Wilt u een abonnement afsluiten, nieuws doorgeven, een advertentie plaatsen of online adverteren in Visserijnieuws? Klik dan hier.

Onverminderd harde Brexit-retoriek door Schotse Visserijfederatie

In Schotland is er binnen de Scottish Fishermen’s Federation (SFF) een wisseling van de wacht geweest, Bertie Armstrong is vertrokken als directeur en opgevolgd door Elspeth Macdonald. De onverzoenlijke toon in hun berichtgeving is onveranderd. Dat is jammer, want ook na Brexit is er noodzaak tot gezamenlijk duurzaam beheer van de visbestanden. Daarin is het belangrijk dat onderlinge verhoudingen goed zijn. Ronkende nationalistische anti-EU-retoriek hoort daar niet bij.

Als u deze column leest is de cruciale EU-top achter de rug en staan we aan het begin van een spannende periode in het Verenigd Koninkrijk. Niemand verwacht een No Deal-Brexit op 31 oktober, maar zeker weten we het niet. Toch zou No Deal ‘slechts’ een probleem van de korte termijn zijn. Want na Brexit (Deal of No Deal) moeten de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk langetermijnafspraken maken over visserij. En dat gaat hoe dan ook gebeuren onder hoge tijdsdruk van een naderende einddatum. En dan komt het erop aan. Van die gesprekken hangt immers de toekomst van onze visserijen en onze visserijgemeenschappen af.

 

In de opmaat naar die onderhandelingen blijken de verwachtingen in Schotland erg hooggespannen. Er wordt volop publicitair ‘gespind’. Politici worden aangewakkerd en voor karretjes gespannen. Zo stond vorige week in de rubriek Wereldnieuws op de voorpagina van Visserijnieuws een citaat uit het Engelse vakblad Fishing News. De nieuwe voorvrouw van de Scottish Fishermen’s Federation, Elspeth Macdonald, wordt geciteerd. Zij heeft het ronkende taalgebruik van haar voorganger Bertie Armstrong overgenomen.

Ook in SFF-persberichten wordt volop uit het populistische vaatje getapt. De visserij zou de snelst groeiende sector in de Schotse economie kunnen worden. “Het VK wordt een soevereine onafhankelijke visserijnatie”, zo roept men, alsof men plotseling alleen op de wereld is. Alsof alle buren, die jarenlang goede collega’s waren, er ineens niet meer toe doen. Alsof de eventuele winst voor de Schotten geen verlies voor de buren zou betekenen. Het is eigenlijk een oproep tot onduurzaam vissen. Een oproep om het piratengedrag van IJsland en de Faeröer te herhalen. Die landen stellen eenzijdig het quotum vele malen malen vast dan wetenschappelijk verantwoord. En dat terwijl de Schotten nou juist tegen dat piratengedrag te hoop liepen. Het kan verkeren, zei Brederode in zijn dagen.

 

Maar wie betaalt eigenlijk de prijs voor deze tomeloze ambities van (grote reders binnen) de SFF? Naast dat het ten koste gaat van  vroegere EU-collega’s kan die hebzucht ook zomaar ten koste gaan van kleine Britse familiebedrijven, zowel in de aanvoer als in de handel en verwerking. Veelal kleinere familiebedrijven  die wel afhankelijk zijn van handel met de Europese Unie.

 

De SFF heeft een heel slimme publiciteitscampagne rondom Brexit opgezet. In een recent rapport van de New Economics Foundation wordt hun publicitaire inzet fijntjes geanalyseerd. De publieke opinie wordt willens en wetens een vals droombeeld voorgehouden. Daar is dit slimme bericht ook weer een voorbeeld van. De voordelen voor de al steenrijke quotumhouders worden benadrukt zonder te benoemen dat die eventuele voordelen slechts op de reeds goed gevulde bankrekeningen van enkelingen zullen verschijnen. De nadelen voor de grote groep aan kleinere familiebedrijven en de handel en verwerking worden simpelweg niet genoemd. Daarom hebben veel van die kleinere ondernemers deze federatie de rug al toegekeerd. Vorige week nog werd in een hoorzitting in het Britse parlement verklaard dat bij een No Deal de (kleine) vloot binnen 48 uur voor de kant zou komen omdat de logistiek naar de EU volledig zou zijn vast gelopen.

 

Valse hoop

 

Er zijn nog drie elementen in de valse hoop die SFF wekt: 1) de interne Britse problemen, 2) de schade in de EU en 3) het gebrek aan bemanning.

 

De quota en visrechten (zeedagen) worden in het Verenigd Koninkrijk op een ietwat ongelukkige manier toegedeeld. Dat leidt tot veel ongenoegen; tussen overheden van Engeland en Schotland en Wales en Noord-Ierland en tussen vissers onderling. Dat is een Brits probleem en heeft niets, maar dan ook helemaal niets met de EU of het Gemeenschappelijk Visserijbeleid te maken. De ronkende teksten van de SFF suggereren een oplossing voor deze interne problemen, maar die oplossing is er niet. Daarom komen ze straks van een hele koude kermis thuis. Sterker nog: de onderlinge problemen zullen juist groter in plaats van kleiner worden. De SFF schetst willens en wetens een verkeerd beeld en wekt valse hoop.

 

De quota worden na wetenschappelijk onderzoek (wat we daar ook van kunnen vinden) op een duurzaam niveau vastgesteld. Dat gebeurt door nu in EU-verband en in ‘derde landen’-onderhandelingen. Straks ook onder het met het VK te sluiten verdrag (volgens regels van de Verenigde Naties UNCLOS-paraplu). De ‘quotumtaart’ is nu en straks even groot, als iedereen de afspraken respecteert. De grote groei die de SFF suggereert kan dus alleen maar ten koste van hun Nederlandse, Belgische, Duitse, Deense, Franse, Zweedse Spaanse en  Ierse collega’s gaan. De ambitie van de SFF is dus ingegeven door hebberigheid van enkelen ten koste van velen. De charme waarmee mevrouw Elspeth haar boodschap brengt doet helemaal niets af aan het feitelijk schaamteloze karakter van wat ze zegt. Daarin zet ze de heel schadelijke koers die haar voorganger Bertie Armstrong (ooit een prima naaste collega van de EU-visserijen) heeft ingezet voort. Ze zou zich moeten richten op toenadering in plaats van vervreemding. Als mevrouw Macdonald in de toekomst toch een goed gesprek met de EU-collega’s wil aangaan zal ze haar toon drastisch moeten veranderen. Ze had de kans om de door haar voorganger aangerichte schade te herstellen. Helaas heeft ze daar (nog) niet voor gekozen. Het zou beter zijn als het bestuur van de SFF het beleid op dit punt heel snel bijstelt.

Dat er wereldwijd nog steeds sprake is van slavernij in de visserij is een gegeven waar we ons als Europese visserijindustrie hard tegen verzetten. Daarom is VisNed van mening dat er ook in Nederland alleen met niet-EU bemanningsleden gewerkt mag worden als dat binnen de daarvoor geldende wettelijke kaders gebeurt. Daarom zetten we ook samen met de pelagische reders, de Nederlandse Vissersbond en het CNV hard in op het bestrijden van uitbuiting van bemanningen in welke vorm en op welke plek dan ook. In Schotland is een enorm bemanningsprobleem, nog veel  groter dan in ons land. Dat wordt opgelost met de inzet van niet-EU vissers. De enorme groei die de SFF voorstaat kan alleen maar gerealiseerd worden met meer bemanning. Maar waar komen die vissers vandaan? En delen die bemanningen dan wel eerlijk in de besomming? Het zijn maar vragen, maar de antwoorden laten zich raden.

 

Na de ongewenste uittreding van het VK uit de Europese Unie en dus uit het Gemeenschappelijk Visserijbeleid is er slechts één juiste  denkrichting in het belang van vissers, visverwerkers en visserijgemeenschappen in de EU en in het VK: Zorg voor goede onderlinge collegiale verhoudingen. Blijf zo dicht mogelijk bij de huidige stabiele verdeling en de goed werkende manier om quota met elkaar te ruilen. Als EU-visserijen maken we ons daarover grote zorgen. Willen de Schotse visserijvertegenwoordigers die goede verhoudingen wel? Wat gaat er onder tijdsdruk gebeuren tijdens de onderhandelingen?

Gelukkig is er een sterke saamhorigheid binnen de EUFA, de sterke alliantie van visserijorganisaties van acht landen Die EUFA streeft een goede collegiale relatie met niet-EU visserijorganisaties na, en rekent er op dat dit andersom ook zo is. En ook dat de visserijministers van de acht meest door Brexit bedreigde landen elkaar niet loslaten. Het wordt en blijft vast en zeker spannend de komende tijd, maar de motto’s blijven: ‘united we stand’  en ‘slapen doen we ’s nachts’.

Brexit, het uittreden van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie, grijpt diep in op de gehele vissector van de EU, en op die van Nederland en België in het bijzonder. Vanaf het Britse referendum in de zomer van 2016 zitten de visserijvoormannen er bovenop. Op Nederlands sectorinitiatief is de European Fisheries Alliance (EUFA) geformeerd, met negen lidstaten ‘aan de vaste wal’ en Gerard van Balsfoort als voorzitter. Met als doel het behoud van een vrije zee. De visserijvoormannen moeten alle zeilen bijzetten om de rampspoed die een harde Brexit met zich mee zal brengen af te wenden. In deze rubriek schetsen de visserijvoormannen de actuele ontwikkelingen en hun inzet op het internationale strijdtoneel.