Wilt u een abonnement afsluiten, nieuws doorgeven, een advertentie plaatsen of online adverteren in Visserijnieuws? Klik dan hier.
Studenten Van Hall Larenstein duiken in vraag van Cees Meeldijk

Ieder vist op zijn getij in de Noordkop

DEN OEVER - Eind 2018 gaf visser Cees Meeldijk aan zeer geïnteresseerd te zijn in de ontwikkeling van de vissersvloten op Texel, Den Helder en Wieringen. Naar zijn idee liepen Texel en Den Helder in het verleden altijd voor op Wieringen op het gebied van ondernemerschap, innovatie en groei, maar de afgelopen jaren ziet hij een kentering. De groei en ontwikkeling van de vloot op Texel en Den Helder stagneert/krimpt, terwijl Wieringen floreert. Hij vroeg zich af: Klopt dit beeld? Hoe zijn deze verschillen te verklaren? Zeker gezien de beperkte geografische afstand tussen deze havens.

Samen met Tim Haasnoot, beheerder van Vistikhetmaar, werd een onderzoeksopdracht op papier gezet en werd er contact opgenomen met de opleiding Kust- en Zeemanagement op hogeschool Van Hall Larenstein Leeuwarden. De school reageerde enthousiast. Hanna Bergsma, Lina de Nijs, Gerben Vernhout en Joris Zwiggelaar schreven zich in en gingen aan de slag.

De vier studenten voerden samen met Cees Meeldijk eerst een uitgebreide literatuurstudie uit. Daarnaast werden interviews gepland met (oud-)vissers Dirk Kraak (Den Helder), Adrie Meeldijk (Wieringen), Adrie Vonk en Cor de Wolf (Texel) en historicus Frits Aalderink om een beter beeld te krijgen over de ontwikkeling van de vissersvloten in de drie vissersgemeenschappen. Om het overzicht te bewaren werden alle resultaten opgesplitst in vier tijdvakken: 1960 tot 1975, 1975 tot 1990, 1990 tot 2005 en van 2005 tot heden.

Eind juni werden de resultaten gepresenteerd en leverden de studenten hun verslag in. Ze waren enorm enthousiast geworden over de visserij. Lina de Nijs: ,,Ik denk dat ik namens de hele groep kan spreken dat we veel geleerd hebben. We hadden niet verwacht dat het zo’n interessant onderzoek zou worden. Het was zeer boeiend om te zoeken naar de motieven en motivaties van de verschillende gemeenschappen.’’

• De jaren 1960 tot 1975: Introductie boomkor en start van de pk-race

Nadat er in de jaren ’50 steeds meer detectie- en plaatsbepalingsapparatuur z’n intrede had gedaan in de Nederlandse vissersvloot, begon men op Texel en in Den Helder een nieuwe vistechniek toe te passen, namelijk de boomkorvisserij op platvis. De boomkor werd al gebruikt in de garnalenvisserij op het wad door onder andere Wieringers, maar Studenten Van Hall Larenstein duiken in vraag van Cees Meeldijk Ieder vist op zijn getij in de Noordkop H De studenten Kust- en Zeemanagement. Van links naar rechts: Gerben Vernhout, Hanna Bergsma, Lina de Nijs en Joris Zwiggelaar. DEN OEVER - Eind 2018 gaf visser Cees Meeldijk aan zeer geïnteresseerd te zijn in de ontwikkeling van de vissersvloten op Texel, Den Helder en Wieringen. Naar zijn idee liepen Texel en Den Helder in het verleden altijd voor op Wieringen op het gebied van ondernemerschap, innovatie en groei, maar de afgelopen jaren ziet hij een kentering. De groei en ontwikkeling van de vloot op Texel en Den Helder stagneert/krimpt, terwijl Wieringen floreert. Hij vroeg zich af: Klopt dit beeld? Hoe zijn deze verschillen te verklaren? Zeker gezien de beperkte geografische afstand tussen deze havens. H Cees Meeldijk op een stapel literatuur. het toepassen van deze vistechniek in de visserij op platvis op de Noordzee was nieuw. Er werd vooral met borden gevist door de vloten van Texel en Den Helder.

In de wintermaanden werd er door de Texelse vloot ook nog met het span gevist op haring onder de Engelse kust. Deze werd vervolgens meestal gelost in Breskens. Doordat de Texelse vissers hun haring in Breskens aanlanden ontstond er een bijzondere relatie tussen de haringvissers en de Bressiaanse bevolking. De lokale visverwerkende industrie bloeide op en er ontstonden zelfs huwelijken tussen Texelse vissers en Bressiaanse vrouwen. In de jaren ’70 werd deze haringvisserij afgebouwd. Dit had onder andere te maken met het haringmoratorium waarbij de gerichte haringvisserij aan banden werd gelegd.

Na introductie van de boomkorvisserij op platvis, begonnen de vloten van Texel en Den Helder zich hierin te specialiseren. Deze visserij was lucratief en vandaar dat deze techniek binnen enkele jaren domineerde. Omdat je met zware vistuigen en meer snelheid meer tong en schol ving, betekende het de start van de pk-race. Het motorvermogen vloog omhoog. Op Texel ging de pk-race zo hard, dat in 1969 het totale motorvermogen van de Texelse vissersvloot vertienvoudigd was naar 17.500 pk.

Specialisatie en flexibiliteit

Daar waar de vloten van Texel en Den Helder flink investeerden in specialisatie naar de boomkorvisserij op platvis, daar bleven de Wieringers achter qua investeringen in nieuwe schepen, motoren en vistechnieken. De garnalenvisserij met boomkor op de Waddenzee bleef hier de dominantste vorm van vissen. Door zich niet te specialiseren behielden ze hun vrijheid om makkelijk van vistechniek en doelsoort te wisselen gedurende het jaar. Zo werd er naast garnaal ook gevist op platvis, haring en mosselen.

De Wieringer mosselvisserij richtte zich niet op mosselen voor menselijke consumptie, maar op mosselen die werden gebruikt als voer voor eendenkooien en als mest voor de landbouw. Hier kwam begin jaren ‘70 verandering in. Er werd namelijk al door Zeeuwse vissers op mosselzaad gevist rond Wieringen, maar door de mosselparasiet in Zeeuwse wateren en de Deltawerken eisten zij als compensatie steeds meer mosselpercelen op in de Waddenzee. Daarnaast werden kippeneieren steeds goedkoper en viel de markt voor eendeneieren weg. Hierdoor is de Wieringer mosselvisserij langzaam weggevallen.

Vanaf Wieringen werd er voornamelijk gevist met kleine kotters. Dat had waarschijnlijk te maken met de limiet van 50 brutoregisterton. Die limiet hield in dat wanneer je schip onder de 50 ton bleef, je als schipper geen diploma’s nodig had. In die jaren waren er maar weinig vissers die over diploma’s beschikten. Verder waren een hoop veiligheidsregels gekoppeld aan het motorvermogen. Wanneer je veel motorvermogen had, moest je ook een hoger brutoregistertonnage hebben om de stabiliteit te verhogen en zo de kans op kapseizen te verkleinen. Wanneer je dus een laag motorvermogen had om onder de 50 brutoregisterton te blijven, dan bleef je onafhankelijk van veel regels en diploma’s en behield je als visser vrijheid en flexibiliteit. Dit kwam de veiligheid echter niet ten goede en vandaar dat de regelgeving aangescherpt werd. Veel schepen kwamen niet meer door de keuring en werden afgekeurd. Dit resulteerde uiteindelijk in de opkomst van de Eurokotter met een maximale lengte van 24 meter.

• De jaren 1975 tot 1990: Groei, modernisering, uitbreiding en instellen scholbox

Dit is een vrij roerige periode geweest voor de Nederlandse visserij. Allereerst was er sprake van de eerste (1973) en tweede (1979) oliecrisis, waardoor de financiële resultaten mager waren in die jaren. Daarnaast begon men binnen Europa steeds meer in te zien dat samenwerking op het gebied van visstandbeheer noodzakelijk was om visbestanden te behouden en eerlijk te verdelen. Men wilde het scenario van de ingestorte haringvisserij in de jaren ’70 voorkomen. Zodoende werden de TAC’s (totaal toegestane vangsten) en quota ingevoerd en begon het Europese gemeenschappelijke visserijbeleid vorm te krijgen. Ondertussen zette de pk-race zich voort, schepen werden steeds groter en beter uitgerust en menige vissershaven floreerde in de jaren ’80 door de goede vangsten die werden behaald.

De jaren ’74 tot ‘78 waren mager voor de Nederlandse visserij. Er werden slechte nettoresultaten behaald en pas in de jaren ’80 werd deze negatieve trend doorbroken. Goede resultaten resulteerden in een forse modernisering en uitbreiding van de vissersvloten van Texel en Den Helder. Dit had een enorme groei in omzet en werkgelegenheid tot gevolg in deze plaatsen. Er bleef volop geïnvesteerd worden. Op Wieringen bleef men in vergelijking met Texel en Den Helder achter op het gebied van vlootuitbreiding en vernieuwing. Men bleef vasthouden aan de strategie die ze door de moeizame jaren ’70 had geloodst, namelijk door veelzijdig en flexibel te blijven. Voorbeelden van deze veelzijdigheid zijn de geografisch zeer gespreide visgronden, de variatie in de afmetingen van de schepen, het gebruik van verschillende vistechnieken (soms gekoppeld aan de seizoenen) en de diversiteit van doelsoorten.

Instellen scholbox

Het bijvangen van grote hoeveelheden ondermaatse schol in de boomkorvisserij werd eind jaren ’80 aan de kaak gesteld en onderzocht door onderzoekers van ICES (Internationale Raad voor Onderzoek der Zee). Door het vergroten van de maaswijdte kon de bijvangst van ondermaatse schol worden beperkt, maar daarmee zou ook een groot deel van de maatse tongvangst verloren gaan. Dit zag de visserij niet zitten en vandaar dat er gekeken werd naar alternatieven.

Dit alternatief werd de scholbox. In 1989 werd besloten om de kraamkamers van schol te sluiten voor grotere kotters (>300 pk), aanvankelijk voor een half jaar. Het gesloten gebied heeft een totale oppervlakte van 42.000 km2, waarvan 24.000 km2 binnen de 12-mijlszone ligt. Dit gebied werd dus voor grote kotters gesloten als visserijbeheersmaatregel om jonge schol te sparen. Zowel vissers als onderzoekers zagen hier voordelen in.

• De jaren 1990 tot 2005: Einde pk-race en saneringen

In de jaren ’90 werd duidelijk dat de vangstcapaciteit van de vloot niet meer in verhouding stond tot de visbestanden. Om de vangstcapaciteit aan te pakken was er eind jaren tachtig een maximum motorvermogen van 2000 pk ingevoerd. Ook was er een limiet ingesteld voor de lengte van de boomkortuigen: maximaal 12 meter. Controle op vangstrechten en quota nam toe. Saneringsmaatregelen waren nodig doordat een hoop bedrijven niet genoeg vangstrechten hadden om jaarrond te kunnen vissen.

Daarnaast werd olie steeds duurder en hadden schepen een groot quotum nodig om rendabel te zijn. Slechte visprijzen in combinatie met kleinere vangstquota resulteerden in financieel zware jaren waarbij de belangstelling voor saneringen bij vissers toenam. Ook had men in Texel en Den Helder te kampen met de gevolgen van de scholbox, die in 1994/1995 jaarrond werd gesloten voor grote kotters (>300 pk). Hierdoor verloor men een groot stuk visgebied. En het beoogde positieve effect van sluiting van de scholbox bleef uit. Daar waar de verwachting was dat de scholbox zou zorgen voor een hoger scholbestand en betere vangsten, daar bleek in de praktijk juist dat beide terugliepen na instelling van de scholbox.

Opkomst Noorse kreeft

De aangescherpte regelgeving, de invoering van quota en de financieel moeilijke tijden zorgden ervoor dat een aantal vissers op Wieringen steeds vaker overschakelde op de kreeftenvisserij in de zomermaanden. Deze visserij bleek behoorlijk lucratief. Door het behalen van een grote omzet in de zomermaanden bleven de bedrijven overeind.

Groot voordeel voor de Wieringer vloot was dat ze minder hinder ondervonden van de scholbox, met hun kleinere schepen mochten ze er blijven vissen. Ook de maatregelen om de vangstcapaciteit terug te dringen hadden nauwelijks effect op de Wieringer vloot doordat ze niet mee waren gegaan in de pk-race en de schaalvergroting zoals ze dat wel op Texel en Den Helder hadden gedaan. De Wieringers profiteerden maximaal van hun flexibiliteit.

• De jaren 2005 tot heden: Herstel bestanden, innovaties en onzekere toekomst

De hoge kosten en magere opbrengsten begin jaren 2000 zorgden ervoor dat de platvisvloot op zoek moest naar alternatieven om bestaansrecht te behouden. Met name op Texel werd er druk gezocht naar alternatieve vistechnieken. Zo werd in 2007 de SumWing in gebruik genomen. Hierbij werd de boom van de boomkor vervangen door een lichtere vleugel genaamd de SumWing. Door het vleugelmodel nam de bodemberoering af, waardoor ook het brandstofverbruik met +/- 10% afnam. Ook werd er voornamelijk op Texel hard gewerkt aan de pulsvisserij. Hierbij worden de kettingen van de boomkor vervangen door pulsmodules die een elektrisch veld genereren en de platvissen doen opschrikken van de zeebodem. In 2011 werd de pulstechniek gecombineerd met de SumWing, waardoor een nog grotere brandstofbesparing gerealiseerd kon worden. Andere vistechnieken, zoals twinrig, quadrig en flyshoot werden steeds vaker toegepast.

Het toepassen van deze vistechnieken heeft deels ook te maken met verschuivingen van soorten in de Noordzee. Door temperatuurstijging van het zeewater zie je verschuivingen in de leefgebieden van doelsoorten. Huidige doelsoorten trekken steeds noordelijker, wat in de toekomst kan resulteren in vis die naar een ander beheergebied trekt waar Nederland geen vangstrechten heeft. De bodemvisserij zal zich dan moeten aanpassen en zich meer moeten richten op de zuidelijke soorten zoals mul, inktvis en zeebaars die juist het Nederlandse beheergebied (verder) in trekken.

Uiteindelijk hebben de innovaties, de saneringen, het terugdringen van kosten, betere visprijzen en het herstel van belangrijke commerciële visbestanden zoals tong en schol ervoor gezorgd dat in 2014 een ware bloeiperiode werd ingezet met een steil stijgende lijn in de nettoresultaten. In 2016 volgde zelfs een piekjaar.

Ondanks de positieve resultaten van de afgelopen jaren heerst er nu grote onzekerheid bij veel vissers voor de toekomst. De invoering van de aanlandplicht en het pulsverbod zijn twee belangrijke dossiers met grote gevolgen voor sommige visserijbedrijven. De grootste zorg binnen de Nederlandse visserijsector betreft de beschikbare visgronden in de toekomst. Zowel op de Waddenzee als op de Noordzee volgen steeds meer ruimteclaims en dreigen visgronden verloren te gaan. Hierbij kan men denken aan Brexit, beschermde gebieden en de grootschalige uitrol van windparken op zee.

Verschillen Texel, Den Helder en Wieringen

Het onderzoek laat duidelijke verschillen zien in hoe de vissersvloten van de drie visserijgemeenschappen in de kop van Noord-Holland zich door de tijd heen hebben ontwikkeld. Zo is duidelijk dat de vloten van Texel en Den Helder zich de afgelopen 50 jaar vooral specialiseerden in de platvisvisserij in combinatie met schaalvergroting en innovatie. De Wieringers bleven varen met kleinere schepen en vissen met verschillende vistechnieken op een grotere variatie aan vissoorten.

Ook zijn er duidelijke verschillen qua inkomsten en investeringen tussen de drie visserijgemeenschappen. Doordat ze relatief makkelijk switchen van tuig en doelsoort als het tegenzit, is de inkomstencurve van een Wieringer visser relatief constant. Als het meezit wordt er natuurlijk gepiekt. De vissers op Texel en uit Den Helder kennen relatief hogere pieken, maar ook diepere dalen. Als specialisten op platvis zijn die ondernemers kwetsbaarder in mindere tijden.

Qua investeringen zie je duidelijke verschillen. Tijdens de interviews werden deze vooral gelinkt aan het verschil in mentaliteit. Zo werd de Wieringer visser omschreven als iemand die ‘sneller’ tevreden is en minder de drang voelt om risicovolle investeringen aan te gaan om meer te verdienen. Vissers in Texel en Den Helder hebben wel veel meer een ‘drive’ gehad om te blijven groeien. Hierbij investeerden Texelaars veel in vangstrechten, terwijl vissers uit Den Helder meer voor zichtbare status gingen. Dit heeft ertoe geleid dat Den Helder, zoals eerdergenoemd, harder getroffen is in de crisis van eind jaren ’90.

Tot slot heeft de geografische ligging van Wieringen natuurlijk ook invloed gehad op de keuze voor kleinere schepen. Door het verzanden van de havenmond was het namelijk niet mogelijk om met te grote schepen met veel diepgang te varen. Dit verzanden was het gevolg van de aanleg van de Afsluitdijk in 1932, want hierdoor werden stromingen veranderd met verzanding als gevolg.