Wilt u een abonnement afsluiten, nieuws doorgeven, een advertentie plaatsen of online adverteren in Visserijnieuws? Klik dan hier.
Meerjarenplan voor bodemvisserijen Noordzee

MSY en aanlandplicht centraal

BRUSSEL – De Europese Commissie heeft afgelopen woensdag een meerjarenplan voor de demersale bestanden in de Noordzee voorgesteld. Exit kabeljauwherstelplan, platvisplan en zeedagen, maar daarvoor in de plaats komen vangstbeperkingen die moeten leiden tot MSY-niveau van de bestanden, een stevig verankerde aanlandplicht en ‘verbeterde’ controle. Het voorstel wordt ter bespreking overgelegd aan het Europees Parlement en de Raad van de EU.

Het voorgesteld Meerjarenplan Noordzee is de eerste in zijn soort, nadat vorig jaar een soortgelijk plan voor de Oostzee is vastgesteld. Het plan betreft de bodemvisserijen op de Noordzee van de lidstaten België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Zweden, met een aanlandwaarde van ruim 850 miljoen euro (cijfer 2012).

Eén van de pijlers van het plan is MSY. Het plan moet garanderen dat de visbestanden volgens de beginselen van deze maximale duurzame opbrengst en de ecoysteemgerichte benadering van het visserijbeheer worden geëxploiteerd. Daarbij wordt uitgegaan van de meest recente wetenschappelijke informatie over de bestanden, de gemengde visserijen en andere aspecten van het ecosysteem en het milieu. In het plan zijn bandbreedtes opgenomen waarbinnen vangstbeperkingen kunnen worden vastgesteld. Alleen onder duidelijk omschreven omstandigheden is het toegestaan vangstmogelijkheden vast te stellen in de buurt van de bovengrens van de bandbreedtes.

Volgens de EC zal het plan meer rekening houden met gemengde visserijen en de besluitvorming dichter bij de vissers brengen; van nationale naar regionale autoriteiten. Dat laatste is van belang voor bijvoorbeeld de invoering van de aanlandplicht, de andere pijler van het meerjarenplan voor de Noordzee. Met ingang van 2019 geldt de aanlandplicht voor alle soorten waarvoor vangstbeperkingen zijn vastgesteld. Het nieuwe plan moet de invoering van de aanlandingsverplichting vergemakkelijken. Het gaat zeer uitgebreid in op streefwaarden met betrekking tot MSY. Hoewel het gevaar van choke species (‘knelsoorten’) uitgebreid wordt geschetst, wordt in het plan toch maar heel beperkt concreet ingegaan op de aanlandplicht. Duidelijk is dat het mogelijk moet zijn om in het kader van de regionalisering uitzonderingen op de aanlandingsverplichting te verkrijgen voor soorten met een wetenschappelijk aangetoonde hoge overlevingskans, en de-minimisvrijstellingen.

,,Gezien de interacties in de gemengde demersale Noordzeevisserijen is het wenselijk de vangstmogelijkheden aan te sturen aan de hand van een modelleerperspectief dat uitgaat van gemengde visserijen. Dankzij de recente wetenschappelijke ontwikkelingen is een dergelijk model momenteel beschikbaar. Deze aanpak zou tevens in overeenstemming zijn met de ecosysteemgerichte benadering van het visserijbeheer. De eerste stap naar zo een aanpassingsgericht beheer bestaat erin alle relevante bestanden in één beheersplan op te nemen. Hiertoe moeten onder meer streefbandbreedtes voor de visserijsterfte van elk bestand worden gehanteerd als basis voor de vaststelling van jaarlijkse TAC’s voor deze bestanden. Op die manier wordt in de procedure voor het vaststellen van de TAC’s de nodige flexibiliteit ingebouwd om problemen die zich in het kader van de gemengde visserij voordoen te helpen opvangen’’, aldus de Europese Commissie. Verdere uitleg ontbreekt vooralsnog.

Van de lidstaten wordt verlangd dat zij met betrekking tot de aanlandplicht bij de verdeling van de TAC’s rekening houden met de waarschijnlijke samenstelling van de vangsten. De lidstaten kunnen daartoe nationale maatregelen vaststellen, bijvoorbeeld een zeker deel van de beschikbare nationale TAC als reserve achter de hand houden of quota uitwisselen met andere lidstaten. Regionale belanghebbenden krijgen volgens de Europese Commissie de mogelijkheid aanbevelingen te doen voor op maat gesneden regels inzake de geleidelijke invoering van de aanlandingsverplichting.

Om de visserijcontrole te verbeteren is in het plan een verplichting opgenomen om belangrijke soorten alleen in aangewezen havens aan te landen en komen er nieuwe voorschriften inzake de verplichting aanlandingen bij de autoriteiten te melden. De voorgestelde regels moeten een evenwicht bereiken tussen meer flexibiliteit voor de visser en doeltreffender controles. Zo zullen meer vissers aan de nationale autoriteiten moeten melden wat zij van plan zijn aan te landen, maar mogen ze dit korter van tevoren doen.