Wilt u een abonnement afsluiten, nieuws doorgeven, een advertentie plaatsen of online adverteren in Visserijnieuws? Klik dan hier.
Visverwerking en groothandel in corona-crisis

Visketen moet blijven draaien

ZOETERMEER – Als gevolg van het coronavirus staan de visgroothandel en de visverwerkende industrie van verschillende kanten onder druk. Guus Pastoor, voorzitter van de Nederlandse Visfederatie en van de Europese koepelorganisatie AIPCE CEP, vindt dat er alles aan gedaan moet worden om de sector te laten draaien.

,,Het algemene uitgangspunt moet zijn dat voedselproductie en distributie zo ongehinderd mogelijk doorgang vinden. Dit is in de door de Europese Commissie uitgegeven Richtlijn Grensbeheer adequaat onderschreven. De vraag is alleen hoe zaken in de praktijk uitpakken.

Essentieel en kwetsbaar

De vissector behoort tot de essentiële sectoren (voedingsmiddelen), met producten die bovendien gezien de gezondheidsaspecten van belang zijn voor de consumenten. Het is daarom van groot belang om de productie en aanvoer van visserijproducten zo goed mogelijk te continueren. Doordat bepaalde marktsegmenten stilgevallen zijn is het zaak de aanvoer goed af te stemmen op de resterende marktvraag.

Allereerst is er natuurlijk de zorg om het personeel en de continuïteit van de productie. Het gaat om levensmiddelenbedrijven, waarbinnen hygiëne een eerste vereiste is. Dit maakt de bedrijven kwetsbaar, omdat screening op ziekteverschijnselen wellicht nog meer dan elders leidt tot extra voorzorgsmaatregelen. In de meeste gevallen is sprake van arbeidsintensieve processen, die vaak in ploegendienst plaatsvinden. Uitval door ziekte lijdt al snel tot problemen op de werkvloer. In de distributie worden bedrijven en werknemers geconfronteerd met extra risico’s en daardoor met benodigde voorzorgsmaatregelen.

Bij dit alles is het goed om te zien dat personeel in de voedingsketen gerekend wordt tot de categorie cruciale beroepen, waarvoor bepaalde faciliteiten gelden. Dit is van toepassing op de gehele waardeketen, van aanvoer tot logistiek.

Afzet/distributie/import

De Visfederatie heeft een survey gedaan bij de aangesloten bedrijven. Het is duidelijk dat de afzet van verse vis naar horeca, scholen, catering en dergelijke stilgevallen is, en dat heeft forse consequenties. Er zijn bedrijven die 80 procent afzetvermindering zien. De vraag naar de duurdere vissoorten is gekelderd, en dat is te zien in de prijsvorming op de afslag. De afzet naar de supermarkten neemt bij sommigen toe, maar overall compenseert dat niet de terugval in de andere kanalen.

Samen met de aanvoer moeten we kijken waar vraag naar is en proberen ons voor zover mogelijk daar op te richten. De CVO-aanvoerbeperking van deze week voor de tongvisserij is verstandig. We willen geen grote voorraden opbouwen in de diepvries, en bovendien is voorraadvorming bij dalende prijzen weinig aantrekkelijk.

Distributie binnen Nederland levert zover bij ons bekend nog geen grote problemen op. Buiten Nederland ligt dit anders. Het is dan ook van groot belang dat er internationaal afstemming is tussen de lidstaten en de Europese Commissie over maatregelen aan de grens. Vervoer van levensmiddelen dient prioriteit te krijgen bij grenspassages waar mogelijke extra maatregelen gelden. Maar ook zaken als verpakkingsmaterialen moeten door kunnen.

Afhankelijk van derde landen

De EU is voor ruim 60 procent van de consumptie van vis (seafood) afhankelijk van invoer uit derde landen. Nederland speelt een belangrijke rol in deze invoerstromen. Om goederen van buiten de EU binnen te krijgen is flexibiliteit van de autoriteiten nodig, daar waar dat geen potentieel gevaar voor de volksgezondheid kan betekenen. Te denken valt aan prioriteit en zo nodig verschuiving van personeel naar veterinaire importkeuringen en documentenafhandeling bij de grensinspectieposten.

Foto: Evert-Jan Daniels - Guus Pastoor.Foto: Evert-Jan Daniels - Guus Pastoor.

Door verregaande vermindering van luchtverkeer zijn originele documenten niet altijd tijdig binnen voor de zending zelf arriveert. Aangemelde importen komen door ontregelde transporten niet altijd zoals gepland binnen. In gezamenlijk overleg tussen bedrijfsleven en overheid is inmiddels gezocht naar creatieve oplossingen om bureaucratische verstoring te vermijden.

Het is onzeker wat de gevolgen gaan zijn voor de beschikbaarheid van vis uit derde landen. De productie in China begint weer op gang te komen, maar schepen en containers zijn niet volop voor handen. Zalm uit Noorwegen is voldoende beschikbaar zolang de logistiek draait. Maar in veel landen neemt de productie af als gevolg van de crisis. Dat betekent veel onzekerheid over de inkopen voor de rest van het jaar. Voorraden of krapte?

Regelgeving

Op EU-niveau kunnen wijzigingen van wetgeving gekoppeld aan ingangsdata nu slecht haalbaar zijn. Een voorbeeld is Reg 2018/775 over ‘origine labelling’ van primaire ingrediënten. Het tijdig gereed hebben van etiketten kan niet geborgd worden, doordat grondstofstromen nu kunnen veranderen en het niet altijd lukt om verpakkingsmaterialen tijdig aan te passen.

In het algemeen is het nu niet de tijd om met belangrijke wijzigingen in de regelgeving over voedselveiligheid en consumenten-labelling te komen. Gezien de huidige verstoringen in grondstofstromen en bedrijfsprocessen vragen wij om alle bestaande regelgeving tot nader order ongewijzigd te continueren.

Pakket nieuwe noodmaatregelen

Het pakket aan nieuwe economische maatregelen zoals door de overheid afgekondigd op 17 maart kan, voor zover nu duidelijk is, onverminderd gelden voor bedrijven in de visverwerking en de visgroothandel. Ook de andere schakels, inclusief de aanvoer, zal onder deze algemene maatregelen moeten vallen. Hierbij is van belang dat in deze deelsector sprake is van midden en kleinbedrijf met beperkte stafdiensten, waardoor eenvoud en snelheid van toepasbaarheid van de maatregelen van groot belang is.

De prioriteit moet liggen bij maatregelen die rechtstreeks ten goede komen aan de liquiditeitspositie van bedrijven, zoals belastinguitstel, garantstelling, arbeidsvergoedingen en dergelijke. Indirecte maatregelen uit de Gemeenschappelijke Marktordening zoals bijvoorbeeld steun voor tijdelijke opslag of minimum aanvoerprijzen zullen naar ons idee te weinig impact hebben op korte termijn.

Het is goed dat het Europese visserijfonds EFMZV maatregelen kent om de vloot te compenseren bij stilval. Het is echter vreemd dat er voor de rest van de visketen geen specifieke voorzieningen zijn, terwijl we spreken over één waardeketen. Als de vloot niet vaart ligt de fabriek net zo goed stil, en daar staan meer mensen op de loonlijst.

Deze crisis maakt opnieuw duidelijk dat wij in het EFMZV financiële instrumenten moeten ontwikkelen voor de hele keten, want alles hangt met elkaar samen.’’