Wilt u een abonnement afsluiten, nieuws doorgeven, een advertentie plaatsen of online adverteren in Visserijnieuws? Klik dan hier.
VisNed en RVZ in maritieme coalitie

Samen werken aan emissieloze scheepvaart

DEN HELDER – De overheid stelt geld beschikbaar voor innovatie in de visserij, onder andere de ontwikkeling van een emissieloze kotter. De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) doet onderzoek naar nieuwe technieken, onder andere om brandstofverbruik in de visserij te besparen. Bijvoorbeeld door met behulp van visdetectie selectiever te vissen. Nederland Maritiem Land heeft ook een masterplan voor emissieloze scheepvaart. VisNed en de Redersvereniging voor de Nederlandse Zeevisserij (RVZ) zitten bij deze coalitie aan tafel. Directeur Pim Visser van VisNed - van 1982 tot 2002 werkzaam in de scheepsbouw voor de visserij - beschrijft de route.

,,In de hoogtijdagen van de kottervisserij, nu 30-40 jaar geleden, werden aan de lopende band en ieder jaar weer tientallen nieuwe kotters in de vaart gebracht. Innovatie ging toen vanzelf. Dat gebeurde al bouwende weg. Denk aan de pk-race (ook dat was innovatie), elektrificatie van lieren, de lieren zelf, de efficiency van motoren en niet te vergeten scheepsschroeven, sorteerinstallaties en koelinstallaties, scherfijs- en slurryijs-machines, de aandacht voor arbeidsomstandigheden en veiligheid. Kortom, de visserij was een bron van inspiratie voor maritieme innovatie. Al was het maar door de grote stroom van TU- en HTS-studenten die nieuwe dingen bedachten die meteen toegepast konden worden. Maar, zoals de Duitsers zeggen, ‘das war einmal’. Dat moet nu anders. 

Het gaat niet meer vanzelf, dus is er een aanjaag- en stuurfunctie nodig. En dat voor een visserijsector die veel kleiner is dan destijds en ook veel minder verdienvermogen heeft dan vroeger. Maar tegelijk een sector die kan putten uit de enorme innovatiedrang en ervaring van de Nederlandse maritieme sector. Want Nederland is nog steeds een toonaangevend maritiem land. Hier worden de meest innovatieve sleeboten, superjachten en baggerschepen gebouwd, om over de marineschepen maar te zwijgen. En we hebben een maritiem Kenniscentrum waar alle knappe koppen van Technische Universiteiten en Hogescholen en instituten als Marin hun kennis bundelen. 

Vorig jaar kwam VisNed opnieuw met het maritieme netwerk ‘Nederland Maritiem Land’ in contact en schoven we aan bij de maandelijkse vergaderingen van de directeuren van de maritieme brancheorganisaties. Net als de RVZ, de Redersvereniging voor de Nederlandse Zeevisserij. Die maritieme branches, organisaties en kennisinstellingen hebben hun gezamenlijk ambitie verwoord in een masterplan voor een emissieloze maritieme sector. Een ambitieus plan waar visserij in meedoet. 

De ambitie is duidelijk: de maritieme sector zet in op het laten varen van dertig emissieloze schepen in 2030 en op het nú toe gaan passen van innovatieve technieken voor bestaande schepen. Waaronder ook een of meer vissersschepen. Het realiseren van het plan wil de sector samen met de overheid doen. Visserij kan zo onderdeel zijn van maritieme koplopers dus. De basis voor deze grote sprong voorwaarts. Visserij kan het niet meer op zichzelf. Maar dat hoeft ook niet. Door mee te doen met dit grote plan is er volop sprake van ‘kruisbestuiving’. 

Het begint met het ontwikkelen van een gezamenlijke langetermijnvisie op R&D en een strategische onderzoeksagenda. Versneld verduurzamen is nodig om de (internationale) klimaatdoelen te halen en met de aandacht voor het versterken van de Nederlandse en de Europese economie is dit het moment om gezamenlijk de schouders onder deze ambitie te zetten. 

Om over tien jaar dertig emissieloze schepen te laten varen is samenwerking nodig. In de gehele maritieme keten, met overheden en met sectoren die ook bezig zijn met de energietransitie. 

Maar wat heeft de visserij aan al die plannenmakerij. Het klinkt leuk (en een beetje zweverig) voor onderzoekers, maar wat betekent het concreet? Dat weten we nu nog niet. Het is echter het begin van een gezamenlijke (zoek)tocht waar de visserij heel veel aan kan hebben. Vooruitgang is immers altijd begonnen met omdenkers. Toen het idee van het vleugeltuig voor het eerst werd geschetst, leek het ook wel heel erg ‘out of the box’. En kijk dan nu eens!  

In ons visiedocument ‘Visserij in een Zee vol windmolens’ van vorig jaar pleiten we voor een vloot die ‘qua aard en omvang past bij de nieuwe situatie’. En ‘qua aard’ betekent: schepen die zo min mogelijk impact op het milieu hebben. En daar zijn technieken voor nodig die niet uniek zijn voor vissersschepen. Een schip is een schip, met een kop, een kont, en een voortstuwer. Dat kan een patrouilleschip, sleepboot, vrachtschip, kotter of trawler zijn. Onderzoek en ontwikkeling is voor allemaal in basis gelijk en daar kunnen we van profiteren. En het geeft mogelijkheden voor de aan visserij gerelateerde maritieme sector (werven, installateurs) om mee te surfen op deze vernieuwende innovatiegolf. Het is een duidelijke ‘win-’ situatie. Met het plan voor een emissieloze maritieme sector zetten wij gezamenlijk met al die partners een duidelijke stip op de horizon. 

Maar dat is niet het enige. Innovatiemanager Frans Veenstra had het vorig jaar over ‘triple Zero’ en pleitte naast vermindering van emissies ook voor vermindering van bodemberoering en verbetering van vangstselectiviteit en voor minder ongevallen, verbeterde veiligheid, aan boord. Allemaal zaken die door innovatie gerealiseerd kunnen worden.

En natuurlijk moet er genoeg plek op zee zijn om rendabel te kunnen vissen. Daar strijden we gewoon voor door. En met nieuwe technieken is het nu ondenkbare (vissen in windparken) in de toekomst wellicht toch wel veilig (en verzekerbaar) mogelijk. Maar daarvoor moet geïnnoveerd worden. Daarvoor moet er een groot innovatieprogramma zijn en daarvoor is het nodig dat de visserij onderdeel van dat alles kan en wil uitmaken. Het is dus aan de visserij zelf om te kiezen: aangesloten blijven, of afhaken. Bij dat laatste kom je in de ingewikkelde wereld van innovatie alleen te staan.’