Wilt u een abonnement afsluiten, nieuws doorgeven, een advertentie plaatsen of online adverteren in Visserijnieuws? Klik dan hier.
Rapportage Nederlandse handel: import en export iets omlaag

Nederlandse visketen zeer robuust

DEN HAAG – De Nederlandse exportwaarde van vis en zeevruchten (exclusief bereidingen en conserven) is vorig jaar gedaald naar 3 miljard euro, een daling met 4,8 procent. Dat blijkt uit het rapport ‘De Nederlandse agrarische sector in internationaal verband’ van Wageningen Economic Research (WEcR) in samenwerking met het CBS.

Duitsland (482 miljoen euro) en België (479 miljoen euro) bleven de grootste afzetlanden. Italië werd afgelopen jaar net voorbijgestreefd door Frankrijk (261 miljoen euro) als nieuwe nummer drie. De exportafname naar Italië komt vooral door een daling van scholvangsten en door lagere tongprijzen als gevolg van sluiting van de horeca vanwege corona. Toegenomen verkoop via supermarkten compenseerde dit niet. Door de vraaguitval zitten vrieshuizen vrij vol en dat drukt de handelsprijzen. Ook andere exportlanden hadden en hebben hier last van. Naar België en Frankrijk gingen minder mosselen.

De import van vis en zeevruchten bedroeg vorig jaar 2,1 miljard euro, wat ongeveer 1,1 procent lager is dan in 2019. De import uit Duitsland nam met 9 procent af, vooral als gevolg van lagere import van mosselen. De importdaling vanuit België kwam op het conto van onder andere mosselen en garnalen.

De exportwaarde van bereidingsproducenten van vis en vlees naar Duitsland groeide sterk, met name door een toename van verwerkte tonijnfilets. Nederland importeerde in 2020 voor 1,7 miljard euro aan bereidingsproducten van vlees en vis, 3,4% meer dan in 2019. België, Duitsland en Marokko (gepelde garnalen) nemen het grootste deel van de import voor hun rekening.

Wereldhandel

In 2018 werd wereldwijd volgens de Wereldvoedselorganisatie (FAO) ongeveer 67 miljard kilo aan vis- en visproducten, met een waarde van 143 miljard euro, verhandeld. Dat is 38 procent van alle in dat jaar gevangen of gekweekte vis (in volume), en 11 procent van de wereldwijde exportwaarde van alle landbouwproducten.

Door de EU wordt meer vis geïmporteerd dan geëxporteerd. De eigen productie (wild vangst en aquacultuur) is 36 procent op het totale beschikbare gewichtsvolume aan vis in de EU (inclusief het VK). Het grootste deel (64 procent) is dus import.

Nederland bevindt zich in de Top-10 van vis exporterende landen. Vooral in de Zuid-Europese landen wordt onze platvis sterk gewaardeerd. Frankrijk en Spanje nemen ook veel mul en inktvis af. Maar ook naar niet-Noordzeevissoorten zoals zalm, tropische garnalen en kabeljauw is steeds meer vraag. Zalm en kabeljauw hebben het exportvolume van schol overtroffen. Nederlandse bedrijven zijn steeds meer een warenhuis (one-stop-shop) verworden in de wereldmarkt van vis.

Buiten de EU zijn Nigeria en Egypte grote exportmarkten, waar veel pelagische vis verkocht wordt van diepvriestrawlers. De Nederlandse visserijbedrijven zijn daarmee van groot belang voor veel Afrikaanse landen die zelf niet in hun eiwitbehoefte kunnen voorzien. Deze vis is voor miljoenen bewoners een betaalbaar, erg eiwitrijk voedsel, dat ze dagelijks op plaatselijke markten kopen.

Nederland is de vis-draaischijf voor Europa: zowel de door de eigen vloot gevangen en de door kwekers geproduceerde producten (met name mosselen, oesters en paling) als de geïmporteerde producten worden geëxporteerd. Eén verklaring voor het draaischijf-fenomeen is de ligging van Nederland aan de visrijke Noordzee, met de eigen visserijhavens en wereldhaven Rotterdam en de goede verbindingen naar het achterland van Europa. Bij een bederfelijk product is snelheid van transport cruciaal.

Een tweede verklaring voor de draaischijffunctie is dat de Nederlandse viscluster groot en goed geoutilleerd is; in plaatsen als Urk, IJmuiden en Katwijk (maatjes) werken duizenden mensen ‘in de vis’. Genoemde plaatsen beschikken ook over veel en grote vrieshuizen, waar enorme voorraden vis en visproducten aangehouden kunnen worden.

Nadat de maatjesharingvisserij verdween onder de Nederlandse vloot, bleven bedrijven uit Katwijk en elders het centrum voor de verkoop en handel in Hollandse Nieuwe. De drie grote Nederlandse trawlerrederijen hebben overigens bedrijven door heel de keten heen en bieden werk aan tienduizenden werknemers, binnen en buiten Europa.

Een vergelijkbaar voorbeeld is schelpdieren. Het Zeeuwse Yerseke importeert steeds meer mosselen uit Ierland en Duitsland, maar blijft de ‘hub’ van Europa voor deze levende schelpdierproducten. Wederom vanwege de kennis, verwerkingscapaciteit en uitstekende logistiek. Evenzo hebben grote zalmkwekerijen uit Noorwegen om dezelfde redenen de samenwerking gezocht en belangen genomen in visverwerkende bedrijven op Urk, om daar hun product te verwerken en verder te distribueren.

Corona

De export van het Nederlandse visserijcluster groeide tussen 2009 tot en met 2019, vooral dankzij prijsstijgingen en exclusievere vissoorten. De exportwaarde in euro (+85%) groeide harder dan de volumes in kilo’s (+56%) in deze tien jaar. Door de coronamaatregelen in diverse landen daalde de export van verse producten in 2020. Ook is er een sterke prijsdaling van de duurdere vissoorten die vaak in restaurants gegeten worden. Met name bedrijven leverend aan de foodservice zagen vraaguitval van klanten, versterkt door gesloten horeca in Europa en het wegblijven van toeristen. Deze bedrijven moesten noodgedwongen visproducten in hun diepvrieshuizen opslaan, met het risico op waardevermindering, bederf en hogere voorraadkosten.

Bedrijven die de supermarkten beleveren daarentegen zagen een groeiende vraag naar visproducten, vooral lang houdbare producten in blik of bevroren, door hamstergedrag van consumenten in lockdowns. De verwachting is dat het effect van de coronapandemie nog een tijd merkbaar zal zijn. Ook wanneer de situatie aan de afnemerszijde zich herstelt zal er door nu aanwezige grote voorraden in de vrieshuizen bij diverse vissoorten nog niet onmiddellijk een terugkeer naar de oude hoeveelheden en prijzen te verwachten zijn.

Transitie

De Nederlandse visserijvloot wordt geconfronteerd met ingrijpende veranderingen die hun (negatieve) invloed hebben op de aanvoer van Noordzeevis. Daar waar de primaire sector hierop in zal spelen door nieuwe, innovatieve visserijmethoden te ontwikkelen, op wellicht nieuwe visgronden, zullen de handels- en verwerkingsbedrijven het alternatief vinden in het vergroten van de import. De handels- en verwerkingsbedrijven hebben in perioden van dalende quota en daarmee dalende aanvoeren van Nederlandse Noordzeevis al eerder die stap moeten maken.

Een treffend voorbeeld is de transitie van traditioneel platvisverwerkende bedrijven naar gespecialiseerde zalmverwerkers. De keten is daardoor al lang niet meer afhankelijk van alleen Nederlandse aanvoer en lijkt robuust genoeg om de voor de Nederlandse Noordzeevis negatieve ontwikkelingen het hoofd te kunnen bieden.

Desalniettemin is en blijft de Noordzeevis vanwege haar hoge kwaliteit en historie nog steeds de onderscheidende factor voor Nederlandse bedrijven in hun handelsactiviteiten. Noordzeevis staat in de ogen van Europese viseters nog steeds synoniem voor lokaal, duurzaam en hoog kwalitatief voedsel. aldus de Nederlandse bedrijven.

Minister Schouten

LNV-minister Schouten heeft het rapport aangeboden aan de Tweede Kamer. De handel in agrarische producten is door de coronacrisis minder geraakt dan de algemene handel in goederen. De totale export aan Nederlandse agrarische producten (inclusief vis) steeg volgens de ramingen van WEcR/CBS met 1 miljard naar 95,6 miljard euro, met name door een stijging van de wederuitvoer (draaischijf!). De exportwaarde van Nederlandse makelij kromp iets.

,,Het rapport bevestigt eens te meer de verbondenheid van de Nederlandse agrifood-sector met de Europese en internationale markten. Exportrecords zijn geen doel op zichzelf, maar goede exportcijfers zijn wel een weerspiegeling van de kracht van het innovatieve ondernemerschap en de unieke logistieke positie en expertise van de Nederlandse agrifood-sector. Daar kunnen we trots op zijn. Ondanks deze op het eerste gezicht mooie handelscijfers zien we echter ook dat 2020 een zwaar jaar was voor veel ondernemers. Dat bevestigt mijn overtuiging dat we onveranderd moeten blijven inzetten op het creëren van een goed klimaat voor agrarisch ondernemerschap, zodat alle Nederlandse ondernemers in de transitie naar kringlooplandbouw de vruchten kunnen plukken van onze sterke internationale positie’’, aldus minister Carola Schouten.