Wilt u een abonnement afsluiten, nieuws doorgeven, een advertentie plaatsen of online adverteren in Visserijnieuws? Klik dan hier.

Dagboek van een Visserman

,,Het kan verkeren’’, zei Bredero. En zo was het ook bij ons in week 21, de week na Pinksteren. Omdat Vlaggetjesdag in Zoutkamp op Tweede Pinksterdag wegens corona voor het tweede achtereenvolgende jaar werd afgelast, besloten Alfred en ik om op Pinkstermaandagochtend maar naar zee te gaan. Het was spring, dus we hadden wel een beetje moed. Zo schraal en karig als de week ervoor kon het volgens ons niet worden en we hoopten dat we verder ook van pech verschoond zouden blijven.

Visweek 21

We stoomden eerst wat noordoost-in en zetten uit in het Rifgat. Ondanks het tij wilde het water niet echt kleuren en ook op de bodem was het water schijnbaar niet dik, want de eerste paar trekken waren niet om over naar huis te schrijven. Maandagmiddag stoomden we wat zuid-in, om op de Lauwersgronden weer uit te zetten en zuidwest-in te vissen richting de Regulus. Hier werd het water iets kleuriger en de vangsten namen ook iets toe, maar geweldig wilde het maar niet worden.

Boven de gronden van het Plaatgat lagen de Soltcollega’s heen en weer te vissen. Hier was het water echt goed dik; of je er over lopen kon. Het kleine boxje dat boven kwam na het halen bestond voor bijna 100 procent uit garnalen. Wel wat karig, maar beter dan niks. Van enkele collega’s hoorden we dat alleen voor de Hollandse kust sprake was van een redelijke visserij en verder was het overal schrapen met af en toe een enkele meevaller

Het weerbericht voor woensdag gaf een harde noordwestenwind aan, zodat we besloten maar op dit bestek te blijven en niet nog eens uren te gaan stomen richting de stranden van Holland. Omdat er steeds meer schepen op het kleine bestek boven het Plaatgat kwamen, werden de vangsten steeds schraler. Langzamerhand gingen steeds meer schepen richting de haven van Lauwersoog. Wij wilden tot en met de laatste eb blijven vissen en dan met de eerste vloed naar binnen en dan naar huis.

We hadden de kookketel net gestart toen de UK 200 ons op kanaal 13 opriep. Het schip van Hendrikson had de staart in de schroef en vroeg ons om te assisteren en het richting Lauwersoog te slepen. Het eerste stuk, van het Plaatgat tot aan het Westgat, hadden we de harde wind en de inmiddels opgetreden vloedstroom tegen, maar eenmaal in het Gat met de vloed mee ging het als een speer met de UK 200 op sleeptouw. Na enkele uren slepen werd het schip voor de haven overgedragen aan Jelle Bos van Bos Marine Service, die de kotter met de BMS Noorman, wel met enige moeite door de sterke stroom voorlangs de havenmond, de haven inloodste.

Aan wal nam Alfred nog enige formaliteiten door met de bemanning van de UK 200 (zoons van de Pink) terwijl ik naar huis ging. De volgende morgen werden de garnalen gelost voor Solt (soort 2 en 3) en Heiploeg (soort 1), terwijl de gevangen pijlinktvisjes op de vrijdagmarkt gekocht werden door vishandel Spijkerman.

Garnalendetectiesysteem

Vrijdag 28 mei toog ik aan het eind van de middag richting Makkum voor een informatie- en voorlichtingsbijeenkomst bij De Boer RVS over het nieuw ontwikkelde garnalendetectie-systeem. Tussen 18.00 en 20.00 uur was speciaal gereserveerd voor belangstellende vissers, maar veel belangstelling was er echter niet. Er kwam maar een handjevol vissers opdagen, wat ik als zeer teleurstellend heb ervaren. Ik begreep van Melle de Boer dat er ’s middags ook een aantal vissers waren geweest, maar als je de aanwezigheid afzet tegen een paar honderd vissers dan is de opkomst ronduit teleurstellend. Vanuit Zoutkamp/Lauwersoog was ik, samen met de voorzitter van Hulp in Nood, Sarah Verroen, de vertegenwoordiging uit ‘de Noord’.

Na een kort welkomstwoord door Melle de Boer vertrok het kleine gezelschap richting de haven waar de WR 9 en de WR 289 lagen. Op de WR 289 van Adriaan van Eekelen gaf z’n broer Jan Jurie uitleg over de werking van de machine. Tijdens de heldere uitleg was er gelijk ruimte voor vragen en discussie. Natuurlijk ging het over stukstal, ziftsel, zeefplicht, groeioverbevissing, de positie van de garnalenhandel en MSC. De meningen zijn hierover verdeeld, maar duidelijk is wel dat zeer weinig visserlui zitten te wachten op kleinere consumptiegarnalen die ook een dalende garnalenprijs zullen veroorzaken. Melle de Boer gaf hier wel een duidelijk antwoord op: de handelaren moeten aangeven wat voor garnalen ze willen en de instelling van de machine kan hier naar aangepast worden. Tot dusver blijft het echter stil vanuit de VEBEGA, zo klinkt het tijdens de uitleg aan boord.

Een ander discussiepunt was het zogenaamde ‘verdienmodel’. Bij een aanschafprijs van ongeveer 270.000 euro zal er flink meer moeten worden besomd om deze machine rendabel te kunnen exploiteren. Om het voor iedereen haalbaar te maken is er door De Boer RVS e.a. een leaseplan opgezet en er wordt druk gelobbyd om voor deze machine subsidie te krijgen. Uitgelegd wordt dat er jaarlijks tussen de 10 en 20 procent meer marktwaardige garnalen uit de vangst kan worden gehaald, en ook kan winst worden behaald uit het naar beneden brengen van de afslagkosten met ongeveer 4 procent. Geopperd wordt om de afslagkosten die de handelaren nu betalen voor het zeven et cetera bij het wegvallen hiervan door te berekenen in de garnalenprijs naar de visserman. Dus een plus van enkele dubbeltjes op iedere aangevoerde kilo garnalen. Als dit allemaal plaats kan gaan vinden, kan er volgens De Boer en Van Eekelen korter gevist worden om dezelfde besomming te behalen dan nu bij een volle visweek.

Tijdens deze uitleg is er heel veel verduidelijkt, maar er blijven vragen en er is nog enige twijfel over de bedoelingen van dit alles. Het moet niet zo zijn dat straks maar een select groepje dat de financiële middelen heeft om dit apparaat aan te schaffen mag blijven vissen in Natura 2000-gebieden en de rest van de vloot het nakijken heeft. Het is aan de visserijbonden om hiervoor te waken en te zorgen dat al hun leden garnalenvissers toegang houden tot zo veel mogelijk visgebieden. De Vissersbond als penvoerder wordt dan ook door de aanwezige vissers opgeroepen om alle informatie wat betreft de ontwikkeling van deze machine te delen met alle garnalenvissers. Openheid en transparantie dus… Eigenlijk moet dit een vanzelfsprekendheid zijn, maar uit ervaring weet ik dat dit niet altijd zo is. Ook niet binnen de visserij.

Visweek 22

Na een, voor het gevoel, te kort weekend gingen we maandagmorgen 31 mei weer in alle vroegte naar zee. We zetten uit boven de gronden waar we de week ervoor ook hadden gelegen. Na een kort trekje bleek dat het bestek vol lag met ‘blommetjes’ (mosdiertjes). Ook Soltcollega Lammert Bolt (ZK 14) meldde blommetjes en weinig garnalen. Lammert stoomde west-over richting het Bornrif, wij een eindje oost-op richting Regulus en de Lauwers. Hier was het redelijk schoon en er kwamen twee mandjes garnalen uit een trek van anderhalf uur. Overdag of ’s nachts maakte eigenlijk niet veel uit; de vangst was vrij constant 40 of 50 kilo per trek. Omdat we meestal alleen lagen, konden we deze vangsten vrij lang vol houden. Westelijker, boven het Westgat en noord van Ameland was het vergeven van blommetjes, en langs de Hollandse kust hoorden we berichten over helder water, kwallen en weinig vangst.

Met het mooie weer dat we in deze week hadden en de niet tegenvallende vangst, is het een lust om visserman te zijn. Af en toe moet je ook niet te veel nadenken over alle bedreigingen die op ons af komen, maar gewoon genieten van de omgeving en van je werk.

In de nacht van woensdag op donderdag nam de vangst af, zodat we besloten met de eerste vloed naar binnen te gaan om de garnalen (1.200 kilo met een stukstal van 820) te lossen aan de kade van de Visafslag Lauwersoog. De meegevangen spiering en dwerpijlinktvis gingen via Solt rechtstreeks naar de Groninger vestiging van de Hanos. Vers uit zee, direct vanaf het schip naar het schap, was hier letterlijk van toepassing.

Henk Buitjes, ZK 37

<p>H Weekendrukte op de haven van Lauwersoog. Eurokotters schakelen over.</p>

H Weekendrukte op de haven van Lauwersoog. Eurokotters schakelen over.