Wilt u een abonnement afsluiten, nieuws doorgeven, een advertentie plaatsen of online adverteren in Visserijnieuws? Klik dan hier.
Verbazing wereldwijd over opzet en korte tijd voor invoering

‘Sector loopt vast door discardban’

ABERDEEN/URK - Vorige week werd in Aberdeen de tweejaarlijkse conferentie van de internationale organisatie van visserij economen (IIFET) gehouden. Ruim 400 gedelegeerden uit de hele wereld waren naar Schotland afgereisd voor een vierdaagse conferentie met meer dan tweehonderd presentaties. De discardban/aanlandplicht stond prominent op de agenda. Directeur Pim Visser van VisNed doet verslag van de conferentie en steekt daarbij zijn mening over de bizarre aanlandplicht niet onder stoelen of banken.

,,De woensdag van deze conferentie was een zogenoemde beleidsdag, die ook bezocht kon worden door vertegenwoordigers van ngo’s en de visserijsector. Er waren die dag twee deelsessies: over de Europese aanlandplicht en over marktontwikkelingen. Nederlandse wetenschappers spelen op internationale conferenties doorgaans een belangrijke rol. Het was dan ook opvallend dat in Aberdeen Nederlanders ontbraken, met uitzondering van Maarten Mens, die een sessie voorzat, en Marieke Mossink van het ministerie van EZ en ik, die beiden een presentatie verzorgden. VisNed-secretaris Geert Meun was voor de NSAC-vergadering in Aberdeen en woonde de beleidsdag ook bij. Omdat beide sessies parallel verliepen, kon er niet aan beide tegelijkertijd meegedaan worden. Maar gelukkig staan de presentaties allemaal online.

De presentaties over de aanlandplicht waren in drie blokken verdeeld: Visie van ver weg, Visie vanuit Industrie, Visie vanuit ngo’s en Visie vanuit overheid. In Nieuw-Zeeland blijkt het visserijbeheer behoorlijk overzichtelijk. Er is weliswaar een grote vloot (1.300 schepen), maar er is één overheid en de meeste grotere schepen hebben verplicht een waarnemer aan boord. Er is een discardban, maar geen aanlandplicht voor soorten onder de minimummaat. Er zijn ook allerlei managementmaatregelen beschikbaar om ‘choke species’ te voorkomen. Het is complex, maar het werd goed uitgelegd. Als je er mee werkt went het gauw en is ieder op het eerste oog ingewikkeld systeem snel gesneden koek.

Er kan in Nieuw-Zeeland vanuit een voor iedereen toegankelijk openbaar systeem quotum bijgehuurd worden. Dat gebeurt in transparant co-management. Dat is ver ontwikkeld, en de co-managementorganisatie heeft grote autoriteit bij vissers en vertrouwen van de overheid. De over quotum vis wordt verkocht tegen een veel lagere opbrengst voor de vissers.

Professor Gil Sylvia uit Oregon, Verenigde Staten, vertelde over hun managementsysteem. Wederom ingewikkeld en complex. Sylvia zei dat een absolute discardban voor hen niet werkt. Daarom ook hier een op de visserij toegesneden systeem van co-management. Maar wel op Amerikaanse schaal, dus groot. De Noor Vidal Landmark van het visserijdirectoraat vertelde dat Noorwegen nu al bijna dertig jaar werkt aan en met een discardban (als onderdeel van een heel pakket aan beheermaatregelen), die echter nog steeds niet uitontwikkeld is. Alle sprekers spraken hun verbazing uit over de opzet van de Europese aanlandplicht en de korte implementatieperiode daarvan.

Diepe kloof
Vanuit de Europese Industrie spraken Niels Wichmann, Jim Pettipher, Emiel Brouckaert en ik. In mijn presentatie gebruikte ik twee beeldspraken. Die van de Deense hogesnelheidstrein en van de Fyra; twee projecten die op papier bedacht zijn, die tegen beter weten in doorgedrukt zijn en die uiteindelijk tot enorme frustratie en schade hebben geleid. Ook verwees ik naar Columbus, die bij vertrek geen idee had waar hij heen ging, bij aankomst niet wist waar hij was en na terugkeer niet kon vertellen waar hij geweest was. Zo is het met de aanlandplicht ook.

Daarnaast benadrukte ik (het gevaar van) de diepe kloof die ontstaan is tussen de beleidsmakers en beleids-beïnvloeders enerzijds en de varende vloot anderzijds, een kloof die steeds verder verdiept. De huidige regelgeving is niet uitvoerbaar, niet naleefbaar en niet handhaafbaar, en de overheid is gewaarschuwd dat ze niet moeten proberen om de regelgeving door de keel van de sector te persen. Nederland is weggekomen van alle wetsovertreding, en heeft geen enkele ambitie om naar die tijd terug te keren. Maar de huidige wetgeving leidt daar onvermijdelijk toe, en daardoor raken we veel verder van huis dan we willen.

De geschatte kosten van 26 miljoen euro per jaar zijn gewoon niet te dragen voor de sector. En het leidt nergens toe; de bestanden worden er niet beter van en het visserijbeheer ook niet. Vissers zijn niet blind voor maatschappelijke ontwikkelingen, en willen discards verminderen en vermijden, en willen innoveren. Een discardban zal er in de een of andere werkbare vorm moeten komen. Maar de aanlandplicht zoals die nu wordt geïmplementeerd is een onding die niet werkt en tot rampspoed zal leiden.

Gewoon voor de kant
Een van de weinige Nederlandse sprekers in Schotland: Marieke Mossink van Economische Zaken over de grote uitdaging die de aanlandplicht is voor de sector. De tijdsdruk is te hoog.Een van de weinige Nederlandse sprekers in Schotland: Marieke Mossink van Economische Zaken over de grote uitdaging die de aanlandplicht is voor de sector. De tijdsdruk is te hoog.De ...In de groep ‘presentaties vanuit overheden’ beet Marieke Mossink het spits af. Zij legde uit waar het in Nederland om gaat en gebruikte het eerder vanuit VisNed geïntroduceerde voorbeeld van Rizla-vloei tegenover karton. Tong is in dat voorbeeld vergeleken met Rizla en de andere platvis met karton. Selectief zijn op andere platvis en tegelijkertijd geen tong verspelen is het grote dilemma.
Mossink gaf toe dat de implementatie van de aanlandplicht complex is en een grote uitdaging. Vanuit EZ en sector wordt veel tijd en geld geïnvesteerd in alle projecten die we doen. Ze presenteerde voorbeelden van netinnovatie en overleving. Maar ze gaf ook onomwonden toe dat de tijdsdruk te hoog is. Het goed verwaarden van (ook hele) kleine scholletjes noemde ze nadrukkelijk als een uitdaging, onderstreept door een grote foto van het kookboek ‘Skolle’. Haar nadrukkelijke en heel heldere uitspraak was: ,,We hebben nog veel ideeën, maar we hebben geen tijd meer.”
Na haar sprak Bernard Donovan van het Ierse controleagentschap. Hij deelde zijn ervaringen vanuit de overheid en gaf aan dat er een radicale andere denkwijze is geïntroduceerd. En dat het maken van die denkslag niet vanzelf gaat en niet in korte tijd kon, maar wel moest.

Moed
Kortom, voor de zorgvuldige luisteraar was de boodschap van deze dag helder. Wat er nu gaande is in Europa zal niet tot een goed einde gebracht kunnen worden. Het is te radicaal, en te veel in te korte tijd. Bovendien is het geen stuk gereedschap in de gereedschapskist van visserijbeheer. Het is een icoon geworden, een doel op zich. Een meer dan onduurzame maatregel, die als toonbeeld van duurzaamheid wordt gepresenteerd.

De grote vraag is welke politicus de moed heeft om aan te kaarten dat artikel 15 van de GVB-verordening onwerkbaar is en herzien moet worden. Dat het anders moet, voor het te laat is en de hele machinerie volkomen is vastgelopen.”