Wilt u een abonnement afsluiten, nieuws doorgeven, een advertentie plaatsen of online adverteren in Visserijnieuws? Klik dan hier.
Meer tong en tarbot/griet

Kotterquota in de lift

BRUSSEL - Het gaat goed met de tong in de Noordzee. Nederlandse vissers mogen daarom volgend jaar 15 procent meer tong vangen. Ook mag er in 2017 meer tarbot, griet, rog en makreel worden gevangen. Voor zeebaars worden de vangstmogelijkheden opnieuw drastisch beperkt.

Dat zijn de belangrijkste uitkomsten van de lange Landbouw- en Visserijraad afgelopen dinsdagnacht.

Staatssecretaris Martijn van Dam (Economische Zaken) is tevreden met het behaalde resultaat van de onderhandelingen. ,,We willen dat het goed gaat met de vis in de Europese wateren. Niet alleen vandaag, maar ook in de toekomst. Daarom steun ik de aanpak van de Europese Commissie. Nu het goed gaat met de vis in de Noordzee is er voor Nederlandse vissers ruimte om meer te vangen en dus ook meer te verdienen.”

Nederland heeft in Brussel samen met België en Duitsland gepleit voor het meer op elkaar afstemmen van de quota voor de gestegen doelsoorten (zoals tong en schol) en bijvangstsoorten. De bestanden en TAC’s voor schol en tong zijn immers gestegen, terwijl de TAC’s voor zogenoemde geassocieerde soorten zijn gedaald of gelijk gebleven. Met als gevolg dat er door te krappe quota nu kostelijke vis weer overboord moet. Het gezamenlijk pleidooi heeft geleid tot een ophoging van de quota voor tarbot/griet (+10 procent) en rog (+ 5 procent).

De Tweede Kamer had vorige week staatssecretaris Van Dam in breed ondersteunde moties van ChristenUnie en CDA ook verzocht te pleiten voor het ophogen van de ‘bijvangstsoorten’ en ook in te zetten op een tussentijdse verhoging van de quota voor 2016 van tarbot/griet en rog. De negatieve tendens is doorbroken, maar de tussentijdse verhoging is niet gelukt. Er moet bij tarbot/griet dus een quotumoverschrijding weggewerkt worden. Afhankelijk van de uitkomst van nader wetenschappelijk onderzoek naar de populatie van tarbot en griet volgt voor deze soorten in de loop van 2017 mogelijk wel een verdere, tussentijdse ophoging van de TAC. In een raadsverklaring is dat vastgelegd. De Europese Commissie zal ook aan ICES vragen of het biologisch verantwoord is om de TAC voor schar/bot te schrappen.

Belangrijkste Noordzeequota voor 2017 (ten opzichte van 2016)Belangrijkste Noordzeequota voor 2017 (ten opzichte van 2016) Met het resultaat van de onderhandelingen tussen de Europese Unie en Noorwegen in de knip was heel veel al duidelijk vooraf aan de laatste Landbouw- en Visserijraad van dit jaar. Heel belangrijk was nog wel de tong. Pas vorige week kwam de Europese Commissie met het voorstel om de TAC voor Noordzeetong op te hogen met niet meer dan krap 8 procent plus een top-up van ruim 7 procent voor discards in het kader van de aanlandplicht. Gelet op de positieve bestandsontwikkeling had ICES afgelopen zomer een stijging van 15 procent (conform het meerjarenplan) of 36 procent (conform de MSY-benadering, inclusief top-up voor discards) geadviseerd. Van Dam noemde vorige week in de Tweede Kamer het meerjarenplan leidend en sleepte er afgelopen dinsdag een plus van 15 procent Noordzeetong uit, daar komt de top-up van 7,3 procent bovenop.

Naast de genoemde wijzigingen geldt er voor diverse vissoorten een aanvullende ophoging van het quotum. Deze ‘uplift’ in de vorm van een nationale reserve vloeit voort uit het verplicht aanlanden van ondermaatse vis. Dit voorkomt dat de ondermaatse vis, die niet bestemd is voor menselijke consumptie, ten koste gaat van het quotum. 

Een zware Nederlandse bestuursdelegatie was maandag en dinsdag in Brussel present om de quotumonderhandelingen op de voet te volgen. De reacties vanaf zee afgelopen nacht waren lovend. ,,Onze vuurvreters worden bedankt.’’

Zeebaars dissonant

Zeebaars is de dissonant in het positieve nieuws voor de kottervloot. De regels voor de vangst van zeebaars worden per 2017 verder aangescherpt, zodat deze soort zich kan herstellen. Voor zeebaars gelden specifieke regels, er is geen algemeen quotum. De Europese visserijministers hebben afgesproken dat sleepnetvissers volgend jaar maximaal 400 kilo (in plaats van 1.000 kilo in 2016) zeebaars per maand mogen vangen, gemaximeerd op 3 procent van het gewicht van alle vangsten aan boord. Op voorspraak van Nederland mag de kleinschalige staandwantvisserij in beperkte mate op zeebaars blijven vissen. Daarbij geldt in 2017 een maximum van 250 kilo zeebaars per maand (in plaats van 1.300 kilo in 2016). In het paaiseizoen (februari en maart) mag er door de staandwantvissers helemaal niet op zeebaars worden gevist.

België

Specifiek voor België van belang zijn de tongquota in de westelijke gebieden. Voor het westelijk deel van het Engels Kanaal wordt de tong verhoogd met 20 procent, maar in het oostelijk deel (VIId) gaat het tongquotum met 15 procent omlaag. In het Bristolkanaal gaat het tongquotum met 8 procent omhoog. In de Ierse Zee is het tongbestand weliswaar aan het herstellen, maar het is nog niet op een voldoende niveau om opnieuw gericht op te vissen. Hier geldt net als in 2016 een bijvangstquotum voor tong. Voor de Golf van Biskaje wordt het tongquotum op hetzelfde niveau gehouden.