Wilt u een abonnement afsluiten, nieuws doorgeven, een advertentie plaatsen of online adverteren in Visserijnieuws? Klik dan hier.
Prioriteiten in Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij

Overheidssteun voor marketingplannen

DEN HAAG – Producentenorganisaties kunnen op overheidssteun rekenen voor het opstellen van marketing- en afzetplannen. Jonge vissers die een eerste schip overnemen krijgen een ‘steuntje in de rug’.

Dat schrijft EZ-staatssecretaris Sharon Dijksma in een brief aan de Tweede Kamer over de Nederlandse hoofdthema’s in het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV). Dit subsidieprogramma loopt van 2014 tot 2020. Volgende maand wordt de EFMZV-verordening formeel vastgesteld en zal de Europese Commissie de omvang van de voor Nederland beschikbare financiële middelen bekendmaken. In vergelijking met het bestaande Europees Visserij Fonds (EVF) zal het budget fors lager zijn.

In het zogeheten Operationeel Programma geven de lidstaten aan waarvoor ze binnen de voorwaarden geld beschikbaar willen stellen. Nederland zet in op drie hoofdthema’s: voorbereidingen voor de aanlandplicht, verdere innovatie in de visserij (met name minder impact op het ecosysteem) en samenwerking in de visketen.

Concreet worden onder andere genoemd: geld voor het ‘Schip van de Toekomst’, verdere innovatie van pulstechnieken,  Kenniskringen, selectieve vistuigen, overlevingskansen voor bijvangst, afzet en vermarkting van discards, beheer van visbestanden, welzijn van vis, de garnalensector (in het kader van VisWad), uitzet van glasaal, producentenorganisaties en jonge vissers. Aan vernieuwing van motoren, stilligregelingen of sanering van schepen wil Dijksma geen geld besteden.

Dijksma kiest ervoor om financiële steun te geven aan grotere in plaats van kleine innovatie- en samenwerkingsprojecten. Dat heeft als voordeel dat er minder geld voor administratie wegvloeit. Er komt niet meer budget voor  visserijregio’s, de huidige as4-projecten. Nieuw is het idee om middelen uit het EFMZV niet alleen in de vorm van subsidies in te zetten, maar ook als leningen/tijdelijke kredieten. Zo kan met het geld dat teruggestort wordt in een revolverend fonds weer andere projecten worden ondersteund.

Het Operationeel Programma moet uiterlijk begin 2015 worden goedgekeurd door de Europese Commissie.