Wilt u een abonnement afsluiten, nieuws doorgeven, een advertentie plaatsen of online adverteren in Visserijnieuws? Klik dan hier.
Frits van Dongen over bouw Noordzeekotters 1985-2018

Van alle technieken thuis

STELLENDAM - In het maritiem technisch vakblad SWZ/Maritime van september schrijft scheidend directeur Frits van Dongen van Maaskant Shipyards Stellendam een overzichtsartikel over de kotterbouw bij Maaskant vanaf 1985. Met toestemming van uitgever en auteur wordt het ook in Visserijnieuws gepubliceerd.

,,De geschiedenis van Maaskant Shipyards gaat terug tot 1948, toen Piet Maaskant Sr in Bruinisse voor zichzelf begon met het repareren en bouwen voor de lokale mosselvloot. Ook Noordzeekottervissers uit Ouddorp, Goedereede en Stellendam wisten al spoedig de weg naar zijn werf te vinden en in 1950 bouwde hij het eerste kottertje.

De vloot van Noordzeekotters voor de platvisvisserij maakte in die periode een stormachtige ontwikkeling mee. Vanaf 75 kW (100 pk) in 1950, groeide het motorvermogen van de schepen tot 600 kW eind jaren zestig, tot 2.000 kW eind jaren zeventig en 2.850 kW midden jaren tachtig.

De bouwexplosie van kotters

In 1984 werd Maaskant onderdeel van de Damen Shipyards Group. Gezien de uitstekende relaties met de klanten werd de naam Maaskant gehandhaafd. In datzelfde jaar kondigde de overheid aan dat het maximale voortstuwingsvermogen van boomkorkotters in de toekomst beperkt zou worden tot 1.470 kW.

De genoemde groei van het motorvermogen per schip leidde tot enorme vangstverbeteringen en de vissers behaalden zeer goede bedrijfsresultaten, mede veroorzaakt door de lage olieprijs in die periode. Deze samenloop van omstandigheden resulteerde in een enorme hoeveelheid nieuwbouwcontracten. Veel vissers wilden nog graag een schip met een hoog voortstuwingsvermogen bouwen alvorens de vermogensbeperking van kracht zou worden. Tot die tijd was het maximale vermogen aan de schroefas circa 2.000 kW per kotter. Maaskant paste een bestaand kotterontwerp aan, waardoor de stabiliteit voldoende werd voor een maximaal vermogen van ruim 2.800 kW (het maximale vermogen waarop de motor mocht worden afgesteld was afhankelijk van het resultaat van de stabiliteits- of wel hellingproef). Deze nieuwbouwgolf resulteerde in een enorme toename van de kottervloot. In 1987 leverde alleen Maaskant twaalf nieuwe kotters af, een groot gedeelte hiervan met ruim 2.800 kW.

Aan het einde van de bouwgolf in 1990, had de vloot van grote Noordzeekotters een omvang bereikt van circa 200 schepen, wat inmiddels weer gekrompen is naar ongeveer tachtig schepen.

Maximaal 1.470 kWvoortstuwingsvermogen

Het optimaliseren van de schepen en de voortstuwingsinstallaties voor het maximaal wettelijk toegestane vermogen van 1.470 kW werd een grote uitdaging. Maaskant en scheepsbouwkundig bureau Herman Jansen lieten bij Marin in Wageningen uitgebreide CFD berekeningen en diverse optimalisaties uitvoeren. In 1993 kwam de eerste geoptimaliseerde 1.470 kW-kotter in de vaart.

Andere kottereigenaren behielden bestaande schepen en pasten soms de gehele voortstuwingstrein aan: een grotere schroef en de straalbuisdiameter vergroot van 3,40 naar 4,20 meter, een nieuwe schroefas en een nieuwe keerkoppeling.

Brandstofkosten

Het toenemen van het kottervermogen kon midden jaren tachtig makkelijk gedragen worden in de exploitatie van de kotters door de lage olieprijzen. Een kotter van 2.800 kW verbruikte in een visweek (ongeveer 120 uur) ruim 60.000 liter gasolie. Na terugstelling van het motorvermogen tot 1.470 kW nam dit verbruik af naar circa 30.000 liter in een vergelijkbare visweek.

Begin jaren tachtig en rond 2006/2008 werd een aantal kotters (om)gebouwd met zwareolie- installaties. Deze relatief complexe installaties hebben in de kotters nooit goed gerendeerd wegens het erg wisselende belastingspatroon, de hoge onderhoudskosten en de sterk wisselende olieprijzen.

Wel is door de vissers zelf veel geëxperimenteerd met verminderde weerstand van vistuigen, netwerk en lijnen. De sumwing van de familie Van der Vis (TX 36) is hier een geslaagd voorbeeld van.

Kwaliteit en veiligheid

Naast de verbeteringen betreffende weerstand en voortstuwing van de schepen, zijn ook grote stappen gemaakt op diverse andere vlakken. Verbetering van de koelketen en hygiëne aan boord zijn bereikt door onder andere het thermisch isoleren van de verwerkingsruimte onder de buiskap, de toepassing van kunststofvloeren en wanden en het gebruik van vloeibaar ijs (flow ice) in plaats van scherfijs. Als gevolg van de op handen zijnde discardban – het verplicht aanlanden van ondermaatse vis – werden en worden ook diverse innovaties ontwikkeld ten behoeve van de overlevingskansen van ondermaatse vis.

Het beroep van visser staat bekend als een van de gevaarlijkste ter wereld. Met name door de complexe tuigage, geldt dit zeker voor de boomkorkotters. De toepassing van de tienkops vislier maakte het gebruik van de gevaarlijke verhaalkop voor de zaklijn overbodig. Aparte loslieren en tuispanners verhogen de veiligheid aan boord ook aanzienlijk.

Pulsvisserij

Door de overheid is hoog ingezet op de ontwikkeling van de pulsvisserij bij de firma Verburg uit Colijnsplaat. De eigenaren van de UK 153, de familie Van Slooten, lieten de eerste testpulsinstallatie bij Maaskant installeren. Ook de TX 36 en TX 38 lieten de eerste commerciële systemen in Stellendam ontwikkelen.

Het eerder genoemde weekverbruik daalde door het gebruik van een pulstuig van 30.000 naar circa 11.000 tot 15.000 liter gasolie per normale visweek. De problematiek en de discussie over het definitief toelaten vanuit Brussel van deze innoverende techniek is door de visserijsector niet te bevatten.

Andere visserijtechnieken

In de periodes dat Maaskant geconfronteerd werd met beperkte nieuwbouwactiviteiten voor Nederlandse vissers, werd ruime ervaring opgedaan met de bouw van visserijschepen voor het Verenigd Koninkrijk (VK) en Ierland. Andere technieken daar bleken ook interessant voor de Nederlandse markt. Met het twinriggen en seining werd in het VK zeer succesvol gevist. Al in 1986 bouwde Maaskant een gecombineerde seiner/trawler voor Schotse rekening. De Nederlandse kottereigenaren onderzochten deze technieken ook uitgebreid om de kost te blijven verdienen toen de olieprijs sterk begon te stijgen.

Vanuit Urk werd met het seinen (ook wel flyshooten genoemd) begonnen en midden jaren negentig bestelden de gebroeders De Boer een gecombineerde flyshooter/twinrigger, de UK 224. Een bestaand boomkorkottercasco werd omgebouwd en het schip werd uitgerust met een IJslandse flyshoot-lier. Die spoelen de seinetouwen (circa 4.000 meter van circa 40 millimeter) direct op de hoofdtrommel in plaats van via een verhaalkop. Later worden voor beide vistechnieken zowel specifiek flyshooters (UK 112 en GO 1) als twinriggers (VA 22 F) gebouwd.

Momenteel is er weer een aantal twinrig/flyshootvaartuigen in aanbouw, waaronder de UK 205 voor Rederij De Boer. In deze schepen worden dieselelektrische voortstuwingsinstallaties met accupakketten toegepast. Ook de visverwerking zal een aantal innovaties kennen.

Schelpdiersector

De geschiedenis van Maaskant begon, als gezegd, in Bruinisse voor de mosselsector. De eerste nieuwbouwmosselscheepjes waren ongeveer 20 meter lang met circa 75 kW motorvermogen. Het vermogen is in deze sector niet zo toegenomen als in de kottersector. Door de noodzaak op ondiep water te vissen, werden binnenvaartachtige achterschepen met tunnels toegepast. De ontwerpdiepgang (leeg) voor deze schepen bedraagt 1,00 meter. Omdat Nederlandse kwekers ook belangen kregen in buitenlandse bedrijven, moesten de schepen wel veel groter en zeewaardiger worden. De ontwerpen groeiden naar ruim 45 bij 10 meter. Door toepassing van grote ballastsystemen werd ook de zeewaardigheid verbeterd.

Kleinere vaartuigen worden in deze sector, alsmede bij de oesterkwekers, gebruikt voor op de zogenaamde verwaterpercelen. Samen met een opdrachtgever werd hiervoor een speciaal vaartuig ontwikkeld waarmee gevist kan worden door slechts één man in het stuurhuis. De korren worden over de spiegel leeggestort en gespoeld. Via transportbanden kan de lading over het ruim worden verdeeld. De voortstuwing vindt plaats door middel van elektrisch aangedreven roerpropellers. Dit schip, de YE 29 ‘Jacoba Prins’ genaamd, won de KNVTS Schip van het Jaar-prijs in 2006. Ook in eerdere jaren was er al een drietal innoverende ontwerpen van Maaskant voor deze prijs genomineerd.

Een ander bijzonder project is de bouw geweest in 2015 van de YE 118 als specifiek mesheftenvaartuig. Mesheften zijn vooral in Zuid-Europa een lekkernij uit zee en een klein aantal vissers in Nederland bedient deze klantenkring. Toenemende vraag leidde tot gesprekken over een zeewaardig vaartuig waarmee de schelpen via een zuigbuis met waterinjectie uit de zeebodem worden gezogen.

Via transportbanden komen de mesheften in met zeewater gevulde tubs. Het zeewater wordt constant ververst zodat de schelpen optimaal vers blijven. Afgelopen zomer werd het schip voorzien van een tweede zuigbuis.

Specials

Nadat de bouw van Noordzeekotters in 2006 geheel stil was komen te vallen – wat zou duren tot de bouw van de UK 46 in 2018 – was er veel contact met de verkoopafdeling van Scheepswerf Damen uit Gorinchem voor de bouw van ‘specials’, die bij Damen buiten de standaard schepen- range vielen.

Naast de bouw van diverse offshore-vaartuigen en speciale sleepboten, was de bouw van de ‘Simon Stevin’ voor de Belgische overheid een mooi voorbeeld van innoverende synergie tussen Damen en Maaskant. De aanvraag voor dit kustvaartuig voor visserijonderzoek en hydrografie in een schip van circa 36 meter was een uitdaging voor de beide ontwerpafdelingen. Hoge eisen op het gebied van onderwatergeluid, trillingen en dynamic positioning moesten gecombineerd worden met alle mogelijke visserijtechnieken en een dieselelektrische voortstuwingsinstallatie.

Nieuwe liereninstallaties

Ten slotte werden er op lierengebied diverse bijzondere installaties ontwikkeld. Ten behoeve van vier Eurokotters werden midden jaren negentig elektrisch aangedreven flyshootlieren ontworpen en geproduceerd ten behoeve van het pair-seinen.

Voor een Noorse opdrachtgever werd een enorme tienkops boomkorlier gemaakt, inclusief aandrijving, tuigage en engineering om een 100 meter vrachtschip om te bouwen tot boomkorkotter. Hiermee wordt op krill gevist in de wateren rond Antarctica. De krill wordt gebruikt om aan boord hoogwaardige omega- 3-capsules te produceren.

JUBILEUM/DIRECTIEWISSEL

Maaskant Shipyards bestaat 70 jaar en viert dat op zaterdagmiddag 13 oktober op het motorschip ‘Ameland’ aan de eigen loswal. Tegelijk met de jubileumviering vindt er een directiewissel plaats. Eric Moerkerk neemt de functie van algemeen directeur over van Frits van Dongen. Van Dongen is 40 jaar werkzaam bij het Damen-concern, waarvan 25 jaar als directeur van Maaskant.