Afbeelding
Visserijnieuws

Dagboek van een Visserman - Week 18 - 2024

Algemeen

Het is vrijdag 5 april als ik het proviand en wat scheepsbenodigdheden in de bus doe bij onze loods. Ik doe nog even een bakkie, haal bemanningslid Thijs Duinenveld op en rijden dan rond de middag richting Eemshaven naar de kotter.

Broer Fred maakte een leuke besomming en aan mij nu de taak om dat te evenaren of te overtreffen. Zo hebben we altijd gezonde druk om wat beter te presteren, en dat is ons allebei wel toevertrouwd. Rond 14 uur komen we aan in de Eemshaven. Er staat nog een harde bries, dus besluiten we om ‘s avonds met goed tij en een afnemende wind richting de visgronden te varen. In de tussentijd doen we wat kleine klusjes en gaan nog een paar uur de kooi in. ‘s Avonds om 8 uur stomen we dan via de Eems naar zee. 

De wind is al aardig afgenomen en zo gaan we met een mijltje of 7 met economische vaart, dat wil zeggen met zo weinig mogelijk brandstofverbruik en een goede snelheid richting de visgronden; 40 liter verbruik per uur is gunstig. We willen met de ochtendschemer op de visgronden zijn en dat is rond half 7 in de morgen. Gezien er 50 mijl op te teller staat maakte ik dat rekensommetje. 

De volgende morgen zetten we dan ook onze netten bij de P5 en vissen zo wat noordwest-in langs het visbestek van broer Fred. Na vier uur halen we voor de eerste keer onze netten voor een goed kistje tarbot en twee bakken schol. Het is niet niks, maar wel aan de krappe kant. De volgende trek doen we zuid-in stijf langs een windpark, maar ook nu is het niet veel beter. We besluiten daarom een trek zuidwest-in te doen onder het windpark. En ja hoor, nu zit er een levendige vangst in met mooie tarbot en schol.

‘s Nachts houden we de netten aan boord en rond 21 uur als het donker is laat ik de kotter drijven. Ik help de mannen onder de bak nog even met het verwerken van de vis en doe daarna nog even een FaceTime-belletje met het thuisfront. Het is zaterdagavond en dan zijn we meestal met vrienden bij elkaar en doen we een hapje en een drankje en maken wij het gezellig. Zo is ook deze avond geen uitzondering en is mijn vrouw te gast bij een van onze vrienden van onze vaste vriendengroep. Dit zijn de momenten waarop je als visserman blij bent dat het thuis goed is, zo kun je ook maximaal focussen op het werk. 

Zondag is het een prachtige visdag en de eerste trek is gelijk goed voor een paar kisten zwartvis en drie manden mooie grove schol. Wat mij opvalt is dat de tarbot en schol erg dik zijn. Dat is een goed teken. De volgende trekken zijn ook iets beter en dat geeft de burger weer moed. Alleen als ik de weerberichten bekijk, dan belooft dat niet veel goeds de komende dagen. Het wordt een komen en gaan van depressies, waar we de volgende dag al mee te maken krijgen; de tanden moeten even op elkaar. 

Zo hebben we de maandag nog een redelijke dag, waarbij we de laatste trek de kotter voor de wind oost-in laten gaan richting de P6. We halen rond 8 uur voor de laatste keer onze netten die dag en pikkelen daarna de hele nacht in de wind op terug naar het oude visbestek. 

Invloed turbines op weer

Als ik ‘s nachts zelf de wacht heb valt mij op dat de hevige regenbuien op zee op dat moment door de invloed van een windpark uit elkaar worden geslagen. Ik kan dit duidelijk zien op mijn radar en maak daar een foto van. Het bevestigt gewoon dat windturbines invloed hebben op ons weer. Dit wordt ook bevestigd door het KNMI en de wetenschappers van Deltares en het NIOZ. Wat deze gevolgen uiteindelijk zullen zijn voor het leven op het land en in zee is nog een groot vraagteken en dat baart mij als natuurmens zorgen. 

De volgende dag is het nog steeds briezerig. We doen daarom twee lange trekken voor tij. Beide trekken zijn goed voor een paar manden tarbot/griet en een kistje of 3,5 schol. Omdat de weerberichten wederom slecht zijn en een noordenwind voorspellen, besluiten we om dinsdagmiddag richting Eemshaven te varen, onze vis te lossen voor de Urker visafslag, een etmaal binnen te blijven en een dagje naar huis te gaan.

Oneerlijk

Donderdagmorgen om 4 uur stappen we weer in ‘t busje en rijden richting Eemshaven. Broer Fred is deze keer ook mee. We pakken nog even ‘t laatste beetje ebtij mee naar buiten en zijn ‘s middags om twee uur op de visgronden. Het is heerlijk visweer en de eerste vangst is ook meteen goed. We kunnen tot de donkerte twee trekjes doen en laten rond tien uur de kotter wederom drijven tot het dag wordt. Ons gasolieverbruik neemt door het nachtelijke drijven behoorlijk af en zo zitten we nu rond de 1.500 liter per etmaal.

De volgende dag besluiten we om het toch wat noordelijker te proberen. Nu weer benoorden het windpark waar we al een paar weken in de rondte vissen. Het blijft gewoon frustrerend dat dit windpark op een van de beste visgronden is gebouwd en we daar nu steeds meer last van krijgen. De survey rondom dit park is een indicatie dat er straks nog meer visgronden verloren gaan aan deze verschrikkelijke industrie, die via een oneerlijke manier grote delen van de Noordzee verandert in industrieterrein. 

Noordzeeoverleg

Als ik ‘s avonds wat zit te googelen en de verslagen van het Noordzeeoverleg tegenkom, dan wordt een vermoeden wat ik al jaren heb bewaarheid in het recente onderzoek ‘Transitiepaden voor voedsel uit de Noordzee – mogelijkheden en beperkingen’, uitgevoerd door De Gemeynt in opdracht van het Noordzeeoverleg. Ik zie het zelf meer als een evaluatie van zes jaren overleg tussen de diverse stakeholders die gebruikmaken van de ruimte en de rijkdommen die de Noordzee herbergt in de vorm van natuur, voedsel en energie. En als ik de samenvatting en de conclusies snel doorlees en daarna ook de aanbevelingen bekijk, dan komt onze sector er bekaaid af en moet er nog veel gebeuren om de voedseltransitie op gelijke hoogte te krijgen met de natuur en energietransitie. 

Gezien de huidige situatie van onze kottervloot kunnen we gerust stellen dat de vissers niet eerlijk zijn behandeld tijdens de verdeling van de taart, omdat door het verlies aan goede visgronden de vissers op een steeds kleiner en slechter visgebied hun bestaan in stand moeten proberen houden.

Als ik nog even uitzoek wie dit onderzoek hebben gedaan dan valt het mij mee dat ze toch benoemen dat de overheid tekort is geschoten betreffende de grondrechten van onze vissers. We kunnen hier ook niet meer spreken van een eerlijk speelveld. 

Ik besef dat het voor mij makkelijk is om kritiek te uiten op de bestuurders die meepraten tijdens dit Noordzeeoverleg. Maar het blijkt nu gewoon dat zij aan het lijntje worden gehouden en daarom is de voedseltransitie tot nu toe ook mislukt. Wij missen ook transparantie. Waarom lezen we niets over het onderzoek van De Gemeynt?

Mijn advies is daarom dan ook om een werkgroep op te richten die direct met de achterban communiceert wat er wordt besproken. Daarnaast zijn de feiten zo ernstig dat er een commissie moet komen in de Tweede Kamer die dit Noordzeeproces evalueert. Een derde punt is meer onderzoek naar de gevolgen die de windindustrie heeft op onze voedselvoorziening uit zee. En ten vierde moet onze sector direct worden gecompenseerd voor de verliezen die worden veroorzaakt door het verlies aan visgronden en visserijmogelijkheden, waarbij het sterk afgenomen tongbestand veroorzaakt kan zijn door de recent aangelegde windparken langs de Nederlandse kustzone. 

Het rapport van De Gemeynt zegt genoeg en ik raad ook iedereen aan het te lezen. Ook verwachten wij als vissers een verklaring over hoe het zo mis kan gaan. Zie de website van het Noordzeeoverleg, zoek op: ‘Nehellinna serveert’.

Puls

Het is alweer zaterdag 13 april. Het is heerlijk visweer en de visserij schraapt gewoon lekker door. We vissen alsmaar rond het windpark en de ene trek is wat beter dan de andere. Ook de volgende dagen blijft het beeld goed. 

Er gebeurt van alles in de sector en dagelijks zijn er ontwikkelingen. Zo lees ik over de wetenschappelijke evaluatie over het pulsvissen waaruit nogmaals blijkt dat de pulsvisserij mits goed beheerd een goed alternatief is voor het ecologisch en milieuverantwoord vissen op tong in de Noordzee. 

Het is daarom ook vreemd in de Vlaamse media te lezen dat de heer Hans Polet van het ILVO onze pulsvissers tijdens een belangrijke Europese ministersbijeenkomst nog even een trap nageeft door te beweren dat de recent sterke afname van het tongbestand veroorzaakt is door de Nederlandse pulsvissers (die nu zijn gesloopt). Het is jammer dat ondanks de altijd positieve houding van de Belgen ten opzichte van het pulsvissen deze nu wordt bekritiseerd. Laten we hopen dat Polet zijn woorden terugneemt en alsnog openstaat om het pulsvissen een tweede kans te geven.

Passieve visserij windpark

Ondanks mijn - terecht - grote zorgen omtrent de plaatsing van duizenden windturbines in zee moeten we als sector ook openstaan voor nieuwe mogelijkheden die dit gebiedsverlies kan gaan bieden voor de visserijsector. Het is ook een van de speerpunten van CoP Noordzee. CoP staat voor Community of Practice. Dit is een overheidsproject dat de blauwe economie moet gaan aanjagen, en daar is medegebruik van Offshore Windparken er een van. 

Ik loop al een aantal jaren mee in dit proces en moet eerlijk bekennen dat ik zelf ook wel mogelijkheden zie om door middel van verschillende activiteiten die vissers kunnen doen in en rondom windparken daar een verdienmodel van te maken. Alleen zijn onze huidige kotters daar niet geschikt voor en schreef ik hier al een toekomstvisie over met voldoende body om het tot een succes te maken. Jammer genoeg werd mijn concept niet serieus opgepakt door de instanties waar ik een presentatie heb gegeven en raakte ook door tijdgebrek en andere beslommeringen mijn idee in de la. 

Nu het VIN/LNV een onderzoek heeft gedaan naar passieve visserij in windparken wordt het ook tijd om in overleg te gaan met de windindustrie NWEA. Jammer genoeg was ik die datum - donderdag 18 april - nog op zee en maakte daarom voor het overleg nog even een kort filmpje waarbij ik uitlegde dat alles staat en valt met een goed verdienmodel, want uiteindelijk draait het daarom. 

Tevreden

Het is alweer de laatste dag op zee. Omdat voor vrijdag 19 april de weerberichten slecht zijn hebben we er nog een dagje aan vastgeplakt. Donderdagmiddag zetten we koers naar Eemshaven. We lossen rond middernacht onze vis op de auto van Merema naar de Urker visafslag en stappen ‘s nachts moe maar tevreden in het busje richting onze geliefden.

We maakten een mooie besomming van de laatste zeven dagen en dat geeft de burger weer moed. Vorige week was een klusweek in de netten op de schuur.

Ik las nog een mooie spreuk op internet waarmee ik wil eindigen. Want ondanks de moeilijke tijd die we doormaken: Geloof in jezelf en ‘blijf net zolang dromen tot ze uitkomen’.

Dirk Kraak, BRA 7

dirk.bra7@gmail.com

H Duidelijke invloed van windparken op zee op het weer. De buien komen uit het westen en worden door de wieken van de windturbines uit elkaar geslingerd.
H Broer Fred met een mooie kreeft.
H Leuke tarbotvangsten. Links Brian Thijsen, rechts Thijs Duinenveld.
H Een komen en gaan van depressies.