Wilt u een abonnement afsluiten, nieuws doorgeven, een advertentie plaatsen of online adverteren in Visserijnieuws? Klik dan hier.
Paniek in oestersector Yerseke

Exoot laat spoor van vernieling achter

YERSEKE - De vraatzucht van een klein exotisch boorslakje vormt een gigantische bedreiging voor de oesterkwekers. De Japanse boorslak laat op de bodem een spoor van vernieling achter. Kweekbedrijven gaan daardoor al enkele jaren gebukt onder dalende omzetten. En daar lijkt vooralsnog geen kentering in te komen. Schaarste is funest voor de branche.

De oesterbranche vreest dat het leed straks niet te overzien is. De oesters zijn het slachtoffer van de Japanse oesterboorder. Het slakje boort een gat in de schelp en doet zich razendsnel tegoed aan de inhoud. Vooral jonge oesters zijn gewild bij de oesterboorder. En of dat nog niet genoeg is, kampen de kwekers ook met de nare gevolgen van het herpesvirus. Het herpesvirus is weliswaar niet gevaarlijk voor de volksgezondheid, maar de besmetting tast de oester aan die uiteindelijk sterft.

Verzoek
Volgens secretaris Jaap de Rooij van de Nederlandse Oestervereniging is de situatie ernstig. ,,Vooral het broed is de dupe. Op sommige locaties in de Kom van de Oosterschelde zijn geen jonge oesters meer te vinden’’, aldus De Rooij.

 De vereniging heeft inmiddels bij het ministerie van Economische Zaken en de provincie Zeeland aan  de bel getrokken. In samenspraak met deze overheden is een Plan van Aanpak ‘Oestermaatregelen 2016-2018’ opgesteld. Dit plan zal op 9 maart aanstaande officieel worden gepresenteerd. Onderdelen zijn onder andere het uitvoeren van alternatieve kweekmethodes en maatregelen om tot een actief beheer van de oesterboorder  te komen. Daarmee zouden de kwekers oplossingen moeten kunnen vinden voor de bestrijding van de vraatzucht van de boorslak.

Waar de kwekers echter tegen aanlopen bij het toepassen van alternatieve kweekvormen, zijn de richtlijnen van de Natuurbeschermingswet. ,,Alvorens je met een alternatieve kweekvorm wil beginnen, zal je moeten voldoen aan de richtlijnen van de Nb-wet. Er moet een passende beoordeling komen. Je moet kunnen aantonen dat de kweekvorm niet schadelijk is. De doorlooptijd van het Nb-vergunningentraject is meestal lang, maar zoals het er nu naar uitziet, kunnen we binnen afzienbare tijd over de benodigde vergunningen beschikken”, zo laat De Rooij weten. Dat zou volgens de secretaris van de oestervereniging een hele opluchting zijn voor de kweekbedrijven.