Wilt u een abonnement afsluiten, nieuws doorgeven, een advertentie plaatsen of online adverteren in Visserijnieuws? Klik dan hier.
Het draait niet om de prijs van de vis, maar om de maximale toegevoegde waarde ketenbreed

Ketenintegratie: bedreiging of kans?

SNEEK – Rederij Quotter nam recent verwerker NorthSeafood over. Verwerker Van der Lee Seafish nam vorig jaar een Noordzeekotter inclusief vangstrechten over. Jelbert Kramer – al vele jaren als interim met Denken & Doen betrokken bij de (Urker) visindustrie – geeft zijn visie op de trend van ketenintegratie.

Het is mooi te zien dat de Noordzeevisserij alweer een aantal jaren in de lift zit. Na vele magere jaren komt er sinds 2014 steeds meer vet op de botten van de meeste visserijbedrijven. Vet dat nodig is om voorbereid te zijn op magere jaren die ook weer zullen komen. De uitdaging is er voor iedereen: degenen die zich het beste aanpassen aan de snel veranderende wereld zullen toekomst hebben. Dit geldt ook voor de verwerkers, de partijen in het midden van de keten.

In dit artikel wil ik graag ingaan op de trend van steeds verdergaande ketenintegratie van seafoodbedrijven voor wie Noordzeevis een belangrijk deel van de activiteiten uitmaakt.

Trends

Wanneer we van een afstandje kijken naar wat momenteel gaande is binnen de Noordzeevisindustrie in Nederland, dan valt een aantal zaken op:

  • Er is – uit nood geboren – de afgelopen tien jaar veel innovatie geweest, dat heeft geleid tot twee positieve uitkomsten: duurzamer vissen en minder brandstofverbruik.
  • Als gevolg daarvan komt de visserij in een positiever daglicht te staan; sterker nog, veel investeerders willen graag investeren in (duurzame) seafoodbedrijven als producenten van proteïnerijk voedsel.
  • Er wordt steeds meer gehandeld op basis van termijncontracten: de prijs wordt voor langere periode (tot 3 maanden) vastgezet tussen visser en verwerker/handelaar op niveaus die voor beide partijen werkbaar zijn. In 1997 schreef ik een artikel over de mogelijkheden van een termijnmarkt voor schol. Dat werd toen nog ervaren als verre toekomstmuziek, inmiddels wordt bijna de helft van de aangevoerde schol op deze wijze verhandeld.
  • De veranderende rol van de visafslag; omdat steeds meer volume buiten de klok om wordt verhandeld, moet de afslagorganisatie zich beraden op andere manieren van toegevoegde waarde. Ik verwacht dat op termijn de eigendomsstructuur zal veranderen, waardoor de afslag een écht neutrale rol kan innemen in de zich ontwikkelende ketenstructuur. Kansen liggen er genoeg met betrekking tot IT, logistiek en marktinfo.
  • Er is een consolidatieslag gaande in de industrie: een beweging naar steeds meer geïntegreerde seafoodbedrijven die de hele keten (supply chain) van vangst tot verkoop (van vis naar dis of van net naar banket) onder beheer hebben. Dit zal leiden tot een beperkt aantal grote spelers. Hier wil ik graag dieper op ingaan.

Ketenintegratie

Ik verwijs hierbij graag naar het boeiende rapport ‘Vissen voor de markt’ uit 2010 (door Berenschot, in opdracht van het ministerie van Economische Zaken) waarin vier verschillende ketenmodellen worden beschreven. Eén daarvan is met name voor Urk zeer actueel en betreft het model ‘visserijconcern’. Dit model is het meest vergaand qua samenwerking en ziet er als volgt uit:

In dit model zien we de volgende kenmerken:

  • Eigendom, aansturing en operatie van visserij, verwerking en vermarkting liggen bij dezelfde partij(en) over de gehele keten tot de laatste stap richting eindconsument.
  • Het betekent dat de eeuwige controverse tussen vissers en handelaren niet langer bestaat. Immers, het gaat dan niet meer om het krijgen van de hoogste prijs (visser) versus het inkopen tegen de laagste prijs (handelaar), maar om het creëren van maximale toegevoegde waarde per kilo gevangen vis door de hele keten heen.

Het waarom van ketenintegratie ligt voor de hand: voor de vissers/reders – beter: de quotahouders – betekent het een betere uitnutting en dus beter rendement van de quota, voor de verwerkers/handelaren meer grip op de grondstoffen, waardoor de fabrieksbezetting wekelijks beter wordt gewaarborgd.

In de seafood en aquacultuur is sprake van een aantal zeer grote ketenpartijen die gerelateerd zijn aan Alaska Pollack, pelagische vis of gekweekte zalm. In andere bedrijfstakken zien we ketenmodellen terug in zuivel-, groente- en aardappelconcerns, meestal in de vorm van coöperaties, die eigendom zijn van de leden, ofwel de boeren.

Gevolgen

Voor wat betreft de visserij betekent het meestal voor individuele bedrijven het opgeven van het bestaan als zelfstandig klein familiebedrijf en deel worden van een integrale keten die verder ontwikkelt en professionaliseert. Het betekent dat de meeste vissers in dienst zullen zijn van het visserijconcern, al dan niet als mede-aandeelhouder.

Een alternatief model is dat van een coöperatie nieuwe stijl. In een dergelijke coöperatie is een aantal visserijbedrijven samengebracht met één of meerdere verwerkers/verkoopkantoren. Vissers en verwerkers zijn dus leden/eigenaren van dit ketenbedrijf en hebben daardoor hetzelfde economische belang.

Het voordeel bij beide vormen is dat gestreefd wordt naar een optimale prijs voor een kilo vis door de hele keten heen. Daarnaast wordt een groot deel van overheadkosten uitgesmeerd over meerdere partijen (niet langer meer vijf nettenboxen nodig, één vlootmanager voor de organisatie aan de wal). Zo’n model, of het nou een BV is of een coöperatie, vereist echter goede discipline – er moet strak door de keten heen worden gepland - en de wil om samen hetzelfde doel en belang na te streven.

Recent heeft Quotter op Urk met de overname van NorthSeafood een belangrijke stap gezet in de richting van een geïntegreerd visserijbedrijf. Eerder hebben Ekofish en Osprey al stappen in die richting gezet, met dien verstande dat de partner-verwerkers niet volledig met hen geïntegreerd zijn.

In grote lijnen ziet een geïntegreerd Noordzeevisbedrijf er zo uit:

Ik verwacht dat verwerkers/fabrieken die in hoge mate afhankelijk zijn van verse aanvoer uit de Noordzee én geen onderdeel zijn van een geïntegreerd visbedrijf het heel lastig gaan krijgen wanneer beschikbaarheid een probleem wordt. Immers, de vangsten worden steeds meer van tevoren al toegewezen aan de verwerkers die bij een visserijconcern behoren.

Aandachtspunten voor partnerships

Voor partijen (investeerders, reders of visserijbedrijven) die overwegen de geschetste beweging naar integratie in te zetten voor Noordzeevis is het van belang dat ze partners in verwerking/verkoop kiezen waarbij sprake is:

  • Óf van ver doorgevoerde specialisatie in proces en/of klant; daardoor is deze verwerker koploper qua efficiëntie en kostenstructuur
  • Óf van de perfecte ‘zandloper’ vorm. Hiermee bedoel ik een situatie waarbij de afhankelijkheid van grondstoffen beperkt is, de fabriek zelf in goede staat is en efficiënt (lean) opereert én waarbij de afhankelijkheid van klanten beperkt is; de grootste klant heeft dan maximaal 15% van de totaalomzet. In zo’n geval kan een verwerker een stootje verdragen ingeval deze zelfstandig blijft, maar ook de combinatie met een visserijbedrijf naar een hoger plan tillen.

Beide modellen staan hieronder afgebeeld, twee uitersten:

Het belang van aquacultuur

Met betrekking tot spreiding van de aanvoer van grondstoffen en dus tot de ontwikkeling van een goede ‘zandlopervorm’ pleit ik ervoor ook gekweekte vis (aquacultuur) in het assortiment op te nemen. Ondanks dat deze sector nog zeer gefragmenteerd is, zien we ook hier een groot aantal veelbelovende initiatieven op het gebied van duurzaamheid en integratie. Een voorbeeld hiervan is Aqua Spark (zie www. aqua-spark.nl), een bedrijf dat actief deelneemt in baanbrekende initiatieven binnen de keten van aquacultuur. Meest in het oog springende recente investering betreft een insectenfabriek, waar proteïnerijk voedsel als alternatief voor visvoer wordt ontwikkeld.

Voor wildvang is de verwachting dat wereldwijd de bestanden zeker niet groter zullen worden, aquacultuur zal het resulterende tekort moeten opvullen.

Ondernemerschap en innovatie

We zouden met gefronste wenkbrauwen kunnen kijken naar de inschatting dat over enkele jaren nog slechts vijf of zes grote concerns het feitelijk voor het zeggen hebben voor wat betreft de bestemming van Noordzeevis. Anderzijds: de initiatiefnemers achter deze samenwerkingsverbanden toonden wel ondernemerschap toen de visserij volledig ‘op z’n gat’ lag. Rond 2008 vroeg men zich zelfs af of überhaupt nog gevist zou worden als de malaise vanwege hoge brandstofprijzen en lage afslagprijzen langer zou aanhouden. Nu zitten veel verwerkingsbedrijven in de periode van de magere jaren en worden gelukkig ook daar noodgedwongen nieuwe initiatieven ontplooid.

Innovatie wordt lang niet altijd beloond, maar is wel nodig als brandstof voor een duurzame en rendabele toekomst. Wat dat betreft zie ik binnen de technologie ook ontwikkelingen waarmee de visindustrie zijn voordeel kan doen. Denk aan blockchain technologie als ruggengraat voor een papierloze afhandeling van import- en exportcontracten en met efficiëntere afhandeling van douaneformaliteiten. Dan hebben we het over het laatste deel van de keten.

Denk ook aan de locatie Urk: een plek waar logistiek en opslag voortreffelijk zijn georganiseerd, maar waar ook het potentieel aan nieuwe, goed opgeleide medewerkers bijna onuitputtelijk is. Ik zie de toekomst van Urk - als Seafood Valley nieuwe stijl - met vertrouwen tegemoet.

Een hart onder de riem ook voor jonge vissers: het zal steeds minder gaan zoals het vroeger ging, namelijk dat vader zijn schip overdraagt aan zijn zoon(s). De visserman zal eerder deel uitmaken van een geïntegreerd visserijbedrijf waarbinnen wordt gestreefd naar de beste toegevoegde waarde voor een kilo gevangen vis. Het verschil is feitelijk dat de visser voor een salaris werkt in plaats van als ondernemer voor de bank.

Daarmee raken we de gevoelskant: liever een kleine baas of een grote knecht? Vanuit mijn eigen ervaring bij verschillende bedrijven ben ik van mening dat het waardevol is om aandelen beschikbaar te stellen voor medewerkers die dat graag willen om zo extra betrokkenheid te kweken, ondernemerschap te stimuleren en belangen optimaal in balans te hebben.

Voor de spelers hieronder nog de voornaamste plussen en minnen van ketenintegratie:

Tenslotte hoop ik dat het eigene van de visserijgemeenschap op een of andere manier behouden blijft. Ondernemerschap, denken en handelen vanuit kansen blijven daarbij onmisbare eigenschappen. Met als uitgangspunt het streven naar verbinding en zoeken naar win-win oplossingen door de hele keten heen.

Ik wens de seafoodgemeenschap daarom een gezegend, ondernemend en creatief 2018 toe!

Jelbert KramerJelbert Kramer Jelbert Kramer (1966), zoon van een visserman (van Frans Willem Kramer, voormalig UK 57), is werkzaam als interimmanager in diverse bedrijfstakken, ook binnen (sea) food. Binnen de visindustrie heeft hij in verschillende rollen gewerkt voor Eiland Urk Harlingen, Beek Fish, Van der Lee Seafish, Fish Con, Shanghai Hollywin en Seafood Connection. Daarnaast is hij commissaris bij Aqua-Spark, een investeringsfonds dat investeert in duurzame oplossingen binnen aquacultuur. Met zijn bureau ‘Denken & Doen’ helpt hij bedrijven bij het ontwikkelen van strategie, begeleiden van stormachtige periodes en ook op de werkvloer bij het inrichten van de organisatieprocessen vanuit ‘lean & mean’ principes.