aldus LNV. In verband met de introductie van de aanlandplicht is het lastig rekenen geworden.

Minister Carola Schouten woensdagdagmorgen vroeg na het bereiken van een akkoord in de Visserijraad: ,,Veel visbestanden zijn in goede conditie. Dat betekent dat voor steeds meer commerciële vissoorten ‘geoogst kan worden uit de rente’, met als doel een duurzame visserij die ook op lange termijn voor vissers een goede boterham kan opleveren.’’

Na de onderhandelingen tussen de Europese Unie en Noorwegen waren tong en zeebaars de belangrijkste items voor Nederland in de Visserijraad. Voor Noordzeetong lag een voorstel tot een reductie van 22 procent op tafel. Minister Schouten zette in op een roll-over, wat volgens de bandbreedte van wetenschappelijke berekeningen ook verantwoord was. Het bleek echter dat er weinig beweging in was te krijgen, vooral ook omdat de TAC dit jaar bij lange na niet opgevist wordt. De Europese visserijministers kwamen een vermindering van 20 procent overeen. Wel blijven hiermee de benodigde vangstmogelijkheden voor de Nederlandse vissers voldoende in stand, merkt LNV op.

Maatregelen zeebaars

Voor de zeebaars geldt al langer een forse vangstbeperking voor alle methodes van zeebaarsvisserij. Voor 2019 was door ICES een vangstverdubbeling geadviseerd: van een magere 880 naar 1.789 ton. In de Raad was er veel gesteggel over de verdeling. Alle methodes krijgen in het komende jaar iets ruimere vangstmogelijkheden, conform Nederlandse inzet. Bijvangst blijft problematisch voor de sleepnetvissers. Voor Nederland is het belangrijk dat de voorziene bijvangstbeperking in de staandwantvisserij niet doorgaat. Boomkorkotters mogen 400 kilogram per twee maanden aanvoeren, flyshooters en twinriggers 210 kilogram per maand en kleinschalige staandwantvissers mogen komend jaar 1.400 kilo zeebaars aanvoeren en handlijnvissers 5,5 ton.

Recreatieve vissers moesten tot voor kort alle zeebaars terugzetten, en mochten alleen in de periode oktober-december er maximaal één per dag meenemen. De Europese visserijministers hebben nu afgesproken dat deze zogenoemde ‘bag limit’ voor recreatievissers op één per dag komt te liggen voor de periode april tot en met oktober. In de overige maanden geldt dat alle gevangen zeebaars moet worden teruggezet.

Belangrijkste Noordzeequota voor 2019 (ten opzichte van 2018)
Vissoort EU Quotum
Tong -20%
Tarbot, griet +14%
Kabeljauw -33%
Rog 0%
Haring (Noordzee) -36%
Makreel -20%
Horsmakreel (westelijke wateren) +18%

Aanlandplicht

De visserijministers hebben ook afspraken gemaakt over de aanlandplicht. In de Raad was er veel discussie over bijvangstregelingen (voor lidstaten zonder quotum), relatieve stabiliteit en flexibiliteit in quota en vangstgebieden. De wensenlijst was groot, berekeningen van vangstrechten zijn door top-ups voor ondermaatse vis gecompliceerd.

Vanaf 1 januari moeten alle bijvangsten (ook ondermaatse vis) van gequoteerde soorten aan wal worden gebracht. Er zijn uitzonderingen van kracht indien de (teruggegooide) vis een hoge overlevingskans heeft of vissers aantonen dat het ze lukt selectief te vissen op een bepaalde soort of maat vis. Nederland heeft uitstel van de aanlandplicht verkregen voor schol en tarbot (1 jaar) en rog (3 jaar). Nederlandse kottervissers testen momenteel diverse methodes, zoals een project met netaanpassingen, om selectiever te vissen en de overlevingskans van bijvangst te vergroten.

De Europese visserijministers en de Europese Commissie beslissen elk jaar in december over de totale vangsthoeveelheden (total allowable catches, TAC’s) voor het komende jaar. De TAC’s zijn gebaseerd op wetenschappelijk advies van onder andere de International Council of the Exploration of the Sea (ICES), het principe van maximale duurzame opbrengst (MSY) en op de meerjarige beheerplannen.

GEMISTE KANS

De EUFA had graag een juridisch document gewild waarin alle ministers (dus inclusief die van het VK) zouden verklaren dat de gemaakte visserijafspraken (ook als er geen Brexit-uittredingsakkoord zou liggen eind maart 2019) zouden gelden voor geheel 2019. Deze wens werd ook in de Decemberraad ingebracht. De verklaring is er niet gekomen. EUFA-voorzitter Gerard van Balsfoort: ,,De achtergrond is enerzijds dat alle aandacht wellicht is uitgegaan naar het oplossen van het probleem van de aanlandplicht en mogelijke choke species. Anderzijds is zo’n verklaring wellicht moeilijk juridisch vorm te geven. Maar ik vind het een gemiste kans. Michael Gove, de minister van Landbouw, Milieu en Visserij in het VK, heeft in zijn eigen parlement in Londen half oktober gezegd dat hij de afspraken in de decemberraad zou toepassen voor geheel 2019. Ook bij een no-dealsituatie. Om dat nog even in de gezamenlijke afspraken van de decemberraad schriftelijk vast te leggen zou rust geven aan de Europese visserijsector. Nu kan toch een onrust ontstaan als we 30 maart aanstaande naderen en er geen Brexit akkoord zou zijn. Wat gaat de Britse regering dan doen….?”

COMMENTAREN

Johan Nooitgedagt (Nederlandse Vissersbond): ,,Het korten op de vangstquota wil niet per definitie zeggen dat het slecht gaat met de visbestanden, maar juist dat de visbestanden goed in de gaten worden gehouden. Ondanks de positieve bestandsomvang van schol bijvoorbeeld, moeten we realistisch blijven. Het bestand blijft niet groeien en daar houden de lidstaten nu al rekening mee. Aankomend jaar zijn de TAC’s en quota niet de grootste zorg van de Nederlandse vissers. We maken ons vooral zorgen of we het vangstquotum überhaupt kunnen opvissen met een naderende Brexit, de bouw van windmolenparken op zee en de aanhoudende onzekerheid over de toekomst van het pulstuig.’’

Pim Visser (VisNed): ,,We zijn teleurgesteld in het resultaat, zeker wat de tong betreft. De neerwaartse bijstelling van de bestnadsschatting door ICES speelt ons hier parten/ Dat heet ‘voortschrijdend inzicht’. Een rollover was echter alleszins verantwoord, maar het ontbrak aan de wil bij de Europese Commissie door het ontbreken van een ICES-stempeltje. Aan de andere kant moeten we reëel zijn, de quotumuitputting dit jaar is laag en we mogen ook tien procent overhevelen naar volgend jaar. Tongvangsten dit jaar vielen tegen, maar je weet het nooit voor komend jaar. Wij willen graag krapte en hoge huurprijzen voorkomen, VisNed is er voor de varende visser. Ondanks de teleurstelling spreken we onze dank en waardering uit voor de inzet en open communicatie met minister Schouten en haar team. De minister is tussendoor tweemaal bij ons in het hotel langs geweest en ook na afloop ’s nachts hebben we nagepraat.’’

Geert De Groote (voorzitter Rederscentrale en reder van het vissersvaartuig Z 98): ,,De uitkomsten van de december 2018 Visserijraad stellen ons in staat om verder te gaan met onze activiteiten gericht op een duurzame Belgische visserij. De Rederscentrale dacht vooral voor tong in de Keltische Zee te kunnen aantonen dat het voor een duurzaam beheer niet nodig is om het quotum te verminderen, maar daar is geen gehoor aan gegeven. Er is wel begrip voor de lagere tongquota in de Noordzee en het oostelijk Engels Kanaal en tevredenheid dat de duurzame activiteiten hebben geleid tot stijgingen in het westelijk Engels Kanaal, de Ierse Zee en de Golf van Biskaje. Het resultaat is dat het totale Belgische tongquotum daalt met 3 procent. Het totale Belgische quotum voor pladijs gaat met 4 procent achteruit. Voor de twee belangrijkste soorten voor de Belgische visserij zullen deze kleine dalingen weinig impact hebben op de activiteiten van de Belgische vissers. Van andere belangrijke soorten – tarbot, griet, rog, zeeduivel en tongschar – mag er meer gevangen worden. Het blijft wel afwachten of met de overeengekomen maatregelen ook in de realiteit alle problemen die de aanlandplicht met zich meebrengt zullen kunnen voorkomen worden.’’

Albert Jan Maat (voorzitter netVISwerk): ,,Wij hebben waardering voor de inzet van minister Schouten en haar mensen voor de visserij in 2019. Dankzij de Nederlandse inzet is er toch wat meer ruimte gekomen voor de kustvissers op zeebaars en is een onwerkbare bijvangstregeling voor staandwantvissers terecht gesneuveld. Wij hadden wel graag gezien dat het ICES-advies, dat een herstel van het zeebaarsbestand liet zien, was vertaald in meer mogelijkheden voor de vissers. De voorstellen van de Europese Commissie waren wat dat betreft een koude douche. Ook vindt netVISwerk dat de handlijnvissers met dit akkoord erg karig bedeeld zijn. Wat het aalherstelbeleid betreft is netVISwerk blij dat het huidige beleid kan worden voortgezet en dat er met kracht verder kan worden gewerkt.’’

Alex Koelewijn (voorzitter DUPAN): ,,De Europese Commissie heeft besloten dat de beperking van de visserij op paling vanaf volgend jaar voor alle landen in Europa gelijk is. In Nederland werd al in 2007 besloten gedurende drie maanden in het najaar niet meer beroepsmatig op paling te vissen. De landen in de Baltic deden dat vanaf dit jaar ook. Met dit besluit volgen nu dus ook alle andere Europese staten. Nu de visserij voldoende is teruggebracht, wordt het tijd dat Europa ook de regelgeving rond waterbeheer aanscherpt. Het Europese leefgebied voor paling moet beter worden gemanaged. Er zijn teveel dijken, dammen, sluizen en waterkrachtcentrales die niet of nauwelijks te passeren zijn voor palingen op hun trektocht.’’

Gerard van Balsfoort (voorzitter PFA): ,,Over alles zal 2019 aanzienlijk minder pelagische vis brengen voor de Nederlandse pelagische ondernemingen dan dit jaar 2018. Nu moet wel gezegd dat 2018 qua beschikbare hoeveelheden pelagische vis een topjaar was, en je kunt niet ieder jaar een topjaar hebben. Het bijzondere voor 2019 is alleen dat een aantal voor ons belangrijke quota tegelijkertijd een aanzienlijke korting doormaken. Dat is dus een stapeleffect, met bij elkaar opgeteld een relatief grote daling van de beschikbare quota. Maar we moeten daar niet paniekerig over doen. In het licht van bovenstaande is het wel des te relevanter voor 2019 dat het Marokko-akkoord wordt goedgekeurd door het EP en dat een nieuw EU-Mauritanië-akkoord (het huidige akkoord loopt af in november 2019) onder betere condities wordt verlengd.’’