Afbeelding
Visserijnieuws

Dagboek van een Visserman - Week 19 - 2024

Algemeen

Met enige regelmaat hoor en lees je in de Nederlandse media dat het slecht gaat met de natuur in ons land. Ook de minister voor Natuur en Stikstof, mevrouw Van der Wal, uit zich regelmatig op deze manier om de noodzaak van haar beleid te verduidelijken. Zelf twijfel ik nogal aan de noodzaak om katalysatoren te plaatsen in garnalenschepen om zodoende het duingebied van de Nederlandse kust te herstellen van (zogenaamde) achteruitgang. Want gaat het echt zo slecht met de natuur in Nederland? Er verandert wel wat, dat zie ik ook, maar ik zie ook dat sommige diersoorten en ecosystemen het erg goed doen, ondanks het ‘stikstofprobleem’.

Iedere dag verbaas ik me weer over de aanwezigheid van diersoorten die vroeger alleen nog in gebieden als het Naardermeer voorkwamen, zoals aalscholvers, lepelaars en zilverreigers. De boomkikker is aan een opmars bezig en het aantal zoogdieren in Nederland is sinds 1995 met 45% toegenomen tot 106 soorten. Het SOVON geeft aan dat het goed gaat met diverse soorten roofvogels en soorten ganzen, de moerasvogels en de bosvogels. Dit komt onder andere door voldoende voedsel, een toename van waterrijke gebieden en een verhoogde biodiversiteit van de Nederlandse bossen. Ook de kwaliteit van het Nederlandse binnenwater is fors verbeterd de laatste decennia. In mijn jeugd schuimde het water in de kanalen van Oost-Groningen en had Zoutkamp ieder jaar te maken met ‘stinkend water’ in het Reitdiep, de afgesloten rivier die van de stad Groningen naar de toenmalige Lauwerszee loopt. Tegenwoordig zit het IJsselmeer vol met snoekbaars, is de houting weer helemaal terug en is de Europese meerval aan een gestage opmars bezig in heel Nederland. Ook de waterplanten in de binnenwateren doen het zo goed dat het door varend Nederland in sommige gevallen als lastig en vervelend wordt ervaren.

Verdienmodel natuur

Al met al zie ik het anders dan mevrouw Van der Wal en de natuurorganisaties die ach en wee blijven klagen over de toestand van de Nederlandse natuur en graag met een beschuldigende vinger richting de boeren en vissers wijzen. Vissers en boeren die zich moeilijk kunnen verdedigen tegen beweringen die worden ondersteund door een gladde marketingstrategie via traditionele- en sociale media en vage onderzoeksrapporten.

Natuur is ook business geworden, want er gaat ontzettend veel geld richting natuurclubs via subsidies en ‘goede doelen loterijen’. Natuurherstel wordt gezien als een verdienmodel, wat zich de laatste tijd laat zien in het aantal opgerichte organisaties en stichtingen die het herstel van de natuur tot doel hebben, zoals Stichting Doggerland van oud WNF-medewerker Emilie Reuchlin en de Ocean Future Foundation in het Nederlands Caraïbisch gebied door onder andere Irene Kingma en Paddy Walker van het NEV.

Bij natuurherstelprojecten wordt vaak als eerste gekeken naar het beperken van de visserij. Vaak gebeurt dat door het instellen van MPA’s (marine protected area’s), die voor de visserij gesloten zijn. Gebieden die we ook in de Noordzee en de Waddenzee hebben en waarvan de effectiviteit niet is aangetoond. Tekenend is het artikel van Nico Laros in Visserijnieuws nr. 15, waarbij hij verslag doet van diverse bemonsteringen van mosselen in de Waddenzee. ,,Je zou verwachten dat in de gebieden waar de mosselaars niet mogen vissen de mosselen over de verschansing lopen, maar dat is niet zo. Eigenlijk is het verschil nihil’’, schrijft Laros. In de Noordzeekustzone is het verschil tussen ‘open en gesloten gebieden’ volgens mij eveneens nihil, zodat ik grote twijfels heb over het behalen van de doelstelling ‘herstel’ door middel van gebiedssluitingen in de Waddenzee en Noordzee.

Terug boven Wadden

De kustzone van deze Noordzee, boven de Waddeneilanden, is de laatste weken weer ons visgebied, nadat we bijna de gehele winter in de wateren van de Sylt hebben gevist. In week 15 vertrekken we op maandagochtend om middernacht vanaf Lauwersoog.

M’n auto staat nog in Cuxhaven, zodat m’n vrouw mij naar Lauwersoog brengt. Onderweg hebben we geluk, want er ligt een doodgereden haas langs de weg, die in onze kofferbak verdwijnt en even later aan dek ligt. We zetten uit boven Ameland voor twee kisten. Bij het aanbreken van de dag hang ik de haas aan een visdraad om hem te slachten, zodat we op maandagavond hazenbout op het menu hebben. In de loop van de ochtend wordt het water helder, zodat we dik water opzoeken boven Schiermonnikoog. Het water is goed grommig, maar er zijn maar weinig garnalen, dus we vissen maar weer west op.

Controle

De volgende ochtend ligt de ‘Barend Biesheuvel’ vlak bij ons. Ik heb de wacht als we op kanaal 16 worden opgeroepen door de bemanning van de RIB die even eerder te water is gelaten vanaf de Biesheuvel. Enkele inspecteurs willen graag aan boord komen voor een visserij- en bemanningscontrole. Ik beantwoord de vraag met een welkom en roep intussen Alfred, zodat hij alvast de documenten kan meenemen naar de kombuis.

Er komen vier inspecteurs; twee van IL&T en twee van de NVWA. De mannen stappen vlot aan boord, ondanks de vrij hoge golven die worden opgestuwd door een alsmaar toenemende wind. De beide controles verlopen vlotjes; alle certificaten en vergunningen zijn in orde. En nadat we de tuigen nog even boven water hebben gehaald voor een zeeflapcontrole gaan de inspecteurs weer van boord.

De noordenwind neemt steeds meer toe en zo ook de golfhoogte. De vangst neemt daarentegen af, zodat we het voorbeeld van een groot gedeelte van de vloot volgen en om een uur of negen de netten aan dek zetten en naar Lauwersoog stomen. Na een nacht rust in de haven, lossen we de vangst (574 kilo) bij de visafslag van Lauwersoog. De volgende ochtend neemt de wind af en met de eerste eb gaan we rond de middag weer naar zee richting de wateren boven Ameland, waar we tot vrijdagochtend vissen voor 644 kilo. In totaal 1.218 kilo voor een gemiddelde kiloprijs van 13,01 euro maakt dat we een mooie week maken.

Gebroken weken

De volgende week, week 16, is wederom een gebroken week. We vertrekken net als bijna altijd op maandagmorgen middernacht. De weersvoorspellingen zijn slecht. Er wordt voor de nacht van maandag op dinsdag een flinke noordwesterstorm voorspeld. Verscheidene collega’s blijven liggen, maar wij gaan toch naar zee. Met deze garnalenprijzen is iedere gevangen kilo garnalen meegenomen, en als er ten oosten of ten westen van het Westgat een klein visserijtje is dan is het snel rendabel en zijn we ook vlot weer in de haven als het weer verslechtert. Maandagmiddag om 18.00 neemt de wind, zoals verwacht, flink toe en neemt de vangst, die al niet geweldig was, verder af tot 10 kilo in een sleep van anderhalf uur.

Ik knoop de staarten niet weer dicht en we stomen naar binnen toe, waar we blijven liggen tot de volgende middag. Het weer knapt maar langzaam op en er staat nog een flinke zee als we buiten zijn. Als de tuigen eenmaal weer over boord zijn en aan de grond staan, valt het allemaal wel mee en wordt het visweer steeds beter, al naar gelang de dag vordert.

Vishapje

We vissen oost in, richting het Hubertgat, het Rifgat en de Oostereems, samen met de ZK 14 van Lammert Bolt. We zijn beide niet echt succesvol, want de vangst is zeer zuinig en met het kenteren van het tij kunnen de netten plotseling vollopen met kwallen. Na een nacht proberen in de Oostereems en bij het Juisterrif stomen we zuidwest in richting de Waddeneilanden. Overdag vissen we bij Schiermonnikoog en bij de nacht trekken we wat dieper richting het wrak van de Amerskerk en het Gritgat. Hier is de vangst beter dan oostelijker, zodat we vrijdag, ondanks de gebroken week, toch nog een kleine 1.200 kilo kunnen lossen bij de visafslag van Lauwersoog.

Het blijft maar wisselvallig, zowel wat betreft de vangst als het weer. Zon en wind wisselen elkaar af, net als boxjes garnalen met kwallen en puf. Af en toe is er veel schrijverij op het echolood, wat wijst op vis en een teken dat de zee beslist niet leeg is. Dit zien we ook aan het aantal zeehonden en bruinvissen die in de Noord- en Waddenzee rondzwemmen en regelmatig rond het schip zwemmen. Niet alleen de zeehonden hebben door dat er iets te halen is vanuit de zeefgaten van de garnalennetten, maar ook groepen aalscholvers blijven urenlang achter het schip aan zwemmen en duiken voor een lekker vishapje.

Verboden gebied

We vissen deze week, week 17, noord en zuid van het Vibeg-gebied boven Ameland. Het is en blijft lastig voor ons dat dit verboden gebied is, vooral omdat het altijd een leuk voorjaarsbestek was waar je in de maanden april en mei goede vangsten kon doen. Nu moeten we het doen met een schraperij: 30 en 40 kilo. Het weer verslechtert dinsdagavond, zodat we net als de afgelopen weken naar binnen gaan om te wachten op beter weer.

Als we op woensdagavond 24 april weer uitzetten boven het Vibeg-gebied van Ameland, is het mooi visweer met weinig wind en een lome deining uit het noorden. De vangst is beduidend beter dan de dagen ervoor: 40 kilo, 60 kilo en zelfs een paar keer 100 kilo kunnen worden bijgezet in het visruim. Over het algemeen is de vangst mooi schoon, maar af en toe zitten er flink wat kleine wijtingen van anderhalf tot twee centimeter tussen de garnalen, wat weinig goeds beloofd voor het garnalenseizoen van dit jaar.

We zijn vrijdag 26 april op tijd in de haven om te lossen en het werk ter voorbereiding van de volgende week is vlot gedaan, zodat ik op tijd ben voor de jaarvergadering van Vissersvereniging Hulp in Nood die om 14.00 uur begint bij Schierzicht. Voordat ik daar naar toe ga, koop ik nog wat mooie Deense wijting bij Oebele Spijkerman voor zoon Harm z’n vishandel. Harm kreeg van een klant het verzoek om een 20-tal wijtingen te drogen. Zoutkamper stokvis dus.

Bestaand gebruik

Tijdens de jaarvergadering van Hulp in Nood zit Barbara Holierhoek de vergadering voor, omdat er na het aftreden van Johan Seepma nog geen nieuwe voorzitter is gevonden. Na het jaarverslag, de notulen en de financiën, waarbij Harrold Broere van de ZK 5 aangeeft plaats te nemen in de kascommissie, is het tijd om de actualiteit wat betreft de voortgang inzake Wnb-vergunning en de procedure omtrent ‘bestaand gebruik’ te bespreken.

Het ministerie van LNV geeft niet echt uitsluitsel over het verzoek wat gedaan is door Hulp in Nood om onder de noemer ‘bestaand gebruik’ af te zien van de noodzaak tot het hebben van een Wnb-vergunning voor de garnalenvisserij. LNV zegt niet ja en zegt geen nee; de tactiek is vertragend. De antwoorden op brieven van Hulp in Nood komen niet of erg laat en zijn niet altijd inhoudelijk van enig niveau. Eén keer gaf LNV zelfs aan om bepaalde antwoorden als ‘niet verzonden’ te beschouwen, wat onder de aanwezige vissers tot verbazing leidt. Duidelijk is dat de ambtenaren van LNV niet echt pro-visserij zijn.

Na de pauze vertelt Sicko Heldoorn wat hem heeft bewogen om een opiniestuk te schrijven in de noordelijke dagbladen en Visserijnieuws en de reacties die hij hierop heeft gekregen. De Waddenvereniging had liever gezien dat deze opinie niet naar buiten was gekomen, maar intern was besproken. De heer Heldoorn riep op om te allen tijde het gesprek tussen vissers en natuurorganisaties aan te blijven gaan en de verschillen van inzicht niet te gaan omzetten in strijd.

Daarna verduidelijkt Eddie van Marum, lid van Provinciale Staten van Groningen voor de BBB, de visserijstandpunten van deze politieke partij op provinciaal- en landelijk niveau. Hij geeft aan dat de BBB graag Landbouw en Visserij in de portefeuille wil hebben als de huidige kabinetsformatie succesvol is en er eindelijk een nieuwe regering zal zijn. Ook geeft hij aan dat de norm van de Kritische Depositiewaarde aan de hand van bepaalde onderzoeken hopelijk kan worden bijgesteld, zodat PAS-melders in de landbouw en ook de garnalenvissers meer ruimte krijgen in de knellende stikstofregels. Wat heb je als garnalenvisser aan een Wnb-vergunning als je, ondanks deze vergunning, in bepaalde gebieden niet mag komen vanwege vage en onduidelijke stikstofbepalingen?

Al met al blijft het zorgwekkend en is de toekomst onzeker, maar ik blijf hoop houden. ‘t Het nog noeit zo donker west, of het wordt wel weer licht, zong de Groninger zanger Ede Staal, dus daar houd ik mij maar aan vast.

Henk Buitjes, ZK 37

henkbuitjeszk37@online.nl

H 't Het nog noeit zo donker west of het wordt wel weer licht...
H Zoutkamper stokvis, gedroogde wijting.
H Controle, vier man sterk: IL&T en NVWA.
H Schrijverij.
H Haas.