Wilt u een abonnement afsluiten, nieuws doorgeven, een advertentie plaatsen of online adverteren in Visserijnieuws? Klik dan hier.
Promotieonderzoek met VMS-data

Visgronden beter in kaart gebracht

WAGENINGEN/IJMUIDEN - Bijna alle visservaartuigen in Europa zijn verplicht om hun locatie op zee aan de hand van GPS door te geven aan de overheid. Voor zijn promotieonderzoek bij Wageningen Marine Research analyseerde Niels Hintzen deze VMS-data (vessel monitoring system) om in kaart te brengen hoe vissers zich over de Noordzee precies verspreiden. 

Dankzij dit onderzoek wordt het mogelijk om nauwkeuriger te voorspellen in welke gebieden vissers in de toekomst actief zullen zijn. Deze voorspellingen zijn zelfs inzetbaar bij veranderende omstandigheden, bijvoorbeeld als een deel van de zee wordt afgesloten vanwege de aanleg van windmolenparken. Hintzen noemt ook duurzamer beheer als optie, omdat je weet op welke gronden bodemberoering een kleinere of grotere impact heeft op het bodemleven.

Om duurzame visserij mogelijk te maken is het belangrijk om te weten waar vissers actief zijn, wat ze vangen en met welk vistuig. Hoewel deze gegevens al decennia worden verzameld, werd de vislocatie slechts op hele grove schaal gerapporteerd, in blokken zo groot als de afstand tussen Amsterdam en Rotterdam. 

Sinds het jaar 2000 moeten schepen iedere twee uur een GPS-signaal naar overheidsinstanties sturen. Daarmee kan ook de kennis over waar er precies gevist is en de mogelijke gevolgen daarvan beter bestudeerd kunnen worden. 

Hintzen en zijn collega’s gingen met deze satellietgegevens aan de slag door specifiek te kijken naar de locaties van de Nederlandse visserij op schol en tong. Met hun speciaal ontwikkelde softwarepakket brachten ze deze gegevens bijna tot op de meter nauwkeurig in kaart. 

Vissen in de toekomst

De analyse van de VMS-gegevens van de grotere kotters leverde een aantal duidelijke patronen op. Zo blijkt dat vissers bijna altijd op dezelfde plaats actief zijn, en dat het bodemtype meeweegt in de keuze voor een locatie. Ook zijn vissers bij voorkeur actief in de ondiepere gedeeltes van de Noordzee, werken ze vaak in gebieden met een zanderige bodem en liever aan Britse zijde dan dicht op de Nederlandse kust (buiten de 12 mijlszone).

Aan de hand van deze onderzoeksresultaten kan worden vastgesteld welke condities (zoals diepte en bodemtype) een belangrijke rol spelen in de locatiekeuze van vissers in de Noordzee. Daarmee wordt het mogelijk om nauwkeurig te voorspellen waar de visserij in de toekomst actief zal zijn. De voorspellingen uit dit model zijn ook inzetbaar als de situatie verandert, bijvoorbeeld als het aantal vissers toe- of afneemt of als delen van de Noordzee worden afgesloten om ruimte te maken voor natuurbescherming of een windmolenpark.

Duurzame visserij

Hintzen gebruikte de GPS-data ook om twee visserijmethodes te vergelijken: de boomkor en de pulsvisserij. Vergelijkingen van de GPS-data toonden aan dat pulsvissers vaker in gebieden met een steenachtige (gravel)bodem visten dan de boomkorvloot. Ook begaven ze zich meer in het zuiden van de Noordzee, waar de meeste tong voorkomt. Door het gebruik van lichter vistuig verplaatste een deel van de visserij naar een ander type zeebodem, waarmee de impact op het bodemleven veranderde. 

Het analyseren en voorspellen van vislocaties kan een belangrijke bijdrage leveren aan duurzame visserij, aldus Hintzen: ,,Het ultieme doel waar ik en al mijn collega’s aan werken is een duurzaam gebruik van de zeeën. Doordat we nu beter begrijpen waar er precies wordt gevist kunnen we die kennis ook inzetten om advies te geven hoe het gebruik van de ruimte op zee voor natuurbescherming, windenergie en voedselproductie zo goed mogelijk in balans te krijgen.’’

<p>H VMS-posities van Nederlandse boomkorvloot in 2019 (>300pk), ingedeeld op basis van de havenplaats op de scheepsromp.</p>

H VMS-posities van Nederlandse boomkorvloot in 2019 (>300pk), ingedeeld op basis van de havenplaats op de scheepsromp.