Wilt u een abonnement afsluiten, nieuws doorgeven, een advertentie plaatsen of online adverteren in Visserijnieuws? Klik dan hier.
Expositie in Oostende en bijhorende publicatie

Laatsten der Mohikanen van de IJslandvaart

VEURNE – Er is al veel over geschreven, maar de belangstelling blijft. Want weinig takken van de visserijgeschiedenis spreken zo tot de verbeelding als de IJslandvisserij vanuit Vlaamse havens. Een expositie in de Venetiaanse Gaanderijen in Oostende vertelt het verhaal van het prille begin tot en met de laatste tocht van de IJslandvisser O 129 ‘Amandine’ in 1995.

Opvallend onderdeel van deze expositie zijn de portretten die Stephan Vanfleteren maakte van voormalige IJslandvaarders. ,,Met velen zijn ze niet meer, die maritieme arbeiders langs de kusten van het Land van IJs’’, schrijft Vanfleteren in het boekje dat uitgeverij Hannibal Books uit Veurne uitbracht bij de expositie en waarin de geschiedenis van de IJslandvisserij door de Belgen (en de Fransen) in het kort wordt beschreven. ,,De overgebleven getuigen vechten niet meer tegen de oceaan maar tegen de tijd. Het zijn de laatsten der Mohikanen van onze zee.’’

Naast het bewonderen van de getekende koppen van de oud-IJslandvaarders en het beluisteren van de interviews met zes hen, kan men in de Venetiaanse Gaanderijen een ‘interactieve digitale tour’ maken. De tentoonstelling loopt nog tot 7 november 2021.

Oostende

De IJslandvaart was aanvankelijk, vanaf begin 17de eeuw, een Franse aangelegenheid. Een dikke eeuw later volgde Nieuwpoort. In 1897 voeren maar liefst 187 zeilschepen vanuit Frankrijk naar IJsland. Daarop voeren ook veel Vlamingen. Gaandeweg verplaatste het epicentrum van de IJslandvaart zich naar Oostende, waarvandaan in 1884 de eerste ‘stoomtreiler’ vertrok. Kabeljauw was de hoofdsoort, en werd aanvankelijk gezouten en later vers aangevoerd. Nog tot halverwege de zeventiger jaren bleven de IJslandse visgronden belangrijk voor de Vlaamse visserij.

België was ook het laatste EU-land dat in de IJslandse wateren mocht vissen, nadat de Britten en de Duitsers al in de zeventiger jaren uit deze wateren waren verdreven, maar ook daar kwam een einde aan. Er mochten namelijk geen nieuwe schepen bij komen. Het werd dus een sterfhuisconstructie. In 1995 keerde de O 129 ‘Amandine’ terug uit IJslandse wateren en loste de laatste vangst uit de rijke viswateren van IJsland in de vismijn van Oostende.

De ‘Amandine’ staat nu in Oostende op de kant en is ingericht als museumschip.

Het boxje dat Hannibal Books heeft uitgegeven bevat een boekje van 64 pagina’s met teksten door Martin Heylen, Ineke Steevens en Stephan Vanfleteren en 32 postkaarten met historische foto’s van de IJslandvaart.

Beeld van de omstandigheden waaronder de IJslandvisserij geregeld plaatsvond. Het pakijs is de meest voorkomende vorm van zee-ijs en bestaat uit op elkaar geschoven ijsschollen. Gevaarlijk was de afzetting van ijs, te zien aan de mast, door opstappend buiswater (‘white frost’) of door nevel en mist (‘black frost’). Het schip kon door de ijsafzetting instabiel worden en daardoor zelfs kapseizen. (Foto: Archief van de Vriendenkring van het Noordzee-Aquarium Oostende)

Het ging niet altijd alleen om kabeljauw. Soms werden er enorme vangsten gedaan van ‘roo boonen’ (roodbaarzen), zoals hier op het dek van de O 298 ‘Van Dyck’. (Foto: Archief van de Vriendenkring van het Noordzee-Aquarium Oostende)

Vismijn De Cierk in Oostende, waar de IJslandse vis uiteindelijke belandde. (Foto: Maurice Anthony/Erfgoed Oostende en de kust)