Wilt u een abonnement afsluiten, nieuws doorgeven, een advertentie plaatsen of online adverteren in Visserijnieuws? Klik dan hier.
Raad van State doet uitspraak in beroep Prins & Dingemanse:

Korting mzi-ruimte ‘niet onredelijk’

DEN HAAG – Mosselzaad Bedrijf Prins & Dingemanse heeft van alle experimenteerders de meeste mzi-ruimte toegewezen gekregen en zal het in het Malzwin met 31,6 hectare moeten blijven doen. Van de 120 hectare mzi-ruimte die onder experimenteerders kon worden verdeeld is aan P&D ruim een kwart toebedeeld.

Dat heeft de Raad van State vorige week uitgesproken. De uitspraak zal gevolgen hebben voor de schadeclaim die het Zeeuwse scheldpierbedrijf Prins & Dingemanse wil indienen bij het ministerie van LNV, bevestigt advocaat mr. Leen van Langevelde van Haans Advocaten Bergen op Zoom.

Tussenruimte

De Raad van State sprak in 2017 na een jarenlange juridische procedure uit dat Prins & Dingemanse erkend diende te worden als mzi-pionier en daarom net als West 6 recht heeft op een uitzonderingspositie, met een vergunning voor onbepaalde tijd. Van de oorspronkelijk gebruikte 55 hectare in de jaren 2008-2009 werd echter niet meer dan 31,6 hectare vergund. Tegen die korting diende P&D beroep in.

Prins & Dingemanse kon in 2008 en 2009 op een toegewezen oppervlakte van 55 hectare 81 mzi-lijnen met een lengte van 115 meter uitzetten. Met een rapportage van Deltares in de hand stelt het ministerie van LNV zich op het standpunt dat bij een generieke tussenruimte van 20 meter voor mzi-lijnen en een maximale verankeringsruimte van 80 meter 31,6 hectare voldoende is. P&D bracht daar rapporten van Eelsing Expertises en Taxaties en het Noorse Shellfish Solutions tegenin, waarin om veiligheidsredenen een tussenruimte van 40 meter noodzakelijk wordt geacht.

In het Deltares-rapport van oktober 2018 wordt geconcludeerd dat het perceel van P&D in het verlengde van het Marsdiep geen hogere stroomsnelheden kent dan andere mzi-locaties, waardoor niet gezegd kan worden dat hier uit veiligheidsoverwegingen meer tussenruimte nodig is. P&D bracht ook een verklaring van de schipper van het oogstschip WR 10 in geweer, maar de Raad van State geeft de minister gelijk dat het gebruik van een groter en minder wendbaar vaartuig de eigen ondernemerskeuze is geweest.

Ook bij andere experimenteerders is de generieke 20 meter ruimte tussen mzi-lijnen toegepast, aldus LNV. Dat leidde voor West 6 tot een mzi-ruimte van 18,8 hectare, terwijl in 2008 aan West 6 een oppervlakte van 35 hectare was vergund. Door de Raad van State wordt erop gewezen dat aan Prins & Dingemanse ongeveer 63 procent van de oorspronkelijke mzi-ruimte is vergund en West 6 niet meer dan 53 procent heeft gekregen. De andere experimenteerders hebben gemiddeld genomen nog geen 20 procent toebedeeld gekregen. De Raad van State acht de generieke berekeningsmethode in het geval van P&D daarom niet onredelijk.

De minister heeft naar het oordeel van de Raad van State tot slot ook mogen meewegen dat voor de toedeling van mosselzaadinvanginstallaties in de vrije ruimte vanaf 2010 aan zowel transitiebedrijven als experimenteerders in het kader van het mzi-beleid slechts een beperkte ruimte van 730 hectare beschikbaar was, waarvan in 2009 al 450 hectare vergund te bleek te zijn. Ter zitting in 2017 bleek dat inmiddels 75 procent van de beschikbare hectares was vergeven, terwijl de bodemberoerende mosselvisserij op dat moment slechts met 25 procent was afgenomen.

Bedrijfsstagnatie

Omdat P&D vanaf 2010 tot en met 2017 in onzekerheid is gelaten over een vergunning met een bepaalde in plaats van onbepaalde tijd, liet Van Langevelde anderhalf jaar geleden al weten dat er onder andere vanwege bedrijfsstagnatie een forse claim zou volgen. De jongste uitspraak van de Raad van State verandert daar niets aan, hoewel de claim nu wel lager kan uitvallen omdat de mzi-vergunning voor minder invangruimte geldt. Accountants moeten zich nog beraden op de hoogte van het bedrag.

Prins & Dingemanse is overigens wel blij met de duidelijkheid die anderhalf jaar geleden werd gegeven over de mzi-vergunning voor onbepaalde tijd. ,,Dat is belangrijk en een goede zaak voor het mosselbedrijf’’, wil raadsman Van Langevelde opmerken.

Subsidie

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBp) behandelde vorige maand een hoger beroep van Prins & Dingemanse tegen een uitspraak dat het Zeeuwse bedrijf een 15 jaar terug verleende subsidie van ruim een half miljoen euro voor alternatieve mossselzaadinvang moet terugbetalen. Uitspraak volgt komend voorjaar.