Speciaal door Maaskant ontworpen installatie met waterbakken voor opvang van ondermaatse vis/discards. Behalve in de opvanginstallatie werden vorige week aan boord van de GO 31 ook platvisjes bewaard in een tub. Alvorens de vis werd opgeslagen werden de reflexen bekeken en genoteerd.
Speciaal door Maaskant ontworpen installatie met waterbakken voor opvang van ondermaatse vis/discards. Behalve in de opvanginstallatie werden vorige week aan boord van de GO 31 ook platvisjes bewaard in een tub. Alvorens de vis werd opgeslagen werden de reflexen bekeken en genoteerd.

Onderzoek naar overleving van ondermaatse vis gestart

Algemeen

STELLENDAM – Aan boord van de GO 31 is gestart met onderzoek naar overlevingskansen van ondermaatse gevangen platvis.

Ondermaatse vis met een hoge overlevingskans valt mogelijk niet onder de Europese discardban. Maar wat er onder een hoge overlevingskans wordt verstaan is nog niet bepaald. Het moet in ieder geval wetenschappelijk onderbouwd worden. De overlevingskansen moeten per soort en visserijtechniek worden bepaald en vervolgens opgenomen worden in internationaal goedgekeurde discardplannen.

Met het oog op de aanlandplicht wordt in opdracht van de Coöperatieve Visserij Organisatie onderzoek gedaan naar de overleving van discards, en ook naar aanpassingen in de verwerkingslijn om overlevingskansen verder te verbeteren. De projecten worden financieel mede mogelijk gemaakt door het Europese Visserijfonds. Ook op de Vlaamse en Britse vloot wordt vergelijkbaar onderzoek gedaan. Wetenschappers hebben voor het doen van experimenten internationale richtlijnen opgesteld, zodat onderzoeksresultaten goed met elkaar vergeleken kunnen worden. Komende week wordt in Kopenhagen bij ICES nog overleg gevoerd over het protocol.

Speciaal door Maaskant ontworpen installatie met waterbakken voor opvang van ondermaatse vis/discards. Behalve in de opvanginstallatie werden vorige week aan boord van de GO 31 ook platvisjes bewaard in een tub. Alvorens de vis werd opgeslagen werden de reflexen bekeken en genoteerd.Enerzijds worden discards na de vangst in een opvanginstallatie met waterbakken aan boord gehouden. De vissen worden eerst aan boord in de gaten gehouden en na de visreis overgebracht naar IMARES te Yerseke. Hier wordt de overleving nog langer bijgehouden in het laboratorium. Anderzijds wordt er gekeken naar reflexen en vitaliteit van de vis direct na de vangst. ,,Het doel hiervan is om de aan- of afwezigheid van reflexen te relateren aan sterfte, zodat we op termijn ook gegevens over sterfte kunnen verkrijgen door alleen reflexen te testen. Dit gaat relatief snel en vraagt geen opslagruimte voor levende vis aan boord’’, aldus Inger Wilms en Richard Martens, projectleiders namens de CVO.

In nauwe samenwerking met IMARES en ILVO is door Maaskant Shipyards een opvanginstallatie ontworpen die zo goed mogelijk de natuurlijke omgeving van de vis nabootst, maar vooral ook praktisch hanteerbaar is om aan boord van een kotter onder de bak te kunnen plaatsen. In het ontwerp wordt de watertoevoer voor iedere bak apart verzorgd. De bakken zijn geplaatst in een soort laden die onafhankelijk van elkaar kunnen worden bekeken zodat de vis niet onnodig wordt gestoord. Tevens is gedacht aan geluids- en temperatuurisolatie. De opstelling is uitvoerig getest in het laboratorium van IMARES met kweektong en gevangen tong, schol en schar. Deze bleven goed in leven.

Speciaal door Maaskant ontworpen installatie met waterbakken voor opvang van ondermaatse vis/discards. Behalve in de opvanginstallatie werden vorige week aan boord van de GO 31 ook platvisjes bewaard in een tub. Alvorens de vis werd opgeslagen werden de reflexen bekeken en genoteerd.Om overleving goed te meten moet duidelijk zijn dat sterfte niet veroorzaakt wordt door de meetmethode zelf. Ter controle wordt daarom ook eerder gevangen ondermaatse vis meegenomen tijdens de onderzoeksreizen. Deze controlevisjes zijn enkele weken terug gevangen door de kustvisser OD 2 en in het IMARES-lab bewaard.

Afgelopen week zijn waarnemers van IMARES voor het eerst mee geweest op de GO 31 om het onderzoeksprotocol en de proefopstelling te testen. Om vis individueel te kunnen volgen zijn er kleine merken (zogeheten ‘pit tags’) onderhuids geplaatst, met een nummer dat kan worden uitgelezen en opgeslagen. Het individueel merken van de vis maakt het mogelijk om de visjes te kunnen onderscheiden. Volgende week zal de overleving verder worden gevolgd en gekeken hoe deze in de tijd verloopt.

Onderzoekscoördinator Bob van Marlen (IMARES): ,,De resultaten zullen over een aantal weken beschikbaar komen en zullen iets zeggen over de overlevingskans van vis in die specifieke week en met de toegepaste vangsttechniek.’’

Komende weken en maanden worden er meerdere onderzoeksreizen uitgevoerd om een goed beeld te krijgen van de overleving van discards van tong, schol en schar. Dit jaar staat er nog een reis met de GO 23 gepland.