Afbeelding
Visserijnieuws

Dagboek van een Visserman - Week 6 - 2024

Algemeen

Het jaar 2024 begint met ‘Henk’, de storm die Nederland en de ons omringende landen van 2 tot 3 januari flink teistert. Vissen wordt eerst even niks, maar op donderdag 4 januari is het zover opgeknapt met de wind en de golfhoogte op de Noordzee dat we een poging wagen en naar zee gaan. We spreken af om rond 09.00 uur te vertrekken, zodat we met de beginnende vloed buiten voor het Westgat zijn en dan met de vloed mee oost op kunnen stomen richting de visgronden van de Sylt.

Zoals wel vaker bij ons wordt het iets later dat we vertrekken. We laden nog wat gasolie bij en alles wat aan dek of in de kombuis los staat of ligt, wordt eerst vastgezet en gesjord, omdat we nog wel een flinke deining verwachten bij de Wierumergronden en de gronden van het Plaatgat. Dat deze verwachting ook uitkomt blijkt wel uit het niveau waarop onze koffiebekers kunnen worden gevuld: Haagse bakjes! Niet vanwege zuinigheid, maar vanwege het slingeren.

Afzakkers

Een groot gedeelte van de stoom hebben we het tij mee, zodat de reis richting de visgronden lekker vlot gaat. Zo rond middernacht zijn we aan de zuidkant van de Amrumbank aangekomen, waar we de tuigen overboord zetten en noord in trekken voor ongeveer 30 kilo van een kleine twee uur vissen. Dit resultaat is niet echt naar tevredenheid, zodat we maar de kant in trekken richting de zeegaten tussen de Noord-Friese eilanden. Hier is het niks beter, en ook nadat het dag is geworden blijven de vangsten schraal. Ook al is het water ‘strontdik’ en verwachten we nog wat afzakkers vanwege het koude winterweer.

Vanaf het Noordfriese Wad komen weinig afzakkers; we komen niet hoger dan 30 kilo per trek. Wat wel naar buiten komt stromen is afgestorven wier en menselijk afval, zoals stukken plastic en hout. Soms zit er iets vast in het zeefgat, waarbij het een heel gepruts is om een stuk blik of een kapot boodschappenkistje los te krijgen. De meeste objecten liggen al een tijdje onder water en zijn veelal begroeid met zeepokken, wier of anemonen, zodat ze, net als de ‘perenbomen van het Wad’, zorgen voor beschutting en onderdeel zijn geworden van het ecosysteem waar bepaalde zeedieren gebruik van maken.

Lekkerste wat er is

Het is ondertussen zaterdag 6 januari en we vissen richting het ‘hoekje van de mijlen’ voor het Listertief. Hier willen, bij koud weer, nog wel eens wat garnalen liggen, maar nu is het geen vetpot. Wat we wel hebben, nadat we wat rommel in de zeeflap hebben gehad, zijn af en toe een gulletje, wijting en wat scharretjes. De scharren zijn zo rond de jaarwisseling op z’n best: rond als poffertjes en vol met grote stukken kuit. Het kuit van de schar is, samen met wijtingkuit, het lekkerste wat er is volgens mij. De paar gullen zijn voor de kost op zondag en de scharren en de wijtingen worden gestript en gaan in het visruim, zodat we thuis ook nog een bakzootje hebben. Zoon Harm geeft via de app aan belang te hebben bij verse schar voor in z’n viskar.

In de nacht van zaterdag op zondag vissen we langs de Deens mijlen west-in, richting het munitieveld, en daarna noord op naar het Røde Klit Sand, maar het blijft schrapen, schrapen, schrapen. Van enkele bevriende collega’s hoort Alfred niet veel anders dan klagen. Maar soms zit er tussen deze klaagzangen toch wel eens een jubeltoontje, dat je dan weer te laat hoort, omdat er op dat moment zogenaamd geen telefoon- of internetverbinding is. Nou ja, hier is ook niets vreemds aan: puur menselijk gedrag. We zijn dan wel collega’s maar toch ook wel concurrenten, vooral als de spoeling dun is.

We vissen en stomen maar weer zuid-in, tot we uitkomen bij de Noordergronden, tussen de Elbe en de Weser. Hier zijn het afgelopen jaar weinig tot geen garnalen geweest, maar nu zijn ze er ineens wel. Niet dat de garnalen over de klossen lopen tijdens het halen, maar we hebben nu toch wel eens 50 of 60 kilo in een streek en dat hebben we de afgelopen dagen niet gezien. Dit onverwachte is toch wel het mooie van het vissen, vooral als het ook nog eens positief uitpakt. Langzamerhand zakt de vangst wel wat in, maar al naar gelang de week vordert komen er steeds meer kisten in het ruim. 

Wulken

Als we op woensdagmiddag 10 januari richting de 3-mijl grens van de Elbe vissen en net voor de grens gaan halen om later weer west op te vissen, hoor ik bij het losmaken van de stuurboordstaart iets hards vallen in de stortbak. Ik denk aan stenen, maar het zijn een aantal mooie levende wulken die we opgevist hebben. Omdat ik niet echt een liefhebber van wulken ben, belanden de schelpdieren niet in de kookketel maar gaan weer levend overboord. Dat we hier op een wulkenbestek zitten blijkt de volgende trek: weer een aantal wulken. Maar in de zeeflap zit ook een vrij groot blikken vat, dat bezaaid is met wulkeneieren. Het vat belandt later in de container van Fishing for Litter in de haven van Cux.

‘s Nachts gaan we naar binnen om op donderdagochtend te lossen in de Neue Fischereihafen aan de kade van Cuxtrawl, nadat we eerst in de Alte Fischereihafen gasolie geladen hebben van het bunkerschip ‘Herta’. Het was voor ons doen een lange visreis en er is een flinke hoeveelheid gasolie verbruikt, maar met een vangst van bijna twee ton garnalen kunnen we voor de eerste reis van het jaar een heel klein plusje bijschrijven. 

Nadat we de boel aan boord visklaar hebben gemaakt, kijken we elkaar aan en zeggen ongeveer gelijktijdig: ,,Zullen we naar huis, of moeten we nog een etmaal?’’ We kiezen voor het eerste, ook omdat er een ergernisje is dat eindelijk eens opgelost moet worden. Het vetsmeerapparaat is vanaf het begin dat we met dit schip in de vaart gingen een probleem. Veel te veel vet, of helemaal niets; een andere keuze is er niet en iedere reparatie leidt tot niets. Net als het vet hoopt de ergernis zich op en nadat Alfred overlegd heeft met Arno van de TDL te Lauwersoog wordt de vetpot gedemonteerd en meegenomen naar Zoutkamp. Een nieuwe is binnen een paar dagen te leveren, en als de weersvoorspellingen uitkomen dan is er in week 3 weinig gelegenheid om te vissen, zodat Alfred alle tijd heeft om z’n laskunsten en technische vaardigheden die hij van Brouwer op de Visserijschool van Urk heeft geleerd uit te testen en het vetsmeerapparaat een mooi plekje te geven in de machinekamer van de ZK 37.

Vijko

Als ik in week 3 op maandag in Zoutkamp aan boord van de oude ZK 37 ben om de motoren te laten draaien, hoor ik dat oud-collega en oud-bestuurslid van de CIV Vijko Lukkien is overleden. Vijko is samen met z’n vrouw Hettie de grondlegger van Maatschap Lukkien, die drie garnalenschepen (ZK 10, ZK 11, ZK 12) in de vaart heeft. Toen ik een jaar of 16 was ging ik in de vakantietijd wel met Vijko mee op de ZK 11. Toentertijd was m’n kameraad Eppo Lukkien (ZK 9) werkzaam op de ZK 11 en ik heb de vistripjes met de twee neven Lukkien als zeer plezierig ervaren en herinner mij dat Vijko altijd goedgemutst was, ongeacht het weer of de hoeveelheid garnalen die binnengehaald werd. Ik woon de uitvaartdienst bij.

Tijdens een waaiweek, zoals in week 3, is er tijd om de boekhouding van 2023 af te sluiten voor zover het mogelijk is en tevens wat achterstallige klusjes in en om het huis te doen. Met enkele collega’s die net als wij de garnalen aan Kegge leveren heb ik het over de prijs van de garnalen. Als we deze prijs vergelijken met de prijs van andere handelaren komen we tot de conclusie dat Kegge wel iets achterblijft. Ik meld dit aan Jelle Visser, die contactpersoon is voor de garnalenaanvoer bij Kegge, en deze geeft aan hier mee aan de slag te gaan binnen de organisatie. Jelle houdt woord, want vanaf week 3 ligt de Kegge-prijs in lijn met de andere garnalenhandelaren.

Katalysator

Intussen krijg ik van de afdeling Juridische zaken van de RVO, die mijn bezwaar tegen afwijzing van de subsidieverlening voor de aanschaf van een katalysator behandelt, het verzoek om meer tijd. Ik willig dit verzoek in, maar tot mijn verbazing krijg ik nog dezelfde dag een bericht van diezelfde RVO (maar van een andere afdeling) dat de subsidieverlening na heroverweging is goedgekeurd. Ik meld dit gelijk aan de dame van de Juridische afdeling en krijg dan te horen dat ik het bezwaar op de eerdere afwijzing wel moet intrekken, omdat anders de bezwaarprocedure gewoon wordt doorgezet, ongeacht de gewijzigde situatie. Over bureaucratie gesproken!!!

Op zaterdag 27 januari is het weer eindelijk opgeknapt en lijkt het voor enige dagen ook goed te blijven. Wij vertrekken rond de middag van huis, zodat we met hoog water in Cuxhaven zijn en dan over de eb naar buiten kunnen. Als we ons melden bij de zeesluis voor een schutting moeten we geduld hebben. De Spaanse trawler ‘Lodairo’ uit Vigo, die in 2015 als ‘Kirkella’ is gebouwd, is met hulp van de sleepboot Wulf-4, bezig in de sluis te varen om, net als wij, naar zee te gaan. De ‘Lodairo’ heeft een tijd voor de kant gelegen bij DFFU Trawler Operations in de Neue Fischereihafen voor reparaties en andere werkzaamheden.

Als we geschut zijn stomen we met een mooi tij mee richting de 3-mijls grens aan de groene kant van de Elbe. Hier zetten we uit en vissen west-in. Na ongeveer anderhalf uur halen we en dan zit er een klein boxje schone garnalen in. Anders dan de vorige visreis zijn de garnalen erg klein, zodat het netto resultaat na het zeven en koken niet groter is dan 15 kilo. We vissen verder west op richting de Alte Weser, maar ook hier is het niet veel beter. De vangst blijft steeds tussen 15 en 25 kilo per trek schommelen en dat is te weinig om rendabel te kunnen vissen met de huidige brandstofprijzen. 

Spiering

Na het nog eens een nacht geprobeerd te hebben, stomen we maandagochtend 29 januari noord-in, de Elbe over en zetten noord van de Norderelbe weer uit, voor de Süder- en Norderpiep langs. Dit is helemaal niets; amper 10 kilo, zodat we verder vissen richting de Hever. Hier vissen we oost/west richting de 3-mijl en weer terug. Als we halen en de staart hangt boven de bak ruik ik een komkommergeur: spiering! 

Als ik de staart los maak zie ik verscheidene spieringen tussen de garnalen zitten en ik zoek enkele dikke uit, die ik in een mand gooi. Gebakken spiering is heerlijk en uit ervaring weet ik dat het vroege voorjaar de tijd is voor spiering. Op Cuxhaven Elbetraffic wordt bij de berichten voor de scheepvaart, die ieder uur op kanaal 71 worden uitgezonden, melding gemaakt dat de ankerkuilvisser BRA 11 ‘Stella Polaris’ ligt te vissen op de Elbe bij boei 53, iets ten noordwesten van waar de rivier de Oste in de Elbe uitmondt. De spieringvangst van de BRA 11 gaat naar de Visafslag Urk, de verdere vangst (paling, bot, snoekbaars) wordt via het eigen afzetkanaal verkocht. 

Intussen vissen en stomen we weer zuid-in, richting de rode kant van de Elbe. Hier is het iets beter met de vangst, maar is het ook amper rendabel. Het bestek is klein en we liggen hier niet alleen, zodat de spoeling bij iedere trek dunner wordt. Scheermessen, nonnetjes en koeteieren genoeg, maar de garnalen laten het afweten. We stomen nog maar eens een keer de Elbe over om het op de Noordergronden te proberen. Het haalt echter weinig uit, en omdat het weer ook verslechtert vanaf woensdag 31 januari, gaan we naar binnen om te lossen.

Amper vier etmalen gevist voor krap aan 800 kilo is te weinig, ook al lopen de kilogramprijzen nog iets op tot gemiddeld ruim 9 euro. De vooruitzichten zijn niet bijster rooskleurig, maar het blijft natuurlijk wel vissen. Pas aan het eind van het jaar kunnen we zeggen of 2024 een goed of slecht jaar is geweest.

Henk Buitjes, ZK 37

henkbuitjeszk37@online.nl

H Schar van eigen vangst op Harm z'n kar.
H Wulken van de Elbe.
H Blikken vat in de zeeflap, bezaaid met wulkeneieren.
H Meerkatze langszij....
H Duitse maaswijdtemeting volgt.
H Begroeid winkelkratje, net als de perenbomen op het Wad.