Wilt u een abonnement afsluiten, nieuws doorgeven, een advertentie plaatsen of online adverteren in Visserijnieuws? Klik dan hier.
Eerste internationale ProSea-cursus ‘Vissen met toekomst’ in België

Een goede ondernemer moet ballen hebben

UTRECHT – Met de cursus ‘Vissen met Toekomst’ levert ProSea al jaren aanvullende kennis en kunde binnen het Nederlands visserijonderwijs. Meerdere keren werd er belangstelling getoond voor deze cursus buiten Nederland, maar het toepassen in andere landen bleek niet zo eenvoudig. Naast de taal zijn er grote verschillen in vistechnieken, visgronden, doelsoorten, visserijbeheer, cultuur en andere onderwerpen die spelen. Toch gelooft ProSea dat er een rode lijn zit in de cursus die toegepast kan worden in andere landen. Hiervoor zou de cursus aangepast moeten worden aan de regionale omstandigheden in samenwerking met lokale partijen. Dit alles met het doel om lokale organisaties/ instanties in staat te stellen de cursus op termijn zelfstandig te laten doorgaan. Om de haalbaarheid te testen, zocht ProSea partijen binnen Europa voor een pilot. België reageerde enthousiast en de eerste week van december vond de eerste pilotcursus plaats bij Maritiem Instituut Mercator te Oostende. Tim Haasnoot van ProSea doet verslag.

Na een maandenlange voorbereiding was het dan eindelijk zover, op zondagavond 2 december werd koers gezet naar België voor de eerste internationale visserijcursus van ProSea. Om de cursus aan te passen aan de Belgische situatie waren er meerdere gesprekken gevoerd. Zo werden het Maritiem Instituut Mercator, de Federale Overheidsdienst Leefmilieu, het Instituut voor Landbouw-, Visserijen Voedingsonderzoek (ILVO), het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ), de Rederscentrale, het Zeevissersfonds en verschillende overheidsinstanties betrokken bij de voorbereidingen.

Op maandagochtend werden mijn collega Jerry Lust en ik hartelijk ontvangen op het Maritiem Instituut Mercator. De spullen werden klaargezet in het lokaal en nog snel werden de laatste zaken doorgesproken voordat de studenten binnen zouden komen. We hadden een grote groep. Op voorhand was de verwachting dat er 15-20 studenten mee zouden doen, maar uiteindelijk bleken maar liefst 31 studenten geïnteresseerd te zijn in de cursus. Het leuke en uitdagende aan de groep was dat er een grote diversiteit was qua leeftijd (van 14 tot 23 jaar) en ervaring op zee (0 tot 387 vaardagen). Voor de opdrachten werden de studenten verdeeld over vijf groepen. Iedere groep werd begeleid door een eigen docent, want die kennen hun pappenheimers.

Zenders plaatsen voor akoestisch onderzoek naar het gedrag en de migratie van vissen.Zenders plaatsen voor akoestisch onderzoek naar het gedrag en de migratie van vissen.

Er werd afgetrapt met een kennismakingsronde. Het merendeel van de studenten had nog geen voorkeur voor vistechniek of schip. Een enkeling heeft interesse om de rederij van z’n vader over te nemen, een aantal wil gaan vissen op platvis en er was een student die interesse had in vissen met de ringzegen. Al met al een gemêleerd gezelschap. Dat bleek ook uit hun antwoorden op de vraag: ‘Welk woord schiet jou te binnen bij duurzame visserij?’. De studenten kwamen met woorden als ‘veiligheid’, ‘kwaliteit’, ‘milieu’, ‘toekomst’, ‘uitstoot’ en ‘geld verdienen’. Allemaal zaken die inderdaad met duurzaamheid te maken hebben, maar toch verschillend zijn ten opzichte van het merendeel van de Nederlandse studenten die meestal ‘pulsvisserij’ noemen. Voor ons als cursusleiders interessant om te horen.

Na de introductielezing over de definitie en herkomst van de term ‘duurzaamheid’, volgde de lezing over mariene ecologie. Dit bleek voor veel studenten nieuwe materie te zijn. Het belang van de oceaan voor onze zuurstof op aarde, voor het klimaat en de rol van plankton in het voedselweb maakte nieuwsgierig. ‘Hoe lopen die zeestromen?’, ‘Hoe kunnen ze dat plankton bekijken en tellen als je het niet kunt zien?’ en ‘Hoe maken diepzeedieren licht?’ waren enkele van de vele vragen die gesteld werden.

Herkennen van visziektes bij het onderzoeksinstituut VLIZ.Herkennen van visziektes bij het onderzoeksinstituut VLIZ.

Voor de eerste excursie werd afgereisd naar het VLIZ, het Vlaamse Instituut voor de Zee. De ene groep kreeg eerst een lezing over afval in zee, terwijl een andere groep rouleerde langs drie stands met onderzoekers van het VLIZ en Universiteit Gent. Bij iedere stand kregen de studenten uitleg over een van de lopende onderzoeksprojecten. Zo waren er stands over ziekte bij platvissen, over het in kaart brengen van gedrag en migratie van vissen aan de hand van akoestische technologie, en over (micro)plastics in zee. Het parcours werd door beide groepen met interesse afgelegd.

De studenten kregen te horen welke ziektes regelmatig voorkomen bij vis, hoe je ze kunt herkennen en waarom onderzoek naar visziektes belangrijk is. Het onderzoeken kan namelijk iets zeggen over de gezondheid/ staat van de zee. Studenten konden middels microscopen ook kijken naar bacteriële infecties en parasieten die soms worden aangetroffen bij platvissen. Er werd ook gevraagd om bij het aantreffen van zieke platvissen foto’s door te sturen naar www. platvisziekten.be en zo bij te dragen aan dit onderzoek.

Bij de stand over akoestische technologie om het gedrag en de migratie van vissen in kaart te brengen, kregen de studenten uitleg over hoe onderzoekers zenders plaatsen in de buik van vissen en op welke manier ze de signalen van deze zenders kunnen ontvangen. Uiteindelijk mochten de studenten ook zelf voor chirurg spelen door de buik van de kunststof vissen dicht te naaien. Studenten konden bij de derde stand microplastics uit verschillende cosmetica filteren. Daarna werd micro- en nanoplastic in strandzand zichtbaar gemaakt met een bepaalde vloeistof en uv-licht.

Bezoek aan de nettenzaal van het onderzoeksinstituut ILVO.Bezoek aan de nettenzaal van het onderzoeksinstituut ILVO.

Emissies en windparken

De tweede dag werd afgetrapt met het thema luchtemissies. Welk type uitstoot is nu verantwoordelijk voor welk probleem? Bij klimaatverandering hebben we het voornamelijk over koolstofdioxide (CO2), bij aantasting van de ozonlaag voornamelijk over koudemiddelen ((H)CFK’s), bij zure regen over zwavel- (SOx) en stikstofoxides (NOx), terwijl deze laatste twee stoffen samen met fijnstof ook een negatief effect hebben op de luchtkwaliteit.

Gezien het drukke programma werd er alleen dieper ingegaan op klimaatverandering en de rol van koolstofdioxide. Dit heeft namelijk grote gevolgen voor de visserij. Hierbij kun je denken aan visbestanden die zich naar het noorden verplaatsen, aangescherpte wet- en regelgeving omtrent emissies en de geplande aanleg van grote windparken op zee. Met name dit laatste thema houdt de gemoederen bezig. ‘Zijn die windmolenparken nou slecht voor het zeeleven of niet?’, was een van de vragen. Uitgelegd werd dat dit moeilijk is om op voorhand te voorspellen. Het antwoord hangt af van het soort dier, de plaats van een windpark, de manier van aanleg en de schaal waarop er uiteindelijk windparken gebouwd gaan worden op de Noordzee. Oftewel, het effect van windparken op zee is van veel factoren afhankelijk en dat brengt onzekerheden met zich mee.

Na de lezing over luchtemissies stond de relatie tussen de visserij en de maatschappij op de rol, gevolgd door de communicatietraining met rollenspel. Het merendeel van de studenten blijkt te denken dat de visserij een negatief imago heeft. ‘Mensen roepen maar van alles, maar meestal kennen ze de visserij helemaal niet’ riep één van hen. Hiermee sneed hij direct een goed punt aan. Voor veel mensen is de visserijsector een vrij onbekende sector. Toch is het volgens de studenten wel belangrijk om te werken aan imagoverbetering. Media, milieuorganisaties, films en verhalen van vroeger hebben allemaal invloed op het imago van de sector, maar iedere visser als individu natuurlijk ook. Door er zelf voor te zorgen dat je die andere partijen geen aanleiding geeft om negatief over je te spreken en door zelf vol trots over je beroep te vertellen, kun je al een bijdrage leveren aan een beter imago.

Bij de eindopdracht kunnen de studenten kiezen uit: ‘Schip van de toekomst’, ‘Vistechniek van de toekomst’, ‘Afval in zee’ en het ‘Creëren van een meerwaarde voor vis’.Bij de eindopdracht kunnen de studenten kiezen uit: ‘Schip van de toekomst’, ‘Vistechniek van de toekomst’...

Roggen

De derde dag begon met visserijbeheer. Hierbij kregen de studenten uitleg over nut en noodzaak en hoe de Europese Unie visserijbeheer probeert te regelen via het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB). Ook werd uitgelegd welke landen allemaal een rol spelen bij het beheer op de Noordzee en dat er met Noorwegen afzonderlijk afspraken gemaakt dienen te worden aangezien dat land geen deel uitmaakt van de Europese Unie. ‘Maar moeten we straks ook met de Britten aparte afspraken maken?’ vroeg een student zich af. Daar ziet het wel naar uit. Voorlopig (tot 2020) blijft het GVB van kracht met bijbehorende afspraken over quota, maar in de toekomst zouden de Britten zaken kunnen gaan veranderen.

Na een kort college over de Brexit maakten de studenten zich gereed voor de tweede excursie naar het ILVO. Daar volgde uitleg van de Rederscentrale over het SUMARiS- project. Binnen dit project proberen producentenorganisaties en wetenschappelijke instellingen uit Frankrijk, Nederland, België en Groot-Brittannië om kennis van de verschillende soorten roggen te vergroten, zodat het beheer van de roggenbestanden verbeterd kan worden. Daarnaast heeft het project ook als doel om het overlevingspercentage van de roggen te verbeteren, waardoor ze op basis van hoge overleving uitgezonderd worden van de aanlandplicht. Na het college over de verschillende roggen op de Noordzee volgde een quiz over roggen. De studenten hadden goed opgelet, want er werden hoge scores behaald.

Tijdens een rondleiding kregen de studenten uitleg over het berekenen van de leeftijd van vissen aan de hand van otolieten (gehoorsteentjes), over visnetten (nettenzaal) en over de overlevingsonderzoeken bij rog. Ook deze excursie viel goed in de smaak bij de studenten. ‘Bij ILVO met die otolieten, dat vond ik interessant. Ik wist niet dat je kon zien hoe oud vissen waren’, aldus student Dylan Mille. Student Nicky van Daele vond de excursies ook geslaagd: ‘Je komt nu op plaatsen waar je normaal gesproken niet naar binnen gaat’. Het bezoek aan het ILVO kreeg ook aandacht in de Belgische media, met een reportage door omroep Focus/WTV. Student Dries Mathys stond de reporter netjes te woord en kon op die manier gelijk zijn opgedane kennis van de communicatietraining in de praktijk toepassen. Nadat alle studenten de onderdelen binnen het ILVO hadden bezocht, volgde nog een laatste korte lezing over bestandsschattingen en het belang van samenwerken met onderzoek.

De middag op het Mercator Instituut stond in het teken van ondernemen en de visketen. Bij de studenten heerst het beeld dat ‘de Hollanders’ goede ondernemers zijn en dat men op dat gebied nog iets kon leren van de ‘kaaskoppen’. Complimenten die de Nederlandse vissers in hun zak kunnen steken. Maar onze zuiderburen hoeven zeker niet bescheiden te zijn. Deze groep studenten liet ook duidelijk merken dat het wel goed zit met de toekomst van de Belgische visserij. ‘Een goede ondernemer moet ballen hebben’, was de conclusie van een van de studenten. Anders durven denken en uitdagingen niet uit de weg gaan kenmerkt een goede ondernemer. Vervolgens was het woord aan gastspreker Romeo Rau om uitleg te geven over de visketen. Als vishandelaar en voorzitter van Promovis (verantwoordelijk voor promotie van vis) kon Rau een mooi inkijkje geven in de wegen die de vis bewandelt nadat deze is aangeland bij de vismijn.

Aanlandplicht

Op de slotdag werd er uitvoerig stilgestaan bij de invoering van de aanlandplicht. Duidelijk werd dat met name binnen de platvisvisserij dit tot grote problemen kan leiden. Om maatse tongen te vangen wordt er gevist met 8 cm maaswijdte. Met deze maaswijdte vang je daarentegen ook veel ondermaatse schol. Gezien het grote prijsverschil tussen tong en schol is het de visser daarentegen niet kwalijk te nemen om met die 8 cm te blijven vissen. Dit neemt niet weg dat er wel nagedacht kan worden over manieren om tot een selectievere visserij te komen. ‘Misschien kunnen we wel bepaalde gebieden vermijden om veel ongewenste bijvangst te voorkomen?’, stelde student Robbe Desaever voor. Dit gedeelte van het visserijbeheer maakte indruk op de studenten. ‘Het stuk over de maaswijdte en de aanlandingsplicht vond ik interessant. Ik wil een toekomst in de visserij en dan is dit heel belangrijk’, aldus student Kenji van der Eecken. Medestudent Chatchawan Phrom-On sloot zich daarbij aan: ‘Het was interessant om te leren over hoe de vangstrechten worden verdeeld. Dat is belangrijk, want dat is je toekomst als visser’.

Wij, de cursusleiders van Pro- Sea, zijn zeer tevreden en konden na de goede eindpresentaties terecht de certificaten uitdelen aan de studenten. Uit de reacties bleek dat de studenten ook zeer tevreden waren. ‘Als je op zee bent geweest, dan heb je het gezien en kun je veel van de cursus herkennen. Met die praktijkervaring leer je weer veel meer van de cursus’, aldus student Louka Coquelet. ‘Ik stond bij veel dingen nooit stil. Nu na de cursus zie ik dat er meer is dan je denkt. Dit kan ik gebruiken om beter te worden als visser’, was de reactie van student Mike Corveleyn. Student Nicky van Daele steunt onze plannen om de cursus ook in andere landen te testen: ‘Waarom geven jullie deze cursus alleen in Nederland en België? Jullie zouden dit overal moeten doen!’.

Dank aan alle partijen die hebben bijgedragen aan deze succesvolle cursus! Speciale dank aan het Maritiem Instituut Mercator voor de gastvrije ontvangst en de studenten voor hun bijdrage!