Wilt u een abonnement afsluiten, nieuws doorgeven, een advertentie plaatsen of online adverteren in Visserijnieuws? Klik dan hier.

Een Noordzeeakkoord, akkoord? De andere kant

Den Helder, 6 mei 2020

De gevoelens zoals verwoord in het opiniestuk in Visserijnieuws van 17 april van Jacob van Urk (PO Urk) worden gedeeld door alle voorzitters van de deelnemende visserijorganisaties. Niemand wil gebied weggeven. Er is sprake van een fors bestuurlijk conflict met de ngo’s ten aanzien van standpunten en iedereen vindt het Blue Manifesto een steek onder water.

Het feit dat wind en natuur niet gecombineerd worden, behalve als er geldverslindende projecten van te maken zijn, is onverkoopbaar.

En toch is er met dezelfde uitgangspunten een andere conclusie mogelijk dan een ‘nee’. PO Urk en de Nederlandse Vissersbond vertegenwoordigen samen een grote groep leden, maar PO West, PO Texel en de pelagische reders (PO RVZ) hebben zich al nadrukkelijk uitgesproken voor een ‘ja’.

De stellingname dat ‘de meerderheid tegen een akkoord is en blijft’, puur omdat PO Urk en de Nederlandse Vissersbond tegen zijn, is voorbarig. Deze stelling gaat voorbij aan de organisaties die hun ledenconsultatie nog moeten voltooien, waaronder PO Delta Zuid en PO Wieringen. Er zijn op basis van dezelfde realiteit ook andere standpunten en die lichten we graag toe.

Instemming met het komen tot een Noordzeeakkoord

Tot de start van de onderhandelingen over het Noordzeeakkoord stond de visserij bij de discussies over de ruimtelijke indeling op de Noordzee buitenspel, met alle gevolgen van dien. Alle reden om een plek aan tafel te krijgen en invloed op te bouwen. Iedereen ziet dat de ruimte minder wordt en dat de politiek in binnen- en buitenland doordendert met het uitrollen van wind op zee. Dit kan ertoe leiden dat er plaatselijk te hoge visserijdruk zal ontstaan, er blijft minder ruimte over om te vissen.

De wens van alle visserijorganisaties was steun voor een aanpassing naar een vloot die qua aard (innovatie) en omvang (warme sanering) past bij de nieuwe Noordzee, en daarom is de sector in 2019, met volledige instemming van deelnemende organisaties, in het traject gestapt om te komen tot een Noordzeeakkoord.

Johan Nooitgedagt en Pim Visser hebben namens de visserijorganisaties de onderhandelingen gevoerd om tot een akkoord te komen. Uiteindelijk hebben zij gezamenlijk ingestemd om het Onderhandelaarsakkoord aan de sector ter goedkeuring voor te leggen. Ook het Rijk, de havens, de windsector, olie- en gasindustrie en de ngo’s zijn partij in het zogeheten Noordzeeoverleg, waarin getracht wordt afspraken te maken over ruimtegebruik op het Nederlandse deel van de Noordzee.

Het Onderhandelaarsakkoord wat sinds februari 2020 op tafel ligt, is het resultaat van deze gesprekken. Het is een compromis, wat betekent dat niemand volledig zijn zin krijgt. Daarnaast is bij de start begin 2019 afgesproken dat je als partij alleen mee mag praten als je bereid bent om te komen tot een compromis. Zonder bereidheid tot een akkoord ben je geen deelnemer (meer) aan het Noordzeeoverleg en moet je uit tweede hand vernemen wat aan tafel wordt besloten. Dat kan een keuze zijn, maar de meerderheid van de bestuurders achtte (en acht nog steeds) deze keuze onwenselijk.

Het alternatief

Er is geen visserman die staat te juichen om nog meer gesloten gebieden. Er is geen bestuurder die blij is met de manier waarop ngo’s opereren en er is niemand (inclusief wind, olie & gas en natuur) die vindt dat het bedrag van 119 miljoen euro recht doet aan de waarde van de visserijsector. Maar de afwijzing van het akkoord geeft geen antwoord op de vraag ‘hoe zien wij het dan wel?’.

Er is door de visserijorganisaties uitgezocht of de aanleg van windparken juridisch kan worden aangevochten; die opties zijn beperkt. De uitrol van wind- en natuurgebieden kan hooguit worden vertraagd, maar tegenhouden kan niet. Dat vertragen is bovendien een dure grap, die opgebracht moet worden door een steeds kleinere sector, met of zonder akkoord. Er is aan tafel gevochten voor minder gebiedssluiting (maximaal 10%) en de combinatie van windparken met natuurgebieden, zodat de visserij niet dubbel geraakt wordt, maar dat is maanden geleden al afgewezen. Nu roepen dat het 10% had moeten zijn en wind en natuur gecombineerd moeten worden, klinkt dus goed voor de bühne, maar aan de onderhandelingstafel waren die opties al lang van tafel.

Een ‘nee’ zorgt er niet voor dat ngo’s verdwijnen. Of dat de politiek in Brussel verandert. Of dat het rendement voor de sector toeneemt. Natuurlijk is een tegenstem een legitieme keuze, maar er wordt niet gesproken over de nadelen van een ‘nee’. De financiële steun vanuit het Rijk valt weg, er komt geen sanering en er gaat ook nog €10 miljoen van het innovatiebudget af. De kosten voor de ondernemer nemen toe. Denk hierbij aan de kosten voor extra belangenbehartiging, juridische en inspraakprocedures en wat het betekent als je straks nog meer op een kluitje vist en er minder rust op de visgronden is. Daar zullen bedrijven ook meer en meer hun bedrijfsvoering op aanpassen.

Voorstanders van een akkoord

De voorstanders van een akkoord profileren zich tot dusver niet nadrukkelijk in de media, maar richten zich in vertrouwen tot de medewerkers en bestuurders. Die voorstanders zijn ook ondernemers, vissers met opvolgers die door willen maar wel aangeven dat het te druk wordt op de bestekken vanwege wind en natuur. Vissers die inzien dat de politieke stemming verandert en omwille van continuïteit van hun bedrijf meer zien in meebewegen met maatschappelijke ontwikkelingen dan met een kleiner wordende groep overal tegenaan schoppen. Vissers die aangeven dat als je de natuurambitie nu niet begrenst, je de weg plaveit voor ngo’s die door willen naar 30%. Vissers die kansen zien om in toekomstige windparken te vissen, omdat voor het eerst het verbod op vissen in windparken ter discussie staat. Deze vissers zijn ook bezig met hun bedrijfsvoering voor de lange termijn, maar komen met dezelfde argumenten tot een andere conclusie.

Deze groep wordt tot dusver vooral gehoord in de kring waarin het veilig genoeg is deze gedachten uit te spreken. Begrijpelijk, want de toon is inmiddels zo verhard dat er sprake is van beledigingen en zelfs intimidatie door tegenstanders van een akkoord. Het pulsverbod, de Brexit, de aanlandplicht, de Europese Green Deal en de uitrol van wind op zee komen eraan. En nu, sinds een paar weken, krijgen we daar ook nog de coronacrisis overheen. In plaats van een rationele discussie over ‘hoe gezamenlijk verder’ is de visserij bezig elkaar zwart te maken en het inhoudelijke gesprek te overladen met emoties en zelfs dreigementen.

Bezwaren Onderhandelaarsakkoord

Duidelijk is dat het Onderhandelaarsakkoord uit februari veel weerstand oproept. De gesprekken gaan echter nog wel gewoon door met de welwillende partijen. In deze gesprekken is door Pim Visser en voorzitter Jacques Wallage ruimte gevonden voor beweging. De afgelopen dagen is daar zeer intensief over gesproken en nu zijn de leden aan zet.

Kreeftenbestekken vrijgespeeld

Ook de volledige sluiting van het Friese Front was voor velen een onoverkomelijk obstakel in het Onderhandelaarsakkoord uit februari. Het Friese Front is echter wel op wetenschappelijke basis aangemerkt als zijnde een gebied met bijzondere ecologische waarde, dus het vrijspelen daarvan kost extra ruimte. In overleg met de KNAW en ngo’s ligt het ‘prijskaartje’ van het vrijspelen van de kreeftenbestekken op een verruiming van de 12,5% gebiedsbescherming uit het huidige Onderhandelaarsakkoord. Dat is niet goedkoop, maar de extra gebieden worden wel aangewezen met de sector samen, dus dat biedt mogelijkheden.

Er is de afgelopen dagen intensief overlegd door Pim Visser namens de resterende partners, wat ervoor gezorgd heeft dat er nu een optie op tafel ligt waarbij, in tegenstelling tot in het Onderhandelaarsakkoord, de kreeftenbestekken open blijven. Onderdeel van dit alternatief is de aanpassing van het stuk Friese Front (600 km2) wat reeds in procedure is, ten gunste van de kreeftenvissers. Overeengekomen is dat deze ruimte gecompenseerd zal worden aan de west- en zuidkant van het Friese Front. Zonder Noordzeeakkoord wordt dit in procedure zijnde gebied niet aangepast.

Garnalenperspectief bij een ja op een Noordzeeakkoord

In het Onderhandelaarsakkoord van februari stond niks over garnalen. Daar zijn gesprekken over gevoerd die er in hebben geresulteerd dat het ministerie van LNV ruim drie weken geleden schriftelijk toezeggingen heeft gedaan met betrekking tot inzet voor de garnalenvisserij.

Het meedoen met de sanering die gekoppeld is aan een Noordzeeakkoord is, met oog op staatssteun- en juridische aspecten, niet mogelijk voor de garnalenvissers in het MFL2-segment. Dat komt omdat er geen ecologische grond is voor sanering en er internationaal geen afspraken zijn over regulering van deze visserij, waardoor een uitkoopregeling niet per se betekent dat er minder garnalenvissers komen.

Als het tot een Noordzeeakkoord komt, dan gaat LNV aan de slag met de ontwikkeling van een specifiek toekomstperspectief voor de garnalensector, waarbij ook de mogelijkheden voor een saneringsronde worden meegenomen. Zonder een Noordzeeakkoord komt dit garnalenperspectief er niet.

Sanering vervroegd en schotten weg tussen innovatie en saneringsgelden

Zonder Noordzeeakkoord komt er geen saneringsregeling. In eerste instantie zou een saneringsregeling vanwege de te doorlopen procedure niet eerder dan 2022 opengesteld kunnen worden. Het ministerie heeft toegezegd in te zetten op een regeling die in 2021 al open kan. Daarnaast was er commentaar op de verhouding tussen saneringsgelden en de innovatiegelden, waarbij LNV heeft toegezegd geen schotten te plaatsen tussen beiden, hoewel de sanering alleen vanuit nationale middelen kan. Dit betekent dat als de behoefte aan innovatiegelden hoger is dan aan saneringsgelden hiermee geschoven kan worden.

Uiteraard zal het alternatief waarin de kreeftenbestekken vrijgespeeld worden met bijbehorende kaarten én de aanvullingen ten aanzien van de garnalenvisserij de komende dagen voorgelegd worden aan onze achterbannen.

Liever wel een akkoord in deze onzekere tijden

PO Texel, PO West, Vereniging NetVISwerk en de pelagische reders (PO RVZ) zijn voor een Noordzeeakkoord waarbij de kreeftenbestekken vrijgespeeld worden, zeker wanneer het huidige beschermingsgebied kan worden aangepast ten gunste van de kreeftenvissers.

PO Wieringen en PO Delta Zuid zijn positief over de aanpassingen en gaan deze week de leden consulteren met die nieuwste ontwikkelingen. Voor PO Rousant en Vissersvereniging Hulp in Nood geeft het garnalenbelang de doorslag. Iedere visser met gevoel voor rechtvaardigheid zal erkennen dat alle stemmen gehoord moeten worden om elke ondernemer recht te doen.

Tot slot

De manier waarop de afgelopen weken gecommuniceerd is over het Noordzeeakkoord doet geen recht aan het proces, aan de gepleegde inzet en aan de positie van collega’s die op basis van (dezelfde) argumenten tot andere conclusies komen.

Niemand kan in de toekomst kijken, men kan hooguit de huidige ontwikkelingen beschouwen en daar eigen conclusies uit trekken. De ene ondernemer trekt de conclusie dat de situatie zonder akkoord beter is en een ander zal komen tot het willen maken van afspraken in de hoop dat deze duidelijkheid geven. Er is vanaf het begin af aan uitgesproken dat men respect moet hebben voor elkaars keuzes en dat respect moet tot aan het einde van de ledenconsultatie voldragen worden. Wij vinden deze twee punten, het wederzijdse respect voor eenieders standpunt én het afronden van het proces, van groot belang.

Wat de leden ook beslissen, het wel of niet komen tot een Noordzeeakkoord, een compromis van maatregelen over de ruimte op zee, is geen kleinigheidje. Het is een enorm zwaarwegende beslissing, waarin eenieder zijn inschatting zal moeten maken ten aanzien van politiek draagvlak, toekomstperspectief, belang van het collectief en het wel of niet gunnen van een sanering.

Wij wensen de leden veel wijsheid toe in het nemen van deze belangrijke beslissing.


Maarten Drijver (PO Texel)
Gert Jan Wiegman (PO Wieringen)
Kees van Beveren (PO Delta Zuid)
Peter Bakker (PO West)
Gerard van Balsfoort (PO Redersvereniging voor de Zeevisserij)
Albert Jan Maat (Vereniging NetVISwerk)