Wilt u een abonnement afsluiten, nieuws doorgeven, een advertentie plaatsen of online adverteren in Visserijnieuws? Klik dan hier.
Wageningen Marine Research Regiocentrum Yerseke

Kruisbestuiving waterbeheerders en onderzoekers

YERSEKE - In het Regiocentrum Yerseke van Wageningen Marine Research werken wetenschappers, bedrijfsleven en regionale publieke organisaties actief samen aan kennis en innovaties voor duurzaam gebruik van de Delta, kustwateren en de zee: kennis van en voor de regio Zeeland. Het werk beslaat een breed scala aan onderwerpen zoals schelpdieronderzoek, de invloed van zandsuppleties op natuurwaarden en (schelpdier)visserij en de ecologie van het Grevelingenmeer. Het Regiocentrum heeft diverse opdrachtgevers waarvan Rijkswaterstaat een van de belangrijkste is.

Deze column zet regelmatig een activiteit van het Regiocentrum in de schijnwerpers. Deze keer de themadag 'Adapteren voor een veilige leefomgeving voor mens en natuur' voor medewerkers van Rijkswaterstaat en Wageningen Marine Research.

Zo'n 25 personen van Rijkswaterstaat en Wageningen Marine Research namen op donderdag 23 januari in Yerseke deel aan de gezamenlijke themadag 'Adapteren voor een veilige leefomgeving voor mens en natuur'. Op termijn moeten er keuzes worden gemaakt voor een klimaatbestendig waterbeheer in de Zuidwestelijke Delta. Kennisontwikkeling is belangrijk om motivaties voor bepaalde beleids- en beheerkeuzes te onderbouwen. De dag stond dan ook in het teken van 'samenwerking' tussen onderzoekers van Wageningen Marine Research en de beheerders van Rijkswaterstaat. Om onderzoeks- en kennisvragen af te stemmen op beleid en beheer wil je van elkaar weten wat er speelt.

'Speeddaten' De dag werd geopend door Elaine Alwayn (directeur Netwerkontwikkeling, Rijkswaterstaat Zee en Delta), die het belang van kennis voor waterkwaliteit en de gevolgen van zeespiegelstijging benadrukte, en Tammo Bult (directeur Wageningen Marine Research), die onderstreepte dat het Regiocentrum van Wageningen Marine Research in Yerseke van en voor de regio is.

Tijdens vier speeddates verkenden de deelnemers in korte gesprekjes van vijf minuten hoe hun werkvelden op elkaar aansluiten. De eerste gesprekken barstten meteen los. Na een belletje werd telkens een volgende sessie met een mix van 'nieuwe koppels' gestart.

Hoe kan ons land er over 100 jaar uitzien? Tim van Hattum, klimaatcoördinator Wageningen University & Research (WUR), trapte af met een positief toekomstbeeld van een klimaatbestendig Nederland. Hij lichtte de door WUR recent ontwikkelde 'Visie Nederland in 2120' toe. Hoe kan Nederland er over 100 jaar uitzien als we focussen op natuurgerichte oplossingen in plaats van op bedreigingen zoals zeespiegelstijging en opwarming?

Foto: Marijn Tangelder - Speeddates Rijkswaterstaat-Wageningen Marine ResearchFoto: Marijn Tangelder - Speeddates Rijkswaterstaat-Wageningen Marine Research

Volgens Van Hattum zal dat een groener, multifunctioneler, duurzamer Nederland zijn. waarbij water centraal staat. Er komt een verschuiving van landbouw naar zee en de kustzones. Landbouw op vruchtbare kleigronden blijft belangrijk in gebieden die niet verzilten. Daarnaast zal meer eiwitproductie op zee plaatsvinden. Dubbele dijksystemen beschermen onze kust en bieden kansen voor multifunctioneel gebruik. Dit toekomstbeeld is puur een denkrichting om de discussie over oplossingsrichtingen op gang te krijgen en te laten zien welke waardevolle kansen er liggen.

'Social engineering' ,,De watersystemen in de Delta zijn zich nog steeds aan het aanpassen als gevolg van de aanleg van de Deltawerken'', geeft Leo Adriaanse van Rijkswaterstaat Zee en Delta in zijn presentatie aan. Morfologische processen met transport van zand en slib zijn daardoor ernstig verstoord.

De gevolgen van klimaatverandering werpen nieuwe vragen en onzekerheden op, volgens Adriaanse. ,,Als overheden hebben we een belangrijke verantwoordelijkheid om de processen van 'de ondergrond' goed te laten functioneren. De Deltawerken hebben geleid tot waterkwaliteitsproblemen, zoals in het Volkerak-Zoommeer en het Grevelingenmeer, en verstoring van de sedimentbalans, zoals in de Oosterschelde. Door de introductie van gedempt getij (Grevelingen) of het suppleren van platen (Oosterschelde) proberen we deze negatieve gevolgen te ondervangen. Bij het maken van plannen voor herinrichting om versnelde zeespiegelstijging het hoofd te bieden, is inbreng van ecologisch kennis vanaf het begin essentieel. De herinrichting van de ondergrond bepaalt het ecologisch functioneren en dus ook de gebruiksmogelijkheden, én de natuurontwikkeling. Van groot belang is om te realiseren dat politieke besluitvorming en publieke mening vaak bepalender zijn voor besluiten over onze watersystemen dan kennis en wetenschap."

Adriaanse pleit daarom voor een integrale benadering waarbij je ecologische, technische en sociale inzichten en onzekerheden samenbrengt. ,,Alleen dan kunnen we de omslag realiseren naar een ander, meer duurzaam en klimaatbestendig beheer van onze wateren, dat noem ik 'social engineering'.''

'Van kustlijn naar kustzone' Onderzoeker Tom Ysebaert van Wageningen Marine Research ziet goede kansen voor een gezamenlijke, adaptieve aanpak in het Deltagebied. Volgens Ysebaert is de tijd rijp om samen een goede strategie voor de toekomstige inrichting van het Deltagebied te bepalen. ,,De 'Visie Nederland in 2120' biedt een mooi voorbeeld hiervan, en dit zouden we nader kunnen uitwerken en concretiseren voor de Zuidwestelijke Delta. Natuurgerichte oplossingen ('Nature Based Solutions') zoals dubbele dijksystemen bieden kansen voor klimaatadaptatie in combinatie met multifunctionele oplossingen; veiliger, gezonder, groener en veerkrachtiger. Dit type oplossingen behelst de transitie van een kustlijn (dijk) naar een kustzone met bescherming tegen zeespiegelstijging, duurzame voedsel- en energieproductie en behoud van biodiversiteit en het natuurlijke landschap. Een soort Deltawerken 2.0. De belangrijkste uitdagingen hierbij zijn om een geïntegreerde, adaptieve aanpak na te streven, te zoeken naar ontwikkelruimte en nu al te beginnen met het uittesten van deze concepten door middel van demonstratieprojecten.''

Duo's In de middag volgden korte duopresentaties van beheerders en onderzoekers over verschillende gebieden, zoals Oosterschelde, Westerschelde, Grevelingen, Waddengebied, en over kansen voor groei/kweek (Blue growth). Onderzoeker Kelly Elschot deelde onderzoeksprojectervaringen vanuit het Waddengebied, zoals 'de slibmotor', waar gepoogd is met suppletie van baggerslib voor de kust uit de haven van Harlingen de aangroei van een nabij gelegen schor te versterken. Dat was nog niet zo makkelijk bleek uit onderzoek, want het sediment belandde niet op de plekken die men voorzien had, maar het leverde wel weer interessante vervolgvragen op.
In het deltagebied liggen zowel in de Wester- en Oosterschelde als in het Grevelingenmeer grote uitdagingen voor de toekomst op het gebied van onder andere sedimentbeheer en waterkwaliteit. Een integrale aanpak is nodig om deze uitdagingen te ondervangen. Volgens Marnix Poelman, onderzoeker bij Wageningen Marine Research en trekker van het Blue growth onderzoek, liggen er bij elke aanpassing in waterbeheer kansen om een koppeling te maken met productie van voedsel en grondstoffen. We zouden slimmer om moeten gaan met ons 'natuurlijk kapitaal'.

Na de presentaties bediscussieerden de deelnemers in groepjes mogelijke vervolgstappen en samenwerkingskansen. Benadrukt werd dat beheerders en onderzoekers veel strategischer zouden moeten samenwerken, om gezamenlijk na te denken over de cruciale uitdagingen en onderzoeksvragen. Belangrijke thema's daarbij zijn bijvoorbeeld meervoudig gebruik, effectiever monitoren, leren van andere gebieden en het oppakken van belangrijke vragen rondom sedimentverdeling in de Deltawateren. Ook is er de behoefte om na te denken over een pilot of demonstratieproject.

De directeuren sloten de dag af met een woord van dank en de discussie werd voortgezet met een drankje tijdens de borrel.


De kaart van Nederland in 2020 en een toekomstbeeld van Nederland in 2120. Voor de Noordzee zijn in de schets opgenomen: duurzame visserij, aquacultuur in combinatie met wind op zee, oesterriffen in combinatie met wind op zee, energietransitie (wind op zee en drijvende zonnevelden), biodiversiteit in combinatie met wind op zee, natuurgebieden, drijvende servicehubs en een nieuwe scheepvaartroute naar het noorden.

De Noordzee wordt gezien als grote producent van hernieuwbare energie, maar ook van eiwitten uit zeewier, schelpdieren en vis. De energie- en voedselwinning in het Noordzeegebied wordt gecombineerd met natuurontwikkeling. Afhankelijk van de hoofdfunctie mag in deelgebieden geen bodemberoering plaatsvinden.

Op fundamenten van gas- en olieplatforms worden drijvende eilanden ontwikkeld voor opslag van waterstof en CO2 in oude gasvelden. Drijvende eilanden, waarop ook havens, ICT-infrastructuur en zonneparken worden aangeland, bewegen mee met de zeespiegel.

In 2120 eten mensen minder eiwitten van vee, wat de voedselproductie in en op zee een flinke boost geeft. Met name bij windmolenparken wordt voorzien in de kweek van mosselen, oesters en zeewier. De visserij heet volledig duurzaam te zijn, lees: bijvangst en bodemverstoring zijn tot een minimum beperkt. Schepen varen op waterstof met ondersteuning van wind.

Door stijging van de watertemperatuur verandert de soortenrijkdom. Er komen meer zuidelijke soorten, zoals tuimelaar, gestreepte dolfijn, blauwe haai, zeebaars en zonnevis. Een aantal noordelijke soorten neemt af of verplaatst zich naar dieper water.

Een deel van de Waddenzee komt in 2120 bij eb niet meer droog te liggen. Door actief natuurbeheer wordt de biodiversiteit van het Werelderfgoed zo goed mogelijk behouden. Geholpen door een stijging van de zeewatertemperatuur laten zuidelijkere soorten als de tapijtschelp, het kortsnuitzeepaardje, de flamingo, tuimelaar, stekelrog en pijlstaartrog zich meer en meer zien in het Waddengebied.

Door vernatting en het oprukkende zoute water bieden zilte teelt en aquacultuur (schelpdier en zeewier) een volwaardig nieuw landbouwperspectief in de zuidwestelijke delta. Langs de Westerschelde komen dubbele dijksystemen, waartussen schelpdier- en zeewierteelt plaatsvindt. Een verbinding met de Oosterschelde zorgt voor meer voedingsstoffen in de Oosterschelde. Om de migratieroutes voor vissen te bevorderen, is de Oosterschelde door een zoet-zoutovergang verbonden met het Volkerak-Zoommeer. Grevelingen en Haringvliet zijn verbonden met de Noordzee en rivieren, waardoor zoet-zoutovergangen hersteld zijn en vissen er ongehinderd hun weg vinden van zee naar rivier. Dit heeft een positief effect op de populaties van vele vissoorten, waaronder roggen en haaien, de steur en de zalm.

Het IJsselmeer krijgt een dubbele oeverzone: een vast peil voor scheepvaart aan de randen en een natuurlijk dynamisch peil in de kern. De Houtribdijk tussen Lelystad en Enkhuizen wordt opgeknipt, waardoor eilandjes ontstaan met bruggen ertussen.


Marijn Tangelder,
Delta-team Wageningen UR
Mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Tel: +31 317 487540

Wageningen university & researchWageningen university & research