Wilt u een abonnement afsluiten, nieuws doorgeven, een advertentie plaatsen of online adverteren in Visserijnieuws? Klik dan hier.
‘Uitrol windenergie op zee in angstaanjagend tempo’

Ook De Noordzee krabt zich achter de oren…

UTRECHT – Over dertig jaar zal volgens planning van de overheid grofweg 20-25 procent van de Nederlandse Noordzee bedekt zijn met windmolenparken. De uitrol gaat volgens de visserijsector in een angstaanjagend tempo. Wat zijn de risico’s van de grootschalige uitrol van windparken op de natuur van de Noordzee? En zijn er ook kansen? Stichting De Noordzee kwam vorige week met een rapport en pleit voor meer onderzoek voordat de heipalen massaal de grond ingaan.

Stichting De Noordzee publiceerde vorige week haar rapport ‘Windparken op de Noordzee: kansen en risico’s voor de natuur’. Hierin geeft de stichting op basis van literatuuronderzoek een overzicht van de huidige situatie van windparken, de toekomstige uitbreidingen als bestaand en gewenst beleid gevolgd wordt en de kansen maar zeker ook de risico’s van de groei van het aantal windturbines op zee. Met het rapport wil Stichting De Noordzee naar eigen zeggen een gedegen bijdrage leveren aan ‘de lastige maar belangrijke discussie over het te voeren beleid rondom de grootschalige uitrol van windparken op de Noordzee’.

In het kader van maatregelen die genomen worden om de klimaatveranderingen tegen te gaan zullen er steeds meer windparken op zee gebouwd gaan worden. Voor de visserij is een blik op de toekomst een hard gelag. Op de hele Noordzee stonden eind 2017 zo’n 3.000 turbines, samen goed voor 11 gigawatt (GW) aan opgesteld windvermogen. Op de Nederlandse Noordzee stonden in datzelfde jaar 289 turbines, samen goed voor bijna 1 GW aan opgesteld vermogen. Voor 2050 rekent het Planbureau voor de Leefomgeving voor het Nederlandse deel van de Noordzee met scenario’s van 25 tot 75 GW. Hiervoor zijn naar verwachting in totaal zo’n 2.500 tot 7.500 turbines nodig. Stichting De Noordzee rekent voor dat wanneer uitgegaan wordt van een gemiddeld ruimtebeslag van 6 MW aan geïnstalleerd vermogen per vierkante kilometer, windturbines in 2050 zo’n 4.160 tot 12.500 km2 van de Nederlandse Noordzee zullen beslaan; grofweg een vijfde tot een kwart.

Die grootschalige industrialisering van de Noordzee brengt risico’s met zich mee voor de natuur. Voor vissen, vogels en vleermuizen. Zeker grote windparken zijn ingrijpend; het is uit radarbeelden duidelijk geworden dat veel vogels zo’n windpark ontwijken. Het onderwatergeluid, niet alleen bij het bouwen van windmolens in zee maar ook tijdens de operationele fase, levert groot gevaar op voor bijvoorbeeld bruinvissen en andere zeezoogdieren. Onderzoek laat zien dat het effect van het onderwatergeluid door de bouw van de tot 2023 geplande windparken op de Noordzee op de populatie bruinvissen waarschijnlijk groter is dan volgens richtlijnen aanvaardbaar, en dat er maatregelen genomen moeten worden om deze effecten binnen geaccepteerde grenzen te houden.

Vorige maand trokken satellietfoto’s van een groot Brits windpark de aandacht. Te zien waren grote sedimentpluimen achter elke windmolen. Hoe zeestromingen, het mixen van waterlagen, sedimentverplaatsing en windpatronen veranderen bij grootschalige uitrol van windparken op zee is nog lang niet duidelijk. De Noordzee constateert een opeenstapeling van effecten op de natuur; niet alleen van windmolens, maar ook van de visserij en andere gebruikers van de Noordzee, zoals de olie- en gasindustrie. Het wil middels een goed uitgevoerd integraal monitoringsprogramma voortdurend de vinger aan de pols houden.

Aanbevelingen

Wat kansen betreft; De Noordzee ziet, onder meer doordat ‘bodemberoerende activiteiten’ na de bouw bij de windparken verboden zijn, ruimte voor de ontwikkeling van de zeebodem en de karakteristieke Noordzee-fauna. Op het harde substraat van de turbines kunnen specifieke soorten zich vestigen. Door natuurherstel in de windparken actief te bevorderen, kunnen bijvoorbeeld oesterriffen zich herstellen, die volgens Stichting De Noordzee vroeger op grote schaal aanwezig waren in de Noordzee.

Voor een ecologisch verantwoorde uitrol van wind op zee en de herinrichting van de Noordzee die daarmee gepaard gaat, doet Stichting De Noordzee vijf aanbevelingen aan de overheid en windsector: Er moeten nog veel kennisvragen worden ontwikkeld om de grootschalige ontwikkeling van windparken op zee in goede banen te leiden, dus investeer tijd en middelen in kennis; beperk de ecologische risico’s van wind op zee; benut de ecologische kansen van wind op zee; ontwikkel een integraal masterplan voor de Noordzee, maak adaptief management mogelijk en pas het voorzorgsprincipe toe.

Actiegroep EMK ziet het naar eigen zeggen als een stap vooruit dat een natuurclub als Stichting De Noordzee eindelijk kritisch en ruimhartig de natuurrisico’s van windenergie op zee erkent. Wel vindt EMK dat er in het rapport te weinig wordt stilgestaan bij de gevolgen voor de vissoorten. EMK wil graag van De Noordzee weten wat het referentiepunt is van het ‘natuurherstel’ dat plaats kan vinden in windmolenparken. Over de enorme oesterbanken op de zeekaart uit 1883 die De Noordzee van stal haalt is EMK kritisch: ,,De stelling dat 20 procent van de Noordzee oesterbanken zou zijn geweest is héél discutabel.’’ Over windmolenparken als potentiële kraamkamers voor vis heeft EMK twijfels. ,,De visstand gaat waarschijnlijk flink achteruit.’’

Ook leest EMK nergens terug dat verminderde ruimte voor visserij door windparken leidt tot meer visserijdruk in de overige gebieden. ,,Wat daar aan te doen?’’ Tenslotte vindt EMK dat er te weinig aandacht is voor de lange termijn. ,,Als duizenden windmolens straks daadwerkelijk continu in bedrijf zijn, welke onafhankelijke wetenschappers onderzoeken dan op meerdere plekken de langetermijngevolgen, en voor hoe lang?’’

Beetje gelijk

Het Financieel Dagblad kopte ‘Steeds meer windparken op de Noordzee, legt de natuur het loodje?’ en liet Stichting De Noordzee aan het woord over hun zorgen en hun oproep dat het effect van die windmolens op de natuur en op andere belanghebbenden zoals de visserij beter moet worden onderzocht. Emeritus hoogleraar Han Lindeboom geeft de vissers in het FD ‘toch wel een beetje gelijk’ als die klagen dat windmolenparken net in goede visgebieden liggen. ,,Het zou goed zijn om de volgende keer iets beter na te denken over de locatie van windparken.’’

Daarnaast werd het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) aangehaald. Met name in het scenario met de sterkste groei is de ruimteclaim van windenergie op zee in 2050 volgens PBL zo groot ‘dat de huidige ruimtelijke scheiding tussen windparken enerzijds en natuurgebieden en visserij anderzijds moeilijk is vol te houden, tenzij geaccepteerd wordt dat beschermde natuurgebieden en visserijgebieden niet groeien of zelfs krimpen’.

Directeur Pim Visser van VisNed is met name blij met de nadrukkelijke vraag in het rapport naar de effecten van geluid. ,,Een nog onontgonnen gebied’’, aldus Visser. Voor VisNed is wind op zee een enorm dossier, dat ontzettend veel tijd opslurpt. VisNed doet mee met de werkgroepen ‘Noordzee 2030’ en ‘Wind op zee’ en zit in tal van bestuurs-overleggen, en daarvoor moeten meningen, beelden en visies worden gevormd. ,,De uitrol van windenergie vindt met een angstaanjagend tempo plaats. Eigenlijk roekeloos. Regelmatig trekken we samen op met Stichting De Noordzee. Over visserij en natuur wordt het snelst heen gewalst door de grote belangen.’’

Visser besluit: ,,Voor Stichting De Noordzee is de natuur de corebusiness, voor ons is dat de visserij. Van de visserijsector wordt ook een visie verwacht. We zijn daar druk mee bezig, en hopen over vier weken met ons rapport te komen.’’


Vrooman, J., Schild, G., Rodriguez, A.G., van Hest, F., 2018. Windparken op de Noordzee: kansen en risico’s voor de natuur. Stichting De Noordzee, Utrecht.