Wilt u een abonnement afsluiten, nieuws doorgeven, een advertentie plaatsen of online adverteren in Visserijnieuws? Klik dan hier.
Derde rapport SWNM zet ‘bodemberoering’ in perspectief

‘Beperking visserij groene schaamlap’

URK – De overheid overdrijft de invloed van de huidige Nederlandse visserij op de Noordzeebodem, en claimt ten onrechte te handelen vanuit wetenschappelijk bewijs. De beperking van de visserij is een groene schaamlap voor de toename van andere activiteiten op de Noordzee. Conclusies die de Stichting Wetenschappelijk Natuur en Milieubeleid (SWNM) trekt in haar Bodemwijzer 2012.

De Bodemwijzer 2012 van de SWNM is te downloaden via www.swnm.nl.De Bodemwijzer 2012 van de SWNM is te downloaden via www.swnm.nl.De bodemberoering van de Noordzee is nog altijd een van de grootste punten van kritiek op de Nederlandse (boomkor)kotters, en een van de belangrijkste argumenten van wetenschappers en milieuorganisaties om visserij door de overheid te laten weren uit bijvoorbeeld Natura 2000-gebieden. De overheid wil een kwart van rijke visgronden in de Nederlandse Noordzeekustzone sluiten om ‘de bodem te beschermen’, uit naam van Natura 2000. Maar is die bodemberoering in de zandige en dynamische Noordzee wel zo’n groot milieuprobleem?

Nature/sciencewriter Rypke Zeilmaker stelde voor de SWNM de Bodemwijzer 2012 ‘Bodemberoering door visserij in perspectief gezet’ samen op basis van literatuuronderzoek en interviews met experts. Het rapport plaatst op de inmiddels bekende manier van vragen en antwoorden de huidige invloed van visserij op de zandige zeebodem in perspectief.

De Noordzeebodem wordt vooral bepaald door stormen en getijdestromingen, stelt het rapport. Het spoor van een boomkorvisser in de zandige zeebodem is na 37 uur al uitgewist door natuurlijke ‘bodemberoering’. Onderwaterduinen kunnen in drie weken tijd twaalf meter of meer ‘wandelen’, bij stormen is de zandige Noordzeebodem tot op 30 meter diepte sterk in beweging. In de kustzone is de diepte niet meer dan 20 meter en de dynamiek nog groter.

Natuurlijke invloed
De SWNM haalt internationale studies van de Wereldvoedselorganisatie FAO aan waaruit blijkt dat de ecologische invloed van bodemvisserij op zandige ondiepe bodems als de Noordzee juist erg klein is. Volgens het Rijksinstituut voor Kust en Zeeonderzoek (RIKZ) zou de natuurlijke dynamiek op het Wad een 3 tot 100 maal grotere bodeminvloed hebben dan de jaarlijkse 6 millimeter bodemdaling door gaswinning. Hoeveel groter zou de invloed van die natuurlijke dynamiek dan zijn in vergelijking met visserij?

De visserijvloot is de afgelopen twintig jaar met zo’n 40 procent afgenomen, waardoor een eventuele visserij-impact op de Noordzeebodem ook nog eens sterk is afgenomen. De Bodemwijzer zet dus grote vraagtekens bij het ecologisch effect van ‘bodemberoering’ door visserij in de Noordzee. ,,De huidige aandacht voor ‘bodemberoering door visserij’ in de zandige en stormachtige Noordzee lijkt vooral beleidsgedreven’’, constateert de SWNM.

Faillissementen
De visserij zit met alle aandacht voor bodemberoering in de hoek waar de klappen vallen. Tegelijk groeien andere activiteiten die invloed op de zeebodem kunnen hebben stormachtig. De intensiteit van zandsuppleties voor de kust door Rijkswaterstaat verdrievoudigde in tien jaar, en de Tweede Maasvlakte werd aangelegd (waarvoor viswater werd geofferd als natuurcompensatie). Via het Topconsortium voor Kennis en Innovatie (TKI) Wind op Zee (regeling waarbij bedrijven en instellingen projecten kunnen indienen) komen nieuwe plannen om de Noordzee 2020 vol te bouwen met megawindmolenparken en werkeilanden.

In dat licht wekken beleidsvoornemens tegen visserij voor de SWNM de indruk van een groene schaamlap. ,,Voorgenomen beleid zal faillissementen veroorzaken bij kleinschalige kustvissers. Maar zoals de Bodemwijzer constateert blijkt niet uit de wetenschappelijke literatuur dat de vissers nu schade veroorzaken.’’

Het rapport over bodemberoering is het derde rapport van de SWNM, na rapporten over biodiversiteit en over fosfaten.

Vragen:
Waarom de Bodemwijzer van de Stichting Wetenschappelijk Natuur en Milieubeleid?
•    Wordt visserij deze eeuw de grootste invloed op de zeebodem van Natura 2000-gebied? (nee)
•    Waaruit bestaat de bodem van de Noordzee en het Wad, en hoe is deze ontstaan? (zandige bovenlaag van 10 meter dik)
•    Is de Noordzeebodem stabiel en onveranderlijk? (nee)
•    Verschilt de bodem van de Doggersbank van de rest van de Noordzee? (nee)
•    Beschadigt boomkorvisserij de Noordzeebodem? (niet op zandbodem)
•    Hoe kan visserij de zandige Noordzeebodem beschadigen? (bodemcontact is nog geen schade)
•    Kunnen wetenschappers helder definiëren wat ‘bodemschade’ is bij zandbodems? (nee)
•    Is visserij verantwoordelijk voor gebrekkig herstel van bodemvegetatie als zeegras? (nee)
•    Doet bodemvisserij afbreuk aan definiërende eigenschappen van Natura 2000-habitat? (nee)
•    Bedreigt boomkorvisserij schelpdierpopulaties in Natura 2000-habitat? (nee)
•    Bedreigt bodemvisserij populaties van langlevende schelpdieren? (nee)
•    Bedreigt bodemvisserij het voortbestaan van vispopulaties? (nee, heeft wel effect op groei commerciële vissoorten)
•    Bedreigt de huidige bodemvisserij de kwaliteit van Natura 2000-habitat? (oordeel beleidmakers gebaseerd op beperkt en gekleurd onderzoek)
•    Beschadigde de mechanische kokkelvisserij de Wadbodem voor zij werd uitgekocht? (nee)
•    Waar komt de aandacht vandaan van beleidsmakers en fondsenwervende bedrijven/stichtingen voor ‘bodemberoering’? (Het beleid, gebaseerd op te rigide invulling van verdragen, moet achteraf gerechtvaardigd worden).