Wilt u een abonnement afsluiten, nieuws doorgeven, een advertentie plaatsen of online adverteren in Visserijnieuws? Klik dan hier.
Berends discussieert over doelstelling aalbeheerplan

Nederlandse paling in de lift

EMMELOORD - Het gaat weer beter met de paling (aal) in de Nederlandse wateren en dat is goed nieuws. Aldus Derk Jan Berends van de PO-IJsselmeer/Nederlandse Vissersbond.

Berends woonde deze zomer de presentatie van de tussentijdse evaluatie van het Nederlandse aalbeheerplan door Wageningen Marine Research bij en viste vorige maand ook een dagje mee met Elburger palingvissers. Het WMR-evaluatierapport is deze week vrijgegeven.

,,Uit het onderzoek van WMR blijkt dat de visserijsterfte voor zowel de rode aal als de schieraal in Nederlandse wateren fors is gedaald en het bestand is gegroeid. Hoopgevend’’, concludeert Berends. In het wetenschappelijke rapport staat evenwel dat de status van de aal in Nederland met een hoge sterfte en lage biomassa verontrustend blijft.

Nederland is volgens het aalbeheerplan nog lang niet waar het zou moeten zijn. Berends wil echter de discussie openen over de doelstelling, namelijk dat 40 procent van maar liefst 10.400 ton schieraal naar zee moet kunnen trekken. De uittrek wordt nu geraamd op 1.365 ton (13 procent), en dat zou dus 4.160 ton moeten zijn. ,,De vraag is hoe reëel die doelstelling is. De praktijk is dat Nederland een van de dichtstbevolkte gebieden ter wereld is en de draagkracht en productie van de Nederlandse wateren sterk achteruit is gegaan.’’

Berends wijst erop dat de zogenoemde visserijsterfte sterk is gedaald, maar dat dat niet gezegd kan worden van de palingsterfte als gevolg van waterkrachtcentrales, gemalen en andere kunstwerken. ,,Aan de knop van de visserij valt makkelijk te draaien, maar iedereen zal zijn steentje moeten bijdragen. Ook dat is onderdeel van het aalbeheerplan en vergt dus grote investeringen door de overheden. Wij blijven daar Rijkswaterstaat en waterschappen op aanspreken.’’

De vraag van Berends namens de palingvissers is: hoe zit het met andere lidstaten. ,,Uit eerdere evaluaties bij de Europese Commissie blijkt dat sommige lidstaten ook op de goede weg zijn, terwijl anderen nauwelijks informatie konden overleggen.’’


Foto: Nederlands VisbureauFoto: Nederlands Visbureau

Effecten van het aalbeheerplan op de Nederlandse aalpopulatie

Schieraaluittrek blijft lager dan Europese doelstelling

IJMUIDEN – Door de slechte staat van de aal hebben Europese lidstaten medio 2009 maatregelen moeten treffen voor aalherstel. De doelstelling hierbij is dat minimaal 40% (4.160 ton) van de geschatte mogelijke biomassa schieraal naar zee kan ontsnappen. De Europese Commissie heeft opdracht gegeven de voortgang in de nationale aalbeheerplannen elke drie jaar te evalueren. De evaluatie van het Nederlandse aalbeheerplan met resultaten over de periode 2014-2016 is deze zomer opgeleverd aan de EU*. Hieronder een korte samenvatting van de hand van Tessa van der Hammen van Wageningen Marine Research.

De maatregelen uit het Nederlandse aalbeheerplan hebben geleid tot een grote teruggang in antropogene sterfte; de door de mens veroorzaakte palingsterfte. Terwijl deze in de periode 2005-2007 nog 81% bedroeg, is de sterfte gedaald naar 49% in de periode 2014-2016 gemiddeld voor Nederland (Figuur 1). Deze sterke daling wordt voornamelijk veroorzaakt door afname van vangsten van de commerciële en recreatieve visserij. Ook de schieraalsterfte tijdens de migratie door barrières zoals gemalen, waterkrachtcentrales en sluizen is gedaald van 20% naar 18%.

* K.E. van de Wolfshaar, A.B. Griffioen, H.V. Winter, N.S.H. Tien, D. Gerla, O. van Keeken and T. van der Hammen. Evaluation of the Dutch Eel Management Plan 2018: Status of the eel population in 2005-2016. CVO report: 18.009

Figuur 1. Veranderingen in het % door de mens veroorzaakte sterfte van aal gedurende zijn leven in het zoete water in perioden van drie jaar. Grijs is de bijdrage van de sterfte door commerciële en recreatieve vissers; zwart en gearceerd de bijdrage van de sterfte door barrières (gemalen, sluizen, waterkrachtcentrales) tijdens de schieraaltrek. De sterfte door barrières in 2011-2016 is op een nauwkeurigere manier berekend dan die van 2005-2010 en de periodes zijn daarom niet direct vergelijkbaar. Figuur 1. Veranderingen in het % door de mens veroorzaakte sterfte van aal gedurende zijn leven in het zoete water in perioden van drie jaar. Grijs is de bijdrage van de sterfte door...

In Nederland is in 2014-2016 de geschatte totale aalpopulatie gestegen (6.833 ton, waarvan 1.365 ton schieraal), vergeleken met 2005-2007 (6.079 ton, waarvan 1.585 ton schieraal). Deze toename komt vooral door een toename van de geschatte biomassa in de Benedenrivieren (onderdeel van de Rijkswateren in Figuur 3).

In het IJsselmeer en Markermeer is echter een afname in biomassa te zien (Figuur 3): tussen de twee laatste perioden 2011-2013 en 2014-2016 is de visserijsterfte in deze twee meren niet afgenomen en is een kleine afname in biomassa te zien (Figuur 3).

Figuur 2. De geschatte schieraaluittrek (onderste lijn), de best mogelijke schieraaluittrek wanneer er alleen natuurlijke sterfte zou hebben plaatsgevonden en de doelstelling van het aalbeheerplan. De doelstelling in het aalbeheerplan is 40% van de best mogelijke schieraaluittrek.Figuur 2. De geschatte schieraaluittrek (onderste lijn), de best mogelijke schieraaluittrek wanneer er alleen natuurlijke sterfte zou hebben plaatsgevonden en de doelstelling van het...

De grootste biomassa aal zit in kleinere wateren zoals sloten, plassen, kleinere rivieren en kanalen, de zogenaamde regionale wateren. Voor deze kleine wateren kan alleen een schatting over de hele periode (2005-2016) gemaakt worden en kan dus niet gekeken worden naar verandering door de tijd heen.

Ondanks de kleine vooruitgang is de totale aalpopulatie in Nederland nog altijd in slechte staat, met hoge sterfte en lage biomassa (Figuur 2). De huidige biomassa van uittrekkende schieraal blijft met 1.365 ton ruim onder de doelstelling van 4.160 ton (Figuur 2).

Figuur 3. Schatting van het aalbestand (aal >30 cm) voor verschillende gebieden in Nederland. Rijkswateren = alle grote rivieren en meren, behalve het IJssel-/Markermeer. Regionale wateren = de overige –kleinere- wateren. Let op: voor de regionale wateren is één schatting voor de hele periode gemaakt.Figuur 3. Schatting van het aalbestand (aal >30 cm) voor verschillende gebieden in Nederland. Rijkswateren = alle grote rivieren en meren, behalve het IJssel-/Markermeer. Regionale...

Doordat aal een langlevende soort is, hebben maatregelen ook pas op lange termijn effect. Er gaan jaren voorbij voordat een glasaal uiteindelijk schieraal wordt en weer terugtrekt naar zee om voor een nieuwe generatie te zorgen. Verder blijft het onzeker of de genomen maatregelen op termijn zullen leiden tot een goede aalstand, omdat niet zeker is of alle factoren die de achteruitgang in de aalstand veroorzaken bekend zijn.


Europese evaluatie

De Europese Commissie heeft besloten om de EU-Aalverordening uit 2007 te evalueren en te kijken of de lidstaten de aalbeheerplannen goed hebben uitgevoerd. Op basis van de bevindingen zal besloten worden of de Aalverordening aangepast moet worden of dat de nationale beheerplannen beter moeten worden uitgevoerd.



Evaluatie van het aalbeheerplan Nederland

Lidstaten moesten voor 1 juli 2018 rapporteren aan de Europese Commissie over de voortgang van het aalbeheerplan. In opdracht van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft Wageningen Marine Research daarom een evaluatierapport opgesteld. De conclusies zijn vorige maand gedeeld met stakeholders en de sectoren. De methode die bij deze evaluatie is gehanteerd is opgesteld door de ICES aalwerkgroep (een Europese werkgroep met wetenschappers). Met modellen, vangstgegevens, veldwaarnemingen en statistische analyses zijn schattingen gemaakt van de biomassa schieraal die op dit moment kan ontsnappen naar zee, en van de niet-natuurlijke sterfte van aal – dus door de mens veroorzaakte sterfte - gedurende zijn leven in het zoete water.


Aalbeheerplan

Sinds de jaren 1980 zijn de glasaalintrek en de aalpopulatie in Europa zeer sterk teruggelopen. Om herstel van de aalpopulatie mogelijk te maken heeft de Europese Unie in 2007 de Aalverordening* opgesteld die lidstaten verplicht om een nationaal aalbeheerplan op te stellen. In Nederland is het aalbeheerplan in juli 2009 geïmplementeerd. Eerst is er vastgesteld hoe groot de uittrek van schieraal zou kunnen zijn zonder sterfte door bijvoorbeeld visserij of barrières zoals sluizen, waterkrachtcentrales en gemalen. In Nederland is dat geschat op 10.400 ton. Dit wordt de ‘best mogelijke biomassa van schieraal’ genoemd. Het doel van het beheerplan is dat op termijn jaarlijks 40% (4.160 ton) van deze best mogelijke biomassa van schieraal wegtrekt naar het voortplantingsgebied.

* Verordening van de Raad tot vaststelling van maatregelen voor het herstel van het bestand van Europese aal (EC 1100/2007)