Wilt u een abonnement afsluiten, nieuws doorgeven, een advertentie plaatsen of online adverteren in Visserijnieuws? Klik dan hier.

Onafhankelijk onderzoek in opdracht van Nederlandse Vissersbond

Kritiek op optimistische studie Vlaamse garnalenpuls

HOLWIERDE/EMMELOORD – Veel garnalenvissers staan terecht argwanend tegenover invoering van de garnalenpulskor. Dat oordeelt de Nederlandse Vissersbond op basis van een onafhankelijke review van ILVO-studies door bioloog Zwanette Jager van het Groninger bureau ZiltWater Advies.

Foto: C. HameetemanFoto: C. HameetemanGarnalenvissers in Natura 2000-wateren hebben tot 1 januari 2014 een Nb-wetvergunning. In de loop van dit jaar moet een nieuwe vergunningaanvraag wederom worden onderbouwd met een zogeheten passende beoordeling om aan te tonen dat geen schade aan de natuur in de Waddenzee en Noordzeekustzone wordt aangebracht. Ook de pulskor zal in de passende beoordeling op significante effecten moeten worden beoordeeld.

In opdracht van de Nederlandse Vissersbond beoordeelde ZiltWater Advies het ILVO-onderzoek betreffende de garnalenpulskor Hovercran op de O 191 en TX 25 de afgelopen jaren. Die studies hebben naar het oordeel van Jager weliswaar geleid tot de ontwikkeling van een toepasbaar garnalenpulstuig, dat mogelijk nog verder te optimaliseren is wat betreft vermindering van bijvangst en bodemcontact. Maar de eindconclusie kan volgens haar niet anders luiden dan dat de Vlaamse studies tekortschieten om besluiten te nemen over invoering van de pulskor in de garnalenvisserij. Bovendien zijn de effecten van chronische blootstelling aan pulsvelden op het bodemleven onvoldoende onderzocht.
Bij de O 191 is het weglaten van de klossenpees door het ILVO gepresenteerd als een verbetering, maar tegelijkertijd zijn de onderpees of boom verzwaard met gewichten om lift van het net te voorkomen. Per saldo hoeft het bodemcontact daardoor niet minder te worden, aldus Jager. De gepresenteerde gegevens over de eindconfiguratie op de TX 25 wekken haar de indruk dat het aantal trekken te laag is geweest om conclusies te trekken.

Jager wijst er op dat het garnalenpulstuig op de TX 25 (met gereduceerde klossenpees) absoluut niet vergeleken kan worden met de eerdere configuratie op de O 191. Zo verschilden de pulsgeneratoren in hun pulsintensiteit en pulsfrequentie en in de opgewekte veldsterkte (V/m), terwijl in eerdere laboratoriumproeven bleek dat deze parameters van grote invloed op het gedrag van garnalen en vissen zijn. In de ILVO-praktijkstudie werd 30 V/m toegepast bij 5 Hz, een veldsterkte iets hoger dan die waarbij in het lab honderd procent van zowel kleine als grote garnalen, loodrecht of parallel aan de elektrode, reageerde door op te springen. Bij lagere temperaturen dan de geteste 12 graden Celcius reageren garnalen mogelijk al bij een lagere amplitude, in donker reageert een hoger percentage garnalen dan in het licht.

In de ILVO-studie komt Jager speculaties, het ontbreken van gegevens, sterk generaliserende discussies, onjuiste conclusies, theoretische redeneringen en resultaten tegen die niet stroken met de doelstellingen om de bijvangst en bodemberoering te verminderen. ,,Als je niets zinnigs hierover kunt zeggen, zeg het dan liever niet’’, aldus Jager over opmerkingen van het ILVO dat de pulskor minder bodemcontact heeft.

Met de eindconfiguratie op de TX 25 is een vergelijking gemaakt tussen pulstuig zonder zeeflap (en 10 klossen) en een conventioneel net met zeeflap (en 36 klossen). Die pulskor vangt ongeveer een kwart meer garnalen met significant hogere bijvangst van met name strandkrab, zeester en zeedonderpad en – zij het niet-significant – ook meer schol, tong en wijting.
Jager vindt de Vlaamse conclusie dat de eindconfiguratie op de TX 25 voorlopig de ideale optuiging lijkt te zijn dan ook veel te kort door de bocht. ,,Even recapituleren: 25 procent meer garnalen tegenover veel hogere bijvangst en onbekend effect op puf, mogelijk toename van vangst van schol, tong, steenbolk, en wijting – maar door te laag aantal trekken niet significant; deze configuratie voldoet niet aan de doelstelling van verminderde bijvangst.’’

Tijdens de presentatie van zijn eindrapport ‘Verduurzaming van de garnalenvisserij met de garnalenpuls’ in november vorig jaar in Utrecht wees ILVO-onderzoeker Bart Verschueren op het grote potentieel van de garnalenpulskor. De bijvangst zonder zeeflap was inderdaad groter, maar bestond in vergelijking met het conventionele tuig mét zeeflap uit grotere vissen. Nieuw onderzoek met zeeflap in het garnalenpulstuig op de HA 31 zou naar zijn overtuiging ongetwijfeld duidelijk maken dat dan behalve kleine vis ook grotere vis uit de vangst met de Hovercran zal verdwijnen.


Reactie ILVO

OOSTENDE – Hans Polet, hoofd van de ILVO-afdeling Visserij: ,,De review is eigenlijk niet gewoon kritisch, maar vernietigend. Wij denken dat we goed werk gedaan hebben en dat we een pulskor ontwikkeld hebben die goedkoop, robuust en eenvoudig in gebruik is. Deze pulskor is ook helemaal niet uitontwikkeld.  Met onze experimenten en ons rapport was het helemaal niet de bedoeling een grondige wetenschappelijke evaluatie te maken. Zover zijn we nog niet, er is nog heel wat ontwikkelwerk nodig om de selectiviteit en de bodemberoering te verbeteren.  Het punt is eigenlijk dat ons rapport een voortgangsverslag is van een technische ontwikkeling. Wij hebben vooral geprobeerd het vistuig te doen werken en ook haalbaar te houden voor de visser. Dit alles is in nauwe samenwerking gebeurd met de visserman. Die wil wel zo snel mogelijk vissen en geen maanden verliezen aan wetenschappelijke evaluatie van vistuigontwerpen waarvan je al vlug ziet dat ze praktisch niet haalbaar zijn. Wij hebben tijdens het project vangstgegevens verzameld en die hebben we ook vermeld. Die gegevens zijn echter niet verzameld om de verschillende opeenvolgende vistuigontwerpen grondig te evalueren. De gegevens waren er om de ontwikkeling te sturen. Daarvoor heb je minder gedetailleerde info nodig dan voor een wetenschappelijke evaluatie. Wij gaan voort met de ontwikkeling en wanneer we een vistuigontwerp hebben dat we als uitontwikkeld prototype zien, gaan we grondig evalueren en dan gaan we ook publiceren en enkel dan is het een wetenschappelijk rapport. Voor de Hovercran die nu in Nederland gebruikt wordt zijn we er bijna. Dit jaar gaan we dan ook met de HA 31 aan de slag voor een grondiger evaluatie. Hierbij zullen we zeker rekening houden met de review van ZiltWater, want er zitten zeker goede argumenten in.’’’

Waarom?

EMMELOORD - Vissersbondvoorzitter Johan Nooitgedagt: ,,Dit onderzoek hebben we laten doen om verder te komen met de discussie over de ecologische- en economische afwegingen omtrent de positie garnalenpuls. Met andere woorden: wat is de positie van de garnalensector wanneer iedereen zou ‘pulsen’. Daar is op dit moment nog onvoldoende aandacht voor geweest en daarin willen we pro-actief handelen.’’