Wilt u een abonnement afsluiten, nieuws doorgeven, een advertentie plaatsen of online adverteren in Visserijnieuws? Klik dan hier.

BENTHIS-studie: zeebodem het beste te beschermen in matig beviste gebieden

Pulsvisserij: dubbel voordeel voor zeebodem

WAGENINGEN – Pulstuigen hebben voor de zeebodem een dubbel voordeel: in vergelijking met wekkerketting is de penetratie en dus sterfte van bodemleven veel kleiner en omdat er minder snel gevist wordt blijft er dus meer zeebodem onberoerd. Voor de praktijk geen grote verrassing. Maar het is nu wetenschappelijk bevestigd. De visserij concentreert zich; een groot deel van de zeebodem wordt niet of maar weinig bevist. Als beleidsmakers visgronden zouden willen beschermen tegen visserijinvloeden, dan is de grootste winst te behalen met het sluiten van al weinig beviste zachte zeebodems.

In het kader van het 5-jarige Europese onderzoeksproject BENTHIS heeft Wageningen Marine Research samen met 33 partners uit twaalf Europese landen de invloed van visserij op zeebodems onderzocht en gekeken hoe impact kan worden beperkt. De grootschalige BENTHIS-studie vond plaats in opdracht van de Europese Commissie. Er vond onderzoek plaats in de Middellandse Zee, de Golf van Biskaje, het Skagerrak en de Noordzee, waar vistuigen met elkaar zijn vergeleken. Onderzoekscoördinator was prof. dr. Adriaan Rijnsdorp van Wageningen UR. Vorig najaar publiceerde Rijnsdorp een samenvatting van de studie naar de ‘voetafdruk’ van de Europese bodemvisserijen. De eindrapportage is nu gereed.

,,We hebben met BENTHIS een beoordelingsmethodiek ontwikkeld om de invloed van verschillende vistuigen te bepalen. Samen met visserijbedrijven is onderzocht met welke technische innovaties de impact kan worden verminderd; voor de Noordzee bijvoorbeeld de pulskorvisserij. De beoordelingsmethodiek wordt inmiddels binnen Europa gebruikt om de ontwikkeling van de invloed van de sleepnetvisserij te volgen en de beheerders te adviseren’’, legt Rijnsdorp uit.

De onderzoekers hebben binnen BENTHIS in kaart gebracht hoeveel procent van de Europese zeebodem wordt bevist. In alle Europese wateren bleek de visserijactiviteit behoorlijk geconcentreerd te zijn. Zo vond 90 procent van alle visserij gedurende de studieperiode van 2010-2012 op 45 procent van de Noordzeebodem plaats en werd 37 procent niet bevist.

De invloed van sleepnetvisserij op het bodemleven is een optelsom van de intensiteit van de visserij, de aard van de gebruikte vistuigen en de gevoeligheid van de zeebodem. De sterfte onder bodemdieren is afhankelijk van de penetratiediepte van het vistuig. Van de verschillende vistuigen die in Europa voor de bodemsleepnetvisserij worden gebruikt is het penetratieprofiel bepaald. De gevoeligheid van de zeebodem hangt samen met de levensduur van de bodemdieren. Kortlevende soorten herstellen snel, langlevende soorten herstellen trager. Dynamische gebieden worden bevolkt door vooral kortlevende soorten, terwijl stabiele gebieden worden bevolkt door langlevende soorten.

Wat is de invloed van vissen met sleepnetten?

In dynamische gebieden langs de Nederlandse kust en in de zuidelijke Noordzee, waar de zeebodem instabiel is door de sterke zeestroom en de omwoeling tijdens stormen, heeft de sleepnetvisserij geen aantoonbaar negatief effect op de variëteit aan bodemdieren. In de stabielere Oestergronden met in verhouding meer langer levende bodemdieren is er wel sprake van een negatief effect op de soortenrijkdom. Op intensief beviste delen van de Oestergronden is de soortenrijkdom kleiner geworden, zo blijkt uit de BENTHIS-studie.

Volgens de BENTHIS-methodiek heeft de visserij met scheerborden op Noorse kreeft (langoustines) de grootste invloed op het bodemleven; die invloed is bijna twee keer zo groot als de invloed van de rondvisvisserij met scheerborden en de platvisvisserij met de boomkor met wekkerketting. De visserij met de ankerzegen, de garnalenkor en de visserij op zandspiering hebben een geringere invloed.

Technologische vernieuwingen

Technologische innovaties kunnen de impact op de zeebodem verminderen. In de platvisvisserij blijkt de overgang van de boomkor naar pulstuigen de impact op de zeebodem met zo’n vijftig procent te verminderen. Dit komt door de lagere vissnelheid waardoor er minder zeebodemoppervlak wordt bevist en de verminderde penetratie.

Bij de visserij op rondvis of langoustines kunnen de scheerborden die diep in de bodem snijden worden vervangen door zwevende borden die geen of minder contact hebben met de zeebodem. Het vervangen van sleepnetten door staande vistuigen zoals korven kan in sommige visserijen helpen de invloed op het bodemleven te verminderen. Bij succesvolle veranderingen blijkt minder invloed op de zeebodem samen te gaan met energiebesparing.

Gesloten gebieden

Het instellen van gesloten gebieden is een geëigende beleidsmaatregel voor het beschermen van (koraal)riffen en schelpdierbanken. Bescherming van zeebodems kan het beste door het verminderen van de visserijdruk in de al weinig beviste gebieden, aldus Rijnsdorp. ,,Dat is dus anders dan vaak wordt gedacht en door ngo’s wordt bepleit. Want ga je intensief beviste dynamische gebieden sluiten, dan worden veel vissers gedwongen uit te wijken en kan het netto-resultaat daarvan negatief uitpakken voor de zeebodemintegriteit.’’

Met een simulatiemodel laat BENTHIS zien dat het instellen van zogenoemde habitatquota de visserijactiviteiten kan concentreren in de kerngebieden. In dit model raken vissers sneller door hun habitatquotum heen als ze ecologisch kwetsbare gronden bevisten. De sociaaleconomische gevolgen van een dergelijk beheerssysteem zullen per gebied en per type visserij moeten worden onderzocht.

De BENTHIS-studie wierp volgens Rijnsdorp ook meer licht op de in visserijkringen bekende hypothese dat bodemimpact het voedselaanbod voor platvis vergroot. Dat is ter plekke zeker het geval. Het resultaat is dat schol op de treklijnen van kotters makkelijker aan voedsel en daardoor in een betere conditie komt.

De BENTHIS-studie is duidelijk over de voordelen van de pulsvisserij wat de mechanische impact op de zeebodem betreft. Maar over het effect van elektriciteit op het ecosysteem worden in deze studie geen conclusies getrokken. Daar vindt nog (vervolg)onderzoek naar plaats, dat ook door Adriaan Rijnsdorp wordt gecoördineerd. Vorige week gaf Rijnsdorp een tussentijdse presentatie aan het ministerie van LNV, kotterorganisaties en ngo’s. Het afgelopen jaar zijn duizenden vissen uit de pulskorvisserij geanalyseerd. ,,Er zijn geen alarmbellen gaan rinkelen’’, is alles wat Rijnsdorp er in dit stadium over kwijt wil. Het onderzoek loopt nog twee jaar.