Wilt u een abonnement afsluiten, nieuws doorgeven, een advertentie plaatsen of online adverteren in Visserijnieuws? Klik dan hier.
Resultaten Benthis-studie besproken

Groot deel Noordzee niet of nauwelijks bevist

IJMUIDEN - Maar liefst 37 procent van de Noordzee wordt niet of minder dan eens per tien jaar bevist. Negentig procent van de bodemvisserij vindt plaats in iets minder dan de helft van de Noordzee.

Dat blijkt uit de grootschalige Europese Benthis-studie, waarvan resultaten over de Noordzee afgelopen zaterdag werden gedeeld met Nederlandse en Vlaamse vissers en maatschappelijke organisaties.

Benthis is een vijfjarig  programma waarin de bodemimpact van alle Europese sleepnetvisserijen wordt onderzocht en met elkaar vergeleken. Het behelst tientallen studies: van de Adriatische Zee tot het Skagerrak en west van Schotland. Het veldonderzoek is nu achter de rug. Eindconclusies moeten nog geformuleerd worden.

Coördinator is Adriaan Rijnsdorp van IMARES. Rijnsdorp presenteerde zaterdag onder andere een onderzoek naar het ruimtegebruik van de totale Noordzeevissersvloot. Voor dit onderzoek zijn VMS-gegevens en logboeken van sleepnetvissers in de jaren 2010-2012 gebruikt. Berekend is wat de intensiteit in vakken van circa een vierkante mijl is.

Het blijkt dat 7 procent van de Noordzee nooit werd bevist en dat 37 procent van de Noordzee minder dan één keer per tien jaar werd bevist. De visserij concentreert zich op een nog kleiner deel van de Noordzee.

Rijnsdorp noemt de onderzoeksresultaten belangrijk, zodat vissers, overheden en maatschappelijke organisaties op basis van feiten kunnen spreken over bodemimpact. Vanuit de Nederlandse visserijpraktijk is door Anton Dekker (Jaczon), Corrie Nagel (HA 31) en Biem van der Vis meegewerkt aan de Benthis-studie.

,,VisNed is blij met de uitkomsten, om twee redenen’’, reageert vissersvoorman Pim Visser, tevens lid van de begeleidingscommissie van het Benthisproject. ,,De cijfers bevestigen nu wetenschappelijk wat er al eerder door ons en onze eigen wetenschappers uitgesproken is. Wij hebben de verwachting dat het percentage onbevist gebied zelfs nog hoger is als er een meer verfijnde meetmethode zal worden toegepast.  Daar werken we nu ook aan. Behalve dat het percentage afwijkt van hetgeen door ngo’s en sommige wetenschappers geroepen wordt, zijn we nu in staat een geïnformeerde discussie op basis van wetenschappelijk onderzoek te voeren. Wij willen hierover graag het gesprek verder aan gaan.’’