Wilt u een abonnement afsluiten, nieuws doorgeven, een advertentie plaatsen of online adverteren in Visserijnieuws? Klik dan hier.
Wordt de Europese aal voldoende beschermd?

Redenen tot optimisme, we hebben de aal weer bij de staart!

STOCKHOLM – De palingstand is nog maar een fractie van wat die ooit is geweest. Maar het goede nieuws is dat de intrek na een decennialange scherpe daling sinds 2011 weer langzaam aan het stijgen is. Iedereen blij. Ook Willem Dekker, als palingexpert verbonden aan de Zweedse Landbouwuniversiteit Stockholm. ,,We hebben de aal weer bij de staart. Een complex probleem op Europees niveau aanpakken blijkt toch mogelijk'', aldus Dekker. In internationale (vak)bladen zet Dekker de politiek-bestuurlijke consequenties op een rijtje.

Het bestand van de Europese aal/paling (Anguilla anguilla) bevindt zich in een precaire toestand. Twaalf jaar nadat een Europees beschermings­plan voor de aal/paling werd aangenomen is het nu tijd om te kijken wat er gedaan is en bereikt werd - en wat er nog gedaan moet worden. Wordt de Europese aal voldoende beschermd?

Figuur 1. De ontwikkeling van de intrek van jonge aal, gemiddeld over heel Europa (data: ICES 2018; regressie-lijnen toegevoegd voor 1950-1980, 1982-2011 en 2011-2018. Let op de logaritmische schaal van de verticale as).Figuur 1. De ontwikkeling van de intrek van jonge aal, gemiddeld over heel Europa (data: ICES 2018; regressie-lijnen toegevoegd voor 1950-1980, 1982-2011 en 2011-2018. Let op de logaritmische ...

De Sustainable Eel Group SEG is de Europese non-profitorganisatie die werkt aan de versnelling van het herstel en verantwoord beheer van de aalpopulatie. SEG vroeg Dr. Willem Dekker van de Zweedse Landbouwuniversiteit in Stockholm terug te kijken naar het verleden en de huidige situatie te evalueren. Hij had eerder een sleutelrol bij het onder de politieke aandacht brengen van het aal-probleem in de jaren negentig en een leidende positie bij het ontwerp van het kader voor een Europees beschermingsplan in de jaren 2000.

Geschiedenis

Iets meer dan honderd jaar geleden kwam de aal nog voor in al onze rivieren, meren, sloten en moerassen. Niet alleen in heel ons land, maar in heel Europa. En overal werd de aal bevist door kleinschalige vissers en keuterboeren, die er een welkome voedselbron aan hadden, mét veel gezonde vetten.

Figuur 2. Jonge aal, voor de sluizen in Den Oever – deze foto is eind april 1958 genomen. Tot 1980 was een dergelijke overvloed de normale situatie - sindsdien is de intrek gestaag afgenomen tot nog maar één procent hiervan.Figuur 2. Jonge aal, voor de sluizen in Den Oever – deze foto is eind april 1958 genomen. Tot 1980 was een dergelijke overvloed de normale situatie - sindsdien is de intrek gestaag afgenomen ...

In het gehele stroomgebied van de Rijn, tot bij Bazel aan toe - waar tegenwoordig bijna geen natuurlijke intrek van aal meer voorkomt - had vrijwel elke watermolen een aal-val, die de alen ving die in het najaar trekgedrag vertoonden richting zee. Bij Schaffhausen in Zwitserland kwam kort voor 1900 onder de waterval nog zoveel jonge aal voor dat het mogelijk was er emmers vol van op te scheppen. Maar tegen het einde van de 19e eeuw blokkeerden meer en meer waterwerken de intrek van de jonge aal, leidde watervervuiling tot toenemende problemen en verdween deze kleinschalige visserij grotendeels.

In het begin van de 20e eeuw paste de visserij zich aan deze veranderende omstandigheden aan, verlegde de focus naar de grotere wateren dichter bij de zee en ontwikkelde nieuwe en grotere vistuigen. Het is in deze periode dat de grootschaliger visserijen in Europa zich ontwikkelden, dat de Zuiderzeevisserij zich in toenemende mate op de aal ging richten, en dat de ankerkuil en grote hokfuiken uit hun kleinere en eenvoudiger voorgangers werden ontwikkeld. Bovendien veranderde de 'uitvinding' van het moderne palingroken (in tegenstelling tot de gedroogde, gezouten of koud-gerookte aal van daarvoor) dit goedkope armeluis-voedsel in een delicatesse, voor de rijkere stadsbewoners.

Maar deze modernisering van de visserij stopte natuurlijk niet de teloorgang van de binnenwateren en de verdere achteruitgang van de aalstand. Tot in de jaren zestig van de afgelopen eeuw overtrof de intensivering, modernisering en uitbreiding van de visserij de aanhoudende achteruitgang ruimschoots – de aalvisserij floreerde, zich nog niet bewust van alle problemen die spoedig op haar af zouden komen.

Sinds de jaren zestig is de commerciële vangst echter voortdurend achteruitgegaan. Van een vangst van meer dan 20.000 ton in de jaren 1950, tot niet meer dan 2.500 ton nu in heel Europa (gemiddeld circa 5% minder ieder jaar, gedurende decennia en decennia). Van ongeveer 3.500 ton in het IJsselmeer kort na de oorlog, tot hooguit 250 ton in de afgelopen jaren in heel Nederland. Na 1980 verslechterde de situatie snel, toen de intrek van jonge aal uit zee instortte en dertig jaar lang bleef dalen (gemiddeld ongeveer 15% minder, ieder jaar)! Hoewel de details van plaats tot plaats verschilden, werd deze daling in heel Europa waargenomen. Het beheer van de aalstand, de bescherming en het streven naar herstel van onze aal is in diepste wezen een gezamenlijk, Europees probleem!

Beschermingsmaatregelen

Al in 1850 waren mensen zich bewust dat de aalstand achteruitging en werden acties ondernomen om de achteruitgang te verminderen of te compenseren. Hoewel de visserij zich uitbreidde en bloeide, was het bestand zelf niet voldoende beschermd, en langzaam - heel langzaam - stortte het bestand steeds verder in. Begin jaren 1990 werd de noodzaak om de aal te beschermen uiteindelijk onderkend en onvermijdelijk - maar wat moest er gaan gebeuren?

Detail uit het bekende schilderij ‘Spreekwoorden’ (1559) van Pieter Brueghel de oudere: De aal bij de staart.Detail uit het bekende schilderij ‘Spreekwoorden’ (1559) van Pieter Brueghel de oudere: De aal bij de staart.

Specifieke beschermingsmaatregelen die in het ene land nodig waren, waren onmogelijk of niet effectief in een ander. Wat in het ene land een hoofdprobleem leek, zoals de verdroging van het land in Spanje, was in andere landen niet relevant. Zo zijn in Nederland pompen, gemalen en andere migratiebarrières veel relevanter. Jarenlang werd er gediscussieerd en werden verschillende oplossingen besproken, zoals de sluiting van de visserij gedurende de zomer of juist in de winter, of een minimum vangstmaat voor heel Europa.

In 2007 tenslotte werd een Europees actieprogramma aangenomen. Dit plan gaf vorm aan de gezamenlijke noodzaak aal te beschermen, maar kon ook worden aangepast aan de diversiteit in omstandigheden in de verschillende landen. Dit Europese actieplan bestond uit twee delen: de EU-aalverordening (EU-intern beschermingsplan) en de CITES-lijst (internationale handelsbeperkingen op de buitengrenzen).

Detail uit het bekende schilderij ‘Spreekwoorden’ (1559) van Pieter Brueghel de oudere: De aal bij de staart.Detail uit het bekende schilderij ‘Spreekwoorden’ (1559) van Pieter Brueghel de oudere: De aal bij de staart.

Vanuit de Aalverordening waren alle EU-lidstaten verplicht een nationaal aalbeheerplan op te stellen, aangepast aan hun lokale omstandigheden, maar met hetzelfde doel: vermindering van de sterfte, om herstel mogelijk te maken. Met de CITES-lijst werd de import en export van aal van de EU gereguleerd, om te voorkomen dat omvangrijke internationale handel het intern-Europese beschermingsprogramma via de achterdeur zou ondergraven. Sinds 2010 is de import en export in de EU feitelijk volledig verboden.

Vele bedreigingen voor aal

Commerciële en recreatieve overbevissing, waterbeheer, watervervuiling, migratiebarrières bij sluizen en gemalen, nieuwe parasieten en ziekten, aalscholvers, mogelijk ook een effect van de klimaatverandering in de oceaan - al deze factoren kunnen betrokken zijn in de achteruitgang van het aalbestand. Aalbeheer is geen eenvoudig probleem en nationale aalbeheerplannen moeten werkelijk met al deze zaken rekening houden.

Een ander groot probleem betreft de illegale handel in aal. Europa heeft intern een open markt. Jonge aal die in het ene land gevangen wordt, kan zonder veel moeite naar een ander land worden vervoerd en vervolgens naar China gevlogen. Politie- en douanecontroles in verschillende landen hebben hun effect, maar vervoer van het ene EU-land naar het andere brengt je van de ene administratieve regio naar de andere - en bij het overschrijden van de grens wordt je hele papierwinkel feitelijk gewist. Toen de handel van jonge aal naar Azië in 2010 werd verboden, werd de illegale export - of beter gezegd, de handel die eerder legaal was - op illegale basis voortgezet. Wat is uitgedrukt in geld het grootste milieudelict in Europa? Ja, precies: de smokkel van jonge aal naar Azië.

Aalverordening succesvol

Nu, in 2019, na tientallen jaren van verwaarlozing en achteruitgang, blijkt het beleid van de EU voor de aal een succes: het politieke bewustzijn van de situatie is duidelijk gegroeid, in heel Europa worden beschermende maatregelen genomen en het politieke debat over de oorzaken, beschikbare opties en mogelijke gevolgen is aanzienlijk toegenomen. Wat is de sleutel tot dit succes geweest – waarom zijn de aalverordening en de CITES-listing nu wel een succes, terwijl alle eerdere pogingen (in de jaren 1800 en 1900) mislukten?

Allereerst is de huidige aanpak gebaseerd op een grootse aanpak, voor heel Europa (en meer). Daarbij is het niet een autoritaire aanpak waarbij simpele oplossingen dwingend aan iedereen worden opgelegd. Hoewel de doelstellingen en streefwaarden internationaal zijn vastgesteld, ligt de verantwoordelijkheid voor een op maat gesneden nationaal beheerplan bij de nationale overheden, wat maatschappelijke discussies tussen belanghebbende landgenoten mogelijk maakt. En ten slotte pleit de Aalverordening voor een brede aanpak, waarbij visserij (legaal en illegaal, commercieel en recreatief), habitat-problemen, waterkracht en welke andere menselijke invloed dan ook kunnen worden aangepakt.

Tien jaar na de start van de EU aal-politiek is het nu ook duidelijk dat zowel de Aal-verordening, als de CITES-listing problemen hebben met de implementatie en nog niet hun volledige effect hebben bereikt. In het kader van de aalverordening is de visserij beperkt, maar maatregelen rond problemen als waterkracht, waterbeheer en vervuiling blijken veel moeilijker te zijn. De uitgebreide smokkel van de jonge aal toont aan dat er voor de CITES-listing een aanzienlijk effectievere aanpak nodig is, onder internationale coördinatie.

Hebben we een hoge prijs betaald maar nog te weinig bereikt, zodat het allemaal tevergeefs geweest is en het uitsterven van de aal toch niet meer tegen te houden is?

Wanneer zou het tij keren?

In 2007 werd het politieke besluit in Brussel genomen om de aal te beschermen, in 2009 werd de allereerste aal (schieraal) daadwerkelijk beschermd, in 2011 (na twee jaar de oceaan oversteken en weer terug) konden we het allereerste positieve effect verwachten. Laat dat nou precies zijn wat we zagen! In 2011 stopte de afname van de intrek van jonge aal in Europa, die op dat moment al dertig jaar gaande was, en veranderde in een lichte toename. Hoewel het bestand nog steeds niet meer dan een vage echo is van vroeger, geeft dit toch aan dat een beschermingsbeleid effectief kan zijn, dat complexe problemen kunnen worden teruggedraaid, zelfs als ze heel Europa betreffen.

Het zal nog lang duren voordat het bestand weer volledig hersteld is; misschien opnieuw een periode van dertig jaar, of zelfs nog meer? Wie zal het zeggen. En we moeten onderkennen dat negen jaar nog maar een korte reeks van jaren is waarin de intrek weer toeneemt. Bovendien moeten we onder ogen zien dat het beschermingsniveau in veel landen nog steeds niet voldoende is.

Maar het geeft de burger wel weer moed dat de huidige toename feitelijk maximaal is; we hadden redelijkerwijs niet meer kunnen verwachten. Dat maakt het des te meer noodzakelijk dat alle betrokken partijen nog eens kritisch naar de effectiviteit van hun maatregelen kijken en verder inzetten op de noodzakelijke bescherming van de aal, in heel Europa. Dan, juist dan is er goede hoop dat de intrek van jonge aal nog verder zal gaan stijgen!

Hoe dan ook, na meer dan een halve eeuw van somber makende achteruitgang, zijn er nu goede redenen voor optimisme: we hebben de aal weer bij zijn staart!


Dr. Willem Dekker,

Zweedse Landbouwuniversiteit in Stockholm, Departement voor Aquatische Hulpbronnen, Instituut voor Zoetwateronderzoek. Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.