Wilt u een abonnement afsluiten, nieuws doorgeven, een advertentie plaatsen of online adverteren in Visserijnieuws? Klik dan hier.

Dagboek van een visserman

Zondagavond 7 juni varen we het Schulpengat uit richting zee. We zetten onze netten uit aan de Rug, tegen de slaptekant. De eerste trekken zijn goed voor een 40 kilo tong en 10 kilo zwartvis met een half mandje schol. Het is wederom prachtig visweer en we vissen zo wat heen en weer voor tij. Gewoon drie trekken zuidwest-in en drie trekken noordoost-in.

Het is springtij deze week. Ja, dan kun je wel tegen de stroming in gaan, maar dat kost gewoon teveel brandstof. En je legt dan minder afstand af en meer afstand is gewoon extra vierkante meters die je dan bevist. Ook valt het mij gewoon op dat je voor stroom meer grotere tongen vangt en dat scheelt weer in de gemiddelde prijs. We houden dit traject zo een aantal dagen vast, met een gemiddelde vangst per trek van 40 kilo tong en 15 kilo tarbot/griet en een half kistje schol.

Woensdag besluiten we wat dwars op tij te gaan vissen aan de zuidkant van ons bestek omdat de zuidtrekken aldoor wat beter zijn. En ja, we pakken dan een 45/50 kilo mooie tong, dus dat geeft de burger weer moed. Het weer blijft ook prachtig.

Windparken

Zo links en rechts krijg ik weer wat foto’s en filmpjes van stilstaande offshore windmolens. Als visserman en natuurmens denk je dan: Waar zijn we toch mee bezig om onze prachtige Noordzee om te bouwen in een industrieterrein en dan ook nog voor een onrendabele en natuurverstorende energieopwekker!? Het is belachelijk dat politici hierin meegaan en zich voor het karretje laten spannen door industriëlen met een groot winstoogmerk die zeggen de oplossing in handen te hebben voor het klimaatprobleem.

De visserij betaalt wederom de rekening voor een flutoplossing die het klimaat zou moeten herstellen. Niet alleen door ruimteverlies van windparken. Maar ook de daarbij geïntroduceerde natuurcompensatie op precies onze beste visbestekken om milieuclubs zoet te houden wordt ook nog eens vastgelegd in een Noordzeeakkoord waar 60 procent van de vissers het niet mee eens is. Er wordt dan wel gesproken met de visserijsector, maar dan moet je natuurlijk ook luisteren en daar iets mee doen. Dat zien we onvoldoende terug.

De overheid beschermt de wind- en natuurbranche, maar in de richting van de vissers zien we te weinig steun of beweging. Voor ons als zogeheten stakeholders is dit een cruciaal proces, onze toekomst staat op het spel. Waarom hebben vissers dan zo beperkt stemrecht in het Noordzeebeleid? Waarom berekenen we de windparken op zee niet als nieuwe rustgebieden met kansen voor nieuwe natuur in plaats van extra natuurcompensatie in de vorm van gesloten visgebieden?

Vaak als ik mijn verhaal vertel zeggen de mensen: Ja, zo gaat het bij de boeren ook. Denkt men werkelijk in Den Haag dat dit een eerlijk proces is en dat de burger achterlijk is? Men zou toch beter moeten weten. We kunnen beter inzetten op energiebesparing dan doorgaan met zinloze en dure windprojecten op zee. Maar het is vechten tegen de bierkaai. Het enige wat wij als vissers kunnen doen is de veranderingen op zee waarnemen en rapporteren.

Ik moet ook denken aan het verhaal van de indianen en het Amerikaanse beleid om de gehele bizonpopulatie uit te roeien, zodat de indianen dood zouden gaan van de honger, wat ook gebeurde. Het is een triest en waar gebeurd verhaal en je kunt het gerust doorvertalen naar ons. Want stap voor stap worden onze visserijmogelijkheden minder en worden we structureel tegen elkaar uitgespeeld. Het is vooral deze verdeel- en heersstrategie die ons gaat nekken. En dan ook nog al die ngo’s die niets maar dan ook niets positief te melden hebben over onze manier van leven en werken op zee. Het is ook hun negatieve invloed op het beleid wat mij een doorn in het oog is.

Daarom moeten we meer dan ooit gaan samenwerken en zoveel mogelijk de positieve kant van ons vak en ons product delen met de burgerbevolking. Want waar kun je nog gezond en ongemanipuleerd voedsel vinden? Het antwoord is: Noordzeevis. Zeevis heeft namelijk een goed leven gehad en die vangen we het liefst aan het einde van zijn levenscyclus en binnen de ons toegestane quota. Wat is er dan mis met ons beroep en ons gevangen voedsel?

In navolging van onze Franse collega’s beraden wij ons momenteel op actie tegen de industrialisering van onze Noordzee. Wordt vervolgd.

Dokbeurt

We lopen vrijdagmorgen de haven van Den Helder binnen, waar wij onze mooie vangst voor goede prijzen mogen verkopen. Er stond bijna een 3 voor, dus we waren dik tevreden. We sluiten na het lossen onze netten uit en varen naar Texel om daar in dok te gaan en een paar dagen te schilderen.

Eerst genieten we nog van een mooi weekeind thuis en maandag begint onze werfweek. Dat zijn altijd weer drukke dagen voor de schipper en zijn bemanning, vooral als er ook nog een inspectie van BG Verkehr op de lijst staat. Ik besluit om ‘s avonds aan boord te blijven en de papieren zaken wat te ordenen. Ook de machinisten blijven aan boord. Zo is het na de koffie ‘s avonds ook nog even gezellig met elkaar en praten we onder het genot van een pilsje over van alles en nog wat na.

Onze schroef krijgt ook een opfrisbeurtje en gelukkig mankeert hij weinig. Dus kunnen we woensdag alles afronden en kan het schip weer in het water. De GL-inspecteur heeft ook weinig op- en aanmerkingen, dus zijn we weer voor een paar jaar goedgekeurd.

We varen woensdagavond terug naar Den Helder en donderdag maken we de kotter weer visklaar, waarna broer Fred weer met een nette en fris geschilderde kotter weer naar zee kan.


Dirk Kraak,
BRA 7