Wilt u een abonnement afsluiten, nieuws doorgeven, een advertentie plaatsen of online adverteren in Visserijnieuws? Klik dan hier.

Van Dalen met vissers in gesprek over megaprobleem Brexit

‘Toegang wateren VK koppelen aan handelsstroom’

SCHEVENINGEN – Net als in het Verenigd Koninkrijk moet de visserij ook in Brussel hoog op de agenda staan van de onderhandelingen over Brexit. Blijvende toegang tot de (straks) Britse visgronden is cruciaal, evenals koppeling daarvan aan toegang tot de markt van de EU voor Britse visproducten.

Europarlementariër Peter van Dalen (ChristenUnie/SGP-fractie) sprak vorige week op Scheveningen met de sector over het megaprobleem Brexit. Het was de tweede keer dat Van Dalen een bijeenkomst voor vissers organiseerde over een uiterst belangrijk onderwerp, dit keer samen met Tweede Kamerlid en partijgenoot Eppo Bruins van de ChristenUnie. Van Dalen wil, zeker in zijn hoedanigheid als lid van de Visserijcommissie van het Europarlement, graag huiswerk mee, en laat daarom de vissers aan het woord. Daarvan waren er vrijdag niet zo veel in de kantine van de visafslag, maar Van Dalen ging zeker niet met lege handen naar Brussel terug.

Het is zo langzamerhand wel duidelijk dat de Nederlandse visserij voor het grootste deel afhankelijk is van visgronden die na de Brexit in de Britse Exclusief Economische Zone zullen liggen. PFA-voorzitter Gerard van Balsfoort legde het nog eens haarfijn uit. Dat kan hij omdat hij voorzitter is van de European Fisheries Alliance (EUFA) on Brexit, waarin vertegenwoordigers uit negen landen met een visserijbelang in Britse wateren samenwerken, sociaaleconomische analyses maken, lobbyen in Brussel en Londen, juridische adviezen inwinnen en samenwerken met visserijgemeenschappen. De EUFA is geen onderdeel van de Europese koepels Europeche en EAPO; daarin zitten immers nog Britse collega’s als lid.

Ondanks het relatief geringe economische belang, zeker ook in het VK, heeft de visserij volgens Van Balsfoort een grote politieke lading, onder meer door de ‘grote geschiedenis’ en het belang voor de zogenoemde perifere gebieden aan de kust. De politici in het VK hebben van de visserij een van de speerpunten van Brexit gemaakt. Tot schrik van de Nederlandse visserijorganisaties.

Voor de negen lidstaten in de Brexit-coalitie geldt dat ze gemiddeld 34 procent van het volume uit Britse wateren halen. Voor Nederland is dat veel meer: 60 procent van het volume en 40 procent van de waarde. Makreel en tong komen nog flink boven die gemiddelden uit. Daarnaast heeft Nederland nog het specifieke probleem van de puls, die straks toestemming moet krijgen van het VK als er in Britse wateren gepulst wordt.

De winsten die de visserij maakt zullen gemiddeld halveren, en voor Nederland nog verder afkalven als na Brexit de Britse wateren ‘op slot’ gaan. Is er wisselgeld? Jazeker, van de productie van de Britse visketen gaat 70 procent van het volume naar de EU. Het is daarom van het grootste belang dat toegang tot de viswateren en quotum in de onderhandelingen wordt gekoppeld aan deze handelsstroom, volgens Van Balsfoort en Van Dalen. Soortgelijke geluiden vanuit het Europarlement zijn door de Britse visserijsector vooralsnog met hoon ontvangen. Met Noorwegen en met IJsland maakt Europa toch ook afzonderlijke afspraken over toegang tot de viswateren en toegang tot de markt?

,,De Britse vissers worden gek gemaakt door hun politici’’, vindt Andries de Boer. De Urker reder heeft een volledig Brits visserijbedrijf (RN 1, PH 63 en E 104). ,,Dat gaat momenteel goed, zeker nu de economische link niet meer zo strikt is als in het begin. Maar op vergaderingen is de sfeer al veranderd; het lijkt of we geen vrienden meer zijn.’’

Job Schot, de voorman van actiegroep EMK, heeft als eigenaar van een Belgisch visserijbedrijf (Z 201) ook z’n problemen. Schot mag momenteel nog tot zes mijl van het strand vissen. Na de Brexit zal dat minstens 12 mijl worden, is zijn verwachting. Gevoegd bij andere gesloten gebieden ziet Schot de toekomst somber in als de Britten het alleen voor het zeggen krijgen in hun wateren.

Miskent

Vorige keer werd in het kader van ‘De visser aan het woord’ gesproken over de aanlandplicht, dit keer wilde Europarlementariër Peter van Dalen de sector horen over Brexit.Vorige keer werd in het kader van ‘De visser aan het woord’ gesproken over de aanlandplicht, dit keer wilde Europarlementariër Peter van Dalen de sector horen over Brexit. Op het boodschappenlijstje van Van Dalen staat al dat visserij een prioriteit moet worden in de onderhandelingen, wat het in het VK al is. Of Nederland er veel moeite voor zal doen is volgens kamerlid Eppo Bruins nog maar de vraag. Het huidige kabinet miskent volgens hem de visserij. In Brussel zijn de krachten die pleiten voor een harde Brexit groot. Het is immers niet de bedoeling dat na het VK andere lidstaten uit de EU gaan stappen zonder dat dit nadelige gevolgen heeft.

Aan Bruins ligt het niet. Zijn motie Bruins roept de regering op om infasering van de aanlandplicht (die ‘graat in de keel’) te stoppen zolang nog onduidelijk is wat de gevolgen van Brexit zijn. Hij wil nog duidelijkheid van staatssecretaris Van Dam over hoe die motie wordt uitgevoerd.

De visserij heeft eigenlijk niet zo veel toe te voegen of te verduidelijken aan de duidelijke stellingname dat alles bij het oude moet blijven. De meeste punten tijdens de discussie werden dan ook aangebracht door niet-vissers. Zo maakte Nathalie Steins van Wageningen Marine Research zich zorgen over de kwaliteit van het visserijonderzoek van de Britten als de gelden daarvoor vanuit de EU opdrogen. ,,Verminderde onderzoeksinspanning van de Britten in Britse wateren kan effect hebben op wat we weten over de visbestanden en uiteindelijk op de adviezen van ICES.’’ Brits onderzoek is volgens Durk van Tuinen van de Nederlandse Vissersbond vooral van belang voor kreeftjes (recente TAC-verhoging ‘dankzij’ Brits onderzoek), rog en griet.

Burgemeester van Scherpenzeel en voormalig Urker wethouder Ben Visser vroeg zich af of het pakket van en visserij en vishandel niet te breed is als het lijkt of dat belang momenteel niet in goede handen is. Van Dalen moet toegeven dat de EU juridisch niet sterk staat met de 200 mijlszone van het VK, en dat toegang tot die wateren om politieke keuzes vanuit Nederland en Brussel vragen. Voormalig ambtenaar Reinder Schaap van de toenmalige Directie Visserij benadrukte dat de onderhandelingen eerst gaan over de scheiding en niet over de situatie daarna. Volgens Van Dalen komt er eerst een mandaattekst van Raad en Europarlement. Hij verwacht in 2019 een ‘interim-akkoord’.

Politieke invloed?

Over de kwaliteit van het wetenschappelijk onderzoek en mogelijke politieke beïnvloeding vooruitlopend op de Brexit heeft Job Schot z’n bange vermoedens. Volgens Schot zou het best kunnen dat de cijfers over de tongbestanden in de Ierse Zee naar beneden worden bijgesteld onder politieke druk. Puur om de Belgen nu al van de visgronden te weren. Gerard van Balsfoort sprak sussende woorden. Volgens hem zijn de wetenschappelijke adviezen van ICES tegenwoordig heel transparant, en daarnaast blijven de beheerders veel meer bij het wetenschappelijk advies dan ooit het geval is geweest. ,,De ruimte voor politici om van de adviezen af te wijken wordt steeds kleiner’, aldus Van Balsfoort.

Boodschappenlijstje

  • Maak visserij prioriteit in de onderhandelingen (doet het VK ook!)
  • Koppel de toegang van Britse visserijproducten tot de EU markt aan toegang tot de wateren van het VK
  • Betrek de sector in het proces, en zorg dat de sector zich niet uit elkaar laat spelen
  • Behoud de wetenschappelijke samenwerking
  • Visserij moet geen wisselgeld worden voor andere dossiers
  • Duurzame visserij is in ieders belang
  • Minder regeldruk; resultaat Brexit moet niet te complex worden
  • Behoud visgronden, ook binnen de Europese wateren (niet nog meer gesloten gebieden)

Tekortgedaan?

Van Balsfoort gaat zeker niet mee met diegenen in het VK die beweren dat hun land benadeeld is met de quota toen het Verenigd Koninkrijk lid werd van de EU. Het VK trad in 1973 toe tot de Europese Gemeenschap. Pas in 1977 werd door de toenmalige lidstaten (inclusief het VK) besloten tot het instellen van de 200 mijlszones, en vervolgens is er van 1977 tot 1983 hard onderhandeld tussen de toenmalige lidstaten inclusief het VK over de verdeling van de vele quota over de lidstaten. De basis hiervoor waren de vangsten tussen 1973 en 1978; dus over een periode dat het VK al deel uitmaakte van de EG. De tot stand gekomen verdeling van de vangstrechten is de befaamde relatieve stabiliteit, die het fundament vormt van het in 1983 gestarte Gemeenschappelijk Visserijbeleid. Bij deze verdeelsleutel is het VK (en Ierland) zelfs bevoordeeld bij enkele bestanden door de zogeheten ‘Haagse Preferenties’. Sindsdien is door iedereen (inclusief het VK) bij alle hervormingen van het GVB deze relatieve stabiliteit met hand en tand verdedigd. ,,Het VK was er dus vanaf het begin bij, het is niet benadeeld door de toetreding en er is dan ook geen historische rechtvaardiging voor een hoger aandeel in de TAC’s’’, aldus Van Balsfoort.