Wilt u een abonnement afsluiten, nieuws doorgeven, een advertentie plaatsen of online adverteren in Visserijnieuws? Klik dan hier.
Dagje met de Waddenunit op de ‘Asterias’

Als de Noordzee een scheet laat...

HARLINGEN – Het is stil op het weidse Wad, een beetje heiig en wat broeierig op deze zomerse vrijdag. De bemanning van de ‘Asterias’ rondt de bestandsopname van de mosselpercelen af, bekijkt een droogvallende mosselbank onder Vlieland en doet in het Molenrak een paar sleepjes op zoek naar een eerste bewijs van mosselzaadval. Een dagje mee met de mannen van de Waddenunit. ,,Het Wad is best groot, met in die ruimte altijd een spanning tussen ecologie en economie. Het is soms op een slap koord balanceren. Maar pas op: onze natuur is niet maakbaar. Als de Noordzee een scheet laat, zit het Wad vol vreten. Kijk naar het kunstje van de kokkels dit jaar, er is weer overvloed na een zeer voedselarm jaar.’’

Vrijdagmorgen vroeg is het betrekkelijk rustig op de haven van Harlingen. De WR 189 heeft de (kreeftjes)vangst al op de auto gezet, de bemanningen van de pulskotters UK 227 en UK 34 lossen hun vis in auto’s van Mulder voor transport naar Urk. Nico Laros van de Waddenunit komt via de havens op zijn sportieve fiets aan racen, zijn collega’s Theo van Malsen uit Makkum en Eelke Sybren Dijkstra uit Dokkum parkeren hun wagens op een afgesloten haventerrein van Rijkswaterstaat.

Aan het eind van de steiger in de Nieuwe Voorhaven – grenzend aan het afslagterrein – ligt de ‘Asterias’ afgemeerd. In de entreegang hangt een schilderij van de HD 4 ‘Grietje’, waarop Laros veertig jaar geleden viste. De motor wordt gestart, de trossen gaan los en het koffieapparaat wordt aangezet. Klaar voor een nieuwe werkdag.

Met de bodemhapper wordt tweemaal per jaar het mosselbestand op de percelen gemeten.Met de bodemhapper wordt tweemaal per jaar het mosselbestand op de percelen gemeten.

Nico Laros schippert nu, maar het drietal medewerkers van de Waddenunit heeft exact dezelfde functie aan boord. Wel hebben ze zelf de taken wat verdeeld. Laros is de visserijdeskundige aan boord, Dijkstra is het eerste aanspreekpunt als het gaat om natuurkwesties en Van Malsen hangt er naar eigen zeggen tussenin. Laros en Van Malsen komen allebei uit de visserij. Alle drie zijn ze buitengewoon opsporingsambtenaar. Moeten ze als boa’s wel eens verbaliserend optreden? ,,Ja, dat hoort er ook bij, maar het is niet onze kernactiviteit. De meeste keren gaat het dan om het uit staan van AIS-ontvangst, verstoringen door weekendrecreanten en in de visserij soms het ontbreken van de zeeflap’’, zegt Van Malsen. Laros vult aan: ,,Rond 10 procent van ons werk betreft opsporing. Van vissers krijgen we trouwens eerder de klacht dat er te weinig dan dat er te veel gecontroleerd wordt. We zijn in ieder geval heel tuk op de AIS.’’

Natuur bovenaan

De Waddenzee is primair natuurgebied, benadrukt het drietal. Wettelijk vastgelegd als Natura 2000-gebied. Vogel- en zeehondentellingen bij laag water zijn daarom een belangrijk onderdeel van het takenpakket. Evenals controle op de gesloten gebieden (zogenoemde artikel 20-zones), zoals bijvoorbeeld de Oude Zuidmeep, die vanwege de aanwezigheid van jonge zeehonden in de periode half mei tot september verboden terrein is. Garnalenvissers hebben als een van de weinigen ontheffing om daar wel doorheen te mogen vissen, en ook mosselkwekers mogen er op hun percelen vissen. Maar er doorheen varen om af te steken of ankeren is verboden. Zeehonden worden door medewerkers van de Waddenunit in samenwerking met WMR-Texel gevangen om te zenderen voor onderzoek naar bijvoorbeeld de impact van windparken. ,,Da’s oppassen geblazen, want het zijn wel roofdieren.’’ Het blijkt dat zeehonden hoofdzakelijk op de Noordzee eten en op het Wad rusten.

Eelke Sybren Dijkstra bedient de lier, collega Theo van Malsen leegt de happer.Eelke Sybren Dijkstra bedient de lier, collega Theo van Malsen leegt de happer.

De vogeltellingen – maandelijks op hoogwatervluchtplaatsen – vinden altijd op zaterdag plaats, omdat dan wordt samengewerkt met vrijwilligers. Aan vrijwilligers geen gebrek; voor een verblijf in het wachtershuisje van het NIOZ op Richel staan mensen in de rij. Over de vogels die de Waddenzee gebruiken om op te vetten, zeggen de mannen van de Waddenunit: Dat is wel een aandachtspuntje, het gaat niet echt geweldig. Maar het is complex en moeilijk te achterhalen waar het op de route tussen de broedgebieden Groenland of Siberië en de overwinteringsgebieden Afrika mis gaat. De Waddenzee is op hun route dankzij het getij één grote bak met vreterij. Hoe het ook zij; de vogels zijn er, en dus is daar ook een zorgplicht voor. Voor sommige vogelsoorten geldt een wettelijke herstelopgave. Kenmerkende broedvogels van het waddengebied als scholeksters en zilvermeeuw gaan achteruit, soorten als lepelaar en bergeend nemen daarentegen toe. ,,In principe beschermen we alles op het Wad.’’

Bodemhapper

We stomen via de Pollendam en Blauwe Slenk naar het Inschot. De BDS Transporter (ex-HA 22) is één van de weinige schepen die we in de verte signaleren, op weg naar het gasproductieplatform op het Wad. Vandaag staat de afronding van de bestandsopname op de mosselpercelen op het programma. Dat onderzoek vindt tweemaal per jaar plaats, waarbij het veldwerk in opdracht van Wageningen Marine Research wordt uitgevoerd door de Waddenunit. Het is nodig om te kunnen bepalen of er in de winter voldoende voorraad achterblijft om ook de vogels te kunnen voeden. Er mogen dus niet onbeperkt mosselen naar Zeeland worden verscheept. In de vergunningvoorwaarden voor de voorjaarszaadvisserij is opgenomen dat een equivalent van wat uit de natuur wordt opgevist, in de winter op de percelen moet blijven liggen voor vogels. Sinds de komst van mosselzaadinvanginstallaties levert dat in de praktijk overigens geen beperkingen op, weet Laros.

Inspectie op een mosselbank aan de zuidkant van Vlieland. Het gaat goed met de droogvallende banken.Inspectie op een mosselbank aan de zuidkant van Vlieland. Het gaat goed met de droogvallende banken.

Met de bodemhapper wordt gestart op een perceel van de YE 69. Jacob Capelle van WMR heeft de monsterlocaties bepaald. Vandaag zijn de laatste twintig aan de beurt (van een totaal van 360 stations), verspreid over veertien mosselpercelen. Overal worden vijf happen gedaan, waarbij wordt bepaald of de inhoud uit meerjarige mosselen of uit mosselzaad bestaat. Zeesterren en krabbetjes worden apart geteld. Vijf happen zijn op de eerste meetlocatie goed voor 3,1 liter meerjarige mosselen, en er wordt 1 zeesterretje en 1 strandkrabbetje opgevist. Het tweede perceel is van de YE 116, het derde van de TH 48. Voor de koffie bestuurt Dijkstra de happer, leegt Van Malsen deze en manoeuvreert Laros. Na de koffie wordt er gewisseld. Een perceel van de YE 20 is als laatste aan bod. In totaal is er dan met honderd happen 42 liter mosselen opgehaald, waarvan 30 liter meerjarige mosselen. Van die 30 liter meerjarige mosselen wordt een monster van 6 liter genomen, die wordt uitgezocht in: zaad, halfwas, consumptiemosselen en tarra/pokken. Die hoeveelheid pokken wordt afgewogen op 152 gram. Het aantal zeesterren is twaalf en het aantal krabben twee. Er zitten veel lege mosselschelpen in de monsters.

Nico Laros toont mosselen zoals die zich op de zeebodem hechten.Nico Laros toont mosselen zoals die zich op de zeebodem hechten.

Kokkelkunstje

,,In de mosselwereld is niet één jaar hetzelfde’’, zegt Laros. Zelf is hij al meer dan dertig jaar actief op het Wad, en hij wisselt ook informatie uit met zijn Zeeuwse collega’s. ,,Hier op het Wad liggen nu best veel mosselen, maar het vlees wil er nog niet echt inkomen. 18 tot 20 procent is te weinig. Het water op het Wad is opvallend helder, met weinig algen en dus weinig vreten. De groei van de mosselen loopt ook achter en is laat. Moet je kijken, je kan hier vanuit de brug de mosselen zien liggen. En neem nou de Oosterschelde. De kwekers hadden daar een mooi bestand grote consumptiemosselen op voorraad liggen, met het oog op de start van het mosselseizoen. Maar heel veel is dood gegaan, vermoedelijk als gevolg van de schuimalg.

Er zijn kwekers die bijna alles zijn kwijt geraakt! Voor onderzoek zijn met pijn en moeite 150 levende mosselen van een perceel gehaald, dat zegt toch wel wat! Ja, de Duitsers hebben opnieuw geluk met grotere mosselen. Die mogen jaarrond op zaad vissen, en zijn flexibeler in het verplaatsen van hun mosselen. Eén perceel bij Sylt is bijkans net zo groot als alle veertig percelen bij ons in het Oosterom. Garanties zijn er echter niet, de Duitsers hebben ook jaren gekend zonder zaadval.Je weet het nooit in de natuur. Kijk bijvoorbeeld naar de kokkels. Vorig jaar was een voedselarm jaar, en daar kwam door de tropische temperaturen in augustus nog een massale sterfte overheen. Maar het lijkt wel of die kokkels als overlevingsstrategie vooraf net een laatste shot met eitjes en zaad hebben gegeven. Het barstte na de zomer van de speldeknopjes, en dit jaar ligt het weer vol kokkels. Wonderlijk.’’

Onderzoek van een monster meerjarige mosselen van de percelen.Onderzoek van een monster meerjarige mosselen van de percelen.

Laros wil ook een voorbeeld van natuurlijke wisselingen uit zijn eigen vissersloopbaan op zee noemen. ,,Toen ik net begon te varen in de jaren zeventig vingen we zo weinig tong dat we de tongen telden: 12 stuks aan stuurboord en 14 stuks aan bakboord. Een oude visser zei tegen mij, neem een tong mee naar huis en laat hem opzetten, want ze sterven uit. Mooi niet dus, de oceaan liet een boer en de Noordzee zat weer vol met tong. Een paar jaar later vingen we met 900 pk per nacht 600 tot 800 kilo tong in de Sylt.’’

Mosselbanken en zaad

Als het werk met de bodemhapper is afgerond, laat Dijkstra de mob-boot zakken voor een inspectie op een van de droogvallende mosselbanken in de Wolfshoek. Het waadpak gaat aan. Op weg ernaartoe valt op hoeveel hardertjes er in het ondiepe water zwemmen. Langs de randen van de bank is de grond modderzacht van de uitwerpselen van weggeslagen mosselen. Oppassen geblazen dus. Laros laat tussen het groen zien hoe mosselen zich met hun byssusdraden op een perceel hechten.

,,Dit zien de natuurorganisaties graag, zulke mooie banken. Het overheidsbeleid is dat er minimaal 2.000 hectare van de Waddenzee uit droogvallende mosselbanken bestaat. Het gaat goed, heel goed zelfs. De teller stond vorig jaar op 2.672 hectare. Vooral na de enorme zaadval in 2016 is er veel bijgekomen, wel 1.500 hectare. Dat areaal is ook weer deels weggestormd of opgevreten.’’

Proefsleepje in het Molenrak onder de rook van Harlingen. Op zoek naar de eerste tekenen van mosselzaadval.Proefsleepje in het Molenrak onder de rook van Harlingen. Op zoek naar de eerste tekenen van mosselzaadval.

Op de terugweg naar de thuishaven langs het Langezand wordt een sleepje gedaan in het Molenrak. Op zoek naar een teken van nieuwe mosselzaadval. Laros is als vaste gast op de visserijdagen in Bruinisse al door de Bruse voorman Cees Otte gebeld. Op het eerste sleepje zien Van Malsen en Laros gelijk piepklein mosselzaad. Voor het tweede sleepje haalt Laros een verrekijker als loep erbij. ,,Er is een bewijsje, maar het zegt nog weinig.’’


Bemanning ‘Asterias’

Theo van Malsen (47) kwam kort na de eeuwwisseling bij de Waddenunit. Voorheen viste hij op het IJsselmeer en aan de Waddenzeekant in de sluiskom van Kornwerderzand, op de familiekotter WON 55 en op de  WON 39. Op de visserijschool in Urk haalde hij zijn papieren. De verdiensten noopten Van Malsen in het belang van zijn gezin naar wat anders uit te kijken. Eerst in de bouw, maar het water bleef trekken. ,,Ik moest naar zee.’’ Toen er een plekje vrijkwam als machinist op de ‘Stormvogel’ solliciteerde Van Malsen. De Stormvogel is de voorganger van de Asterias.

Eelke Sybren Dijkstra (40) studeerde Natuurbeheer aan het Van Hall Instituut in Leeuwarden. Na zijn studie werkte hij bij Aqua Terra in Geldermalsen, het huidige milieuadviesbureau ATKB, waar hij in het veld veel praktische kennis over vis en visserij opdeed. In 2010 kwam Dijkstra bij de Waddenunit.

Nico Laros (63) komt uit Den Helder. Als knaap werkte hij op en rond de afslag, haalde de hoogste papieren op de visserijschool daar en viste tien jaar bij rederij Bais op de HD 3 en HD 4. In 1980 moest hij stoppen met vissen, en kwam bij Defensie op de toenmalige Rijkswerf. Na vier jaar verruilde hij Den Helder voor Kerkrade, waar hij als adjunct-controledeskundige op kantoor zat. Halverwege de jaren tachtig namen de spanningen tussen de AID en de visserij toe. Laros ging weer terug naar de noordkop, en kwam in 1986 als ‘opziener der visserijen’ aan boord van de ‘Cornelis Bos’ in Den Oever. In 2000 volgde de overstap op de ‘Stormvogel’ en de verhuizing naar Harlingen.

Veranderingen

,,De grootste verandering voor ons was in 2007. Tot die tijd deden we alleen visserijtaken, maar daar kwam toen ook natuur bij’’, vertelt Laros. Vijf jaar geleden werd de ‘Stormvogel’ ingewisseld voor de tien meter langere ‘Asterias’, sindsdien wordt er gevaren met een gecombineerde bemanning van RWS en LNV. Om dat veel grotere schip rendabel te maken kwamen er taken voor Rijkswaterstaat bij. Een kwart van het werk is voor Rijkswaterstaat, en bestaat voornamelijk uit waterbemonsteringen. Daarvoor heeft Rijkswaterstaat ook een lab op het dek van de ‘Asterias’ geplaatst. Verandert de waterkwaliteit? ,,Die is stabiel.’’

Voor de ondernemers heeft Laros net zo’n grote verandering gezien. ,,Het is niet meer vanzelfsprekend dat je op vis, mosselen en kokkels mag vissen. Je hebt ontheffingen nodig. De hoofddoelstelling van de Waddenzee is natuurgebied geworden. Eerst wordt gekeken hoeveel vogels nodig hebben. Daarna komen vissers aan de beurt. Dat is enorme verandering in denkwijze. Het reguleren van de mosselkweek, het zaadvisserijverbod op droogvallende banken, en het verbod  op de mechanische kokkelvisserij zijn mega-veranderingen geweest.’’

Laros ziet de afgelopen decennia ook veranderingen op het Wad en realiseert zich dat één graad temperatuurstijging al enorme gevolgen heeft voor vissen, vogels en mensen. Voor vastevistuigvissers is geen droog brood meer te verdienen. Er is ook minder bodemvis dan dertig jaar terug, maar dit lijkt zich weer te herstellen; er is in 2019 weer meer vis op het Wad. De kraamkamerfunctie van de Waddenzee is afgenomen. ,,Het verhaal van Boddeke over verminderd fosfaat in zee en de gevolgen daarvan is zeker waar’’, aldus Laros. Aan de andere kant: er komen weer bruinvissen in de Waddenzee voor, de mannen van de Waddenzee hadden die tot vijf jaar geleden nooit waargenomen.

Als grootste verandering signaleert Laros de verontdieping van de Waddenzee. Platen worden lager en geulen ondieper. Voor de veerdiensten moet al jaarrond gebaggerd worden. De oorzaak is voor Laros duidelijk: eerst de afsluiting van de Zuiderzee in 1932 en daarna die van de Lauwerszee in 1969. De verontdieping van de Waddenzee heeft ook gevolgen voor de kwaliteit van de mosselpercelen. Optimalisatie van de percelen is nodig om de investeringen in mosselzaadinvanginstallaties rendabel te maken.

De Waddenunit heeft vier schepen in bedrijf: de ‘Phoca’ vanuit Den Oever, de ‘Asterias’ vanuit Harlingen, de ‘Krukel’ vanuit Lauwersoog en de ‘Harder’ vanuit de Eemshaven. De vier schepen zijn uitwisselbaar, en bemanningen wisselen soms ook. De geel-zwart geschilderde vaartuigen vallen onder de Rijksrederij.

Jaarplanning Waddenunit

Na het winterseizoen worden de mosselpercelen uitgebakend. En vindt een voorinventarisatie plaats van de mosselzaadval. Op vaste punten worden sleepjes gedaan. In opdracht van WMR volgt de kokkelinventarisatie. Met een happertje worden op raaien duizenden monsters genomen. Het meeste werk vindt plaats vanaf de YE 42, de mannen van de Waddenunit doen met vier schepen de ‘maatschappelijk gevoelige’ gebieden onder de eilanden en bij Richel. De intensieve inventarisatie van (droogvallende) mosselbanken vindt lopend met een waadpak met een hand-GPS plaats. En de hele zomer worden er met het oog op voedselveiligheid wekelijks schelpdiermonsters genomen voor sanitair onderzoek bij het Rikilt, WMR en het RIVM. Watermonsters voor Rijkswaterstaat worden het hele jaar genomen. Tussen de bedrijven door wordt voor Wageningen Marine Research veldwerk gedaan voor lopende studies, onder andere met mossel- en oestermandjes. Ook vindt assistentie plaats voor de Rijksuniversiteit Groningen, bijvoorbeeld bij onderzoek naar herstel van mosselbanken en zeegrasvelden. Gelet op het watertoerisme wordt er in de zomer ook veel gesurveilleerd en veel voorlichting aan recreanten gegeven, waarbij ook weekenddiensten worden gedraaid. Gelet op de morfologie van het Wad wordt ook de positie van de perceelbakens gecontroleerd. Bestandsopnames van de hoeveelheid mosselen op de percelen vindt in de zomer en in het najaar plaats. Ook bij de voorbereiding van een eventuele zaadvisserij is de Waddenunit intensief betrokken. In september start het ensis-onderzoek met een grote hydraulische happer, waarvoor medewerkers van WMR bij de Waddenunit aan boord komen. In de winterdag komen de schelpieren wat op de achtergrond, maar vinden veel vogeltellingen plaats en vindt ook lopend op de droogvallende platen inventarisatie van vegetatie plaats.

,,Als je ons werk kort en bondig wilt samenvatten, dan kan dat in drie woorden: beheren, adviseren en controleren. Inventariseren doen we voor onderzoek en overheden, we adviseren de beleidsmakers en voeren controle uit op naleving van de vergunningvoorwaarden van de provincies en het ministerie van LNV.’’