Wilt u een abonnement afsluiten, nieuws doorgeven, een advertentie plaatsen of online adverteren in Visserijnieuws? Klik dan hier.
Grootschalige brainstormsessie in Brixham over duurzame visserijtoekomst

Nederlanders discussiëren mee met Britten

BRIXHAM – Wat moet de Britse visserij doen en laten voor een duurzame visserijtoekomst? Het Britse Seafish organiseerde over deze vraag vorige maand in samenwerking met de Prince Charles Charity Foundation en de International Sustainability Unit (ISU) een nationale brainstormsessie. Vanuit Nederland waren Kees Taal (LEI, Wageningen UR), Pieter Louwe van Slooten (UK 153 en UK 148), Louwe de Boer (Ekofish Group) en Marieke Verweij (Prosea) uitgenodigd om mee te discussiëren. Taal schreef een verslag.

 

,,De visserij in het Verenigd Koninkrijk heeft z’n eigen problemen, maar veel van de uitdagingen voor de Britse vissers zijn dezelfde als die voor de Nederlandse vissers. In Brixham werd vorige maand een eerste grootschalige bijeenkomst voor de vissector van het VK georganiseerd, waarbij de uitdagingen voor de toekomst werden benoemd. Er werden ideeën uitgewisseld over een programma, waarmee de visserij verantwoord de toekomst in kan gaan. Hoewel het er op leek dat een aantal discussies in Nederland zo’n vijf jaar terug al zijn gevoerd, was het toch een zeer nuttige bijeenkomst.

Meer dan honderd deelnemers, waaronder enkele Nederlanders, tijdens de discussiebijeenkomst van Seafish in Brixham over de toekomstige, duurzame visserij in het Verenigd Koninkrijk.Meer dan honderd deelnemers, waaronder enkele Nederlanders, tijdens de discussiebijeenkomst van Seafish in Brixham over de toekomstige, duurzame visserij in het Verenigd Koninkrijk.De ...Mijn presentatie ging over hoe in Nederland de Kenniskringen een succesvol concept is gebleken voor het vergaren, delen en vermeerderen van kennis, en voor het versterken van samenwerking binnen de visserij. Met dit concept zijn diverse ontwikkelingen en innovaties gestimuleerd en ondersteund waarmee de visserijsector wordt versterkt. Na het geven van enkele voorbeelden stelde ik de aanwezigen voor om niet zelf het wiel nog eens uit te gaan vinden, maar om zo snel mogelijk samen met Nederlandse ondernemers in de visserij aan de slag te gaan met dit concept. Zo kunnen wij elkaars visserij versterken; een winwin-situatie.

We zijn geen concurrenten van elkaar, maar juist collega’s. Met veel Engelse en Schotse vissers hebben we al een bepaalde band, dus waarom zouden we deze niet verder uitbouwen? Samenwerken, ook met vissers in andere landen (bijvoorbeeld Denemarken), geeft nog meer mogelijkheden. Dat moet echt worden gedaan om de sector economisch beter renderend te krijgen en te houden. Het is ook heel interessant om collega-vissers binnen en buiten Europa te ontmoeten en te spreken, waarbij je heel veel van elkaar leert. Schotse en Engelse vissers spraken dat ook expliciet als zodanig uit tijdens de bijeenkomst.

Presentaties:
• Fred Normandale, visserman, scheepseigenaar en schrijver, gaf op een humoristische wijze een korte uiteenzetting over allerlei ontwikkelingen en veranderingen in de Britse visserij en de effecten daarvan op visserijgemeenschappen.
• Mogens Schou van Aquamind Denmark gaf aan hoe hij kansen ziet in andere manieren van visserijmanagement voor een rendabelere, duurzamere en stabielere visserij.
• Darren Edwards en Gus Caslake, nettenmaker en onderzoeker, vertelden over hun bevindingen met een innovatieproject dat ‘50%’ heette. Netaanpassingen en andere manieren van vissen leveren veel minder discards op, weinig minder vangst en lagere kosten. Interessant voor de Nederlandse platvis- en langoustinevissers om hier eens mee in contact te komen. Met een beetje hulp kan hier veel over en weer geleerd worden.
• Wes Erikson, een heilbotvisser uit British Colombia, presenteerde de positieve resultaten van een internationale case studie over visserijmanagement.
• Bill Turrell van Marine Scotland Science leerde de deelnemers van de conferentie het nodige over hoe zee-onderzoek wordt gedaan.
• Mike Mitchell van Young’s Seafood (supermarktketen) probeerde aan te geven wat er bij komt kijken om vis tegen een concurrerende prijs op het bordje van de consument te krijgen.
• Michel Kaiser van de Bangor University presenteerde nieuwe ideeën om tot verdergaande samenwerking te komen om zo visserijmanagement te optimaliseren.
• Alan Steer, een derde generatie krabbenvisser, gaf aan wat zijn drijfveren waren om deel te nemen aan een datacollectie programma en om samen te werken met wetenschappers, en zijn maat Steve Mackinson vertelde hoe hij die zinvolle samenwerking voor zich ziet.
• Mike Park van de Scottish White Fish Producers Association (SWFPA) gaf zijn mening over de noodzaak van het ontmaskeren van de vaagheid van biologisch onderzoek.
• Hazel Curtis van Seafish gaf een goede uiteenzetting over de economische noodzaak van samenwerking en de financiële voordelen ervan. Allemaal solo blijven opereren en blijven werken in de marge? Of door samenwerking en misschien wel fuseren/samengaan veel beter economisch kunnen presteren?!
• Verner Moller, een Deense eigenaar van een whitefish-trawler, en Leslie Tait van de Shetlandse Fishermen’s Association gaven succesvolle praktijkvoorbeelden van quota-regulering en efficiencyverbetering om tot een betere winstgevendheid te komen.
• Jim Pettipher, van Co-operatives UK, gaf voorbeelden van succesvol samenwerken, waardoor de markt veel beter kan worden bediend.
• Marieke Verweij van Prosea Marine Education gaf een korte uiteenzetting hoe wij in Nederland met het trainen van vissers omgaan, waarbij bewustwording van maatschappelijke ontwikkelingen een belangrijke rol speelt. De Kadercursus werd daarbij als een voorbeeld voor een standaardconcept gepresenteerd.
• Trevor Bartlett, een succesvolle ondernemer uit Brixham van The Blue Sea Food Company, gaf aan wat hij van verduurzaming van visserij vindt en hoe hij aankijkt tegen succesvol zaken doen in de ‘brown crab visserij’ (door verduurzaming te positioneren in je verkoopstrategie).
• Libby Woodhatch van Seafish, Ally Dingwall van Sainsbury’s supermarkets en John Goodlad van de Scottish Pelagic Sustainability Group haalden voorbeelden aan van hoe te communiceren met consumenten van vis en van het belang van certificering in de marketing van vis.
• Alexa Dayton uit de Verenigde Staten sloot de conferentie af met het benoemen van de voordelen van een onderwijs- en samenwerkingsprogramma voor onderzoek, dat zij graag in samenwerking met Prosea ook voor de UK wil opzetten. Want niet alleen vissers moeten samenwerken, ook onderzoekers en andere partijen in de sector.

Prins Charles
De conferentie werd afgesloten met een bezoek van Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Charles. Hij kreeg de belangrijkste conclusies van de discussies mee. Nadrukkelijk roemden sprekers in hun korte toelichting de Nederlandse inbreng tijdens de conferentie. Het onderwijsproject met het opleidingsschip van Louwe de Boer werd genoemd, en Prosea met het Kaderprogramma, en Kenniskringen van LEI/Imares, dat als middel kan worden gebruikt om de Engelse vissers ook met elkaar te laten samenwerken en met Nederlandse vissers. Dat moet het platform zijn voor innovatie.

Britse vissers en anderen uit de visindustrie deden op uitstekende manier de presentaties en er was veel hulde hiervoor! Terecht, want voor een visser is het niet bepaald gewoon om een speech te houden en al helemaal niet voor de prins. Na afloop nam de kroonprins nog ruim de tijd om in de zonovergoten tuin van het prachtig gelegen Berry Head Hotel in klein comité na te praten over de uitkomsten van de conferentie. Verweij en ik mochten daaraan deelnemen. Tijdens het schudden van de hand van Charles merkten wij dat hij heel goed ingevoerd was in de sociaal-economische en verduurzamingsontwikkelingen in de visserij in het algemeen en ook die in Nederland. De Nederlandse initiatieven hierin leken hem wel wat voor de Engelse sector.

Het was verder opvallend en zeer prijzenswaardig dat de prins zijn zorgen uitte over de kansen voor de jeugd in de Engelse visserij. Werkgelegenheid en opleiding en het versterken van toekomstmogelijkheden voor jonge vissers wil hij graag stimuleren. Na enkele minuten geanimeerd met hem te hebben kunnen praten nam hij afscheid, en al weglopend vroeg hij zich hardop af hoe het toch kwam dat de Nederlanders altijd zo voor lopen op de Engelsen op verschillende gebieden…’’

Seafish Soort PVis
Het Britse Seafish is in feite een soort combinatie van Productschap/Imares/LEI/Visbureau voor de Engelse en Schotse visserij. De organisatie bestaat sinds 1981 (by an Act of Parliament) en het ondersteunt alle sectoren in de vis-, schaal en schelpdierindustrie op het gebied van verduurzaming, rentabiliteit, ondernemerschap en promotie van vis. Seafish is de enige sector-gelieerde organisatie die dit doet voor de vissector, zowel voor de visserij, aquacultuur, verwerkers, importeurs en exporteurs, als voor restaurants en supermarkten/grootwinkelbedrijven. Zonder een organisatie als Seafish zou de sector dus nergens door vertegenwoordigd zijn. Seafish werkt min of meer via het oud-Nederlandse Productschapsprincipe en ontvangt geld vanuit de sector door heffingen. Zij kent zes speerpunten in haar dienstverlening:
- Informatieverstrekking: hulp bij bedrijfsbeslissingen;
- Veiligheid: veilige werkomstandigheden op zee;
- Milieu: bescherming van zee en land;
- Regelgeving: duidelijk maken, interpretatie en beantwoording van regelgeving en wetgeving voor de sector;
- Standaarden: steun voor de kwaliteit en ontwikkeling van efficiënte standaarden;
- Consumenten: communicatie naar consumenten voor wat betreft de productie van seafood.

Drempel-effect
De Engelse visserijvloot bestaat uit 3.000 geregistreerde schepen, waarvan ongeveer 70 procent als actief wordt beschouwd.

Rond 2.000 schepen zijn kleiner dan tien meter. Deze vaartuigen worden traditioneel als ‘the inshore fleet’ beschouwd. Ongeveer 1.000 schepen van deze under 10m vessels hebben ‘uncapped licences’, waardoor zij in feite onbeperkt aan quota gebonden vissoorten mogen aanvoeren, voor de overigen geldt een maximum van 300 kilo per jaar. Meer dan de helft van de ‘inshore fleet’ is kleiner dan acht meter. De inshore fleet is goed voor 65 procent van alle werkgelegenheid in de visserij (in fte’s), waarbij de meerderheid van de aanlandingen uit non-quota species bestaat, vooral schelpdieren.

Naast de vloot met kleine schepen is er het segment ‘over 10m vessels’. Het gaat hier om minder maar wel grotere schepen, en met minder werkgelegenheid. Door de grotere capaciteit, de technische efficiency en het bezit van quota wordt ruim zeven keer meer vis aangeland dan door de kleinschalige vloot, met een waarde die vier keer hoger ligt. Dit deel van de vloot heeft vooral de gequoteerde vissoorten onder zich (Fixed Quota Allocation-units), rond 96 procent van het totaal.

De tweedeling in boven en onder 10 meter schepen en het verschil in verplichting om aanlandingen te rapporteren hebben geresulteerd in een zogeheten drempel effect in de Engelse visserij. Eigenaren van grote schepen hebben in de afgelopen jaren hun schepen verkocht en in sommige gevallen ook quota, waarna zij nieuwe ‘super under-10 vessels’ in de vaart hebben gebracht. Met deze schepen hoeven zij hun aanlandingen niet meer te rapporteren. Deze schepen hebben echter wel een veel grotere vangstcapaciteit dan de ‘traditional under-10m schepen’. Schepen van 9.5-10 meter landen veel meer vis aan, en de opbrengsten die behaald worden zijn ook veel hoger dan die van alle andere schepen van het inshore segment bij elkaar.