Wilt u een abonnement afsluiten, nieuws doorgeven, een advertentie plaatsen of online adverteren in Visserijnieuws? Klik dan hier.
Europese visindustrie in het geweer tegen uitspraak Europese Hof

‘Ook Westelijke Sahara profiteert van visserijakkoord EU-Marokko’

BRUSSEL – De visserijovereenkomst tussen de EU en Marokko kan niet van toepassing zijn op de wateren van de Westelijke Sahara. Tot dat oordeel kwam het Europese Hof van Justitie afgelopen dinsdag. De Europese visindustrie vindt dat het Hof hiermee voorbijgaat aan het belang van de overeenkomst voor de visserijsector. Maar liefst 94 procent van de vangsten van EU-schepen onder het akkoord wordt gerealiseerd in de wateren van de Westelijke Sahara.

De huidige visserijovereenkomst tussen de EU en Marokko werd in juli 2014 van kracht en zal eindigen op 14 juli 2018. Van het akkoord maken ook Nederlandse vriestrawlers gebruik. Dit jaar visten bijvoorbeeld de SCH 24 ‘Afrika’ en de ROS 785 ‘Helen Mary’ al in het gebied.

Begin dit jaar concludeerde de advocaat-generaal van het Europese Hof van Justitie dat de visserijovereenkomst niet rechtsgeldig is, omdat er geen rekening is gehouden met de positie van de inwoners van de Westelijke Sahara. Dit is een gebied dat sinds het beëindigen van de status als Spaanse kolonie (‘de Spaanse Sahara’) eind jaren 70 door Marokko bestuurd wordt op basis van een VN-resolutie. De onafhankelijkheidsbeweging Polisario betwist echter deze Marokkaanse invulling van de VN-resolutie en is ook deze rechtsgang tegen het huidige visserijakkoord gestart. In de overeenkomst zou ook niet geregeld zijn dat de financiële tegenprestatie van de EU voor het grootste deel naar de inwoners van de Westelijke Sahara zou moeten gaan, omdat in hun wateren het leeuwendeel van de vangsten wordt gerealiseerd. Het Europese Hof is nu meegegaan in deze visie.

De wateren van de Westelijke Sahara zijn dus wat het Europese Hof betreft uitgesloten in de nieuwe overeenkomst. De Europese visindustrie, bij monde van de koepel Europêche, vindt dat het Hof het belang van de overeenkomst voor de visserijsector niet heeft meegenomen in haar oordeel. De organisatie stelt ook dat volgens de VN exploitatie van bronnen van een ‘non-self-governing territory’, zoals de Westelijke Sahara, niet indruist tegen internationaal recht als het gebeurt in het voordeel van de plaatselijke bevolking. En dat is volgens Europêche het geval.

De EU betaalt jaarlijks 30 miljoen euro voor de toegang tot de viswateren van Marokko: 16 miljoen voor visrechten en 14 miljoen voor steun aan de lokale sector. Twee derde van dat laatste bedrag (9,24 miljoen euro) is toegekend aan de Westelijke Sahara-regio’s Dakhla-Oued Eddahab en Laâyoune-Sakia-El Hamra. Hier bovenop komt nog jaarlijks een eigen bijdrage van de rederijen van 10 miljoen euro. Conclusie van Europêche: de overeenkomst respecteert Internationaal Recht en de mensenrechten en is voordelig voor beide partijen, met name voor de Westelijke Sahara. Europêche doet dan ook een oproep aan de EU en Marokko om te gaan onderhandelen over een nieuw akkoord.

Bij het visserijakkoord EU-Marokko zijn 126 EU-schepen betrokken, 700 visserlui en 3.500 werkers aan de wal. Met de overeenkomst kan jaarlijks 83.000 ton vis gevangen worden, ter waarde van ongeveer 80 miljoen euro (5,6 procent van de totale vangsten in het gebied). De gemeenschappen van de Westelijke Sahara profiteren duidelijk van de EU-activiteiten, aanlandingen en investeringen.