Wilt u een abonnement afsluiten, nieuws doorgeven, een advertentie plaatsen of online adverteren in Visserijnieuws? Klik dan hier.
Kotters klem op wat straks rest van Noordzee

Gelatenheid bij klinkende cijfers

SCHEVENINGEN – Het ’S-woord’ is terug, maar wordt het een warme of koude sanering? Op de bijeenkomst ‘Visserij in Cijfers’ vorige week vrijdag in Scheveningen van Wageningen Economic Research (WEcR) werden over 2018 weer vooral zwarte cijfers getoond, maar de sector ziet de komende jaren met angst en beven tegemoet. ,,De konijnen zijn uit de hoge hoed, er zit niks meer in.’’

‘Visserij in Cijfers’ mag zich al jaren in een grote belangstelling verheugen. Het is te zien als de ‘open dag’ van WEcR, waarbij de economische resultaten van de diverse vlootsegmenten van het voorgaande jaar de revue passeren. WEcR baseert deze (voorlopige) cijfers op data van de overheid en de door het instituut zelf verzamelde gegevens van de vloot. Sector- en dataspecialist Arie Mol van WEcR (het voormalige LEI) zette in de kantine van de Scheveningse visafslag alle mooie visserijcijfers op een rijtje, waarbij collega Geert Hoekstra inging op visimport en visexport.

De Nederlandse visserijvloot bestond in 2018 uit acht grote vriestrawlers, 290 kotters, 70 schelpdiervaartuigen en 225 ‘overige’ schepen. De totale Nederlandse zeevisserij sluit 2018 af met een positief resultaat van 81 miljoen euro, 8 miljoen euro lager dan dat van 2017. Het zijn de cijfers van de kottervisserij waarnaar altijd het meest wordt uitgekeken. Dit segment zorgt ook voor de meeste omzet. Na het mooie jaar 2017 bleven de opbrengsten in dit segment in 2018 ongeveer gelijk, maar gingen de kosten (onder meer brandstof) omhoog. Het resultaat was desondanks een plus van 54 miljoen, een daling van 13 procent ten opzichte van 2017.

Het is volgens Mol de scholprijs die de kottervloot heeft ‘gered’ vorig jaar; bij de verminderde aanvoer (benutting 45 procent) ging de prijs sterk omhoog, van 1,80 naar 2,43 euro de kilo. Ook bij tong (benutting 66 procent) ging de aanvoer omlaag, maar de prijs veel minder omhoog: van 10,47 naar 11,15 euro. Specifiek voor de flyshooters was het na het topjaar 2016 allemaal weer iets minder in 2018, met vooral minder poon. Inktvis en mul werden wel duurder.

Discussie met de zaal, met aan de microfoon Kees Meeldijk, opvarende van de HD 32.Discussie met de zaal, met aan de microfoon Kees Meeldijk, opvarende van de HD 32.


Afgeschoten

Tot de kottervloot behoorden in 2018 in totaal 75 pulskotters (waaronder 15 Eurokotters), 185 kotters die op garnalen hebben gevist (170 alleen op garnalen), 16 bokkers, 18 flyshooters en 27 twinriggers. Er is een trend naar schaalvergroting, waarbij grotere reders kotterbedrijven opkopen. Inmiddels hebben 31 bedrijven meerdere kotters in gebruik.

Mol noemde de aanlandplicht – met enige voorzichtigheid - op dit moment het kleinste probleem voor deze vloot, zeker nu de schol nog uitgezonderd is. Het pulsverbod per juni is een ander verhaal. Hetzelfde geldt voor de Brexit, waar onzekerheid troef is. Een kotter als de TX 1, de eerste foto in de presentatie van Mol, haalt 90 procent van zijn vangst uit Britse wateren. Ook de flyshootvloot loopt met name in Het Kanaal na de Brexit tegen Britse grenzen aan; de grootste concentratie flyshooters zit in de winter aan de Britse kant van Het Kanaal. Verdringing door voormalige pulskotters en flyshooters gevoegd bij het schrikbeeld van een Noordzee als industrieterrein vol windmolens, maakt ‘vissen op een postzegel’ een reëel scenario.

Brexit zal mogelijk ook zorgen voor een andere verdeling van de quota. Aangezien het Verenigd Koninkrijk met zijn rijke viswateren straks de troeven in handen heeft, zal het aandeel voor Nederland waarschijnlijk dalen. Wat de olieprijs gaat doen is ongewis, maar stijgen is het meest aannemelijk. Daar komen de zorgen over de huidige moeilijke vangbaarheid van schol en tong nog bij. Behalve op Urk zorgen alle sombere vooruitzichten nu al voor een pas op de plaats qua investeringen.

Ook zonder grote investeringen (in nieuwbouw) moeten de visserijondernemers door. Maar waar moeten we straks vissen? Wat valt er nog meer te innoveren nu de puls politiek is afgeschoten? Waar is de vis? Na de presentatie van de cijfers werden op Scheveningen toekomstscenario’s doorgenomen. Wat kan een stip op de horizon zijn? Hoe ziet uw visserijbedrijf er uit in 2030?

De vragenronde werd ingeleid door filmpjes met Jaap van der Vis (TX 36), Jacob van Urk (UK 158) en Jan Pieter Luime (OD 3). Van der Vis over de puls: ,,Beter dan dit kun je niet vinden om die lastige tong te kunnen vangen.’’ Van Urk over de toekomst: ,,Ik zie mijn zoon geen boer op zee worden, maar hij krabt zich nu ook achter de oren als we het over overname van mijn kotter hebben.’’ Luime: ,,Er moet beter geluisterd worden naar de vissers en de wetenschap.’’

Een aandachtig gehoor voor de resultaten van de visserijvloot maar ook voor de discussie over mogelijke scenario’s voor de toekomst.Een aandachtig gehoor voor de resultaten van de visserijvloot maar ook voor de discussie over mogelijke scenario’s voor de toekomst.


Sanering

Het eerste scenario: stoppen. De gemoederen raakten even verhit toen ‘het S-woord’ ter sprake kwam. Er zou een kwart van de kottervloot af moeten, denkt VisNed, door sanering. ,,Dat zou lucht geven’’, stelt Adri Vonk (TX 1). ,,Maar het moet dan wel een warme sanering zijn.’’

Herman Snijders van het ministerie van LNV zag en hoorde in de zaal veel gelatenheid, en wees er op dat in 2010 de puls ook een ‘niche’ was. ,,En nu willen we er niet meer van af.’’ In een Kottervisie-traject gaat LNV inventariseren wat er allemaal op de sector afkomt en de effecten daarvan in cijfers vatten. ,,Een eerste stap daarbij is kijken naar de capaciteit.’’ Ondanks aandringen kon en wilde Snijders geen uitspraak doen over hoe er gesaneerd zou moeten worden.

Discussies over alternatieven sloegen snel dood. Over het alternatief van vissen met korven op krab en kreeft (ook in windparken) kon VisNed-directeur Pim Visser kort zijn. ,,Als er wat te verdienen is zijn onze vissers er als de kippen bij, maar er zijn bij ons geen kreeften- en krabbenvissers. En dat zegt toch wel wat.’’

Meer innovatie? ,,Verzin een list! Maar ik weet het niet meer’’, verzuchtte Van der Vis. Ook volgens zijn eilandgenoot Vonk zijn de konijnen nu wel uit de hoge hoed. ,,Er zit niks meer in.’’ Kees Taal, voorheen van WEcR en nu werkzaam bij rederij Van der Zwan, pleitte voor een nieuwe Task Force Visserij.

Meer kennis-input is volgens velen in de sector geen oplossing voor het pulsverbod. Directeur Teun Visser van de visafslag van Urk: ,,Die puls-innovatie was voor de tong. Nederland staat in de tongvisserij vrijwel alleen, en nu zijn we de klos.’’ De Nederlandse visserijsector heeft z’n lesje ook wel geleerd met de (dure) innovatie in de pulsvisserij.

Dat Nederlandse innovaties politiek afgeschoten worden mag in ieder geval niet weer gebeuren. Snijders: ,,We moeten onze kennis eerder delen.’’ In een nieuw gemeenschappelijk visserijbeleid van de EU zal volgens Snijders een betere basis gegarandeerd worden voor innovaties.



Schelpdieren

De aanvoer van mosselen was in het seizoen 2018/2019 (cijfers tot en met 27 februari 2019) met 46 miljoen kilo 4 procent hoger dan in 2017. De gemiddelde mosselprijs steeg dit seizoen verder tot 1,12 euro (+2 procent). Opvallend was het verschil in prijs tussen de mosselen van het Wad (1,24 euro) en de mosselen uit Zeeland (1,02 euro). De omzet kwam uit op 52 miljoen euro; en het nettoresultaat kwam uit op ongeveer 4 miljoen euro, een lichte verbetering ten opzichte van 2017.

De voorgaande jaren waren economisch zeer moeizaam, en de verwachting is dat ook dit jaar voor veel bedrijven het resultaat nog negatief zal zijn. De veel hogere kostprijs voor mosselzaad van MZI’s ten opzichte van mosselzaad van de bodem zet de rentabiliteit onder druk. Ook de schelpdiersector heeft te maken met schaalvergroting en de ontwikkeling naar geïntegreerde bedrijven.


Vriestrawlers

De acht Nederlandse vriestrawlers zetten in 2018 in totaal 317 miljoen kilo vis aan wal (in 2017 was dat 300 miljoen kilo), waarvan blauwe wijting 40 procent, haring 33 procent, makreel 10 procent, horsmakreel 10 procent, sardine 5 procent, sardinella 1 procent en overige vissoorten 2 procent. Voor 2019 zijn de meeste quota (fors) verlaagd.

De grootste vriestrawler, de KW 174 ‘Annelies Ilena’, is eind 2018 naar Polen omgevlagd, waardoor er in 2019 nog maar zeven Nederlandse trawlers overblijven. In 2012 waren dat er nog 14.


Kleine zeevisserij

Eind 2018 omvatte het segment ‘kleine zeevisserij’ 225 schepen, die een grote variëteit aan visserijen beoefenen, zoals visserij met de hengel, staandwant, fuiken en korven, kleine trawls en de schelpdiervisserij, en een grote diversiteit aan soorten aanvoeren, van tong, harder en zeebaars tot kreeft en paling. In totaal werd 9 miljoen kilo vis aangevoerd.

Tien jaar geleden begon de staandwantvisserij te groeien. Maar de opmars is gestuit en het aantal schepen dat specifiek met staandwant vist is inmiddels sterk gedaald: van nog 48 schepen in 2014 naar 12 schepen in 2018. Oorzaken lagen in verminderde vangsten (minder tong op de kust) en de tot voor kort torenhoge huurprijzen voor tong. De aanvoer van staandwant-tong daalde van 256 ton in 2013 naar 57 ton in 2018.

Overigens is een groot aantal geregistreerde schepen in de Nederlandse vloot volgens de officiële logboekinformatie inactief. Deze groep omvatte in 2017 totaal 200 schepen; ruim 30 procent in aantal van de totale zeevloot.


Aanvoer kotters

De totale aanvoer van de kottersector is in 2018 toegenomen met 8 procent (circa 6 miljoen kilo) ten opzichte van 2017. Dit is met name te danken aan de grote aanvoer van garnalen, want de aanvoer van schol daalde sterk, met 20 procent, naar 24,5 miljoen kilo en van tong werd met 8,6 miljoen kilo 8 procent minder aangevoerd.

Garnalen lieten zich in 2018 uitzonderlijk goed vangen: 27,7 miljoen kilo. Door de halvering van de aanvoerprijs tot gemiddeld 3,08 euro de kilo waren de opbrengsten uit de garnalensector in 2018 bijna gelijk aan die van 2017, toen voor de 14 miljoen kilo gemiddeld 6,06 euro werd betaald.


Gasolie

De totale brandstofkosten voor de Nederlandse kottervloot bedroegen in 2018 circa 55 miljoen euro. Dat is 18 procent van de totale opbrengst van de kottervisserij. Mede dankzij innovaties in efficiëntere vistuigen is dit percentage de afgelopen jaren fors gedaald. In 2011 bijvoorbeeld lag het percentage nog op 34 procent.

Door de goede opbrengsten sinds 2015 hebben visserijondernemers geïnvesteerd in groot onderhoud, verbetering, aankoop en nieuwbouw van schepen. De totale investeringen in de kottersector worden voor 2018 geschat op 43 miljoen euro, wat een forse toename is ten opzichte van investeringen in voorgaande jaren.


Europa

Europa is de belangrijkste afzetmarkt voor Nederlandse vis. Naar verwachting werd in 2018 – net als in 2017 - circa 81 procent van de exportwaarde aan visproducten uit Nederland verdiend binnen Europa. Nederland is een belangrijke ‘draaischijf’ van vis voor de Europese markt. Naast de aanvoer van Nederlandse schepen wordt veel vis geïmporteerd, hier bewerkt en vervolgens weer geëxporteerd. De werkgelegenheid in deze sector neemt toe, wat verklaard wordt door meer bewerking aan de visproducten.

De totale exportwaarde van vis en visproducten is in 2017 met 6 procent gestegen ten opzichte van 2016 naar 3,4 miljard euro. Voor schol en tong zijn Duitsland, Italië (bevroren) en België (vers) de meest belangrijke exportmarkten. Voor het hele assortiment is ook Frankrijk een belangrijk afzetgebied.