Wilt u een abonnement afsluiten, nieuws doorgeven, een advertentie plaatsen of online adverteren in Visserijnieuws? Klik dan hier.
Binnenvisser Aart van der Waal fileert wetenschap

‘Toverij met palingcijfers’

NIEUW BEIJERLAND – Is het wel waar dat de palingstand historisch laag is? Beroepsbinnenvisser Aart van der Waal deed uitgebreid bronnenonderzoek en bepleit meer realisme in het beheer rond de mysterieuze paling.

,,Beroepsvissers en sportvissers die op het water zitten en onafhankelijke onderzoekers en palinghandelaren die de visafslagen bezoeken zien al tijden dat de zomer nadert’’, aldus Van der Waal.

Van der Waal treedt deze week naar buiten met ‘Aalbacadabra. Schone lei voor dolende palingwetenschap’, een bijna vijftig pagina’s dikke literatuurstudie, waarin hij met heel veel gepubliceerd cijfermateriaal de wetenschappelijke palingadviezen van de afgelopen decennia fileert. De binnenvisser uit de Hoeksche Waard brak lang geleden zijn rechtenstudie af toen de roep van het water hem te machtig werd en bouwde tussen het werk door een imposant dossier op. In opinieartikelen in Visserijnieuws gaf hij de afgelopen jaren al regelmatig commentaar, bijvoorbeeld op het in vergelijking met buurlanden exorbitante Nederlandse streefbeeld voor de uittrek van schieraal en op de wisselende glasaalindex door de jaren heen.

De wetenschap tovert met data, stelt Van der Waal. In 1966 zou de biomassa uittrekkende schieraal ruim 4.000 ton zijn, volgens wetenschappers een historisch maximum. Dertig jaar later bevond de Europese paling met een schieraaluittrek van circa 100 ton per jaar zich volgens ICES nog binnen biologisch veilige grenzen. Een jaar later stelden wetenschappers de uittrek op minimaal 595 ton per jaar. ICES stelde in het jaar 2000 dat de biomassa van uittrekkende schieraal was ‘gedaald’ naar 1.753 ton per jaar. En in de ICES-rapportage over 2006 wordt de uittrek geschat op slechts 1.000 ton. In het rapport van 2018 is de schatting 20.250 ton, een factor twintig hoger.

,,Het bleef oorverdovend stil in de wetenschap. De toename van de Europese schieraaluittrek werd omarmd en er werd niet meer teruggekeken. Er werd een nieuwe werkelijkheid geschapen zonder politieke terugkoppeling’’, stelt Van der Waal, die ook vraagtekens plaatst bij de alarmistisch blijvende toon in het aaldebat. ,,Activistische wetenschap is extreem schadelijk gebleken voor palingvissers en palinghandelaren die met goed fatsoen, schoon geweten en met de nodige persoonlijke en branchegerichte inzet al jaren een positieve bijdrage leveren aan herstel van de Europese aal. Bijvoorbeeld via het jaarlijks overzetten van schieraal bij migratieknelpunten, via moedig gedragen instemming met gesloten vangsttijden, met het vrijwillig terugzetten van maatse paling bij onverwacht hoge vangsten, met het vrijwillig invoeren van wijdere dan de verplichte ontsnappingsringen in palingfuiken en – last but not least – via het lijdzaam toezien op de ook nu weer actuele politieke wens om het schamele aantal overbleven binnenvissers op het IJsselmeer op basis van inferieure wetenschap een nieuwe saneringsronde in te loodsen.’’

Theorie en praktijk blijken in de wereld van de paling mijlenver uit elkaar te liggen. Het streefbeeld voor de uittrek van schieraal werd door ICES tussendoor bijgesteld van 3.000 ton per jaar (2006) naar eerst 193.000 ton (2013) en vervolgens weer 114.049 ton (2014). Het duizelt Van der Waal. ,,Is er misschien een nieuwe aalsoort geschapen: de Anquilla anguilla utopia?’’

Beroepsvissers en ook sportvissers vangen de laatste jaren steeds meer aal. Op het IJsselmeer zijn de palingvangsten de laatste tien jaar meer dan verdubbeld. En de schieraaluittrek vanuit het IJsselmeer is historisch hoog, zeker in vergelijking met de ‘gouden’ palingjaren in de vorige eeuw. Van der Waal: ,,Was de schieraaluittrek uit Nederland, beschreven in het Nederlandse aalbeheerplan, in 2008 nog maar 200 ton. Deze is nu 1.365 ton, wat ook een duidelijk signaal is dat het gewoon goed gaat met de aal in Nederland.’’

De biomassa schieraal op de benedenrivieren in Nederland is in wetenschappelijke rapportages inmiddels gestegen van 58 ton in 2013 naar 641 ton in 2016. Ondanks dat er langzaam aan meer vismigratiemogelijkheden komen, is de sterfte van schieraal gigantisch toegenomen: van 40 ton in 2008 naar 323 ton in 2016. Nog maar een fractie van de 15.000 Nederlandse aal/visbarrières is veilig, aldus Van der Waal. Van der Waal ergert zich ook dat de sterfte van schieraal in gemalen en waterkrachtcentrales op de achtergrond blijft. Tussen 2005 en 2016 zijn in de Nederlandse gemalen en waterkrachtcentrales bijna 5 miljoen schieralen verhakseld. Opvallend is dat de sterfte van rode aal de afgelopen tien jaar in rapportages niet meer wordt genoemd. In 2008 was die 50 ton. Van der Waal becijfert de totale palingsterfte op 578 ton en vergelijkt dat met de beroepspalingvangst van 305 ton. Ontnuchterend, aldus Van der Waal. Slechts bij een tiental knelpunten wordt schieraal veilig over de dijk gezet. ,,Dat dit niet bij veel meer gemalen gebeurt is een schande.’

Het werk van dr. Willem Dekker wordt gezien als de basis voor de Europese aalverordening en vervolgens het nationale Nederlandse aalherstelplan. Bij zijn promotie in 2004 waarschuwde Dekker voor het uitsterven van paling als er niet snel maatregelen zouden worden genomen. Van der Waal stelt in zijn manifest onomwonden dat er op basis van subjectieve aannames in plaats van deugdelijk wetenschappelijk onderzoek politieke aandacht is gevraagd voor de paling.

Willem Dekker zegt in een reactie: ,,Ik ben zeer geneigd om te zeggen in de loop der tijd van inzicht te zijn veranderd, maar niet wat de cijfers betreft. Het lijkt erop dat Nederland en Europa regelmatig met elkaar worden verwisseld of dat vangsten en bestanden met elkaar worden verward. Ik kan daar niks mee. De discussie in Nederland is kennelijk weer aan het opwarmen, maar erg veel helderder wordt het er allemaal niet op. Dat er tot op de dag van vandaag organisaties beweren dat de paling net zo ernstig wordt gedreigd als de pandabeer of de Bengaalse tijger is niet vruchtbaar en onrealistisch. Sinds 2011 zien we een stijgende lijn die ongeveer even hard omhoog gaat als hij in de voorafgaande dertig jaar gedaald is. Meer mogen we ook niet verwachten.’’


Van der Waal geeft tot slot van zijn studie een negental aanbevelingen voor een ‘schone lei door de dolende palingwetenschap’. Hij bepleit onder andere: correcte beeldvorming, het landelijk uitrollen van ‘Paling over de Dijk’ (conform een motie van de Tweede Kamer in 2011), schone jonge aal uit gesloten rivieren elders weer mogen uitzetten, het wegvangen van exoten zoals rivierkreeft, het bijstellen van het streefbeeld voor uittrek van schieraal naar een realistisch niveau vergelijkbaar met buurlanden en tot slot het ontwikkelen van een eigen organisatie puur voor de Nederlandse binnenvissers.