Wilt u een abonnement afsluiten, nieuws doorgeven, een advertentie plaatsen of online adverteren in Visserijnieuws? Klik dan hier.
Onderzoekssamenwerking visserijsector

Boomkorsurvey en bedrijfssurvey

IJMUIDEN/SCHEVENINGEN - De visserijsector, wetenschap en maatschappelijke organisaties werken in onderzoeksprojecten samen aan duurzaam visserijbeheer, zoals innovaties om selectiever te vissen en verbetering van de bestandsschattingen. De projecten worden gefinancierd uit het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij. Over de onderzoekssamenwerking publiceren de projectpartners in een eigen column in Visserijnieuws. Deze week geeft Ingeborg de Boois (Wageningen Marine Research) een toelichting op de jaarlijkse boomkorsurvey (BTS), waar ook waarnemers uit de visserij aan deelnemen. WMR-collega Edward Schram leidt het project Bedrijfssurvey tarbot en griet, waarmee we de surveygegevens uit de BTS willen aanvullen om de bestandsschattingen te verbeteren.

Boomkorsurvey

Vanaf maandag 29 juli voert Wageningen Marine Research (WMR) de jaarlijkse boomkorsurvey (BTS) uit. De eerste weken zal met een 8 meter boomkortuig zonder schotje worden gevist in de zuidelijke en oostelijke Noordzee; van 19 augustus tot en met 13 september wordt een identiek tuig uitgerust met een schotje gebruikt in de centrale en westelijke Noordzee. Daarmee is het gebruikte vistuig in de verschillende gebieden gelijk aan de voorgaande jaren.

Met dit onderzoek levert WMR de Nederlandse bijdrage aan de internationale boomkorsurvey die wordt gecoördineerd door ICES (International Council for Exploration of the Sea). Naast Nederland voeren ook België, Duitsland en Engeland deze boomkorsurvey in de Noordzee uit. De gegevens van dit onderzoek worden gebruikt in de bestandsschatting van schol, tong en griet die wordt uitgevoerd door de ICES-werkgroep voor demersale vissoorten in de Noordzee. De BTS is onderdeel van de Wettelijke Onderzoekstaken in opdracht van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Foto: B. van Os, WMR - De hele vangst wordt gesorteerd en geanalyseerd. Aan het einde van de reis is informatie beschikbaar over de lengteverdeling van alle vissoorten in de vangst en ook over de aantallen inktvissen, zeesterren, krabben en ander bodemleven.Foto: B. van Os, WMR - De hele vangst wordt gesorteerd en geanalyseerd. Aan het einde van de reis is informatie beschikbaar over de lengteverdeling van alle vissoorten in de vangst en ook over ...

Oorspronkelijk is dit onderzoek opgezet om informatie te verzamelen over schol en tong, maar tegenwoordig worden ook de gegevens van tarbot, griet, schar en haaien en roggen gebruikt door ICES. Daarnaast worden aan boord veel meer gegevens verzameld omdat de gehele vangst wordt gesorteerd en geanalyseerd. Aan het einde van de reis is informatie beschikbaar over de lengteverdeling van alle vissoorten in de vangst en ook over de aantallen inktvissen, zeesterren, krabben en ander bodemleven. Daarnaast wordt bij elke trek de watertemperatuur en het zoutgehalte aan het oppervlak en aan de bodem gemeten, om een beeld te krijgen van de omgeving waarin de vis zich bevindt en mogelijke factoren die van invloed zijn op de verspreiding van de vis. Gegevens worden publiek beschikbaar gemaakt via het ICES dataportaal: http://www.ices.dk/marine-data/data-portals/Pages/DATRAS.aspx.

In het kader van ‘Monitoring chemische stoffen in schol, meetplan chemisch meetnet MWTL’ (opdrachtgever: Rijkswaterstaat) worden tijdens de BTS op drie van tevoren vastgestelde locaties specifieke trekken uitgevoerd om schol te verzamelen voor chemische analyse. Dit gaat niet ten koste van de bemonstering voor de bestandsgegevens.

Sinds 2007 is vanuit de onderzoekssamenwerking tussen WMR en de visserijsector steeds een waarnemer aan boord van de Tridens mee geweest, waarbij een waardevolle samenwerking tussen onderzoek en de praktijk is ontstaan.

Ook dit jaar gaan gedurende zeven weken waarnemers uit de kottersector mee:
Week 31: Johannes Bakker, Urk
Week 32: Jan Drijver, Texel
Week 33: Jan de Boer, Urk
Week 34: Meindert de Boer, Urk
Week 35: Albert Romkes, Urk
Week 36: Jacob de Boer, Urk
Week 37: Jaap Tanis, Goedereede

De voortgang van de survey is te volgen via de weblog: http://beamtrawlsurvey.blogspot.nl/. Daar is ook te lezen wat het meest opvallende was van de survey in 2018 (opvallend veel scholletjes): http://beamtrawlsurvey.blogspot.com/2019/03/het-raadsel-van-de-0-jarige-scholthe.html.

Bedrijfssurvey tarbot en griet

Tijdens de BTS worden ook gegevens verzameld over tarbot en griet, die door ICES worden gebruikt voor de bestandsschattingen. De BTS is echter ontworpen voor schol en tong en dat betekent dat de BTS-gegevens voor tarbot en griet van minder goede kwaliteit zijn. ICES geeft daarom aan dat een gerichte jaarlijkse survey voor tarbot en griet een belangrijke bijdrage zou leveren aan het verbeteren van de kennis voor de bestandsschattingen. De visserijorganisaties hebben deze handschoen samen met WMR opgepakt en hebben een bedrijfssurvey opgezet. Aan boord van vissersschepen wordt op een gestandaardiseerde manier jaarlijkse verschillen in de vangsten van tarbot en griet in kaart gebracht. Het project wordt gefinancierd uit het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij.

De bedrijfssurvey tarbot en griet vond eind 2018 voor de eerste keer plaats. Het eerste jaar was vooral bedoeld om te experimenten met de opzet en daar van te leren. In totaal waren drie surveyweken gepland op drie schepen. Elk schip beviste gedurende een week een serie vooraf aangewezen trekken verspreid over een aantal ICES-kwadranten. Hierbij was de helft van de trekken vrij te kiezen door de schipper. De surveygebieden waren vooraf in samenspraak met de schippers gekozen. In 2018 is één van de reizen uitgevoerd met een pulstuig (OD 17) en één reis met de boomkor (UK 64). De derde reis met de UK 284 kon niet doorgaan vanwege ongeschikte weersomstandigheden eind 2018, en daarom wordt vanaf 2019 de survey wat eerder gepland in de herfst. De ervaringen uit het eerste jaar zijn goed. De samenwerking met de schippers en bemanning verliep uitstekend. Ook werd duidelijk dat de bedrijfssurvey al veel extra gegevens oplevert: tijdens de twee surveys werden uit 44 trekken in totaal 1.035 tarbotten en 518 grieten verzameld tegenover 414 tarbotten en 126 grieten uit 90 korte trekken tijdens de BTS in 2018.

Foto: B. van Os, WMR - De hele vangst wordt gesorteerd en geanalyseerd. Aan het einde van de reis is informatie beschikbaar over de lengteverdeling van alle vissoorten in de vangst en ook over de aantallen inktvissen, zeesterren, krabben en ander bodemleven.Foto: B. van Os, WMR - De hele vangst wordt gesorteerd en geanalyseerd. Aan het einde van de reis is informatie beschikbaar over de lengteverdeling van alle vissoorten in de vangst en ook over ...

De ervaringen en resultaten van het eerste jaar van de survey zijn in april door Wouter van Broekhoven (VisNed) en Ruben Verkempynck (WMR) voorgelegd aan de ICES-werkgroep WGNSSK, die zich bezig houdt met de bestandsschattingen voor de Noordzee. Zij moeten de gegevens immers straks gaan gebruiken en dan is het dus erg belangrijk dat alles goed met hen wordt kortgesloten en er draagvlak ontstaat voor de bedrijfssurvey. De WGNSSK bleek veel interesse te hebben in de tijdsreeksen die de bedrijfssurvey moet gaan aanleveren en gaf goede tips om de bedrijfssurvey verder te verbeteren.

Een van de zaken die WGNSSK aankaartte was de keuze voor de tuigen. Gezien de besluitvorming over de pulsvisserij raadde de werkgroep af om de puls te blijven gebruiken. Ook al zou er misschien tot en met 2021 met een pulstuig kunnen worden gevist in de survey, dan zou er daarna moeten worden overgeschakeld naar een ander tuig. Dit vormt een probleem. Bij een wetenschappelijke survey moeten de omstandigheden, zoals het seizoen, de locatie, het schip en het tuig, zo veel mogelijk hetzelfde blijven. Wanneer je namelijk onder zo veel mogelijk dezelfde omstandigheden meer of minder vangt, kun je ervan uitgaan dat dit ligt aan de grootte van het bestand. Wanneer je het tuig verandert, heeft dit invloed op hoeveel je vangt en dan weet je niet in hoeverre die verandering te wijten is aan de omvang van het bestand. De WGNSSK adviseerde daarom om met ingang van 2019 direct alle drie de reizen met een ander tuig dan de pulskor uit te voeren om een toekomstige breuk in de tijdreeks te voorkomen.

De werkgroep adviseerde ook om het te dekken gebied per schip te verkleinen. Op die manier komt er meer ruimte voor een goede uitvoering van de voorgeschreven trekken en meer vrijheid voor de vrije trekken. Er werd ook aanbevolen om het aantal schepen in de toekomst uit te breiden om ongedekte gebieden aan te vullen. Hier is binnen het project geen budget voor beschikbaar, maar dit kan worden overwogen bij het opzetten van het vervolg van de survey na de looptijd van het huidige project.

De inbreng van de WGNSSK en de eigen ervaringen van het eerste surveyjaar worden gebruikt om een aantal aanpassingen in de bedrijfssurvey door te voeren. Deze worden in augustus voorbereid en besproken met de deelnemende schippers. Het pulsschip OD 17 is in 2019 niet meer van de partij en wordt vervangen door de UK 237. De UK 64 en UK 284 doen ook in dit jaar weer mee. De planning is dat de survey in 2019 in de maanden september en oktober wordt afgerond.

Europese Unie, Europees Fonds voor Maritieme Zaken en VisserijEuropese Unie, Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij

BTS:
Ingeborg de Boois, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Bedrijfssurvey tarbot en griet:
Edward Schram, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.