Wilt u een abonnement afsluiten, nieuws doorgeven, een advertentie plaatsen of online adverteren in Visserijnieuws? Klik dan hier.
Visserij en wetenschap kunnen aan de slag

Beschermingsplan bruinvis wordt uitgevoerd

DEN HAAG – Nederland maakt werk van de aanbevelingen uit het Bruinvisbeschermingsplan. De visserijsector kan aan de slag met ‘pingers’ en camera’s aan boord. Onderwatergeluid krijgt in het beschermingsplan prioriteit.

De Tweede Kamer is door staatssecretaris Dijksma uitvoerig geïnformeerd over de voortgang van de implementatie van de aanbevelingen uit het Bruinvisbeschermingsplan. Er is voor vier jaar een wetenschappelijke adviescommissie ingesteld, bestaande uit drie (inter)nationale, ervaren en onafhankelijke experts op het gebied van ecologisch onderzoek, die een kennisagenda opstelt en waakt over samenhang en kwaliteit van het onderzoek.

Door middel van aanvullende monitoring en onderzoek moet meer inzicht verkregen worden in de verspreiding en ontwikkeling van de bruinvispopulatie. Vliegtuigtellingen zijn daarbij belangrijk. De Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht zal pathologisch onderzoek naar de doodsoorzaak van aangespoelde bruinvissen dit jaar afronden.
Onderwatergeluid krijgt in het beschermingsplan prioriteit, omdat dat mogelijk een belangrijke bedreiging is voor de bruinvis. Het gaat hierbij vooral om abrupte piekgeluiden, zoals voortkomend uit heiwerkzaamheden (bijvoorbeeld voor constructie van windparken), sonargebruik, onderwaterexplosies en seismische exploraties. Voor dit onderwerp is op sommige aspecten al onderzoek in gang gezet en op andere zal dit nog plaatsvinden.

Het beschermingsplan identificeert bijvangst van bruinvissen in de staandwantvisserij als de grootste bedreiging. Begrip van welk vistuig, in welke periode van het jaar in welk gebied wel of niet tot problemen leidt noemt Dijksma een cruciale pijler voor effectief beleid. Voor een wetenschappelijk monitorings-programma heeft EZ een aanzienlijk meerjarig onderzoeksbudget gereserveerd. Dijksma is verheugd dat de visserijsector zijn commitment heeft uitgesproken voor dit onderzoek, en bij de opzet en uitvoering van het onderzoek samenwerkt met de onderzoekers. Het onderzoek bevindt zich momenteel in de opstartfase en zal de eindresultaten opleveren in 2016.

De opzet is om gedurende drie jaar systematisch de visvangst te monitoren met een elektronisch systeem (middels CCTV-camera’s) aan boord van staandwantvissers. Bijgevangen bruinvissen gaan voor onderzoek naar de Universiteit Utrecht. Bij aangespoelde bruinvissen wordt door het genoemde pathologisch onderzoek van de universiteit ook specifiek gekeken naar aanwijzingen van doodsoorzaak door bijvangst. Daarnaast vindt er onderzoek plaats naar het gecontroleerd toepassen van ‘pingers’ tegen bijvangst. Pingers zijn bevestigd aan de netten en geven een geluidssignaal af om bruinvissen op afstand te houden.

Dijksma zal zich inspannen om ook in internationale context aandacht te vragen voor de bruinvisbescherming, op de leest van het Bruinvisbeschermingsplan. Zij benadrukt dat de bruinvis een sterk migrerende (trekkende) zeezoogdiersoort is. Er zijn in het Nederlandse deel van de Noordzee tot nu toe geen concrete gebieden geïdentificeerd, die vanwege een specifieke ecologische betekenis voor de bruinvis te onderscheiden zijn van andere delen van de Noordzee. Het Bruinvisbeschermingsplan gaat dan ook uit van het beginsel dat generieke bescherming meer geëigend is dan bescherming in een specifiek gebied.