Wilt u een abonnement afsluiten, nieuws doorgeven, een advertentie plaatsen of online adverteren in Visserijnieuws? Klik dan hier.

Komt de droom van Han Lindeboom uit?

Herkomst tonijnen onderzocht

KATWIJK – Het aantal meldingen van tonijnen uit de noordelijke Noordzee en Het Kanaal neemt toe. Het WNF meldt dat de blauwvintonijn na een halve eeuw terug lijkt te zijn en daarom tonijnen gaat merken om antwoord te kunnen krijgen op de vraag waar die tonijnen vandaan komen. Komt de tonijn weer terug in de Noordzee?

Groot enthousiasme bij vissers en sportvissers in Het Kanaal die in een grote school jagende tonijnen verdagen, verbazing bij vogelaars op een schip in het westelijke Kanaal die grote aantallen zeevogels zien die jagen op vis die opgejaagd wordt door… grote tonijnen, er komen meldingen van Zweden en Denemarken, Noorse haringvissers komen steeds meer tonijn tegen in de vangst en ook in Nederland worden (aangespoelde) tonijnen gemeld. ‘De droom van Han Lindeboom komt uit. Haha!’, appen vissers elkaar. Prof. dr. Lindeboom van Wageningen UR heeft het altijd met weemoed over de tijd dat er nog grote tonijnen in de Noordzee zwommen. Die zouden door overbevissing zijn verdwenen.

Het toegenomen aantal meldingen is voor het WNF genoeg reden om een onderzoeksprogramma te starten. Door gevangen tonijnen te voorzien van merkjes en weer los te laten kan duidelijkheid verkregen worden over de herkomst van deze tonijnen.

Determineren van tonijnen die door het water schieten en zelfs van aangespoelde tonijnen is niet makkelijk, maar men vermoedt dat het gaat om blauwvintonijn. Een iconische vis, die ‘de Ferrari van de oceanen’ wordt genoemd (de vis bereikt snelheden tot 70 km/uur) en ‘de Tijger van Europa’. Al sinds de Romeinse tijd wordt er op gejaagd door de mens.

De Middellandse Zee is een belangrijk paaigebied, waarna de soort weer uitwaaiert over de Atlantische Oceaan, en daarbij ook naar het noorden zwemt. Maar ook de Golf van Mexico is een paaigebied van de Atlantische blauwvintonijn, en de blauwvintonijnen die bij ‘ons’ gemeld worden zouden ook van die kant kunnen komen. Het oversteken van een oceaan is voor grote tonijnen geen probleem.

Tot voor kort waren er grote zorgen over het paaibestand in de Middellandse Zee. In 2009 verscheen er een boek over de blauwvintonijn van Steven Adolf dat weinig ruimte liet voor optimisme. In de Grote Oceaan ging en gaat het heel slecht met deze soort, en nadat eind vorige eeuw de sushi-industrie ontdekte dat er in de Middellandse Zee nog wel wat te vangen was ging de stand ook daar sterk achteruit.

Inmiddels negen jaar later kan Adolf in het radioprogramma Vroege Vogels vertellen dat het weer beter gaat met de blauwvintonijn in ons deel van de wereld. Door de tonijnbeheerorganisatie ICATT werd in 2006 een meerjarenherstelplan opgesteld, door de EU is een strikt quotabeleid gevoerd, er is een minimummaat ingesteld (30 kilo), illegale visserij is teruggedrongen, er wordt beter onderzoek gedaan en ook het recruitment is goed. De soort lijkt daarmee uit de gevarenzone. Van de hand van Adolf verschijnt binnenkort weer een boek over tonijn: ‘Giant tuna’.

Noordzee

Tonijnschip met bijbootje in een haven aan de Middellandse Zee.Tonijnschip met bijbootje in een haven aan de Middellandse Zee. Dolf Boddeke schreef vier jaar geleden in een achtergrondartikel in Visserijnieuws naar aanleiding van opvallende vangsten van tonijnen bij IJsland: ,,De tonijnen bij IJsland zijn dan ook zonder veel twijfel afkomstig van de Amerikaanse populatie, die het door verstandig beheer kennelijk veel beter gaat dan de Europese. Willen wij ooit nog eens tonijnen in de Noordzee terugzien, dan zal er een effectief visserijbeheer moeten komen in de Middellandse Zee, maar dat is een politieke illusie.’’

Het lijkt of de woorden van Boddeke in Brussel zijn gehoord.De Europese Commissie schrijft op 30 mei 2017: ,,Dankzij een enorme internationale inspanning, geleid door de EU, is er bij de blauwvintonijn de laatste jaren sprake van herstel in plaats van zware overexploitatie.’’ De EC noemt de verbetering van het bestand ‘een economisch en ecologisch succesverhaal’.

Het quotum stond dit jaar op 13.451 ton, voor 782 schepen (waarvan 49 purseseiners) en 12 ‘traps’, uit Spanje, Frankrijk, Kroatië, Italië, Griekenland, Portugal, Malta en Cyprus.

Boddeke schreef ook: ,,Tot 1962 werden in Noord-Atlantische wateren jaarlijks aanzienlijke hoeveelheden tonijn gevangen, vooral door Noorse en Duitse vissers. In de Noordzee varieerde de jaarlijkse aanvoer in 1951-1962 van 2600 ton tot 10.600 ton. In 1962 vingen de Noren nog 6.722 ton. Daarna was het finaal afgelopen met de tonijnvisserij in het noordoosten van de Atlantische Oceaan.’’