Wilt u een abonnement afsluiten, nieuws doorgeven, een advertentie plaatsen of online adverteren in Visserijnieuws? Klik dan hier.
HA 36 lost op de auto voor Meromar

Veel minder (kleine) mesheften

DEN HELDER – De mesheftenvisser HA 36 van Meromar is vorige maand vanuit Zeeland naar het noorden gestoomd. Als het weer het toelaat lost schipper Anton Kuipers viermaal per week. Zo’n 10-20 ton mesheften per week, aldus eigenaar André Seinen.

Mesheften (Amerikaanse zwaardschedes, ensis sp.) zijn na de millenniumwisseling de dominante soort in de Nederlandse kustwateren geworden. Maar het handjevol vissers merkt dat het bestand de laatste twee jaar is afgenomen. Dat blijkt ook uit de jaarlijkse monitoring van Wageningen Marine Research.

De biomassa aan mesheften werd vorig jaar geschat op 292 miljoen kilo versgewicht (27 miljard stuks), waarvan 49 procent in het kustzonegebied Waddeneilanden. Ter vergelijking: in het voorjaar van 2015 was de biomassa 377 miljoen kilo (54 miljard stuks) en een jaar eerder 453 miljoen kilo (137 miljard stuks).

Opvallend is de sterke afname in het bestand aan kleine mesheften en de toename in bestanden van andere soorten waaronder de halfgeknotte strandschelp (38 miljoen kilo versgewicht), otterschelp, venusschelp (18 miljoen kilo versgewicht) en het zaagje (23 miljoen kilo versgewicht), waarbij de venusschelp en zaagje explosief zijn toegenomen. Met name langs de Noord-Hollandse kust is het bestand van mesheften afgenomen, terwijl het bestand van halfgeknotte strandschelpen in dit deelgebied fors is toegenomen. De afname van het bestand aan mesheften lijkt te maken te hebben met het uitblijven van broedval in 2015.

De halfgeknotte strandschelp spisula was eind vorige eeuw de dominante schelpdiersoort, stortte toen in sneltreintempo in (tot voordeel van de mesheften), maar de biomassa is in twee jaar tijd weer met een factor tien toegenomen.