Wilt u een abonnement afsluiten, nieuws doorgeven, een advertentie plaatsen of online adverteren in Visserijnieuws? Klik dan hier.
Vis wordt duurder

Kustvissersvaartuigen blijven onder btw-nultarief

URK – De Belastingwet wijzigt en btw-tarieven worden per 1 januari 2019 verhoogd. Dat heeft gevolgen voor de facturering en de administratieve verwerkening. Profinis Accountants en Adviseurs merkt dat leveranciers veel vragen hebben. Pieter Koster, Register Belastingadviseur, legt uit.

Vis duurder

,,Het lage btw-tarief wordt met ingang van volgend jaar verhoogd van 6 naar 9 procent. Dit betekent dat bijvoorbeeld niet alleen diensten, maar ook voedingsmiddelen duurder zullen worden. Dus ook vis. De vis bij de visspeciaalzaak of op de markt zal zomaar 3% duurder worden, de ondernemer zal immers deze btw-verhoging doorberekenen in de verkoopprijs van zijn product. Op diverse podia is deze impopulaire maatregel van het kabinet het afgelopen jaar breedvoerig besproken. VisNed heeft dat bijvoorbeeld gedaan samen met VNO-NCW. Helaas zonder resultaat.

Btw-nultarief

Een andere wetswijziging die per ingaande 2019 in werking treedt is de toepassing van het btw-nultarief voor zeeschepen. Deze wetswijziging is gericht op een beperking van de toepassing van het btw-nultarief.

Op grond van de Btw-richtlijn zijn lidstaten verplicht een btw-vrijstelling toe te passen voor onder meer de levering van zeeschepen, inclusief visserijschepen, die op volle zee worden gebruikt. Onder ‘volle zee’ wordt verstaan de zee buiten de twaalfmijlszone van een lidstaat. De vrijstelling geldt ook voor de bevoorrading van zeeschepen en voor een groot aantal diensten met betrekking tot die zeeschepen en de voorwerpen die met de zeeschepen vast verbonden zijn of voor hun exploitatie dienen. Daarbij kan gedacht worden aan reparatie en/of onderhoud van het schip.

Nederland heeft dit vormgegeven met een btw-nultarief. De Europese Commissie heeft echter kritiek geuit op de Nederlandse regeling. Het btw-nultarief is namelijk gekoppeld aan de term zeeschepen zonder dat de eis wordt gesteld dat die zeeschepen daadwerkelijk gebuikt worden voor de volle vaart op zee. De Europese Commissie heeft aangegeven dat Nederland deze bepaling te ruim heeft geformuleerd.

De regeling wordt daarom per 1 januari 2019 aangepast. In de gevallen dat het schip niet voor tenminste 70 procent daadwerkelijk wordt gebruikt voor de vaart op volle zee geldt het algemene tarief van 21 procent. In dat geval wordt het vaartuig niet meer aangemerkt als zeeschip. Voor de toetsing kan de dienstverlener in beginsel aansluiten bij de verklaring die de exploitant van het schip daarover afgeeft.

Schepen voor de kustvisserij, inclusief Waddenzee, hoeven volgens de nieuwe wettekst niet aan bovenstaande te voldoen. Het btw-nultarief, met uitzondering van de levering van proviand, blijft op deze schepen onveranderd van toepassing. De IJsselmeer- en binnenvissers komen vanaf 1 januari 2019 niet meer voor toepassing van het btw-nultarief in aanmerking, aangezien hun schepen in beginsel niet als schepen voor de kustvisserij kunnen worden aangemerkt.

De aanscherping van de maatregel heeft gevolgen voor zeeschepen die veel binnen de twaalfmijlszone actief zijn. Er ontstaat voor deze zeeschepen een liquiditeitsnadeel omdat de terug te vragen btw in de meeste gevallen eerst betaald moet worden. Een ander nadelig gevolg is dat de Belastingdienst een boete kan opleggen die kan oplopen tot maximaal 5.278 euro indien een foutief btw-tarief wordt berekend. Als ten onrechte een verkeerd btw-tarief in rekening wordt gebracht, dan zal de ondernemer het verschil ook zelf moeten bijpassen.

Het is daarom van groot belang om na te gaan of deze wijziging gevolgen heeft voor het bedrijf. Ondernemers moeten na 1 januari 2019 zeker weten of er sprake is van een dienst of levering aan een schip voor de vaart op volle zee of juist niet. Als niet duidelijk is hoe dit administratief aangepakt moet worden, neem dan gerust contact op met één van onze btw-specialisten.’’